Vreemde eend

Een paar dagen geleden heb ik mijn hele weblog kunnen opslaan in een PDF document met behulp van de plugin ´print my blog´. Daarna dacht ik erover mijn weblog helemaal van internet te halen, te meer omdat ik zag dat het door niemand meer bezocht werd. Ik miste het schrijven in het weblog niet, maar voelde het ´niet meer hoeven schrijven´ eerder als een bevrijding. Maar toen ik inlogde bij Strato en op het punt stond om mijn account en domein op te zeggen kon ik het niet. Ik besefte dat ik er nog niet aan toe was om mijn weblog te missen.

Wel blijft het zo dat ik steeds minder weet wát te schrijven. Ik voel me qua opinie en hoe ik denk over het leven een vreemde eend in de bijt, zoals ik dat ook al voelde in mijn jonge jaren. Is het dan wel verstandig om je gevoelens en gedachten te delen met lezers die je waarschijnlijk toch niet begrijpen of zelfs afwijzend staan tegenover je gedachten? Men zegt dat we leven in een democratisch land. Daarin zou het zo moeten zijn dat elke mening zijn recht van bestaan heeft en dat mensen tolerant staan tegenover elkaar en tegenover meningen die afwijken van de hunne. Dat idee heb ik niet. Integendeel heb ik het idee dat ik nu moet oppassen voor mijn woorden. Alles kan tegen me gebruikt woorden. Zo een sfeer heerst er nu. Dat remt mij enorm in mijn uitingen.

Laatst keek ik een paar talkshows terug op NLZiet. Dit om een beetje voeling te houden met wat mensen voorgeschoteld krijgen op de TV. Om de beurt mocht iemand zijn kennis of mening aangaande een actualiteit vertellen aan de talkshow-host. Ik kreeg daarbij sterk het gevoel dat er al een gemeenschappelijk standpunt was in de groep en dat de spreker die aan de beurt was moest oppassen binnen de lijntjes van dat gemeenschappelijke standpunt te blijven met zijn of haar woorden. Ik zag overwegend zure gezichten. Sommigen keken naar de ander of ze deze rauw lustten, maar dat non-verbale gedrag werd uiteraard niet in woorden getoond. Het maakte me triest. Ik besefte dat ik niets miste met het nooit kijken naar talkshows. Liever kijk ik naar interviews die worden gedaan door goede interviewers.

Waarin wijk ik af van de gangbare standpunten? Ik denk wat betreft mijn geloof. Het is al lange tijd voor veel mensen niet meer ´cool´ om te geloven in een Schepper. En dat terwijl het geloof in een Schepper voor mij het belangrijkste is en de leidraad voor mijn leven vanaf mijn vroegste jeugd, ook al waren mijn ouders atheïst. Zonder dat geloof had ik mijn leven niet kunnen leiden zoals ik dat gedaan heb, ondanks alle tegenslag. Ook nu put ik kracht uit mijn geloof en voor mij is het onvoorstelbaar dat mensen denken alles aan te kunnen zonder geloof. Ik denk dat dit maakt dat ik me een vreemde eend voel tussen mensen die denken dat alles maakbaar is tot het bittere einde.

Ik ben weer gaan lezen in de Koran en in boeken met de levenslessen van Sheikh Nazim (die ik alle in mijn e-reader heb overgezet). Daarin te lezen geeft mij veel vrede en steun. Een vrede die ik niet kan putten uit de ellende die heerst op veel plekken op de wereld en de reacties van mensen daarop.

Ik denk dat iedereen wel ergens in gelooft. Voor de één is dat de democratie, voor de ander de vrijheid van het individu, of de kracht van het succes als je er zelf maar in gelooft en goed je best doet, enz. Ik geloof in Allah/God, de Barmhartige en Vergevingsgezinde.

Het gevaar van boos worden

Eens vroeg een trouwe moslim aan de profeet vzmh wat hij moest doen om dichter bij Allah te komen. De profeet antwoordde: ´Wees niet boos´. ´Maar ik ben niet boos,´ sprak de man hierop. ´Ik wil alleen maar weten hoe ik dichter bij Allah kan komen en een betere moslim kan zijn.´ ´Wees niet boos,´ zei de profeet nogmaals en dit zelfde herhaalde zich voor de derde keer. De man had niet begrepen wat de profeet hem wilde duidelijk maken. Om dichter bij Allah te komen moet je in staat zijn je woede te beheersen, één van de moeilijkste dingen voor de mens, die geneigd is tot reageren met woede op gebeurtenissen, beledigingen, valse beschuldigingen enz.

Grandscheikh Abdullah ad Daghestani zei tijdens zijn leven dat teneinde een stapje dichter bij Allah te komen, cq je iman (geloof) te versterken, je minstens 40 dagen niet boos moet worden. Dan zou je een stapje verder zijn in je iman. En na nog eens 40 dagen niet boos zijn zou je nog een stapje verder komen, enz. Bij een aanval van woede evenwel, zonder dat je daarvoor achteraf vergiffenis vraagt aan Allah, zou je geloof een flink aantal stappen kelderen. Hij gaf ook het advies nooit langer dan drie dagen boos te blijven.

Beheersing van woede en geduld zijn veel geprezen deugden in zowel de islam als het soefisme. Er is een soefiverhaal over een soefiwijze die al een heel stuk gevorderd was op de weg naar nabijheid met de Geliefde (de Schepper, Allah). Hij werd dan ook alom gerespecteerd als een wijs en verlicht man. Hij was al jaren niet meer boos geweest. Op een bepaald moment kwam hij terecht in een streek waar men nog niet van hem gehoord had. Iemand vroeg hem of hij moslim was. Hierop ontstak de man in grote woede. ´Kan je dat niet aan me zien?´ brulde hij. ´Zie je niet hoe ik erbij loop, met mijn tulband en mijn staf? Weet je niet hoe bekend ik ben in het gebied waarvandaan ik kom?´ Hierop kelderde hij een flink aantal stappen in zijn iman. Zijn nafs (ego) had hem in zijn greep gekregen. Zijn arrogantie en ijdelheid verleidden hem tot deze woedeaanval.

Het nafs (ego) ligt overal op de loer om ons te strikken en veroorzaakt foute intenties en reacties. Het nafs doet zich voor als onze beste vriendje, een knuffelbaar diertje dat gekoesterd moet worden. Maar in werkelijkheid is het een stinkend monster.

Sheikh Nazim zei ooit dat als je in staat zou zijn om het ware gezicht van je nafs te zien, dat je dan dagen niet zou kunnen eten of slapen van walging. Je grootste vijand is je nafs. En de grootste jihad of strijd (Jihad ul Akbar) is de strijd tegen je eigen nafs. Onze vijand moeten we niet buiten onszelf zoeken maar binnenin onszelf. Als iedereen dat zou doen, dan was er vrede in de wereld.

Sheikh Nazim zei ook: als je je nafs onder controle hebt gekregen dan berijd je deze als een gevleugeld paard. Maar als je je nafs de controle laat overnemen over je ziel en je gedrag dan draag je het monster op je rug en loop je ermee te sjouwen. Verder raadt hij je aan om als je boos bent naar je gezicht in de spiegel te kijken. Dan kijk je het monster in de ogen.

Gedicht van de mysticus Attar

Ahmad vond dit gedicht op YouTube en toen ik het bekeek rolden de tranen over mijn wangen van herkenning en ontroering. Omdat ik het graag wilde delen met mensen die geen Spaans spreken heb ik de video gedownload en daarna voorzien van een Nederlandse ondertiteling.

Reza Fattahi

De video in zijn origineel is te zien op een YouTube kanaal genaamd The Two Worlds. Als je daar een kijkje neemt zie je dat er meer mooie video´s te zien zijn. Bovendien heeft de maker, Reza Fattahi, ook een website met mooie blogs. Hij heeft een boek uitgegeven op Amazon in drie talen met de titel ´The Two Worlds´.

Subliminale reclame

Ooit vertelde iemand mij dat in bioscopen mensen tijdens het kijken naar het filmprogramma advertenties kregen voorgeschoteld van frisdranken. En daarmee bedoelde deze niet de ‘normale’ reclame die je tussen de het voorprogramma en de film door krijgt te zien. Nee, hij had het over beelden (van bijvoorbeeld een flesje cola) die tussen de opnamen door in miniseconden zouden worden vertoond. Ze waren zo kort dat de toeschouwer het niet opmerkte, maar het zou intussen wel zo zijn dat de hersenen die beelden registreerden en onthielden. Intussen werd de kachel tijdens de voorstelling flink opgestookt zodat mensen dorst kregen. Als het dan pauze was, dan snelde menigeen naar het verkooppunt, waar pepsi en andere frisdranken werden verkocht.

Ik weet niet of het een flauwekulverhaal was.

Maar wat ik al enige jaren wel opmerk is dat in boeken, films en series openlijk enige propaganda wordt gemaakt voor het gebruik van alcohol. Als mensen iets te vieren hebben, troost nodig hebben of gewoon het gezellig willen hebben zie je ze met een een glas in de hand of een flesje naar elkaar proosten. Datzelfde lees je ook in boeken. Het is geen openlijke reclame, maar ik zie het wel als beïnvloeding en zelfs aanmoediging. Op die manier wordt drankgebruik tentoongesteld als een sociaal geaccepteerd gebruik, terwijl het toch gaat om een toxische stof die je oordeelsvermogen beïnvloedt en aantoonbaar niet goed is voor je lichaam.

Wat sigaretten betreft is er een nieuw bewustzijn sinds decennia. Roken is slecht voor de gezondheid en hangt samen met veel ziekten. Er mag geen reclame meer voor worden gemaakt. Maar drinken is nog steeds o.k. En in boeken en series wordt het vaak gepresenteerd als een waar troostmiddel dat bovendien nog zou verbroederen en vriendschappen in stand zou houden. Geen goed gesprek of gezelligheid zonder een glaasje! Ik overdrijf nu een beetje.

Het is iets dat mij dus opvalt aan hedendaagse films, series en boeken. Ik stoor me er niet aan. Ik hield vroeger (dat is nu bijna 50 jaar geleden) ook wel van een alcoholische versnapering, vooral van lekkere drankjes. En ik weet hoe het voelt als je een beetje aangeschoten raakt en dat warme gevoel vanbinnen krijgt. Ik begrijp dus de hang naar alcohol bij mensen heel goed.

In de Koran staat o.a. dat de nadelen van het gebruik van alcohol groter zijn dan de voordelen. In een later stadium van de onthullingen in de Koran (de Koran werd opgetekend gedurende een periode van 23 jaar) werd alcoholgebruik helemaal ontraden.

Zelf ben ik sinds ik moslim ben (nu 45 jaar en 4 maanden plus 7 dagen) geheelonthouder, net als Ahmad. ‘Wij hebben geen alcohol nodig,’ zegt Ahmad. ‘Wij kunnen zonder die drank genieten.’ En dat is waar. We zijn bovendien op een leeftijd dat we zo mogelijk nog bewuster met ons lichaam omgaan dan voorheen, omdat we graag zo lang mogelijk gezond willen blijven. Ik gun dat eigenlijk iedereen en daarom vind ik de nonchalance waarmee de eventuele schade van drankgebruik wordt weggewuifd zorgelijk. Mensen praten over vleestaks, suikertaks, enzovoort, uit zorg voor de te dik wordende welvaartsmens en het welzijn van dieren, maar over de schadelijke effecten van regelmatig drankgebruik hoor je niet zoveel, al wordt daar af en toe wel mondjesmaat aandacht aan besteed. Er zijn, denk ik, te veel mensen die graag alcohol drinken en dat ook zo willen houden. En er wordt goed aan verdiend.

Ik weet dat ik met dit stukje het risico loop dat de lezer me een zeikerd vindt ?.

Bio Moringa

Dit is geen reclame.

Ahmad had anderhalf jaar terug nog problemen met stenen in zijn blaas en een vergrote prostaat waardoor hij vaker moest plassen dan normaal. Dat laatste is een normale kwaal voor mannen op zekere leeftijd. Hij nam daarvoor op eigen houtje homeopathische ‘medicijnen’ in de vorm van voedingssupplementen.

Maar nu is hij geopereerd aan beide ongemakken tegelijk en plast hij weer als een jonge vent. Toch gebruikt hij nog steeds één van die voedingssupplementen. ‘Hoezo gebruik jij dat supplement nog?’ vroeg ik hem laatst. ‘Je hebt toch nergens last meer van? Wat is het voordeel?’ Het supplement dat hij dagelijks gebruikt heet bio moringa en hij koopt het bij Bol.

‘Ik heb het idee dat het me goed doet en energie geeft,’ legt hij uit. Er schijnen heel veel goede eigenschappen te zitten in het middel. Het zou goed zijn voor de botten en nog veel andere zaken Dagelijks eet hij er 3 tabletten van. Ik kijk op het potje. Er staat op: ‘dagelijks 1 tablet en de aanbevolen dosering niet overschrijden’. Wauw, Ahmad gebruikt al jaren een ‘superboost’! Ik waarschuw hem en zeg dat er op het potje staat dat hij er maar één per dag moet nemen.

‘Waarom neem jij het ook niet?’ zegt Ahmad. Ik bekijk de vele goede werkingen waarover men rept op internet en het lijkt me wel wat. Ik koop ook een potje en begin ze ook te nemen, 1 per dag. Dat is nu ruim een week geleden. ‘Merk je al wat van de werking?’ vraagt Ahmad een paar keer. In het begin merkte ik niet zoveel maar de laatste dagen begin ik echt wat te voelen. Het lijkt alsof ik veel meer energie heb. Ik loop met ferme tred, alsof ik ineens een paar jaartjes jonger ben. Ik ben minder moe, heb meer zin in activiteiten en ik heb mijn oude gewoonte opgepakt om weer spontaan met mensen te kletsen op straat, wat ik een hele tijd niet meer deed, omdat ik er gewoon geen inspiratie voor had en geen fut. Ik ben uitgelatener thuis en zing weer (al is het niet als een nachtegaal). Goed middel die moringa!

En dat terwijl we het een tijd terug nog veel hadden over ‘wat te doen bij overlijden van één van ons’. We maakten een protocol voor elkaar. Ik ordende mijn documenten, digitaal en qua papierzooi. En ten leste paste ik ook mijn begrafeniswensen weer eens aan bij DELA. Ik koos al eerder voor een natuurgraf, maar werd toen ontmoedigd door een medewerker van DELA die zei dat het lastig was en duur en dat er mogelijk niet genoeg plaats was. Vervolgens koos ik voor een islamitisch graf, maar dat heb ik nu weer gewijzigd, omdat ik zag dat er weldegelijk natuurbegraafplaatsen beschikbaar zijn op de Brabantse heide, een plek waar ik me verwant mee voel. Ik heb gekozen voor snel begraven, geen kaartjes, geen advertenties, geen bloemen, geen muziek, geen rouwauto’s, geen toespraken, geen koffie. Dat scheelt een hoop geld (waar DELA misschien niet blij mee is). Maar ik denk ‘cut the crap’ en stop me gewoon zo snel mogelijk in de grond in een biologisch afbreekbare kist of zonder kist. Dat zal mijn lichaam dienen als voedsel voor nieuw leven en mag ik lekker blijven liggen. Dit is natuurlijk en zeker ook volgens islam, maar dan zonder wassing en gebed. De wassing zal me niet schoonwassen van zonden en het gebed van anderen voor mij zal me ook niet redden. Ieder neemt zijn daden mee in zijn graf en er is geen mens die je na de dood nog kan helpen. Zo zie ik dat.

Het leven

Vandaag is het een regenachtige dag en die leent zich uitstekend voor activiteiten binnenshuis, zoals opruimen. Vandaag ging ik opruimend langs mijn documenten op de pc om te zien welke documentjes of hele mappen ik in de digitale prullenbak kon laten verdwijnen. Hierna ben ik van plan om ook een keer alle papieren documenten die ik bewaarde en die niet meer nodig zijn weg te gooien in de papierbak. Maar vandaag dus eerst even een duik in mijn digitale documentjes. Ik gooi heel wat documentjes in de digitale prullenbak. Zoals het hele ellendeverhaal rond de erfenis van wijlen mijn moeder, iets om maar liever voorgoed uit mijn geheugen en dat van de pc te laten verdwijnen. Al doende kom ik van alles tegen. Sommige documentjes trekken mijn aandacht, zoals het volgende met de titel ‘leven’:

“Het leven is een reis door de tijd”, zegt hij. “Je komt op kruispunten en moet je richting bepalen, elke minuut, elke seconde. En elke weg leidt weer naar een nieuw punt, waarop je moet kiezen. De keuzes die je maakt bepalen je leven. Er is geen terug, alleen vooruit”. “Heb je een advies voor mij?”, vraag ik hem. “Wees als een boom die altijd groen blijft in zomer en winter. Klaag nooit en zeg niet ‘waarom’, wees voortdurend dankbaar.”

Ik heb geen idee waar deze tekst vandaan komt. Is het de beschrijving is van een droom die ik had, een citaat uit een boek of een advies dat ik werkelijk heb gekregen van iemand of heb ik mezelf dat advies gegeven al typend? Kennelijk vond ik het in ieder geval zo belangrijk dat ik het wilde noteren en bewaren. In ieder geval vind ik het fijn om nu dit korte tekstje tegen te komen.

In het gegeven advies herken ik een soefi-gedachte die van mijn leermeester Sheikh Nazim zou kunnen zijn of van zijn leermeester grandsheikh Abdullah ad Daghestani. Laatstgenoemde sprak van de boom die altijd groen blijft en hij zei ook dat het niet goed is om ‘waarom’ te zeggen tegen gebeurtenissen die je overkomen, maar dat het beter is alles te zien als een gift van Allah waarvoor je dankbaar kan zijn. Ik vind het een mooie levensles, die ik ook in andere oosterse filosofieën ben tegengekomen.

In het westen zouden we in het kort kunnen zeggen. ‘Accepteer moedig wat het leven je biedt en kijk telkens opnieuw ter plekke wat de je het beste kan doen of zeggen. Kies bewust en blijf moed houden. En niet zeiken’.

Religie

Vanmorgen kwam aan de ontbijttafel godsdienst ter sprake en hoe dat een maatschappelijke cultuur beïnvloedt. We hadden het over gastvrijheid en hoe ik die mis in Andalusië. Toen we een keer in Arrahal waren, het dorp waar Ahmad geboren en getogen is, liet Ahmad mij het huis zien waarin hij was opgegroeid. We kwamen toen zijn overbuurvrouw tegen die hij zijn hele leven gekend heeft. Ze maakten een praatje op straat en vervolgens liet de vrouw ons trots haar huis zien. Dat was vreemd voor Spanje, want in Spanje plegen mensen elkaar niet uit te nodigen in hun huizen. Ze ontmoeten elkaar veelal in de talrijke bars. Het is zeldzaam dat iemand die géén familie is een kijkje wordt gegund in het huis van een ander.

De vroegere buurvrouw liet ons dus haar hele huis en patio zien, maar ze bood ons niets aan, nog geen glas water, terwijl ze wist dat we vanuit Malaga waren komen rijden, wat meer dan 200 km zuidelijker ligt. Ik verbaasde me daarover.

‘Dat is zo anders in Pakistan,’ zeg ik tegen Ahmad. ‘Daar is een gast bijna een heilige. Hij wordt met open armen ontvangen. Mensen delen hun laatste eten en staan zo nodig hun bed af en slapen zelf op de grond, als de gast maar niets te kort komt. In de islam staat gastvrijheid hoog in het vaandel’.

‘Volgens mij is dat gebrek aan gastvrijheid niet de typisch Andalusische cultuur,’ zegt Ahamd, ‘maar is dit opgelegd door het katholicisme. Hetzelfde is het geval in Italië. Daar is men ook niet gastvrij voor mensen buiten de familie’. ‘Maar in Griekenland zijn (of waren ze in ieder geval) wel heel gastvrij, zeg ik. ‘Ook daar is men katholiek, maar orthodox en niet rooms. Dat is weer een heel andere cultuur.’ ‘Ja inderdaad,’ zegt Ahmad. ‘Ik ben er steeds meer van overtuigd dat religie, zodra het een machtsbolwerk wordt, steeds meer een hoeveelheid van beperkende en benauwende regels wordt, die mensen verstikken.’ ‘Dat is zo en dat zie je in alle godsdiensten gebeuren,’ zeg ik, ‘en vandaar dat zoveel mensen zich afkeren van elk geloof. Eigenlijk is hetzelfde nu ook aan het gebeuren in de islam. Er zijn een aantal intolerante en liefdeloze imams die mensen bang maken in de moskeeën.’ ‘Bij het ontstaan van de islam was de islam een spirituele realiteit zonder naam en nu is het een naam zonder spirituele realiteit,’ zegt Ahmad. ‘Mooi gezegd,’ antwoord ik.

En dan begin ik over mijn Marokkaanse buurvrouw die laatst aan mijn deur kwam om iets te bespreken over de glazenwasser. Zij vertelde me dat ze met vakantie ging naar Marokko en had het over de betaling van de glazenwasser terwijl zij weg zou zijn. ‘Eigenlijk zouden we hadj gaan doen,’ zegt ze spijtig, maar met alle voorwaarden die men nu stelt en hoe ingewikkeld het is om erheen te mogen was het hun dit jaar niet gelukt toegang te verkrijgen en aangezien ze wel al vakantie hadden genomen gingen ze nu naar Marokko. Ik zei haar dat ik het jammer vond voor haar dat de hadj niet doorging en vertelde dat ik hadj gedaan had in 1999, toen het nog niet zo ingewikkeld was om dat te regelen. Ze was verbaasd. Daar stond zij met haar hoofddoek en keek me aan, terwijl ik daar stond in mijn spijkerbroekie en misschien wel met korte mouwen. ‘Dus je bent eigenlijk hadji,’ zei ze vol ontzag, alsof het een titel betrof of een diploma van goed gedrag. (NB Ik weet dat sommige moslims veel respect hebben voor mensen die hadj hebben gedaan, omdat dit gezien wordt als een soort wedergeboorte, maar voor mij betekent het feit dat iemand die op hadj gaat alleen dat deze het geluk heeft de gelegenheid ervoor te hebben en het geld ervoor over heeft.) Naar haar gezicht kijkend zeg ik: ‘Ik zie er niet zo uit en dat weet ik wel, maar ik wil niet opvallen’. ‘Dat is ook goed,’ haast zij zich te zeggen.

Ik weet dat met name in mijn buurt veel mensen een statement maken dat ze moslim zijn door bepaalde kleding te dragen. Ik heb ook een tijd in mijn leven een hoofddoek gedragen en wijde bedekkende kleding. Ik meende toen (en dat had ik vooral van ‘horen en zeggen’ van de moslims in mijn omgeving) dat dit goed zou zijn en ik ben een pleaser die alles zo goed mogelijk wil doen. Maar na het herhaaldelijk lezen van de Koran in diverse vertalingen heb ik geen bewijs kunnen vinden van de noodzaak van een hoofddoek of wijde kleding voor een vrouw of man. Ik meen dat het vooral gaat om een verzameling ethische regels die universeel zijn en feitelijk in vrijwel alle godsdiensten hetzelfde zijn en zelfs buiten een godsdienst voor elk logisch denkend mens vanzelfsprekend. Dat ik koos voor de islam om mijn religieuze gevoelens vorm te geven is met name omdat ik ontroerd werd door het lezen van de Koran en dat de islam geen paus kent of andere tussenpersoon tussen mij en de Almachtige. Dat imams nu optreden als experts en mensen schrik aanjagen met donderpreken, die hel en verdoemenis als afschrikmiddel gebruiken om allerlei regels aan mensen op te dringen vind ik jammer. Hetzelfde gebeurde en gebeurt nog in de de kerken.

Trots op kinderen

Helaas kan ik nog niet wandelen, maar Ahmad maakte met mijn camera een foto van moeder zwaan, die nog steeds op haar 4 eieren zit. Het lijkt erop dat de geboorte nabij is, want vader zwaan stond midden op het pad te sissen naar voorbijgangers. Hij houdt de boel nu goed in de gaten.

De filmpjes van het verjaardagsfeest bij mijn eerstgeborene zijn af en ik ben er zelf heel trots op hoe ik het feest en de sfeer ervan heb weergegeven. Ik geniet nog steeds na van de warme omgeving waarin we verkeerden.

Mijn kinderen en ik hebben veel meegemaakt. Ze zijn nooit verwend qua spullen of vakanties. Ze groeiden op in een weliswaar groene maar simpele buurt met sociale woningen, een buurt die steeds meer ging bestaan uit migrantengezinnen. Sommige kinderen in deze buurt hebben het niet gered om mee te komen in de race die onze samenleving nu kenmerkt. Ik heb lange tijd gedacht dat het ook niet opschoot met mijn kinderen. Zij hielden geen van allen van school en leren. Ik zat ze wat dat betreft nooit achter hun broek. Voor mij was belangrijk dat zij zich goed gedroegen tegenover hun medemensen en niemand anders pijn deden. Dat ze niet logen. Ik heb veel met ze gepraat en uitgelegd en meende dan vaak dat wat ik zei niet bij ze binnenkwam. Er waren tijden dat ze helemaal niet naar me leken te luisteren en verzwegen waar ze mee bezig waren. Ik was geen moeder die kon straffen. Als een kind sorry zei was dat voor mij vaak genoeg. En ook zonder sorry vergaf ik ze veel. Ik hield gewoon van ze zoals ze waren met ieder hun heel eigen persoonlijkheid. Vaak vergat ik ook werkelijk wat ze hadden uitgevreten. Ik heb ze altijd willen bemoedigen en laten worden wie ze waren. Soms hield ik mijn hart vast wat er van ze zou worden.

Er is een tweedeling in deze maatschappij. Je hebt de ‘happy few’ die hun schaapjes op het droge hebben en zich geen zorgen hoeven te maken over rekeningen. Zij zijn succesvol in het werk dat ze doen en verdienen daarmee een goed salaris of hebben een eigen succesvol bedrijf. En je hebt de mensen die hard werken in minder betaalde banen en zich wel zorgen maken over de rekeningen die ze moeten betalen, die voor hen steeds onbetaalbaarder worden. En je hebt de mensen die helemaal niet betaald werken om wat voor reden dan ook. Omdat ze het niet kunnen vanwege lichamelijke of psychische redenen of met een andere motivatie. Soms lijkt het leven van een uitkering met alle subsidies die je dan krijgt gunstiger te zijn dan werken voor een iets hoger inkomen maar dan zonder die subsidies waardoor je uiteindelijk in een minder gunstige materiële positie verkeert.

Ik ben er trots op dat mijn kinderen, ondanks dat ze opgegroeid zijn in een buurt die ze nu ‘achterstandswijk’ noemen, nu behoren tot het segment dat ‘de happy few’ wordt genoemd. De posities die ze hebben en het werk dat ze doen is niet vanwege het profijt van een studie maar vanwege de verdienste van hun persoonlijkheden en intelligentie, die gelukkig niet alleen bepaald wordt door het aantal feiten dat je in je hoofd hebt zitten. Het zijn hun liefdevolle en openhartige karakters waar ik trots op ben. Kennelijk werkt een mooi karakter ook zijn vruchten af in de maatschappij.

Ik had zelf niet kunnen bedenken dat het zo zou gaan. En dat ik mag zien als moeder dat ze nu ook nog zo hecht zijn met elkaar geeft mij een enorme rust.

Er is naast de drie kinderen die redelijk in mijn buurt wonen ook nog ‘het buitenbeentje’. Hij heeft helaas geen contact met zijn broer en zussen maar wel met mij. Over hem hoef ik me ook geen zorgen te maken. Hij is een begenadigd timmerman en leeft rustig en afgelegen op een plek die bij hem past.

Ik weet dat mijn leven eindig is zoals dat van iedereen en dat de dood steeds dichterbij komt. Maar de tijd is voorbij dat ik dacht dat ik nog onmisbaar was wat betreft de zorg voor mijn kinderen. Ze hebben goede partners, hun kinderen en elkaar. Ik voel me gezegend dat ik dat mag meemaken. Alhamdulillah.

Herinneringen aan sheikh Nazim

Vandaag heb ik nog niet geschreven in mijn weblog. Ik heb me voorgenomen elke dag wat neer te schrijven, ook al weet ik niet wat. Dat is voor mij ´oefenen voor het schrijverschap´. Het spreekt me aan wat veel schrijvers zeggen: dat je niet moet wachten op inspiratie maar gewoon moet gaan zitten voor je pc of je papier. Dan kijken wat er komt. Gisteren was ik bijvoorbeeld helemaal niet van plan om alles te schrijven wat ik toen schreef. Ik had een vaag plan in mijn hoofd, maar altijd schrijf ik anders en meer dan ik van plan was. Laten we kijken wat er vandaag gebeurt.

Gisteren dacht ik aan sheikh Nazim en wat hij voor mij heeft betekend in de jaren dat ik hem mocht meemaken als murshid (leraar). Ik ben al moslim vanaf 1 april 1978, maar ik was daarin lange tijd heel eenzaam. Hoewel mijn toenmalige man in naam ook moslim was, zijn voorvader was zelfs een heilige van wie het graf nog altijd wordt bezocht door bedevaartgangers in Kabul, deed hij weinig aan zijn geloof. Ik verrichtte alle rituelen in mijn eentje, het bidden en het vasten. Ik kende verder niet één moslim. Mensen zagen mij ook niet voor een moslim aan. Mijn familie begreep er niets van dat ik gekozen had voor een in hun ogen zo achterlijk geloof. Ze wisten er weinig van en het hielp niet als ik erover vertelde en met hun deelde wat het geloof voor mij betekende.

Toen ik wegliep uit het huwelijk en terecht kwam in Den Haag in 1993 bleef ik consequent moslim. Ook in Den Haag vond ik aanvankelijk geen aansluiting bij geloofsgenoten. Dat gebeurde pas in 1994, toen ik mijn jongste zoontje liet besnijden. In het ziekenhuis ontmoette ik een echtpaar (die ook een zoontje lieten besnijden) met wie ik contact bleef houden. Zij brachten me in aanraking met het soefisme en met sheikh Nazim. In de jaarwisseling van 1995/1996 woonde ik een zikr-bijeenkomst bij in Ridderkerk en daar deed ik bayat (eed van trouw) in de Naqhsbandi Tariqat (Tariqat=weg). Iemand deed een dua (smeekbede) waarin ik mij zo herkende dat ik in tranen uitbarstte. Alles viel voor mij op zijn plek. De reden waarom ik psychologie studeerde, hoe ik mij het leed van iedereen om me heen aantrok alsof alles mij aanging en de reden waarom ik me bekeerde tot de islam na het lezen van de Koran. Ik had me voorheen totaal niet herkend in medemoslims, maar in die voor mij belangrijke nacht herkende ik me wel in het streven van de broeders en zusters van deze soefigemeenschap (de Naqhsbandi). Toen had ik nog niet eens sheikh Nazim zelf ontmoet. Ik heb hem kort daarna wel gezien in een droom, evenals grandscheikh (de leermeester van sheikh Nazim) Abdullah Dagistani.

Ik zag sheikh Nazim pas in levende lijve in Engeland en in Duitsland, tijdens de ramadan. Sheikh Nazim, die toen ongeveer 70 jaar was, kwam in tijdens elke ramadan naar Duitsland of Engeland om met ons te bidden en zijn sohbets (lezingen uit het hart) te geven. Zijn lezingen raakten me telkens weer. Ik leerde heel veel. Elke keer ging ik na een paar dagen naar huis met een ´opgeladen batterij´. De jaren erna reisde ik regelmatig naar Engeland en Duitsland. Mijn jongste kinderen gingen mee. Toen sheikh Nazim ouder werd en niet meer reisde ging ik naar Cyprus (waar de sheikh woonde in zijn dargah in Lefke) om van hem te blijven leren.

Het allerlaatst dat ik in Cyprus was en sheikh Nazim nog heb mogen ontmoeten was dat met Ahmad in 2008.

Gisteren had ik het erover met Ahmad. ´Ik denk dat sheikh Nazim als een vader is geweest voor mij, zoals ik die niet eerder had.´ Ik was niet een murid (leerling) die constant in de rij stond om zijn hand te kussen. Het paste voor mij niet om dat te doen, hoe de andere murids me ook verzekerden dat ik dat juist wel moest doen, omdat ik zo de ´zegen´ zou krijgen. Ik geloofde niet in die idolatrie. Ik had zoveel respect voor sheikh Nazim dat ik het eerder passend vond om voor hem een kleine buiging te maken en netjes hem ruimte te geven om zijn weg te vervolgen. Voor mij was het belangrijk om hem te observeren en naar hem te luisteren. Elke sohbet die hij gaf was naseeha (goede raad).

Ik ben heel blij dat ik sheikh Nazim heb mogen ontmoeten.