Nuttigheidsdrang

Sommige mensen zijn op zoek naar geld, anderen naar roem, weer anderen naar geluk of prettige ervaringen. Ik heb last van het idee dat ik nuttig zou moeten zijn voor een ander en dat alleen dat me bestaansrecht zou geven. Vandaag besefte ik ineens dat ik vrijwel altijd handel vanuit dit perspectief. Ik heb me jaren niet afgevraagd wat er nog meer is dat ik zou willen. Ik had het daarvoor te druk met nuttig zijn😉.

En nu neemt het belang van mijn rol in het leven van anderen af. Of in ieder geval heb ik de neiging om die rol steeds meer te onderschatten. En zo kom ik weer terug bij de vraag die ik lang geleden als puber had: ‘Waarom ben ik hier op de wereld? Wat doe ik hier?’ En nu, als 70-jarige, denk ik direct daarna: ‘Wat een zinloze vraag’. Vragen vogels en andere dieren zich dit af? Vraagt een kind zich dit af? Is het een vraag die je moet stellen? Het feit dat je op de wereld bent is voldoende om te beseffen dat je dus kennelijk bestaansrecht hebt. Ik heb daar altijd moeite mee gehad, besef ik nu. Heb altijd het idee gehad dat ik ‘teveel’ was. Dat ik er eigenlijk niet moest zijn en in ieder geval niet hoorde bij de rest van de wereld. Het kostte me moeite om plaats in te nemen. Ik had de neiging om voor iedereen een stap opzij te doen. ‘Gaat u voor.’ In mijn beleving hadden anderen altijd meer dan ik recht op een plaatsje in de wereld. Dat heeft mijn leven in behoorlijke mate bepaald. Toen ik recent afgestudeerd was als psycholoog, vond ik nog steeds dat ik niet echt een psycholoog was. Ik wist te weinig, vond ik. Bovendien had ik grote twijfels over het nut van mijn vak voor anderen. Laat staan om geld te verdienen aan diensten, waarvan het nut zo weinig vast stond. Als je zelf zo weinig overtuigd bent van het nut van je eigen ‘vak’, hoe zou je dan een ander daarvan kunnen overtuigen? Ik heb dan ook mijn hele leven ander werk gedaan. Mijn psychologische kennis kwam hier en daar wel van pas, maar uiteindelijk was het leven zelf mijn grootste leerschool en heb ik met die kennis het meeste kunnen betekenen voor anderen, zij het niet in directe zin daarvoor betaald.

Nu heb ik nog weinig werk te doen voor anderen. Ik houd me onledig met af en toe een stukje schrijven in mijn weblog, dat door slechts een enkeling gelezen wordt, mijn publieke dagboek. Als ik mezelf vergelijk met mensen die duizenden of miljoenen volgers hebben, besef ik dat het ‘nut’ en in ieder geval het bereik van mijn stukjes minimaal is. Hetzelfde geldt voor mijn schilderijen. Ik werk er met veel plezier aan, maar heb er nog niet veel mensen mee blij kunnen maken. Dat doel heb ik niet. Het plezier in het schrijven en schilderen is voldoende voor mij.

Wat ik nu wil bereiken is af zijn van het idee dat ik nut moet hebben. Ik ben er. Als een ander me nodig heeft, ben ik bereid te helpen. Zo niet, dan heb ik ‘tijd voor mezelf’. Dat is een onwennig begrip voor mij. Ik mag er dan gewoon zijn, zonder nut. Nou nog de kunst om dat te geloven en daarnaar te leven……

De overbodigheid van klokken en horloges

In het digitale tijdperk waarin we nu leven is het gemakkelijker dan voorheen om te weten hoe laat het is. Men hoeft maar op zijn smartphone, tablet, computer, tv-kastje, fornuis of magnetron te kijken om daar achter te komen. Een horloge of een klok is daarmee overbodiger geworden dan voorheen.

Ik ben iemand die graag weet hoe laat het is. Mijn hele leven heb ik dan ook in vrijwel elke kamer een klok hangen. Ook mijn moeder was dol op klokken. Zij had op latere leeftijd in haar hele huis ouderwetse klokken hangen, die je handmatig moest opwinden door een gewicht omhoog te trekken. Het waren bovendien klokken, die op elk heel en half uur geluid gaven. Op straat zag je ‘vroegah’ nog vaak klokken hangen. Soms met een wijzerplaat en soms al digitaal, met afwisselend een aanduiding van de tijd en de actuele temperatuur. Die klokken mis ik. Het zien van die tijdsaanduiding op straat gaf me een geruststellend gevoel. Bovendien vond ik het interessant om te zien hoeveel graden het was. Een soort service aan de burger, die we nu missen.

Horloges zijn een luxe artikel geworden. Bij de vitrines van horloge-afdelingen in winkels zie je nog steeds mensen zich vergapen aan de ‘bling bling’ van horloges van dure merken. Het is nu een statussymbool geworden, net als een dure tas. Maar steeds minder zie je mensen daadwerkelijk lopen met horloges om hun pols. Ikzelf heb nog een viertal horloges, erfstukken en cadeaus van mijn kinderen, die ik niet veel draag. Momenteel is er niet één van met een batterij die het doet.

Laatst gaf ik mijn kleindochter een horloge cadeau voor haar verjaardag. Ik zie het schattige kind nooit met dat horloge. En ik begrijp dat heel goed. Oma is op de proppen gekomen met een heel ouderwets en gedateerd cadeau. De jaren die volgen ga ik dit pientere meisje geld geven, net als mijn andere kleinkinderen. Zij kan dan zelf bepalen wat ze graag wil kopen van haar verjaardaggeld.

Eenzaamheid

Zoals sommige lezers weten doe ik een paar keer per week boodschappen voor mijn wat oudere overbuurvouw. Daarnaast verricht ik wat hand en span diensten, zoals het in de container gooien van haar vuilniszakken en andere kleine karweitjes die voor haar nu lastig zijn. Maar ik denk dat het belangrijkste voor haar het contact is dat we op die manier hebben. Doordat ik vaak even bij haar ben en door de gesprekken die we dan hebben is er ook menselijk contact. En dat is heel belangrijk.

Ik weet dat jongeren ook last hebben van eenzaamheid en een geïsoleerd gevoel vanwege de corona-maatregelen. Maar jongeren hebben nog altijd hun virtuele platform. Via internet hebben zij nog contact met anderen. En zij kunnen de deur uit voor boodschappen of een wandeling.

Het is voor iemand die mobiel is en naar buiten kan moeilijk om zich voor te stellen hoe het is voor een aan huis gekluisterde oudere, die geen internet heeft en geen smartphone, om de hele dag binnen te zitten en te wachten tot er iemand belt of langs komt. Vanmorgen belde ik mijn buurvrouw om te vragen of ik vandaag wat boodschappen voor haar kan halen en ik trof haar heel verdrietig. Ze had het hele weekend alleen gezeten en gisteren tevergeefs met een pot koffie zitten wachten op haar ex-schoonzoon, die elke zondag langs komt. Hij kwam niet en belde ook niet af! Toen zij haar kleinkind belde, werd ze weggedrukt en ook niet teruggebeld. Ze weet dat ze die dingen niet persoonlijk moet opvatten en dat het gewoon kan zijn dat haar kinderen en kleinkinderen het druk hebben. Maar alsnog doet het pijn. Het doet haar verdriet dat er niet de moeite wordt genomen om later terug te bellen.

Ze huilde aan te telefoon. Ook deze flinke en sterke vrouw, die goed alleen kan zijn, heeft haar breekpunt. En dan is zij nog iemand die, sloffend door het huis, haar hele huishouden nog zelf doet en zelf haar eten kookt. Ze zegt: ‘Ik kan me wel bezig houden met karweitjes in het huis, maar daarmee kom ik niet af van dat eenzame gevoel’. Zij is altijd een erg sociaal persoon geweest met heel veel contacten en dat is nu ineens erg anders. Dat is moeilijk voor haar, hoe goed zij ook probeert de moed erin te houden.

Zij is niet de enige. Ze vertelt me over vriendinnen en kennissen van haar, die helemaal gek worden van eenzaamheid en geen zin meer hebben in het leven. Dat zijn thuiswonende ouderen.

Ikzelf ben ook een dagje ouder, maar heb een man naast me en lieve kinderen en kleinkinderen. Ik weet dat er voor mij ook een tijd kan komen dat ik alleen zal zijn en ik denk nu dat ik daar goed mee zal kunnen leven. Maar echt weten hoe dat is, dat kan ik niet. En zeker niet hoe het zal zijn als je hulpelozer wordt en afhankelijker van anderen.

Maar één ding weet ik wel. Dat het belangrijk is om te kijken naar anderen in je omgeving en om mensen je tijd te geven, als je die hebt. Wij ouderen en recent gepensioneerden met een nog goede gezondheid, hebben voldoende tijd om mensen die nóg ouder zijn dan wijzelf tijd te geven. Wij hebben tijd om hen te helpen met kleine karweitjes die zijzelf niet meer kunnen doen en bovenal met contact en vriendschap. De kinderen en kleinkinderen van die ouderen hebben die tijd niet, ook al zouden ze die wel willen geven aan hun oudere moeder of oma. Ze hebben het gewoon te druk met werk en gezin.

Dus ik zou een oproep willen doen aan jong gepensioneerden zoals ik. Kijk in je omgeving of daar een oudere is, die jouw hulp en gezelschap kan gebruiken. Het is leuk om te doen en misschien red je er een leven mee.

Schilderij af en prikken

Hala sultan Tekke moskee in Larnaca (Cyprus)

Inmiddels heb ik het schilderij van mijn kinderen weer op de ezel gezet om het portret van mijn kleindochter bij te werken. Ik ben ontevreden over hoe ik haar heb afgebeeld. Zij is nu 5 jaar en drie maanden. Haar gezichtje verandert met de dag, lijkt het wel. Zo lastig om het gezichtje van een kind in beeld te krijgen. Maar olieverf is geduldig. Je kan vegen, krassen en opnieuw schilderen. Van mijn fouten leer ik het meeste.

En ik heb een afspraak voor 2 Covid inentingen. Ahmad nog niet, want voor hem moet het telefonisch gebeuren, omdat hij niet kan inloggen met zijn digiD. De lijn is zo druk bezet dat men ‘mij niet te woord kan staan’. Ik moet het op een ‘later tijdstip’ opnieuw proberen. Dat blijf ik doen, als een hond die zich ergens in vastbijt en niet los wil laten 😉.

En….het is gelukt, ook de man naast me krijgt zijn prikken. Dat is een opluchting…..

N.B. Mensen die in 1951 of daarvoor geboren zijn en bovendien een digiD hebben kunnen op internet een afspraak maken voor een Covid vaccinatie via de volgende link. (Met dank aan iemand die mij hierop attent maakte via haar weblog).

Gekopieerd uit het AD van vandaag:

09:56

Wie in 19491950 en 1951 is geboren – de volgende groep die aan de beurt is – kan vanaf vandaag online alvast een prikafspraak inplannen. Het gaat om ruim 500.000 mensen  die het vaccin van Pfizer en BioNTech krijgen. Binnenkort krijgen zij een brief met uitnodiging in de bus. Voor een prik kunnen zij terecht bij één van de ruim tachtig GGD-vaccinatielocaties.

Koepelorganisatie GGD GHOR Nederland vraagt om afspraken zoveel mogelijk online te doen, omdat de komende weken het vaccinatietempo omhoog gaat. Naar verwachting komen er meer vaccins beschikbaar. GGD’s en huisartsen vaccineerden vorige week bijna een half miljoen mensen. In de loop van mei moeten per week meer dan een miljoen mensen worden gevaccineerd.

Wachten op lente en een prikkie of twee

Terwijl het buiten het buiten winderig en af en toe sneeuwerig is (arme planten), zit ik hier achter mijn pc in ons ‘huisje weltevree’. Af en toe hoor ik boven het motortje ronken van de glasslijper van bezige Ahmad.

Het leven is goed met een warm vestje en de centrale verwarming op 20. Maar o o, wat zien we uit naar meer dagen als die twee warmere dagen in de afgelopen week. De lente zal er toch eens komen, maar neemt haar tijd.

Evenals veel anderen kijken wij ook uit naar de prikkies die ons hopelijk meer vrijheid gaan geven. Dat Ahmad er ook één zou krijgen was allerminst zeker en zelfs onwaarschijnlijk. Krijgen Nederlanders die op dit moment in Spanje verblijven de het Covid-vaccin zonder probleem, hier is dat niet zo vanzelfsprekend. Ahmad is weliswaar wettelijk getrouwd met mij, maar hij heeft zijn domicilie in Spanje. En daarom staat hij hier niet geregistreerd als inwoner. En in dat geval kom je in Nederland ook niet zonder meer in aanmerking voor een inenting.

Na een hele ochtend mailen en bellen naar allerlei instanties kwam ik erachter dat hij geregistreerd moet zijn als ‘niet ingezetene’.

Dus vandaag gingen we op afspraak naar het stadhuis op het Spui, waar zich een loket ‘registratie niet ingezeten’ (RNI) bevindt. Daar bleek dat hij al een BSN nummer heeft, omdat hij ooit (in 2008) een paar jaar geregistreerd is geweest als ingezetene van Nederland. Daarna is hij uitgeschreven en zelfs zijn adres in Spanje is bekend. Hij is dus al geregistreerd als niet ingezetene! Hij kon daar tegen betaling ook een bewijs van krijgen. Dat hebben we maar gedaan. Alles voor het begeerde prikkie. Want zonder BSN-nummer geen prikkie.

Wat ik ervan geleerd heb is dat je in Nederland maar één keer een BSN-nummer krijgt toegewezen. Dat nummer blijft je nummer gedurende je verdere leven, of je nu geregistreerd bent als ingezetene of als niet ingezetene.

Wat doen wij in ons paasweekend

Het lijkt vandaag af en toe lekker weer, als je uit het raam kijkt. Soms zie je een vriendelijk zonnetje. Maar schijn bedriegt. Als je je buiten de deur waagt, dan waai je bijna uit je broek en voel je een snijdende kou.

Wat doe je in zo een geval? Wij houden onszelf bezig in ons ‘atelier’, waar we toevallig allebei werken aan het afbeelden van een moskee.

Als ik vanboven even naar de tuin kijk en neerzie op de lichte hagel die neervalt op de plantjes en de kabouters, die bij elkaar zijn gaan kleumen voor hun huisje, dan hoop ik maar dat de plantjes deze barre kou gaan overleven.

Ieder bezig met zijn eigen dingetje
wandversiering van de Mesquita de Cordoba in tiffany, waarachter een ledverlichting zal komen. ‘Mi artesano meticuloso’.

Het lekkerste recept voor Indonesische rendang

Mijn moeder is opgegroeid in Indonesië, het oude Nederlands Indië. Als klein meisje moest zij het doen met de diensten van de jongos, de kokkie en de baboe. Haar vader was niet thuis, want druk met zaken en haar moeder bracht haar tijd door met bridgen. Het moet voor mijn moeder een eenzame jeugd zijn geweest, met alleen een vier jaar oudere zus als gezelschap. Maar alsnog had zij goede herinneringen aan haar jeugd in ‘Indië’, met het warme klimaat, de mooie natuur om haar heen, de zoete bloemengeuren en het heerlijke Indische eten.

Eenmaal in Nederland en al op jonge leeftijd moeder van een gezin met twee kinderen, moest mijn moeder zich aanpassen aan een leven zonder bedienden. Dat deed zij geweldig. Mijn moeder was een heel energieke vrouw, die niet te verwend was om een huishouden te bestieren. Zij deed dat met overgave. Misschien was zij niet de vrouw die alle kleding streek en van wie alle kastjes stofvrij waren, maar zij kookte verrukkelijke gerechten en zij wist alles van plantjes en vogels. Zij verzorgde haar planten binnen en buiten heel goed. Daarnaast maakte zij zelf kleding voor ons. Zelfs mijn stief-familie, die geen hoge pet van haar ophad, moest toegeven dat zij een goede huisvrouw was en een goede moeder. Zo één die met de thee klaar zat als we uit school kwamen en die ook warme hapjes bereidde voor de lunch. Mijn broer en ik hadden over lekker eten nooit te klagen.

Mijn moeders topprestatie op kookgebied was haar rijsttafel. We kregen nooit veel familiebezoek, maar mijn ouders hadden wel een aantal vrienden en kennissen en die werden steevast uitgenodigd voor een rijsttafel. Mijn moeder was dan al een dag van tevoren in de weer met het bereiden van allerlei verschillende gerechten, die daags daarna allemaal op rechauds op tafel kwamen. De rijst werd wel op de dag zelf bereid en moest dan altijd een tijd warm gehouden worden in een slaapzak, een voor mij als kind onbegrijpelijk ritueel. Als laatste kwam dan ook die rijst tevoorschijn. Nooit kwamen er pannen op tafel (zoals in mijn huishouden wel mijn leven lang), maar alles werd geserveerd in schalen.

Je zou denken dat ik misschien van mijn moeder heb leren koken, maar dat is niet het geval. Mijn moeder joeg ons allemaal de keuken uit als zij in haar potten roerde. Alleen mijn stiefvader mocht assisteren. Wat daar in die keuken allemaal gestoofd en gebakken en gebraden werd, bleef voor mij en mijn broer een groot geheim. Wij zaten rammelend van de trek te wachten tot het eten tevoorschijn kwam. Het was ten strengste verboden om voor het eten al iets te snabbelen.

Maar goed, ik heb gelukkig toch leren koken, zoals ook mijn kinderen, die het nu al van mij winnen wat betreft vindingrijkheid in het maken van steeds nieuwe en lekkere recepten. Ik maakte als student vaak eenpansgerechten, zoals chili con carne, spaghetti, rijst met kerrie. De bekende studentenhap in die tijd.

Later leerde ik Pakistaans koken en die keuken heeft een groot deel van het leven van mij en mijn kinderen bepaald. Ook toen ik al gescheiden was van mijn eerste echtgenoot, bleven wij genieten van Pakistaanse gerechten. Het is een keuken die goedkoop is als je zuinig moet zijn met je geld. Voor betrekkelijk weinig geld zet je heerlijk eten op tafel en er kan altijd iemand mee eten, want de porties zijn niet afgemeten, zoals in de westerse keuken. Met 20 kilo meel maakte ik een maand chapati’s voor mijn gezin.

Maar nu er internet is, hebben we in feite elk recept van gerechten uit heel de wereld binnen handbereik. Naast de keuken van Pakistan en India, ben ik gek op Thais eten en Indisch eten. Ik houd veel van kokosmelk in gerechten en ik vind het leuk om de diverse soorten rijst te koken die passen bij de diverse soorten gerechten. Ik heb een ton, met daarin zakken rijst en een grote zak chapati-meel

En ja hoor, nu kom ik dan eindelijk op de het gerecht dat staat in de titel van dit stukje. Rendang! Rundvlees, gestoofd in een heerlijke boemboe met klappermelk. Een aantal jaren geleden maakte ik dit gerecht voor het eerst met behulp van dit recept. Ik bekeek verschillende recepten van het gerecht en dit recept overtuigde mij het meest. Er wordt heel goed uitgelegd wat de ingrediënten zijn en wat je stap voor stap moet doen, geïllustreerd bovendien met mooie foto’s die alles nog duidelijker maken. Een aanrader. Als je precies doet wat in het recept staat, is succes verzekerd.

De eerste keer dat ik het maakte als bijdrage aan een familiekerstdiner, bereidde ik de boemboe met een vijzel. Dat is enorm veel werk! Maar het was een groot succes. Iedereen at zijn vingers bijna op bij dit eten. Vandaag maakte ik het weer, maar dit keer met behulp van een koffiemolen (voor het malen van zaden) en een keukenmachine (voor het fijnhakken van uien, knoflook, lombok, gember, etc.) Dat is echt een stuk gemakkelijker. En de boemboe kan je desgewenst in tweeën delen en de helft gebruiken voor een kilo vlees en de rest in de diepvries bewaren voor een volgende keer. Mijn kinderen hebben dat al gedaan en zij merkten dat de boemboe uit de diepvries later nog even lekker is. Het bespaart je werk om dat zo te doen.

Vandaag hebben Ahmad en ik zitten smullen van de fijne smaak van deze rendang. Ik had er boontjes bij gemaakt, heel simpel met een een gebakken uitje en maggi en een klein beetje zoete ketjap..

Morgen eten we het weer en dan maak ik er als extra gerecht nog deze sambal goreng telor bij. Zo eten wij dan morgen onze paaseitjes.

Bon appetit, wat jullie ook gaan eten morgen. 🙂

Straks krijg ik van de man naast me een heerlijke Pakistaanse chai geserveerd. We zijn op de wereld om elkaar te verwennen, nietwaar?

Reiziger of toerist

Toen mijn vriend Theo mij herinnerde aan onze kennismaking op de boot naar Suriname, besefte ik hoe lang dat geleden was en hoe helder die reis en ook mijn verblijf daar me nog voor ogen staat, alsof het niet 50 jaar geleden zou zijn. Ik was toen pas 20 en ik heb wat afgereisd in die jaren.

En nu realiseer ik me dat het toen nog heel anders was om te reizen door andere landen dan nu. Toen was het nog niet zo heel gewoon dat mensen zo ver van huis op vakantie gingen. Ik heb dat echter wel mogen meemaken vanaf heel jonge leeftijd. Mijn stiefvader placht elk jaar met ons af te reizen naar allerlei landen die toen nog niet zo frequent bezocht werden door toeristen als nu, zoals Noorwegen, Zweden en Denemarken. Maar ook in de rest van Europa, meer naar het zuiden, waren er nog voldoende plekken die ongerept waren en waar je wild kon kamperen. Want kamperen was het voor ons wel altijd. Hij hield niet van luxe vakanties, maar bracht ons het liefst naar plekken in de vrije natuur. Toen mijn broer en ik pubers waren, was het niet onze grootste wens om met lompe bergschoenen zwetend bergpaden op en af te klauteren. Liever waren we op de camping gebleven, dobberend op een luchtbed in het water, maar daar was nooit sprake van. Hup, rugzakje om en lopen maar. Maar achteraf ben ik blij dat ik kan terugkijken op deze vakanties en de bijzondere plekken die ik nog heb kunnen zien, voordat het overal ging wemelen van andere toeristen.

In Spanje logeerden we bij twee oude vrouwtjes, die in het zwart gekleed waren en voor hun huis zaten te kantklossen. ’s Avonds liepen we langs de boulevard van Blanes, met om ons heen vrijwel alleen maar Spanjaarden en aten churros uit een zakje. Er was nog geen massatoerisme toen ik 7 jaar was in 1957. Mijn ouders lieten me in mijn eentje wegvaren in de roeiboot van een visser, die mij zo een schattig meisje vond en me meenam de zee op. Hij deed niets verkeerds met mij. Dat is nu ondenkbaar dat ouders hun kleine kind zouden laten meegaan met een wildvreemde.

Ook leerde ik zeilen op het IJsselmeer in een gehuurde zeilboot, waarin we een maand met het hele gezin sliepen. Eigenlijk zijn dat wel de mooie dingen uit mijn jeugd waarop ik kan terugkijken, de vakanties elk jaar en de wandelingen door het jaar heen in het bos, zoekend naar cantharellen en eekhoorntjesbrood. Het was heerlijk om omringd door natuur te wonen op een vliegbasis, waarvandaan ik met mijn vriendinnetje door het bos naar de school in Schaarsbergen fietste. Het vele verhuizen had zijn nadelen maar ook het voordeel dat je op zoveel verschillende plekken kwam en steeds andere mensen leerde kennen en altijd diertjes om ons heen.

Toen ik eenmaal uit huis was op mijn 18e jaar, bleef ik gek op reizen. Dat deed ik toen liftend. Zo heb ik nogmaals heel Europa kunnen verkennen. Met mijn vriendje van toen liftte ik, met alleen maar een gestreepte plastic boodschappentas met het hoognodige over onze schouder, helemaal tot Griekenland en via Italië en Zuid Frankrijk weer terug. We sliepen gewoon onder de blote hemel. En in Zuid Frankrijk sliepen we aan de Rivièra in huizen die nog in aanbouw waren en douchten we op het strand.

Waar ik me wel voor schaamde was de gastvrijheid die ons ten deel viel in Griekenland. We werden onthaald als welkome vreemdelingen met eten en drank en dansen rond een kampvuur. Toen het tijd was om te gaan slapen werd oma uit haar bed gehaald om plaats te moeten maken voor ons. Ik denk niet dat toeristen in Griekenland dit nu nog meemaken.

De reizen waren soms afzien en opgevreten worden door muggen of uren wachten op een lift op een verlaten bergweg. Maar wat vond ik het heerlijk om op die manier de wereld in te gaan.

Dat reizen, zoals ik dat toen ervaren heb, is nu niet meer mogelijk. Overal ter wereld, tot de Chinese muur en verder, is het nu bomvol met toeristen. Overal staan grote hotels met zwembaden. Waar je ook komt, overal ziet de kustlijn er identiek uit. In de bergen en op mooie plekjes in bossen struikel je over hordes toeristen, en rijden bussen af en aan met schoolklassen en dagjesmensen, die op excursie zijn vanuit hun hotels. Het is best leuk, maar het heeft niet meer die bekoring van ‘vroegah’. Ik ben blij dat ik het allemaal nog heb mogen meemaken: een reiziger zijn in plaats van een toerist.