De glimlach van een kind

Ik moest denken aan dit oude liedje van Willy Alberti, terugdenkend aan gisteren toen ik fungeerde als oppasoma. Ik krijg nog steeds een warm gevoel als ik de stralende glimlach voor me zie, die ik een paar keer kreeg van mijn jongste kleinkind. Ook denk ik met plezier terug aan de nabijheid en vertrouwdheid die ik met met allebei de meisjes voelde. Daar kan niks tegenop. Kinderen zijn zo puur en direct. Zo kunnen ze boos op je zijn omdat ze hun zin niet krijgen of omdat je hun pamper verschoont, maar even later kruipen ze gezellig tegen je aan of je krijgt een glimlach als een stralende zon. Kinderen hebben echt nog een ‘schoon geweten’ en totaal geen dubbele agenda. Ze tonen zich zoals ze zijn op elk moment. Dat vind ik zo mooi. Bleven mensen maar hun hele leven zo puur en oprecht.

Natuurlijk moet er het een en ander bijgesteld worden tijdens het opvoeden van kinderen en moeten zij leren dat zij niet altijd direct kunnen krijgen wat zij willen en dat dingen soms van hen verlangd worden die zij niet leuk vinden. Maar kinderen zijn kleine mensjes, die heus wel open staan voor goede raad en aanwijzingen van volwassenen. Als dat maar met respect en in alle rust gebeurt, dan kunnen kinderen heel goed luisteren en staan ze open voor indrukken. Daarom moeten wij als ouderen zorgvuldig omgaan met kinderen en nadenken hoe we ze vormen in deze gecompliceerde wereld.

Ik denk dat het omgaan met kinderen een heel belangrijke taak is voor volwassenen. En ik zie dat mijn kinderen dat heel goed doen met hun kinderen.

Oppas-oma

De meeste van mijn kleinkinderen zijn al zo groot dat er geen oma meer op ze hoeft te passen. Hun leeftijden zijn 23, 16 en 14 jaar. Maar mijn jongste zoon heeft nog twee kleintjes van 6 jaar en anderhalf jaar. Meestal zorgen hij en zijn partner zelf voor de kinders, zelfs in de coronatijd, toen zij allebei thuis werkten en dat was een hele prestatie. Nog steeds werken zij nu een groot gedeelte vanuit huis, maar de kinders gaan nu een deel van de week naar school en naar de opvang.

Soms is oppas voor hun kinderen alsnog wel nodig en dat wordt meestal gedaan door de ouders van mijn schoondochter. Ik neem daar mijn petje voor af en ik ben er heel blij mee, want ik ben zelf niet zo een fanatieke oppas-oma. Misschien komt het omdat ik in mijn jonge jaren al een overdosis aan kindergezelschap heb gehad van mijn eigen vier kinderen. Ik leefde eigenlijk helemaal voor hun en was altijd met ze. Zelfs overblijven op school hoefden zij niet. Ik had alleen baantjes binnen hun schooltijden totdat de jongste oud genoeg was om alleen thuis te zijn. Voor mijn oudste twee kleinkinderen ben ik nog een flinke tijd opvang-oma geweest, toen mijn oudste dochter in onregelmatige diensten werkte bij de politie. Dat is kort verteld mijn geschiedenis als moeder/oma.

Ik ben heel blij dat de andere oma en opa nu, indien nodig, veel van de zorg overnemen voor de kleintjes van mijn jongste zoon, hoeveel ik ook van ze houd. Ik word namelijk heel moe van oppas-oma zijn en dat is waarschijnlijk omdat ik een enorme uitslover ben. Ik wil het ze, wanneer ik oppas, naar de zin maken en veel met ze spelen. Daar had ik met mijn eigen kinderen weinig tijd voor.

Gisteren was een dag dat ik wél mijn kinderen hielp met hun kinderen. Dat was ter gelegenheid van een bijzondere situatie. Mijn schoondochter wilde graag naar de crematie van haar overleden tante om haar nichtjes tot steun te zijn. Uiteraard gingen haar ouders ook naar die crematie. Dus vroeg ze mij of ik een dagje bij hun thuis wilde komen om mijn zoon te helpen met de kinderen. De jongste was thuis en de oudste had maar een halve dag school. Mijn zoon had heel veel te doen voor zijn werk en het zou fijn zijn als ik hem wat kon ontlasten.

Natuurlijk deed ik dat. Ik ben gek op hun allemaal en ik ben graag nuttig. Dus ik reed gisterochtend vol goede moed naar Pijnacker. Terwijl mijn zoon boven aan het werk was en even later grote zus ging halen was ik in de tuin met de kleine bolle. In de tuin hebben mijn kinderen twee schommels hangen, één voor grote zus en één voor de kleine. Ik zette haar in de schommel waar zij niet uit kon vallen en ik duwde haar zachtjes. Dat deed ik een flinke tijd en ik zag haar genieten en wegdromen terwijl ze keek naar de bloemetjes aan de rand van de tuin en af en toe haar oogjes wat dichtkneep voor de zon. Ze had aldoor een intens tevreden uitdrukking op haar gezichtje en ik genoot met haar mee van dit bijzondere rustmomentje. Daarna liep ik met haar door de tuin en genoot ik ervan hoe zij kleine kiezeltjes bestudeerde en het onkruid dat ik tussen de tegels weghaalde. Het was een mooi één op één moment. Daarna kwam grote zus thuis in een niet al te best humeur. Het leek of zij nog een beetje last had van een griep, die ze laatst had. Maar uiteindelijk bleek het honger te zijn. Ze was aanvankelijk wat koppig, want wilde alleen maar zelf gebakken pannenkoeken en dat zat er niet in. Maar toen ik later tweemaal een spiegelei voor haar bakte en ze die twee allebei netjes helemaal had opgegeten, was ze weer vol energie en het zonnetje in huis.

Toen de kleine moest slapen en een nieuwe pamper nodig had, bleek zij niet gemakkelijk te zijn op het verschoonkussen. Ze gilde als een speenvarken terwijl ik probeerde haar pamper te verschonen en ze wilde niet blijven liggen. Waarschijnlijk was ze bekaf, omdat ik zo lang met haar gespeeld had. Op het moment dat de pamper uit was deed ze een grote plas en plaste mijn shirt en haar rompertje en de overtrekhoes van het verschoonkussen nat. Grote zus stond naast me en hielp me door te vertellen waar in de commode ik alles kon vinden en hoe de luieremmer open ging. Ik prees haar uitvoerig voor haar lieve gedrag. Eenmaal in bed met knuffel en speen sliep de kleine direct en ze bleef ook een paar uurtjes slapen, zodat ik me meer op de oudste kon richten.

Toen de kleine wakker was speelden we nog wat met zijn drieën in de kamer van de oudste, een klein speelparadijs. Uiteindelijk kon ik al weg om een uurtje of 17, toen mijn zoon klaar was met zijn werk. Mijn schoondochter was nog niet thuis, maar hij zou gemakkelijk doen met eten. Pannenkoeken bakken voor de kinderen (dat zal de oudste zeker gewaardeerd hebben, geduld wordt beloond!) en voor zichzelf wat bestellen.

Ahmad droomt van de campo

We zaten rustig te eten, toen Ahmad er ineens mee kwam. Dat hij erover dacht een huisje te kopen in de campo bij het dorp Quadalcanal. ‘Ik wil dichter bij mijn kleindochter zijn,’ zei hij erbij.

Ik moest het even tot me laten doordingen. Dus weg uit Alhaurin de la Torre, waar we op een kwartier rijden van het vliegveld Malaga zitten, vanwaar we in nog geen drie uurtjes naar vliegveld Rotterdam vliegen vanwaar mijn kinderen ons ophalen en naar mijn auto brengen. En daarvoor in de plaats dan wonen op een afstand van 111 km van het vliegveld Sevilla, waar we geen rechtstreekse vlucht kunnen krijgen naar Schiphol en helemaal geen vluchten naar vluchthaven Rotterdam (waar mijn zoon vlakbij woont). Ook is daar in geval van ziekte van één van ons geen ziekenhuis op een redelijke afstand. Dat is het eerste waaraan ik dacht.

Even later besloot ik me meer open te stellen voor zijn radicale plan. We zagen op internet een mooi huis te koop in Quadalcanal. Helemaal in de natuur en met een flink stuk land eromheen, met olijfbomen en fruitbomen en een moestuin. Het zag er idyllisch uit en ik werd daar wel enthousiast van. Zou ik het avontuur met hem kunnen wagen op onze oude dag?

Maar de volgende ochtend schrik ik wakker. ‘Ahmad, je plan benauwt me wel,’ is één van de eerste dingen die ik tegen hem zeg. Hij snapt het wel. Zelf heeft hij ook bedacht dat het een vrij drastisch plan is. Nu wonen we in Alhaurin op loopafstand van alle belangrijke dingen, waaronder de dokterspost. Ook de ziekenhuizen liggen niet ver verwijderd van waar wij wonen. ‘We kunnen toch heel vaak naar Quadalcanal gaan en daar dan een tijdje verblijven als vakantie?’ stel ik voor. Ook zijn dochter heeft hem zijn verhuisplan afgeraden. ‘Quadalcanal als dorp is niet te vergelijken met Alhaurin de la Torre,’ heeft ze haar vader gewaarschuwd. En ook heeft ze geschreven dat wij altijd welkom zijn om te logeren in haar huis. Maar wij willen toch liever een eigen slaapplaats buiten hun huis regelen en veel overdag bij hun zijn en veel voor ze doen zoals lekker eten koken en helpen met van alles. Nu zoeken we een goedkoop hotel of vakantiehuisje om daar regelmatig te verblijven in de komende winters, maar dat valt nog niet mee. De prijzen voor landelijke verblijfplaatsen zijn hoog daar, maar dat kan eraan liggen dat het nu vakantietijd is voor veel Europeanen en dat dit in de winter misschien anders is.

Vanmiddag moest ik in mezelf lachen. ‘Je wilde me zeker testen, hè,’ zeg ik na het rummikubben tegen Ahmad. ‘Met je ik ”ik wil bij Sara zijn” ‘. Hij lacht nu ook. ‘Ik wist wel dat je zo zou reageren als je reageerde’, zegt hij.

Ik ben wel opgelucht. Ik wil niet weg uit ons mooie stekje in Alhaurin de la Torre.

Digitale zelfwerkzaamheid

Tegenwoordig kan je vrijwel al je afspraken digitaal maken. Als je iets mankeert en je denkt een afspraak bij de dokter nodig te hebben, dan wordt je al bij het bellen van de afsprakenlijn door een telefoniste/doktersassistente afgescheept met een voorstel om een digitale foto te sturen van je ongemak. Die krijgt de dokter dan onder ogen. Via de mail deelt de dokter je dan zijn diagnose mee (zodra hij daarvoor de tijd heeft na zijn spreekuur in vivo met mensen die minder handig zijn met internet of die iets mankeren dat ernstig genoeg is voor een echte ontmoeting met de arts). Ik vind het niet erg om vanuit mijn veilige cocon thuis de dokter te raadplegen als het gaat om een raar vlekje of bultje. Ik vraag me af of de dokter voor dit digitale consult bij mijn verzekeringsmaatschappij hetzelfde tarief rekent als voor een consult in persoon. Belangrijk is het niet, maar eerlijk is eerlijk. Van de klant wordt wel verwacht dat deze werk verricht: het maken van een duidelijke foto/deze zo nodig verkleinen zodat hij digitaal verzonden kan worden/ inloggen op ‘mijngezondheid.nl/ de klacht beschrijven en de foto versturen. De klant krijgt geen korting voor de service die hij verleent om het de dokter makkelijker te maken en deze tijd te besparen.

Handig voor de gebruiker is mijngezondheidnet.nl daarnaast ook wel. Ik kan bijvoorbeeld een wachtrij bij de apotheek besparen door mijn medicijnen te bestellen via ‘mijn gezondheid.nl’. Ik krijg dan een sms met een code en door die code in te toetsen op een soort pinautomaat die buiten de apotheek aan de muur hangt kan ik mijn medicijnen uit deze automaat halen, zoals ik vroeger een kroketje uit de muur haalde. Dat noem ik vooruitgang!

Vandaag wilde ik een afspraak maken voor een reparatie bij mijn verhuurder. Ook dat kan telefonisch of digitaal. Ik moet zeggen dat hun website voor een digitale afspraak gebruikersvriendelijk is. Voor het gemak van de verhuurder dient de huurder het reparatieverzoek goed te beschrijven. Er wordt een mogelijkheid gegeven om daar een foto van het euvel bij te doen. Dat deed ik vanmorgen allemaal.

Tochtstrip hangt los aan het venster

Nog even en dan komen er ook geen mensen meer voor de reparatie maar robots😉.

Fijne dag

Het was lekker in de tuin. Kijkend op mijn tel naar documentaires en kijkend naar wat groeit en bloeit.

Toen ik hier kwam wonen was ik dolgelukkig dat ik een huis met een tuin kreeg toegewezen. Ik heb me toen voorgenomen hier te blijven wonen tot ze me naar mijn graf dragen. Maar je weet nooit hoe het leven loopt. Zeker is dat ik nu al bijna 30 jaar heb mogen genieten van dit lekkere huis in het groen.

Zoals ik al eerdere schreef zijn er megalomane plannen om onze hele prachtwijk plat te gooien en de ruime bebouwing te vervangen door meer hoogbouw. Het aantal woningen op de door ons ruim bebouwde grond zal dan enorm toenemen, naar mijn mening ten koste van de leefbaarheid en de natuur om ons heen.

Ik hoop dat de plannen niet uitgevoerd kunnen worden vanwege gebrek aan materiaal en mankracht. Laat ze ons met rust laten en elders gaan bouwen!

Tot het zover is genieten wij hier.

Omdat ik verder niets te melden heb hier een leuk filmpje van mijn lievelingsdiertjes:

via Twitter

Het bij de ander laten

Via twitter. Ik vInd het een leuke foto. Die uitdrukking op dat gezicht ook 😄

De laatste tijd denk ik niet echt veel meer over mezelf na. Ik doe gewoon, ik leef gewoon en ik ben er gewoon. Ik doe mijn best, voor mezelf en voor iedereen. Meer is er niet.

Maar door de gesprekken tijdens de reünie van eergisteren en ook door een gebeurtenis gisteren realiseer ik me bepaalde feiten over mezelf. En dat is dat ik nu mezelf ben in alle omstandigheden. Ik maak van elke situatie het beste. Maar heel belangrijk is daarbij dat ik vaar op mijn eigen kompas. Ik bedoel daar het volgende mee.

‘Vroegah’ kon ik me het oordeel van de mensen om mij heen behoorlijk aantrekken. Ik was een groot deel van de dag bezig met wat mensen van mij zouden kunnen vinden. In de eerste plaats mijn moeder en mijn stiefvader, die ik beiden voor een groot deel geïnternaliseerd had bij het nemen van veel van mijn beslissingen omtrent mijn gedrag. Volgt u het nog, lezer? Ik vertrouwde niet op mijn eigen oordeel, terwijl ik wel een sterke intuïtie had. Maar als ik bijvoorbeeld duidelijk zag dat iemand loog, dan wilde ik dat voor mezelf niet toegeven. Misschien zag ik het verkeerd en sprak die persoon toch de waarheid. Tegen mijn eigen beter weten in wilde ik mensen vertrouwen. Ik ging uit van ieders goede intenties tot het tegendeel daarvan onomstotelijk bewezen was. Ook was het voor mij erg belangrijk om aardig gevonden te worden. Ik smolt al als iemand maar een beetje lief tegen me deed, omdat ik dat thuis zo miste. Want door mijn jeugd en door verkeerde keuzes die ik zelf maakte was mijn thuissituatie lange tijd niet lief. Het ontbrak me een groot deel van mijn leven totaal aan zelfvertrouwen.

Nu is dat anders. Omdat ikzelf transparant in het leven sta en er geen enkele verborgen agenda op na houd, heb ik heel snel door wanneer dat bij de ander wel het geval is. Ik sluit mijn ogen er ook niet langer voor, maar ik trek er mijn conclusies uit en baseer mijn gedrag naar zo een persoon daarop. Zonder bespreekbaar te maken wat ik doorheb bij de ander laat ik datgene wat ik doorzie bij de ander waar het hoort, nl bij de ander. Ik laat me er niet door van de wijs brengen. Ik blijf mezelf en ik blijf bij hoe ik de dingen zie, ik vaar op mijn eigen kompas en dat laveert goed.

En nu kom ik op het verschil in de conversatie met mijn drie oude vrienden van eergisteren en een kort gesprekje met een drietal anderen gisteren.

Eergisteren vond een eerlijke uitwisseling van gedachten er ervaringen plaats tussen mij en oude vrienden. Ook al hadden we elkaar lange tijd niet gezien, we verstonden elkaar en er was geen enkele valse noot of onbegrip te bespeuren. We waren alle drie open en transparant en dat voelde goed.

Gisteren verkeerde ik in gezelschap van twee andere personen. Ik bespeurde bij één van die personen een onprettige nieuwsgierigheid naar mij, die ik besloot niet te bevredigen. Vervolgens bezorgde de persoon in kwestie mij en de andere persoon een onaangenaam gevoel door een vierde (afwezige) persoon ter sprake te brengen. Het kwam onaardig en een beetje vals over, zowel bij mij als bij de andere toehoorder. Bovendien zat er een verborgen boodschap in naar die andere toehoorder. De andere toehoorder en ik zijn er niet op ingegaan. Maar toen de onrust-stookster vertrokken was, bracht de achtergebleven persoon het wel ter sprake. Ze was er een beetje door van slag. Ik heb haar toen gezegd dat zij het bij de ander (degene die vertrokken was) moest laten en zich niet het hoofd moest breken over welke bedoeling ze gehad zou kunnen hebben. Beter is het dat soort negatieve bedoelingen en valsheden geen kans te geven om je gedachten te beheersen.

Dat is de kunst van het ‘bij de ander laten’. Waarom zou je je druk maken om de valse intenties van een ander. Beter geef je ze geen kans en laat je ze verdwijnen in de donkere krochten waar ze thuis horen.

De reünie

Of liever het reünietje was heel erg de moeite waard. Zoals ik gisteren vertelde zat ik de hele ochtend zowat in mijn broek te poepen van angst voor de reis erheen, die zich in de spits voltrok. Maar die reis viel reuze mee. Eenmaal in de auto was ik rustig, zoals altijd. Ik merk wel dat ik erg moet opletten in het verkeer. Autorijden is vooruitzien, zei mijn rijinstructeur voeger al. En werkelijk is dat zo. Je moet vaak vooraf inschatten dat iemand een inhaalmanoeuvre wil maken en plotseling van rijstrook verwisselt met op het laatste nippertje een richtingaanwijzer naar links. Vooral vrachtwagens hebben daar een handje van en die hebben bovendien vaak een blinde hoek, waarin zij mijn lage ‘waggie’ niet zien. Ik moet dan zelf al daarop voorbereid zijn en goed afstand houden en op tijd afremmen. Maar verder was er eigenlijk niets aan het handje en kon ik overal rustig doorkarren zonder enige file. Het viel me wel op dat het in Noord Holland een stuk rustiger was op de weg dan rond ons Haagje.

Voor mijn vertrek kon ik nauwelijks wat eten van de zenuwen. Maar eenmaal daar was het heel genoeglijk. Ik sprak dus met twee oud klasgenoten. Het gesprek verliep ontspannen en was openhartig van alle drie de deelnemers. Gek is dat het dan ook geen enkel moment voelt als geforceerd. Het viel niet mee om een tijdspanne van bijna 50 jaar die achter ons ieder lag te beschrijven, maar het lukte aardig om wat heinneringen op een rij te zetten en ook herinneringen van onze tijd op school en tijdens onze studie te herbeleven. Af en toe was het ook lachen, maar mooi vond ik het dat we alle drie open konden zijn, ook over de dingen die momenteel minder goed gaan in ons leven.

We hebben besloten dat we dit graag nog eens overdoen. Wanneer en waar is nog onbekend. Het was gek om mijn ex vriendje weer in de ogen te kijken, maar het voelde ook weer niet al te vreemd. Ik zag nog dezelfde jongen, maar nu met een grijze kop met haar. Hij had nog dezelfde droge humor en eerlijke manier van communiceren zoals ik die van hem kende. Hij vond mij wel veranderd. Mijn stem schijnt een paar octaven lager te zijn en ik praat meer vrijuit. ‘Dat komt door het rauwe leven,’ heb ik maar gezegd. En ik heb geen schaamte voor wat dan ook, omdat ik een open boek ben. Geen verborgen agenda’s in mijn kop, dus ik ben geheel mezelf. Ik praat vanuit mijn hart. Vroeger was dat wel anders en zat ik nog vol complexen.

Bij thuiskomst (om 23.15) was mijn lieve Ahmad blij. Alleen kon hij niet slapen. Ook de buurvrouw zei me vandaag dat ze zo blij was dat ik er weer was. Ze had de hele dag aan me gedacht en ze had zelfs een kaarsje aangestoken voor me, het lieve mens. Alsof ik naar het einde van de wereld was afgereisd. Ik vond het ook fijn om voor haar weer boodschapjes te halen en boterhammetjes voor haar te smeren. Vooral nu ik gisteren van de andere klasgenoot (anesthesioloog van beroep en nu nog parttime werkend) hoorde dat hij de laatste tijd heel veel mensen heeft geholpen met euthanasie, die dood wilden uit louter eenzaamheid. Dat zal ik niet met haar laten gebeuren voor zover ik daar invloed op mag hebben!

O ja, en onderweg werd ik gebeld door mijn zoon. Hij vertelde dat hij goed nieuws had. Hun kleinste meid (nu anderhalf jaar) was een half jaar geleden gediagnosticeerd met slechte ogen. Ze zou volgens de oogarts haar hele leven een brilletje moeten dragen. Gisteren waren ze weer met de kleine naar het ziekenhuis gegaan om eventueel een brilletje te laten voorschrijven. Maar….bij een nieuwe oogmeting is gebleken dat haar ogen nu volledig normaal zijn. De oogarts, een vrouw op leeftijd en met een jarenlange ervaring als oogarts zei dat zij dit in haar praktijk nog nooit had meegemaakt. Ze was er zelf dan ook verbaasd over. Mijn kinderen waren dolgelukkig en ik met hen. Je gunt een kind een leven zonder brilletje. Het maakt toch kwetsbaar en zo een bril kan gemakkelijk stuk, ook al is hij speciaal voor kinderen. Wat een opluchting. Al met al was het een mooie dag ☀.

Bangeschijterd

Dat ben ik als ik een lange reis moet gaan afleggen met mijn Hyundai i20 comfort en niet weet of ik een parkeerplek ga vinden. Sinds ik staar had aan mijn ogen en daar nog jaren mee rondliep voordat ik eindelijk geopereerd werd, heb ik rij-angst ontwikkeld. Ik had daar voorheen nooit last van. Met mijn wendbare Daihatsu Sirion reed ik toen overal heen, door drukke steden en op hoofdwegen. Nooit maakte ik me druk of ik zou kunnen parkeren.

Nu moet ik zeggen dat het verkeer in de loop der jaren drukker is geworden en de wegen breder en de kruisingen gecompliceerder. Vroeger had ik niet eens navigatie, maar ik reed overal naartoe, vooraf kijkend op google maps in mijn pc. Ik noteerde alleen de afslagen die ik moest nemen en de steden die ik passeerde en reed zo met slechts een vodje papier als leidraad zelfs helemaal tot Frankrijk. Altijd had ik een muziekje aan in de auto.

Dat is nu wel anders. Ik wil geen muziek in mijn auto meer, omdat dit mijn concentratie zou kunnen verstoren. Ik rijd met ogen op stelen en gespitste oren. Ik kan me niet meer indenken hoe ik nu zou voorsorteren bij kruisingen zonder navigatie.

Eenmaal in de auto word ik direct kalm en besef ik dat ik gewoon kan rijden als ieder ander, maar van tevoren heb ik vleermuizen in mijn buik van de zenuwen bij voorgenomen lange reizen langs voor mij onbekende wegen.

Zo ook vandaag. Ik vertrek om 14.45 uur naar Schoorl, strandtent de Struin in Camperduin. Dat is anderhalf uur rijden en ik ga een kwartier eerder vanwege eventuele files onderweg. Om 16.30 heb ik afgesproken met twee klasgenoten uit de jaren 1967 en 1968. Voor het weerzien ben ik niet nerveus, alleen voor de rit. Toevallig was er hier vanmorgen in mijn buurt een af en aan rijden van politie en ambulances met gillende sirenes. Dat maakt mijn gerustheid dat een ongeluk niet in een klein hoekje zou zitten er niet beter op. Ik moet er even doorheen en mijn angst niet de overhand laten nemen. Dus ik ‘ga het avontuur aan’.

Dat heb ik mijn hele leven gedaan. Als ik het eng vond om van de hoge duikplank een zweefduik te maken, dan deed ik het juist, omdat ik altijd vond dat ik mijn angsten te lijf moest gaan. Klimmen langs een ijzeren laddertje in een put, ik deed het wel. Of klimmen langs de ijzeren laddertjes in een fabriekstoren, ik deed het. ‘Als jij het durft, zullen wij het ook doen,’ beloofden mijn vriendinnen dan. En dan deed ik het, ook al heb ik verschrikkelijke last van hoogtevrees. Rillingen lopen over mijn rug als ik eraan terugdenk.

Maar ergens naartoe rijden voor een afspraak is normaal! Ik moet me niet zo aanstellen. Hop met de geit, ik bedoel rijden met die mooie phantom-black auto! Gaan!!!! Ik heb me voorbereid. Mijn tank is vol en ik heb de navigatie al ingesteld.

Ik laat nog weten hoe het was, inshaallah.

Mijn favoriete paintcoach

Ik zie dat hij zelf ook steeds beter gaat schilderen. Zijn instructies zijn altijd simpel, kort en bondig. Het wordt echt tijd dat ik ik het portret van de buurvrouw ga afmaken. Na de reünie van morgen zal mijn hoofd er hopelijk meer naar gaan staan. Genieten van het mooie weer met een goed boek is trouwens ook heel aantrekkelijk.