Ik ben niet vaak boos en als ik dat ben, dan duurt dat meestal niet lang. Terwijl ik sta te tieren, heb ik vaak al in de gaten dat ik niet redelijk ben. Ik zie dan als het ware mezelf. Het vervelende is dat ik dan toch vaak nog even doorga met mijn niet effectieve gedrag. Te boos om verstandig te zijn.Loop ik toevallig langs een spiegel, dan schrik ik van mijn boze gezicht. Er zijn mensen die aantrekkelijk boos kunnen kijken. Daar hoor ik niet bij. Als ik mezelf aankijk met een boos gezicht, dan is het alsof ik naar de duivel zelf kijk en dat is schrikken.
‘Onder boosheid zit verdriet’, heb ik altijd mijn cliënten voorgehouden. Ik tekende dan een berg voor ze, waaroverheen een ijslaag ligt. De kille boosheid. Daaronder smeult het verdriet als lava, die eruit wil stromen.
Welk verdriet zit onder mijn boosheid? Verdriet om dingen die voorbijgaan, mensen die ziek worden en doodgaan, verdriet om mensen die lijden overal ter wereld, verdriet om lijden dat komen kan, verdriet om lijden dat geweest is. Verdriet om donkere wolken die ik boven de levens van mijn kinderen zie hangen en vooral bezorgdheid om mijn kinderen. Wat zou ik ze graag willen behoeden voor verdriet en hoe naïef is dat.
Gun ze toch hun portie levenservaring, mens! Laat alles voorbijkomen als het kabbelen van een rivier: uitgeputte vluchtelingen, mensen van wie het huis is vernield, kinderen die in één klap hun ouders verloren zijn en alleen staan tussen puinhopen…..Laat het gebeuren…..Wie denk jij wel niet dat je bent dat jij hierin zou kunnen ingrijpen. Noch over het leven van al die lijdende mensen, noch over het leven van je inmiddels volwassen kinderen heb jij iets te beslissen. Laat het gaan!
Maar doe je best om een zon te zijn voor je omgeving en geen donderwolk. De stress voorbij…….adem in, adem uit…..
Hmmmm. Ik zal het proberen……..
Categorie archieven: General
Triest
Als het goed is moet je naarmate je ouder wordt ook wijzer worden. Ik weet dat dit niet in alle gevallen zo is. Ik heb daarvan o.a. een studie kunnen maken toen ik om het huishoudelijk inkomen aan te vullen bejaardenflatjes ging schoonmaken. Tijdens deze werkzaamheden stuitte ik op een zee van vergelijkingsmateriaal. Ja, er waren oude mensen die wijs waren, maar er waren ook verbitterde mensen en zelfs kinderachtige mensen. Ik was toen zelf nog jong en ik vatte wat ik daar meemaakte en zag samen met de gedachte dat de oudere mens een karikatuur van zichzelf wordt. Ben je in je jonge jaren al een bazig type, dan kan het zijn dat je als oudere een ware tiran wordt. Ben je een somber type, dan kan het zijn dat je op je oude dag helemaal bijna niet meer lacht. Ook in de groeven van het oudere gelaat zie je het karakter weerspiegeld. Een jong persoon kan een heel gemeen innerlijk soms nog verbergen achter een mooi en glad uiterlijk, maar naarmate de mens ouder wordt gaat het gezicht steeds meer de binnenkant weerspiegelen. Naast het karakter van iemand spelen natuurlijk ook de ervaringen (leuk en minder leuk) die een persoon opdoet in zijn of haar leven een rol. Die beïnvloeden de kijk op het leven. Daarbij is het dan ook weer zo dat wat voor de één een onoverkomelijke ramp is, door de ander gemakkelijker verwerkt wordt.
Ik begin nu ouder te worden, ben nu ruim 64 jaar. Hoe zit dat dan bij mij? Ik was in mijn jonge jaren een optimist, die altijd met een mild en vaak zelfs bewonderend oog naar anderen keek. Natuurlijk zag ik toen ook veel lelijks gebeuren, maar het lijkt wel of ik me daar niet door van de wijs liet brengen. Ik bleef altijd en onder alle omstandigheden een soort grondvertrouwen houden, dat alles op den duur goed zou komen. Dat de mens in wezen goed was, maar soms door omstandigheden het verkeerde deed.
En nu dan? Hoe zie ik dat nu? Vanmorgen had ik ruim de tijd om daarover na te denken, want vanaf het ochtendgebed kon ik niet meer slapen en lag ik wakker in mijn bed, ten prooi aan niet al te vrolijke gedachten. Misschien kwam het doordat ik gisteren de film ’12 years a slave’ had gezien. Die film had me aangegrepen, zoals alle films die gaan over onrecht en wreedheid. Waarom laat ik me daar nu zo door van de wijs brengen. Hoe onwijs is dat? Wat heeft dit alles met mezelf te maken?
Ik weet dat niet precies, maar wat ik wel weet is dat als ik somber ben, dat dit dan altijd met mezelf te maken heeft. Als ik tevreden ben over mijn eigen gedrag, dan kan een ander doen wat hij of zij wil. Mij breng je niet van mijn stuk. Ik sta waar ik sta. Maar hoe sta ik nu? Ik sta niet stevig, ik wankel. En waarom? Om heel veel redenen.
Wat me het meest afstoot in mijzelf op dit moment is dat ik te snel een mening heb. Als of ik wat zou weten. Ik weet helemaal niks en ik kan eigenlijk nergens over oordelen. Maar dat doe ik de hele dag. Daar wordt ik helemaal gek van. Hoe ouder ik ben geworden, hoe een grotere beterweter. Jakkes. Ik ben er helemaal klaar mee.
‘Ware kennis bestaat erin te weten dat men niets weet’ heeft Socrates gezegd. En dat dit wijs is, besef ik nu pas. Ik voel het tot in mijn vezels. Kan ik dit ook goed onthouden en ernaar leven? Ik ga het proberen, want ik denk dat daarin de sleutel zit tot het beëindigen van mijn trieste gevoel. Dit zal voor een ieder anders zijn. Maar als jij je hierin herkent, dan is dat meegenomen. Daarom heb ik dit stukje geschreven.
Mijn naam, Shabnam
Die naam heb ik niet bij geboorte gekregen. Ik ben geboren als Monique en heb zo geheten tot, meen ik, mijn 33e levensjaar. Vijf jaar daarvoor had ik me bekeerd tot de islam en ik voelde me daarin erg alleen staan. Mijn ouders waren atheïst en mijn broer agnost. In mijn omgeving had ik geen vrienden met hetzelfde geloof. Mijn vrees was in die tijd dat ik, in geval ik onverwachts zou komen te overlijden, gecremeerd zou worden. Daarom meende ik dat het belangrijk was dat ik mijn voornaam veranderde in een islamitische naam. Dat zou wellicht helpen en mensen niet op het idee brengen mijn lijk te verbranden. Ik vroeg aan mijn toenmalige echtgenoot welke naam passend kon zijn voor mij. Hij koos de naam Shabnam uit, omdat dit de naam was van een actrice die hij erg bewonderde. Via een advocaat wist ik mijn voornaam officieel veranderd te krijgen. Sindsdien ga ik als Shabnam door het leven. Monique is volledig verwenen. Later ontmoette ik veel medemoslims en er was eigenlijk geen enkele moslim die mijn naam herkende als islamitisch. De naam Shabnam is wel bekend in India, Pakistan, Afghanistan, Iran, Irak en Turkije. Daar weet men ook dat de naam dauwdruppel betekent. Maar Arabisch is de naam niet! Helemaal niet. Op internet las ik een keer dat de naam oorspronkelijk Perzisch zou zijn. Maar van een vrouw uit India hoorde ik dat de naam Shabnam voorkomt in de oeroude taal Sanskriet. De taal van het hindoeïsme. De religie die juist voorschrijft de doden te verbranden! Het is niet zo gek dat mijn toenmalige echtgenoot zich vergiste. Zijn taal (Pashtun en Urdu) bevat zowel woorden uit het Sanskriet als het Arabisch. Wist hij veel wat nu wat was. Pakistan en India waren vroeger één land. De splitsing in het overwegend islamitische Pakistan en het overwegend hindoeïstische India is relatief recent en over en weer beïnvloeden beide landen elkaar nog steeds in cultureel opzicht. Hun culturele erfenis is duizenden jaren oud. Ik heb het een tijdje jammer gevonden dat ik de naam Shabnam heb gekozen vanwege mijn geloof, omdat deze niets met islam en met Arabisch te maken heeft. Maar sinds vandaag ben ik er blij mee. Nu voel ik dat deze naam op mijn lijf geschreven is, mijn lijf dat zich prettig voelt bij yoga. Het voelt als thuiskomen. Ja, ik ben moslim en zal dat altijd blijven. Maar mijn lichaam herkent zichzelf in de oefeningen van yoga. Ik ben een moslim die houdt van yoga. Yoga brengt mijn lichaam en geest in balans , zodat ik een betere dienaar van Allah kan zijn. De profeet vzmh heeft gezegd dat een mumin (een gelovige) kennis moet blijven zoeken, zijn/ haar hele leven lang. Ook al moet hij/zij ervoor naar China reizen. Waarom zei hij China? Daar waren in zijn tijd nog geen moslims. Welke kennis zou men daar dan kunnen zoeken? De aloude wijsheid van grote wijzen als Confucius. Evenzo hebben andere Aziatische landen en of diverse landen overal ter wereld kennis te bieden. Het boeddhisme bevat wijsheid en het duizenden jaren oude hindoeïsme bevat wijsheid. Als moslim stel ik mijn hart open voor de wijsheid van andere culturen, wijsheid die niet in tegenspraak is met mijn geloof maar een aanvulling daarop.
Een huis bouwen in Spanje
Wil je een huis kopen of laten bouwen in Spanje, let dan goed op. Er kunnen veel adders onder het gras zitten en in sommige plaatsen blijkt er zelfs een huizenmaffia te zitten achter de ogenschijnlijk mooie voorgevel. Hier een voorbeeld van wat een argeloze bewoner kan overkomen. Dit is slechts één van de 60 gevallen van ‘dreiging met huisuitzetting’ op dit moment alleen al in Alahurin de la Torre, een mooi dorp in de provincie Malaga.
Hier is met zijn eigen woorden het verhaal van de Nederlander die een huis bouwde binnen de bebouwde kom van Alhaurin de la Torre:
“Een huis bouwen in Alhaurin de la Torre
Ik woon in Alhaurin de la Torre vanaf 1998 en heb hier bijna 15 jaar mijn laboratorium (electronica en thermo dynamica) gehad.
6 Jaar geleden kreeg ik kanker en heb mijn bedrijf verloren, kon niet meer naar mijn klanten, maar ben nu genezen.
Ik heb in die tijd de helft van mijn terrein verkocht (1500 m) en heb van dat geld een huis laten bouwen. Toen het klaar was, wilde de gemeente me geen eerste bewoning verstrekken. Ik ben naar de consejal (wethouder, Salvador) gegaan om te vragen waarom, daar ik een architect heb die zei dat alles correct was. En ook heb ik gezien dat het huis conform de tekening is gebouwd.
De consejal vertelde mij dat de occupatie (ik had toen geen idee wat dat was, blijkt het dak oppervlak te zijn) 1,4% te groot was, volgens het college van architecten een “lichtelijke” overtreding.
De consejal zei dat ik iets symbolisch moest betalen. Mijn antwoord: ‘Ok, maar het is niet mijn fout, het is de fout van de architect. Maar als het een symbolisch bedrag is, ok’.
Toen de sanctie arriveerde, bleek het 21000 Euro te zijn, te betalen is (naar ik meen) in 20 dagen.
Weer naar de consejal met de vraag of dat ‘symbolisch’ te noemen is.
Hij zei: ‘Nee, dat kan niet. Wanneer het college van architecten zegt dat het lichtelijk is, is dat zo en dat is niet conform deze sanctie’. En verder vertelde hij: ‘Op dit moment is de occupatie 10% van het terrein oppervlak en de gemeente gaat dat naar 30% verhogen, dus jouw 11,4 % valt dan binnen alle normen. Geef me alle papieren, wanneer die arriveren en ik ga het vertragen totdat we de wijziging naar 30% hebben en dan kan ik alles cancelen’. Leek me een eerlijk voorstel en ik vertrouwde hem.
Maar wat heeft hij gedaan?… Niets totdat de laatste betalingstermijn verstreken was en toen heeft hij de sanctie aan het patronato overgedragen (NB letterlijk is patronato een patronaat, maar in Nederland hebben wij dat niet in die zin. Hiermee wordt bedoeld: een kantoor dat zich bemoeit met de inning van allerlei soorten van betalingen). En volgens de wet heb ik alle rechten op verdediging of beroep verloren omdat ik niets gedaan heb totdat de laatste betalingstermijn was verstreken. Het was een val om te voorkomen dat ik in beroep ging, en helaas een heel sterke val.
Toen ik de consejal in het gemeentehuis ontmoette heb ik hem direct gezegd dat hij me in de val had gelokt. Hij zei: “Dat is niet mijn schuld, het is in opdracht van de burgemeester”.
Ik heb daarna een vergadering met de burgemeester gehad. Het antwoord was simpel: ‘Als je niet betaalt, breken we je huis af en dat is jammer voor zo een mooi huis met zo een mooi uitzicht…’.
Hoe weet hij dat? Wil iemand mijn huis hebben?
Het patronato wilde 600 Euro in de maand hebben, hetgeen ik niet kan betalen van mijn pensioen. We moeten ook een aantal jaren dubbele IBI (NB onroerend goed belasting) betalen (3000 Euro) Tevens ben ik niet echt sterk meer na de kanker en ik kan geen 7 km naar het dorp lopen en terug berg op met een lading boodschappen. Wij kunnen niet zonder auto. Ik ben 70 jaar.
Ik betaal elke maand 100 Euro en de gemeente heeft beslag op mijn rekening gelegd en heeft daar nog eens meer dan 500 Euro van afgehaald (Ik dacht dat men op een pensioenrekening geen beslag kon leggen, maar misschien zit ik fout).
Daar ik de 600 Euro niet kan betalen is er ook beslag op mijn huis gelegd en zal dat openbaar (?) worden verkocht.
En dat allemaal voor een ‘lichtelijke’ fout van een architect?”
Bang voor mijn eigen boek
Een tijd terug alweer ben ik begonnen met het schrijven van een boek, nadat ik daar een hele tijd tegenaan gehikt had. Ik vroeg me af of het een biografie moest zijn. Immers wat is interessanter dan het leven zelf om te vertellen. Toen bedacht ik dat de ‘story of my life’ te ongeloofwaardig is voor een boek en bovendien niet leuk. Ja, het heeft een ‘so far so good end’ en dat is leuk om te beschrijven. Dat doe ik eigenlijk al in mijn weblogs. Maar……om nu weer weg te duiken in de krochten van mijn eigen verleden, nee, dat lijkt me helemaal niet fijn. Daarbij komt dat mensen zich zouden kunnen herkennen in mijn boek en dat deze mensen dat misschien niet zouden waarderen. Ik wil niemand pijn doen die nog in leven is. En degenen die al overleden zijn, laat ze rusten in vrede en laat hun naam onbezoedeld blijven van negatief commentaar.
Dus werd het een roman. Het verhaal schreef zichzelf, zoals sommige echte schrijvers zo vaak zeggen. In een week of zes was het verhaal uit. Ik had zelfs genoeg woorden getikt om een ‘echt boek’ te vullen. Maar ik was toch niet echt tevreden. De karakters konden nog wel wat beter uit de verf komen, vond ik. Verder had ik gemerkt dat het schrijven me behoorlijk had opgeslokt. Uren zat ik te typen achter mijn laptopje zonder veel te merken van de wereld om me heen. Ook tussendoor droomde ik dikwijls weg om een bepaalde verhaallijn te bedenken of uit te diepen. ‘Waarom sloofde ik me zo uit?’, hoonde ik, pratend tegen mijn nijvere zelf. Dacht ik nu werkelijk dat er iemand op dit verhaal van mij zat te wachten? Er worden al zoveel boeken geschreven. Wat heb ik daaraan toe te voegen?
Niks, besloot ik, en ik ging me toeleggen op het lezen van boeken van anderen en nog meer dingen die ik leuk vond. Er zijn genoeg boeken op de wereld die gelezen kunnen worden. Waarom zou ik daarvan niet gewoon genieten. Ik liet het idee dat ik nog een boek aan de boekenstapel moest toevoegen los en schreef niet meer. Genoot in plaats daarvan van mijn vrije tijd, die immers beter niet nuttig opgevuld kan worden om vrij te blijven.
Maar gisteren kreeg ik ineens een nieuw idee naar aanleiding van een boek dat ik aan het lezen was. Het boek was op zich niet eens zo geweldig geschreven of spannend, maar toch kon ik het niet loslaten en wilde ik steeds verder lezen. Waarom was dat? Omdat het boek geschreven was vanuit het gezichtspunt van verschillende personen. Dat maakte het voor mij interessant en onderhoudend.
‘Dat moet ik ook doen’, bedenk ik me nu. Ik wil mijn boek, dat nu nog in de ik-vorm is geschreven herschrijven. Ik wil het opnieuw schrijven maar dan vanuit de gezichtspunten van de verschillende personages in het verhaal. Jippie! Ik kreeg er gisteren echt zin in, toen dit idee bij me opkwam.
Maar waarom begin ik dan niet? Het boek ligt te wachten op mijn harde schijf en op een usb-stickje. Het wil herschreven worden, maar ik ben een beetje bang. ‘Cold feet’ noemen ze dat. Bang om de stappen te zetten. ‘Kom op, Shabnam, zo moeilijk is het niet. Niemand die je op de vingers kijkt. Het is geheel aan jou of je er ooit mee voor de dag wil komen. ‘Give it a try’. Laat die energie stromen en blokkeer jezelf nou niet.’ ‘O.k. morgen begin ik’, beloofde ik mezelf gisteren. En wat doe ik vandaag? Ik verdrijf mijn tijd met naar you tube filmpjes kijken over Jin Shin Jyutsu https://youtu.be/v6ZshVi78wk
Laat ik deze oeroude wijsheid toepassen. Even met mijn rechterhand de pink van mijn linkerhand beetpakken. Rustig blijven zitten tot ik de moed krijg om te beginnen………met schrijven en niet met steeds weer nieuwe uitvluchten bedenken, zoals: ‘even ventileren in mijn weblog’.
Kapper (4)
Ik ging weer naar de kapper, maar nu in mijn droom.
Ik loop langs een kapperszaak en voor de deur staat een blonde vrouw, die me heel vriendelijk begroet met ‘wa aleikum salam’. Dat is eigenlijk het antwoord op de islamitische vredesgroet. Het is niet gebruikelijk om met deze groet te beginnen. Ten antwoord geef ik haar het normale ‘begin’ van deze groet: ‘asalamu aleikum’.
Ze doet of we oude vrienden zijn en wenkt me naar binnen voor een knipbeurt en ik volg haar. ‘Hoe wil je het geknipt hebben?’ vraagt ze en ik antwoord: ‘Niet veel van de lengte af. Alleen de lagen wat op orde brengen.’ Tegelijkertijd bedenk ik me dat ik eigenlijk helemaal geen knipbeurt wil. Ik ben nog pas geknipt en mijn haar zit nu best goed. Het kan alleen maar verpest worden. Ik blijf toch zitten, meer om haar een plezier te doen dan uit overtuiging. Ze begint me te knippen en intussen kijk ik naar een papier met met goudkleurige zegels dat ze in mijn hand heeft gedrukt. ‘Het gaat nog duur zijn ook’, bedenk ik me bezorgd. Ik voel me heel ongerust en opgelaten, maar kan niet meer weg. Ze zegt dat ze eigenlijk mijn haar ook wil blonderen, maar ik leg haar uit dat dit niet gaat, omdat mijn haar bewerkt is met henna.
Als ze klaar is laat ze me het resultaat zien. Ik ben lichtblond en mijn haar is van voren en opzij kort geknipt als van een Haagse Harrie met in mijn nek lange haren als een matje. Ik schrik me rot en ik ben woedend. ‘Hoe kan je dat nou doen!’ zeg ik streng tegen haar. ‘Je hebt dit expres gedaan, hè.’ Ze kijkt me schuldbewust aan en haar gezicht heeft ineens iets duivels. ‘Je begrijpt wel dat ik hiervoor niet ga betalen’, zeg ik boos en ik loop de winkel uit. Ze durft daar niets van te zeggen.
Dan sta ik buiten en besef dat ik mijn tas binnen heb laten liggen. Daarin zit mijn geld en al mijn belangrijke pasjes en rijbewijs. Ik moet weer naar binnen, maar de deur is op slot. Ik ben al bang dat ik op de deur moet gaan kloppen om binnengelaten te worden, maar dan zie ik dat de deurknop een draaiknop is met een drukknop er bovenop. Ik druk op de knop en tegelijk draai ik de knop en de deur gaat open. Dan loop ik snel naar binnen en gris mijn tas weg, die gelukkig nog op dezelfde plaatst ligt onder de stoel, waarop ik geknipt ben. Zonder iets te zeggen of iemand verder aan te kijken been ik naar buiten met mijn krankzinnige kapsel.
Ik word wakker met een rotgevoel. Het is tijd om op te staan en te douchen. Ik ben blij dat ik mijn eigen haren nog heb, als ik in de spiegel kijk.
Kapper (3)
Volgens mij hebben ze ergens in een krant een rubriek (gehad) waarin ze gehaktballen keuren door op allerlei locaties een broodje bal te verorberen. Zo een rubriek kan ik ook beginnen, maar dan met kappers. Wat heb ik bij veel verschillende kappers in de spiegel gekeken! Zelden met plezier. Ik voel me onzeker bij kappers, durf niet te eisen en en te keuren. Onderga gelaten wat men met mijn haar belieft te doen.
Nu ‘loop ik’ bij een kapper die me is geadviseerd door mijn oudste dochter. De kapster zou daar heel goed zijn. De eerste keer ging ik met m’n dochter samen en toen werd ik geknipt door een blonde kapster met schouderlang haar. Ze deed het niet slecht, maar dat was vooral zo volgens mijn dochter. Zelf was ik niet zo tevreden. Ze had de lagen van achteren te lang gelaten naar mijn smaak. Maar ok. Omdat ik ook niet zo gauw een alternatief had en wel veel ervaring met nog erger verknipte haren, ging ik nog eens naar dezelfde kapsalon. De tweede keer ging ik alleen en wilde ik natuurlijk weer dezelfde kapster die volgens mijn dochter zo goed zou zijn. Maar ik kreeg een andere, die een lok opzij volledig verknipte. Maar ja, ik liet het maar zo en liep twee maanden met de verknipte lok die ik toch in het gareel kreeg met een hoop haarlak.
Maar nu werd mijn haar wat te lang en ik wilde dus vernieuwde lagen, omdat ik weet dat ik dan mijn haar in golven kan kneden. Gewoon met mijn blote handen en wat mousse.
Ik ben op tijd bij de kapper, zit te wachten op hete kolen, omdat ik aansluitend op tijd bij Jules wil zijn. A. is bezig met een andere dame. Ze is al aan het föhnen en dat geeft me hoop. Maar dat is niet het einde! Geanimeerd keuvelend kamt ze het haar van de andere dame tegen de draad in, waardoor het haar op een bos stro gaat lijken en vervolgens doet ze het in een knotje bovenop het hoofd van de vrouw. Ik blader ongeduldig in een leesmap die voor me ligt. Hij bevat quest, margriet en vriendin. Wat een geneuzel.
Dan staat ineens ‘A.’ voor me. Het is niet de A. die ik bedoelde. Ze heeft bruin haar tot op haar schouders, maar ze lijkt vriendelijker en hipper. Haar eigen haar zit goed in lagen. ‘Moet het haar nog gewassen worden?’ ‘Doe maar even met de plantenspuit’, zeg ik onverschillig. Haast is geboden. Maar wel rustig knippen graag. Ze begint wild in mijn haar te knippen, telkens plukken oplichtend. Als dat maar goed is! Ik praat luchtig mijn angst weg. Voel me, zoals gewoonlijk bij kappers, onzeker en niet de moeite waard. Dat gevoel krijg ik nu ook sterk, terwijl zij mijn haren knipt, even snel en routineus. Een knipbeurtje tussendoor bij een onmondige klant. ‘Nog meer van de lok af?’ vraagt ze. ‘Ik denk het niet’, antwoord ik besluiteloos. ‘Ik zal het even droogföhnen zodat u beter het resultaat kan zien’, biedt ze aan. Ze föhnt mijn haar en rukt er daarbij flink aan. ‘Auw’, breng ik zachtjes uit. Ze trekt zich er niks van aan. Ze ‘modelleert’ mijn haar in een sluik, elektrisch kapsel. Ik wil er bijna niet naar kijken en sta snel op uit mijn stoel. Opgelucht dat het voorbij is, reken ik af.
Na mijn bezoek aan Julian fiets ik snel naar huis. De plantenspuit er weer op en even mijn haar in model kneden. De schade valt mee. Het lijkt of er niets gebeurd is. Maar de lagen zijn wel beter aangebracht dan de vorige keer. Een wonder is helaas niet verricht.
De vraag blijft nu voor mij: ‘Hoe heet die andere kapster, die ik kennelijk niet zo goed beschreven heb?’ Wil ik het nog weten of ga ik de volgende keer weer eens verder kijken. Er zijn zoveel kappers……
Kapper (2)
Ik keek even in mijn telefoon en zag dat ik een gesprek gemist had. Dat was natuurlijk de kapper, die mij had teruggebeld, terwijl ik buiten in de zon verdwaalde haren naast mijn wenkbrauwen zat te plukken met een pincet.
Gretig bel ik terug. A. blijkt niet alleen op dinsdag, maar ook op vrijdag te werken en zij heeft nog tijd voor mij vandaag om 14.30. Dan zal ik wel snel moeten fietsen naar Jules, die om 15.00 uit school komt, maar op een paar minuten komt het niet aan. ‘Ok, dat is dan afgesproken’, zeg ik.
Dus vandaag gaan de lagen in mijn haar een beurt krijgen. Zoals meestal begin ik dan direct weer te twijfelen. Zo slecht zit mijn haar nu ook weer niet. Soms wordt het eerder minder mooi dan mooier van een knipbeurt. Straks knipt ze de slagen die nu spontaan in mijn haren komen, alsof ze krullen van geluk, eruit. Nou ja, toe maar. God, zegen de ingreep. Je kunt je haar ook niet maar zonder meer laten doorwoekeren.
Kapper
Ik moet weer eens naar de kapper. Dit besef komt bij mij altijd op als poepen en ik pak dan ook onmiddellijk de telefoon. Voor de verandering zit ik niet binnen vandaag maar buiten in mijn tuin in het zonnetje. ‘Met Beauty Brown Totaal’, klinkt het door mijn apple. Maar ik hoor het niet goed, zoals ik de laatste tijd wel vaker de persoon aan de andere kant van de lijn niet goed versta, sinds ik koffie over mijn mooie (maar naar ik nu gehoord heb) omstreden yuppending heb laten vallen. ‘U spreekt met…..’. Ik noem mijn meest recente naam, me erbij bedenkend dat deze er eigenlijk niet toe doet. Het meisje verstaat me niet, omdat ik mijn telefoon op ‘luidspreker’ heb gezet. ‘Ik bel nog wel een keer’, bied ik aan. ‘Dan hoor je me hopelijk beter.’ Bij een tweede keer bellen, met dit keer de telefoon niet op ‘luidspreker’, verstaat ze me inderdaad wel. ‘Ik dacht net dat u een man was’, ginnegapt het meisje, maar u bent een dame.’Ja, inderdaad’, bevestig ik. ‘Of nou ja, dame….’
Ik zeg dat ik graag een afspraak wil maken om geknipt te worden door een vrouw met blond, schouderlang haar, die mij eerder ook geknipt heeft. Daar zijn er twee van, vertelt het meisje me. ‘Het is een dame die een kind had en die niet meer zo heel jong was’, omschrijf ik haar. ‘Ik hoop dat dit geen belediging voor haar is’, voeg ik er haastig aan toe, wetend dat een mensenziel snel gekwetst is. ‘Ik ben zelf veel ouder, hoor’, zwak ik mijn omschrijving nog verder af. ‘Nee, dan weet ik wie u bedoelt’, juicht het meisje aan de andere kant van de lijn. ‘Dat is A. Maar ik kan nu niet in het systeem. Ik bel u terug. Over een uurtje ofzo.’
Dat is goed. We zijn nu een uurtje verder en ze heeft nog niet gebeld. Of mijn haar goed zal zitten hangt nu af van een telefoontje dat al of niet gaat komen. ik geef me eraan over. Haar dat goed of slecht zit is ook maar betrekkelijk en hangt bij mij sterk af van weersomstandigheden.
Conditie
Het ochtendgebed heb ik verricht. Als ik ermee klaar ben, wacht ik even in mijn bed. Dit om mijn kinderen die voor het werk allebei moeten douchen niet voor de voeten te lopen. Ik luister naar het nieuws en hoor iets over bejaarden die gevaar lopen in de flats waarin zij in de regel worden ‘opgeborgen’. Ze zijn vaak niet goed ter been en als er brand uitbreekt vormt dit een groot risico. Hoe kunnen zij zich immers snel bevrijden uit de benarde situatie van bijvoorbeeld een brand, als de lift het niet doet en de brandtrap voor hen geen optie is. Omdat er in een bejaardenresort alleen maar bejaarden wonen is er geen jong en daadkrachtig persoon aanwezig om ze te helpen vluchten voor het vuur.
Er wordt gesproken over een vrouw van 67 die overleden is omdat zij zich niet snel uit de voeten kon maken. De journalisten hebben het over ‘de groep bejaarden’ onder ons. Ik bedenk me met schrik dat ik daar nu bijhoor met mijn 64 jaar. Ik behoor tot de groep mensen die meer risico loopt door het gebruik van krakkemikkige broodroosters die kortsluiting veroorzaken. De groep die zou kunnen gaan slapen zonder het gas onder het ouderwetse koffiepotje uit te doen.
Ik zet het nieuws uit en schud de gedachte als zou ik een bejaarde zijn van me af. Naast mijn bed staan mijn asics al klaar, die ik gisteren in een doos onder mijn bed vond. Ik heb me voorgenomen vandaag voor douche en ontbijt te gaan joggen. Ik kan niet echt zeggen dat ik popel om rennend de deur uit te gaan, maar weet ook dat ik dit nooit zal doen als ik vandaag de knoop niet doorhak. Zodra zoon en schoondochter het huis hebben verlaten trek ik de voordeur achter me dicht, gekleed in een sportbroek, t-shirt en vestje. Het is aardig fris. Ik spied om me heen of ik niet begluurd wordt door nieuwsgierige pottenkijkers. ‘Wat kan dat me eigenlijk schelen,’ spreek ik mezelf toe. ‘Ik doe niets dat verboden is.’
Als ik de weg moet oversteken geeft een aardige automobilist mij voorrang. Al te veel eer voor de paar meter die ik tot nu toe slechts heb afgelegd. Ik ren-dribbel verder. Het gaat niet lekker. Dan herinner ik me weer dat ik mijn voeten netjes moet afrollen. Hak-tenen, hak-tenen. Ja, nu gaat het al soepeler, Maar echt prettig voel ik me er nog steeds niet bij. Ik had gehoopt vogelgefluit te horen, maar de paar kleine vogeltjes die ik hoor worden overstemd door het gekras van meeuwen en kraaien. Het ochtendlied van de merel, waar ik zo van houd, is al lang gezongen. Ik ben te laat. Ik hoor wat machines dreunen van bouwvakkers. Op straat ligt een aanzienlijke hoeveelheid straatvuil. Mensen die voorbijlopen kijken me niet aan en ik mijd dan ook maar hun vijandige oogopslag. Ik jog door, neem geen pauze, voel wel dat het steeds beter gaat en dat ik het warm krijg. Maar het euforische gevoel dat ik vroeger gewend was te krijgen blijft weg. Ik voel geen grote plannen in me opkomen.
Al joggend bereik ik na een rondje van een ongeveer 2 kilometer de voordeur weer. Ik wil niet te hard van stapel lopen, maar dit langzaam opbouwen. Ik ga zitten, drink water, ga douchen, neem een ontbijt en merk dat de koffie mij niet smaakt. Ik heb een daverende hoofdpijn en voel snot achter mijn wangen. Aha, ik ben verkouden aan het worden! Vandaar dat ik me niet lekker voel en geen eetlust heb.
Ik ben even gestopt met dagelijks joggen……Eerst maar uitzieken.