Schilderen op verzoek

Het valt niet mee om te schilderen op verzoek. Mensen zien schilderijen momenteel niet als werkstukken op zich, waar je naar kan kijken. Kijken naar een schilderij als werkstuk doen ze wel, maar dan in het museum. Zodra het een schilderij betreft voor in hun woning, dan zien ze het schilderij meer als een accessoire, een ‘ding’ om hun huis mee op te fleuren. De kleuren van het schilderij moeten dan in hun interieur passen. Omdat in veel woonkamers zwart en grijs vaak de boventoon voeren, zijn kleurrijke schilderijen niet gewenst. Of het moet een enorm schilderij zijn met abstracte kleurvlakken om het saaie interieur wat op te vrolijken. Weinig mensen kijken echt naar wat er op het schilderij wordt afgebeeld.

Hoewel realistisch schilderen weer populair wordt, zijn er toch weinig mensen die een realistisch schilderij in hun huis hangen. Ik vraag me dus af wat men doet met alle portrettten en landschappen, die heden ten dage weer met veel plezier geschilderd worden. Ben je geen uitblinker, dan is er weinig kans dat mensen een portret van je hand in hun huis een plekje geven.

Als ik al een verzoek krijg om wat te schilderen, na alle werkjes die ik al gemaakt heb voor mezelf en familie, dan wil men de kleur bepalen van het schilderij. ‘Niet te oranje…meer groen, want dat past bij die muur…..en kan je niet een zwart wit schilderij maken?’

Ik heb er even geen zin in. Ga nu een schilderij maken dat ikzelf wil ophangen. In mijn eigen huis. Hoop dat het lukt. Houd jullie op de hoogte.

Naar een terugkerende droom in mijn jeugd, waarin ik thuis kwam, maar mijn ouderlijk huis een verlaten ruïne bleek….

Lief zijn

Er is veel gesteggel in de wereld in het groot en in het klein. Dat zal wel altijd zo geweest zijn. Maar nu komt het zo duidelijk naar voren. Omdat iedereen van zich kan laten horen. Op facebook, twitter en instagram. Of luid sprekend via de telefoon in de tram. Vroeger stuurde men een ingezonden brief naar de krant. En met een beetje geluk werd die gelezen door het hele land. Maar nu kan iedereen zijn mening ventileren. En niet alleen maar hoge heren. Het is een voortdurend welles-nietes-spel. En luisteren mensen dan ook nog wel?

Ik sta erbij en kijk ernaar. Lees alle commentaar alleen maar. Heb er niets aan toe te voegen. Kom niet in die virtuele kroegen. Heb mijn eigen hoekje hier. En dat weinigen het lezen, interesseert me geen zier. Hier zeg ik dagelijks wat ik wil. En ben ik voor de rest stil.

Mijn thema van vandaag is ‘lief zijn voor elkaar’. Misschien vinden jullie dat een beetje raar. Is dat dan geen open deur? Ik trap hem alsnog verder open, heur. Want op mijn oude dag. Is er voor mij maar één gezag. Liefde is mijn leidraad voor dit leven. Voor zover ik kan wil ik die aan iedereen geven. Er is voor mij geen hoger doel. Hoor ik nu alom gejoel? Het kan me niet schelen. Of ik ben met velen. Of helemaal alleen. Ik sta al met één been. In mijn toekomstige graf. Al is mijn leven nog niet af. Ik wil liefde geven aan wie ik ontmoet. Want alleen dat gevoel doet me goed. Als ik kan helpen, doe ik dat graag. Ik kijk elke dag opnieuw naar de vraag. En genieten kan ik ook nog wel. Want dankbaar voor alles ben ik snel.

Boek

Gisteren kreeg ik eindelijk bericht van de uitgever naar wie ik mijn boek had toegestuurd. Ze hadden mijn manuscript met ‘grote belangstelling’ gelezen, maar konden het helaas niet gratis uitgeven. Wensten me verder veel succes met het manuscript.

Ik weet dat ik beloofd heb dat ik, in geval van afwijzing door de uitgever, het boek hierboven in dit weblog gratis in PDF zou zetten in de pagina’s, zodat de lezer het desgewenst zou kunnen omzetten in epub om het te lezen.

Maar ik zeg jullie eerlijk: ik durf dat niet! Het gekke is dat het me geen moeite kost dingen van mezelf te delen in dit weblog, maar ik houd daarbij altijd wel zelf in de hand wat ik wil delen en wat niet.

Als een schrijver een boek schrijft en het verhaal is fictie, dan geeft deze onbedoeld heel veel van zijn of haar ziel prijs. Uit een boek kan je zoveel halen over een schrijver. Heeft een schrijver meerdere boeken geschreven, dan zie je in die boeken vaak kenmerken terug die de schrijver karakteriseren. Thema’s die terugkeren, manieren om dingen te beschrijven en gevoelens daarin te leggen. Al zijn de personen in het boek ‘fictief’, ze zijn wel meestal ergens terug te vinden in het leven van de schrijver. De schrijver geeft onbewust stukjes van zichzelf bloot in de veilige vermomming van de hoofdrolspelers in het boek.

En dat vind ik zo eng. Dat ik mezelf onbewust blootgeef via de figuren in mijn boek. En dan zit ik te denken dat mijn kinderen dat dan lezen. En o nee, dat wil ik dan helemaal niet. Ik snap achteraf eigenlijk niet hoe ik het boek heb durven opsturen naar een uitgever. Ben blij dat het niet gelukt is om het uitgegeven te krijgen. Het is net als dansen of toneelspelen voor publiek. Ik doe dat nog liever voor wildvreemden dan voor mensen die ik ken.

Dus ik denk erover om het hele manuscript nu te vernietigen. ‘Doe dat nu niet,’ zegt Ahmad daarover. Maar voor wie zou ik het dan moeten bewaren. Ik ken het verhaal nu al. En ik ben er wel een beetje klaar mee. Voorlopig bewaar ik het nog even. Maar het blijft lekker verborgen in mijn documenten

Pfffff, weblogproblemen

Een paar dagen kon ik niet inloggen in mijn weblog en dus mijn ei niet kwijt. Ook reageerders konden niet reageren. Maar nu, na veel heen en weer praten (via chat) en mailen met SoHosted, de webhost, lijkt het opgelost.

Er schijnt spam verzonden te zijn via mijn website, waar ikzelf overigens niets van gemerkt heb. Ik weet dat er wel veel spamreacties zijn op mijn weblog, maar die worden tegengehouden door de plugin ‘akismet anti-spam’. Af en toe leeg ik de anti-spam inbox.

Maar kennelijk was er nu nog iets anders aan de hand en daarom had SoHosted mijn toegang en die van eventuele reageerders geblokkeerd.

Toen ik daarover met hun ging chatten, deblokkeerden ze mijn IP-adres om in te loggen, maar dit loste nog niets op voor mijn reageerders. Die bleven geblokkeerd. En na een paar dagen bleek ik zelf ook ineens opnieuw niet meer te kunnen inloggen. Misschien was mijn IP-adres dus toch weer geblokkeerd. In de plesk zag ik onder mijn domeinen een doodshoofd met de mededeling ‘gevaarlijke website’. ‘Website beschadigd’. Verdulleme.

Ik weer chatten en de medewerker vroeg mij in de plesk mijn wachtwoord te veranderen. Dat hielp niet. Toen wist hij het ook even niet en maakte hij er een ‘ticket’ van voor de technische dienst.

Vanmorgen kreeg ik een mail met een nieuw verzoek om mijn IP adres door te geven. Dan zou dit adres gedeblokkeerd worden. Dan kon ik in mijn weblog en kon ik de beveiligings-plugin ‘WordFence’ installeren. Dat heb ik nu gedaan en ook gemaild naar de technicus dat de plugin succesvol geïnstalleerd is. Hopelijk is het nu opgelost en kan ik hier weer lekker kletsen. Al is het maar geleuter, ik mis het toch wel, hoor.

Jeugdsentiment

Deze week kocht ik drie kleine kabouters op marktplaats. Anders dan de meeste mensen tegenwoordig, die meer gaan voor boeddha-beelden in hun tuin of beelden van flamingo’s e.d., ben ik blijven hangen bij tuinkabouters. Mits ze lieve gezichtjes hebben. Ik houd niet van alle tuinkabouters. Te streng uitziende kabouters vind ik niet leuk. En de puntmuts moet niet te gek hoog en puntig zijn, zoals die van Rien Poortvliet. Ook heb ik ze het liefst heel klein, want het is ‘des kabouters’ om klein te zijn.

Laatst zag ik drie grappige kaboutertjes en ik besloot mezelf te verwennen. Ik bood er 7 piek voor en dat vond de verkoper o.k. Met verzendkosten erbij kwam het alsnog op iets meer dan 14 eurootjes, maar ik gunde mezelf deze gril.

Waarom houd ik zo van kabouters? Hoezo geven die kleine wezentjes mij zo een goed gevoel? Daarvoor moet ik, denk ik, teruggaan in de tijd. Toen mijn broer en ik even vaderloos waren: de periode tussen het vertrek van mijn vader en de komst van de stiefvader. In die tijd kregen we veel lieve aandacht van onze moeder. Voor het slapen gaan vertelde ze ons verhaaltjes over kabouters. Zij deed dat heel levendig en maakte het geloofwaardig voor ons door te doen alsof zij ze echt kon zien. Terwijl wij in onze bedjes lagen, keek zij door het raam naar buiten en beschreef de kaboutertjes die ze daar zag lopen. Ze vertelde hoeveel het er waren en hoe ze eruit zagen met hun puntmutsjes, terwijl mijn broer en ik ademloos luisterden. Daarna draaide ze in het donker voor vertrek bij de deur met het topje van haar brandende sigaret rondjes en wij zagen dan de magische rode cirkel van vuur. Dat vonden we ook prachtig.

Kabouters hebben voor mij mijn hele leven iets ‘geruststellends’ gehad. Troostkabouters, zou je kunnen zeggen. Vandaar dat ik ze graag zie en ook graag schilder.

De kabouters werden gisteren bezorgd, zorgvuldig in kranten verpakt in een mooie doos. Die doos heeft ook een bestemming gekregen. Daarin bewaar ik nu alle briefjes die ik in de loop van hun jeugd heb gekregen van mijn kinderen. Ik kan die doos er goed mee vullen. Hij zit propvol. Het zijn allemaal lieve briefjes. Veel bedankjes en ook veel briefjes met spijtbetuigingen, als ze stout waren geweest. Ik durf het nog niet aan om erin te gaan lezen. Ben bang dat ik dan wegzak in sentimenten. En ik moet nog koken. Dus ik heb ze maar gewoon in de doos gepropt. Mijn kinderen weten dat er behalve deze doos een hele kast is met herinneringen. Daarin bewaar ik fotoalbums, mappen met werkjes van al mijn kinderen, foto’s, van hun gekregen cadeautjes, spulletjes uit het huis van mijn moeder en nu dus ook deze doos.

Misschien ga ik de kabouters schilderen. Kan leuk zijn voor een kinderkamer…..

Konijnen

Zoals sommige lezers van dit weblog weten, bewoont de jongste dochter van Ahmad nu een huisje middenin de campo, met om haar heen veel grond, waarover zij mag beschikken, een klein paardje, waarmee ze mag wandelen en die ze mag voeren, en zelfs een zwembad erbij.

Ze had al twee katten, maar die deden geen enkele moeite om muizen te vangen. Daarom heeft ze er een kat bijgenomen. En dat is een enthousiaste jager op zowel vogeltjes als muizen.

Ook heeft ze al wat kippen en ze heeft een moestuin aangelegd. In de voetstappen van haar vader wil ze een beetje boeren.

En nu wilde ze ook konijnen nemen. ‘Waarvoor dat?’ vraag ik aan haar vader. ‘Om op te eten,’ is het antwoord. ‘Wat? Kan zij die dan ook zelf slachten?’ vraag ik verbaasd. Ik zie zijn dochter als een heel zachtaardige jonge vrouw. ‘Als ze het niet kan, dan kan ze het leren,’ zegt Ahmad achteloos, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. ‘Maar, dat lijkt mij heel moeilijk,’ zeg ik, ‘om een konijn te doden dat je eerst een tijd dagelijks hebt gevoerd en een beetje hebt leren kennen’. Hier in Nederland worden konijnen gezien als huisdieren. ‘Maar je eet toch ook vlees,’ zegt Ahmad dan. Ja, dat is waar, maar eigenlijk steeds minder van harte en daarbij komt dat ik die dieren nooit in leven heb gekend.

Maar goed. Ze ging dus konijnen kopen. Ahmad vertelde me gisteren glimlachend dat wordt gezegd, dat als je een mannetjeskonijn (rammelaar) bij een vrouwtjeskonijn (moer) zet, dat het dan raadzaam is om voor elke rammelaar twee moers te nemen. Omdat als je rammelaar en moer één op één zet, de moer stress krijgt omdat de rammelaar haar de hele dag wil bespringen. Twee moers op één rammelaar brengt dan wat verlichting.

Gisteren kocht zijn dochter konijnen, een rammelaar en een moer. Ze had geen geld meer voor nog een moer. ‘Maar dat is toch gemeen,’ roep ik uit. ‘Dan had ze toch moeten wachten tot ze geld had voor drie konijnen.’ Nou ja, ze is wel van plan om er zo snel mogelijk een tweede moer bij te kopen.

Ik ben heel benieuwd of zijn dochter, die haar beste stuk watermeloen opvoert aan het paardje dat bij haar in de wei staat, straks in staat is haar konijnen te slachten voor consumptie. En dan van hun velletjes zeker ook een jasje naaien…..

Naar Spanje op 3 oktober?

We hebben al een ticket geboekt, omdat Ahmad wel wat dingetjes moet doen daar.

Hij moet nog geopereerd worden aan staar aan zijn linkeroog.

Zijn auto moet gekeurd worden, wat niet kon gebeuren tijdens de lockdown vanaf 15 maart in Spanje.

Hij moet een Europese gezondheidskaart opvragen en die wordt gestuurd naar zijn adres in Spanje. Zonder die kaart is hij hier in Nederland niet verzekerd tegen ziektekosten bij noodgeval. Hier in Nederland is je ziekteverzekeringskaart gewoon geldig in heel Europa en hoeft deze niet telkens verlengd te worden. Maar in Spanje wel. Daar moet men elk jaar in september om een nieuwe Europese verzekeringskaart vragen. Wat een idiote administratieve rompslomp om niets. Ahmad zegt hierover: ‘In Spanje gaat alles en iedereen als een trein. Precies in het spoor en recht vooruit. Flexibiliteit en uitzonderingen op regels kent men daar niet’.

In geval van nood gaan we niet. Bijvoorbeeld als er geen vliegtuig gaat. Dan moet de buurman die kaart maar hierheen sturen.

Ik heb aan mijn ziektekostenverzekering gevraagd of ik wel verzekerd ben tegen medische kosten in Spanje, als ik daarheen ga tijdens code oranje. Is dat niet ‘eigen schuld, heeft een bult’. Nee, ik ben gewoon verzekerd tegen medische kosten, zelfs als er daar code rood geldt. Dat recht vervalt alleen als ik naar een land ga waar code rood heerst wegens oorlog.

Dat is een geruststelling. Als Ahmad gaat in oktober, dan kan ik gewoon met hem mee. We blijven onafscheidelijk.

Tevergeefse fietstocht

Vandaag had ik een afspraak met de fietsenmaker in Monster. Ik zou in de ochtend mijn fiets komen brengen en dan zou mijn ketting, die te los zit, gemaakt worden. Ik zou een leenfiets krijgen en in de middag zou ik mijn eigen fiets weer kunnen ophalen.

Het is vandaag druilerig en wat winderig weer. ‘Blijf jij maar thuis met je cristales,’ zeg ik tegen Ahmad. ‘Waarom zou jij zo een eind moeten trappen en nat worden voor niets. Ik heb een goed regenpak.’

Zo gesproken en zo vertrokken, na een wat laat ontbijt. Ik werd vanmorgen pas om 8.30 wakker! Het was heerlijk te fietsen met de frisse wind in mijn haren. Rechts de duinen en links mooie huizen van geluksvogels. Eenmaal aangekomen bij de fietsenwinkel daar bij die molen wilde één van de daar werkende jongens mijn fiets inruilen voor een leenfiets, maar…..die was er niet! Wat was dat nou? ‘Maar je hebt me een leenfiets beloofd,’ zeg ik ietwat verontwaardigd. ‘Hoe kom ik nu thuis? Lopen of met de bus, die misschien eenmaal per uur gaat?’ Daar had ik echt geen zin in. De jongen kon er niets aan doen. Er waren al diverse fietsen gerepareerd (een stuk of 6), maar de bezitters daarvan kwamen gewoon hun fiets niet omruilen. ‘Wat een schande is dat,’ riep ik als een oude juffer. De jongen wilde mijn fiets wel direct even maken, maar zag dat mijn ketting echt ingekort zal moeten worden en dat kon hij niet snel voor elkaar krijgen.

‘Jij kan er ook niets aan doen,’ zei ik uiteindelijk. ‘Ik ga gewoon weer naar huis en kom later terug voor de reparatie.’ En nu heb ik een afspraak voor donderdag. Ik zal dan voor vertrek eerst even bellen of er die dag wel een leenfiets beschikbaar is.

Ik genoot van de winderige en licht natte terugreis. Heerlijk oer-Hollands trappen. Deed nog wat boodschappen, zodat de reis niet compleet voor nop was.

Het is niet gek dat mensen graag nog even op geleende Gazelle-fietsen willen rijden, voordat ze hun eigen oude brikkies ophalen tegen betaling van de rekening. Maar het is wel verdomd asociaal. Ze maken misbruik van het vertrouwen van de fietsenmaker en verpesten het voor anderen.

'At your service'

Dat zijn legendarische woorden die veel Nederlanders zich nog zullen herinneren. Bij deze woorden zie ik naast een keurig geklede man met een kaal hoofd ook mezelf voor me. Ik zou kunnen buigen voor een denkbeeldig publiek, terwijl ik mijn denkbeeldige hoed voor hen afneem.

Dienstbaar zijn is de ‘story of my life’. Van jongs af aan ben ik gewend dat ‘mijn wil achter de deur stond met de bezem’, zoals bij zoveel kinderen van mijn generatie. Je moest dingen doen en ‘waarom-vragen’ werden niet beantwoord. ‘Omdat ik het zeg’. Mijn broer en ik waren ‘langoren’. We wisten niets van het leven en ‘zouden daar later nog wel achter komen’.

Met het idee dat de ander het altijd beter wist dan ik, heb ik jaren geleefd. En als iets fout ging, dan was dat mijn schuld. Al buigend voor iedereen en ‘sorry’ prevelend, baande ik me voorzichtig een pad door het leven. ‘Sorry dat ik plaats inneem.’

Inmiddels is dat allemaal wat gesleten. Ik zie nu in dat ik nog steeds weinig weet, maar toch zeker niet minder dan de gemiddelde ander. Ik heb meer leren vertrouwen op mijn eigen zintuigen en mijn verstand en gevoel. Dus al met al heb ik door schade en schande wel een soort evenwicht bereikt en laat ik me niet zo gemakkelijk meer een oor aannaaien. En ik laat zeker niet meer met me sollen.

Maar….dienstbaar ben ik altijd gebleven. Voor mijn ouders, voor mijn broer (ik deed alles wat hij wilde op elk moment), voor mijn eerste man, voor mijn kinderen, in mijn werk, voor mijn cliënten. En nu nog zit het diep in mij gebakken. ‘U vraagt en ik draai…..’ Ik ben een ‘pleaser’, zoals sommigen dat minachtend zouden noemen. En het gekke is dat ik voor al mijn dienstbaarheid niks terug verwacht. Ik vind het gewoon leuk om zo bezig te zijn. Het doet mij goed om mensen te helpen of blij te maken.

Het maakt me gelukkig. Een dag niet gediend, is een dag niet geleefd. Zo is dat voor mij.

Gaat u voor…..

Zoveel olieverf….

…Heb ik nu. Genoeg om als een Karel Appel doeken vol te smijten en dan zal het nog niet snel op zijn. Daarentegen ben ik juist een zuinige schilder, die niets verloren laat gaan. Ik werk met dunne lagen. En verf die ik over heb, bewaar ik in de diepvries.

Maar…..ik schilder de laatste tijd niet meer (sinds de eenhoorn, die me zo makkelijk afging). Eerst weet ik het aan het warme weer en de drukte van alledag. Maar nu wordt het koeler en ik kan best weer schilderen.

Maar…..ik heb geen idee wat. Een echte schilder maakt zich daar niet druk om. Begint gewoon, maakt desnoods studies van ogen, oren of grassprieten. Maar ik ben niet zo. Ik ga alleen maar voor direct een schilderij. En het onderwerp moet me boeien. Ik moet er een beetje van houden. Vooralsnog schiet me niets te binnen.

Rustig afwachten dan maar. Of heeft iemand een idee of wellicht een opdracht voor mij?