La borriquita

Gisteren was het weer zover. Het begin van de Semana Santa is aangebroken. Hier in Alhaurin de la Torre is het eerst beeld (in Spanje zegt men ´imagen´) dat door de straten wordt gedragen la borriquita. Het is Jezus op een ezeltje met aan zijn zijde een vrouwfiguur (ik denk Maria Magdalena). Het beeld wordt door de broeders en zusters van de hermandad weggedragen vanuit de plek waar het de rest van het jaar veilig binnen blijft achter brede, hoge deuren. De dragers lopen met hun loodzware last door de straat die grenst aan ons doodlopende straatje, elk jaar weer op vrijdag.

Deze traditie gaat de mensen hier nooit vervelen. Elk jaar opnieuw poetsen mensen de gevels van hun huizen en wordt ook de straat, waarlangs de stoet voorbij zal trekken, schoongemaakt. Veel mensen geven zelfs hun gevels een extra verfje vanwege deze heilige week en overal hangen fluwelen doeken voor de ramen en vanaf de balkons. De ramen worden omlijst met palmtakken. Mensen uit de omtrek snellen toe in hun mooiste kleding om niets te missen van het spektakel. Als de imagenes voorbij komen wordt er eerbiedig geklapt en zelfs hier en daar een traantje weggepinkt. Mensen zijn oprecht ontroerd.

Christenen en Katholieken geloven in Jezus als martelaar, die gefolterd en gekruisigd zou zijn om te boeten voor de zonden die de mensheid tekens weer begaat. Jezus, de vredelievende profeet, die predikte dat je, als iemand je sloeg op één wang, dat je dan de andere wang diende toe te keren. Zijn laatste woorden zouden zijn geweest: ´O God, vergeef deze mensen, want zij weten niet wat zij doen´.

In de Islam wordt niet geloofd dat het Jezus was die werd gekruisigd, maar dat het een ander was die de gestalte van Jezus had aangenomen. Jezus is volgens de Koran door God/Allah ten hemel opgenomen en zal ooit wederkeren op aarde. (Degene die de gestalte van Jezus kreeg en in de plaats van Jezus gekruisigd is zou Judas kunnen zijn. Judas was degene die Jezus verraadde voordat de haan drie maal gekraaid had. Maar dat is mijn eigen interpretatie)

157 And because of their saying: We slew the Messiah, Jesus son of Mary, Allah’s messenger – they slew him not nor crucified him, but it appeared so unto them; and lo! those who disagree concerning it are in doubt thereof; they have no knowledge thereof save pursuit of a conjecture; they slew him not for certain.
158 But Allah took him up unto Himself. Allah was ever Mighty, Wise.
(Verzen uit sura 4, An Nisa, vertaling van Marmaduke Pickthall)

Hoewel ik de vergevingsgezinde woorden van Jezus voor zijn sterven, zoals opgetekend door de bijbel, prachtig vind en ontroerend, ben ik blij met de versie in het andere heilige boek, de Koran, het boek dat kwam na de bijbel.

Hoe zou het kunnen dat Allah een zo groot profeet als Jezus liet afslachten? Wat voor een voorbeeld zou dat zijn? Hoe kan het zijn dat mensen werkelijk geloven dat een ander opdraait voor hun zonden? Ik geloof dat iedereen verantwoordelijk is voor zijn eigen daden.

Reactie op reactie

Als iemand iets schrijft, heeft deze daarbij achterliggende gevoelens en gedachten, die hij/zij wil overbrengen. Als een lezer iets leest dat geschreven is door een ander, maakt de lezer er zijn eigen verhaal van. De woorden die geschreven zijn kunnen op veel manieren ingevuld worden. Als ik bijvoorbeeld schrijf over een hond en ik definieer niet hoe die hond eruit ziet, dan kan het zijn dat ik een grote witte hond voor me zie en dat de lezer een klein zwart hondje voor zich ziet. Dat is ook het leuke en bijzondere van lezen in vergelijking met kijken naar een film of serie. Het verhaal dat je in geschreven woorden gepresenteerd krijgt kan je naar je eigen fantasie en volgens je eigen referentiekader invullen.

Dat is een mooi kenmerk van schrijven en gelezen worden. Maar als een lezer een reactie geeft op het gelezene en de schrijver leest die reactie, dan kan de schrijver verrast worden door deze reactie. Dat overkwam mij vanmorgen, toen ik de reactie las van mijn goede vriend Theo, die ik ken van jaren terug en van wie ik dacht dat hij mij goed kent. Toch voelde ik me onbegrepen en dat neem ik hem helemaal niet kwalijk. Ik ben niet altijd duidelijk genoeg, denk ik dan.

Ik wil mijn lezers niet vervelen met verhalen over mijn gelukkige leven in Nederland en Andalusië. Het is saai om te lezen dat iemand gelukkig en tevreden is met haar leven en het kan zelfs wrevel en jaloezie opwekken. Mijn vriend dacht dat ik me verveelde. Dat is niet het geval. Maar wel is het zo dat ik de lezer niet wil vervelen met kijkjes in mijn leven dat voor een ander waarschijnlijk minder interessant is dan voor mezelf.

Ondanks dit euvel, dat woorden maar woorden zijn en dat deze een beperkt middel zijn om dingen over te brengen zonder misverstanden, ga ik nu toch door met schrijven, zoals ik beloofd heb, elke dag of in ieder geval zo vaak mogelijk een stukje. Lees het zoals je wilt.

Vandaag schrijf ik zelfs twee stukjes. Het volgende zal gaan over la borriquita.

Nodig en onnodig

De laatste tijd merk ik dat zelfs mijn trouwe lezers zijn afgehaakt. Niemand leest mijn weblog. Al een paar dagen zie ik 0 bezoekers. Terecht, denk ik dan. Ik doe geen moeite meer om regelmatig in dit weblog te schrijven en dan is het begrijpelijk dat mensen geen moeite doen om erin te kijken.

Ik zie in gedachten een oude man voor me die ik enkele jaren terug zag zitten in zijn winkel op een stoeltje met zijn stok in de hand voor zich. De man was horlogemaker geweest in zijn werkzame verleden en bezat hier in het het dorp een winkel met horloges en juwelen. Nu bracht hij zijn dagen rustig door, zittend op die stoel en kijkend naar zijn dochter, die de winkel beheerde en de klanten bediende. De man zei nooit wat, maar straalde rust uit zoals hij daar zat. Hij kon terugkijken op een arbeidzaam leven en hoefde nu niets meer.

Ik ben een aantal keren in de winkel geweest. Voor het repareren of verkleinen van juwelen van mijn overleden moeder en voor het verwisselen van batterijen in horloges. De oude man is er niet meer en zijn dochter staat ook niet meer altijd in de winkel. Zij wordt soms afgelost door een jongere vrouw, misschien haar dochter.

´Heb jij dat ook?´ vraag ik Ahmad. ´Dat je steeds minder dingen nodig vindt om te doen? Dat je gewoon rustig kan nietsdoen en je soms afvraagt waarom iedereen zo hard bezig is? Zoveel dingen kunnen even goed niet als wel gedaan of gezegd worden.´ Hij herkent het wel. Misschien hoort het bij het ouder worden. Ik zie Ahmad nog steeds dagelijks het nodige doen en allebei hebben we onze routines, maar veel waar we eerst enthousiast mee bezig waren hoeft niet meer zo nodig. Ahmad wil nog wel dingen maken van tiffany, maar zonder duidelijk idee van wat hij zal maken en voor wie het moet zijn heeft hij daar geen zin in. Ik schilder nog wel, maar dat komt omdat ik nog een canvas had liggen. Ik besteed er hooguit een paar uurtjes per dag aan. Ik doe het omdat ik het leuk vind om te doen en tijdens het schilderen alles om me heen even vergeet. Ik heb er echter geen plan of doel bij.

Ik lees veel boeken, waarvan ik het ene boeiender vind dan het andere. Smaken verschillen en een schrijfstijl moet je aanspreken. Ook lees ik graag columns in kranten. Maar daarbij denk ik achteraf vaak: wat draagt dit verhaal of deze column bij aan wat mensen moeten weten of leren? Meestal niets. Het is het delen van gedachten of ervaringen via het woord en daarmee kan je mensen amuseren, informeren of soms diep raken. Het is niet nodig en kan ook nagelaten worden. Net als kunst of een mooi lied of een dans. Het is een manier van contact leggen met anderen.

Zodra je je gaat afvragen of het nodig is of onnodig verbreek je de bekoring. Gewoon doen en er niet te veel over nadenken.

Zal ik proberen elke dag of in ieder geval vaker weer wat te schrijven? Al leest niemand het, misschien is het leuk voor mezelf om dat te blijven doen. Net als schilderen.

De boom die altijd groen blijft

Gisteren had ik het over de troost die je kan zoeken in je geloof. En dat ik weet dat niet iedereen gelooft in God, profeten, heilige boeken, engelen en een leven na de dood. Mijn opvoeders geloofden daarin ook niet en ik ben opgegroeid in een omgeving waarin het geloof wel af en toe ter sprake kwam, maar waarin dan direct gezegd werd dat geloven voor de dommen en zwakkeren onder ons is. Mijn broer en ik werden daarentegen wel op streng katholieke en protestante scholen geplaatst, waarschijnlijk door omstandigheden ingegeven. Maar dat was niet opdat we iets zouden opsteken van de deze gelovige invloeden. Er werden herhaaldelijk grappen gemaakt door mijn ouders, grappen en opmerkingen waarin zij de figuur van dominee, pater, priester of paus belachelijk maakten.

Ondanks dat sprak ik als kind al met God als ik alleen in mijn bed lag. Het gaf mij troost om mijn diepste gedachten, twijfels en verdriet geluidloos aan God te vertellen. Ik vond geen steun bij mijn beide ouders, was integendeel bang voor met name mijn stiefvader, tot wie ik nooit rechtstreeks het woord durfde te richten. De enige bij wie ik onvoorwaardelijke liefde voelde, die ik bij mijn ouders en het beetje familie dat we verder hadden nooit voelde, was mijn broer. Maar hoewel hij bijna twee jaar ouder was dan ik, voelde ik meer dat ik hem moest beschermen tegen narigheid van de buitenwereld dan ik me door hem beschermd voelde. Hij betekende alles voor me en ik deed alles wat hij van me vroeg.

Door vele verhuizingen moest ik op elke school opnieuw wennen en opnieuw vriendschappen sluiten. Op school en bij het buiten spelen voelde ik me altijd gewaardeerd en geliefd, op de enkele keren na dat ik in de steek werd gelaten of verraden. Dat zijn normale dingen die voorkomen in het leven van kinderen.

Maar zoals ik al zei, voor troost en een luisterend oor, als ik wilde vertellen over mijn diepste angsten, verdriet, woede en twijfels, moest ik bij God zijn, want er was voor mij geen ander luisterend oor. Ik voelde me onder mensen van kinds af aan onbegrepen en hield naar buiten de schijn op dat ik uit net zo een normaal gezin kwam als andere kinderen. Ik hemelde zelfs mijn ouders op als zeer moderne vrijgevochten mensen.

In mijn puberteit zocht ik naar geloven of levensfilosofieën waarin ik mijn geloof kon plaatsen maar ik herkende mezelf niet in de geloven en filosofieën die ik tegenkwam op mijn zoektocht. Tot ik op mijn 27e de Koran las in een mooie Engelse vertaling. Ik weet niet waarom ik ineens zeker was dat ik me moest bekeren tot de islam en wat me zo ontroerde in de Koran.

Zoals bekend is neemt een moslim aan dat de Koran direct is opgetekend uit de woorden van Allah, die sprak tot de heilige profeet Mohammed wanneer deze in trance ging. Daaraan wordt door anderen dan getwijfeld, omdat het moeilijk voor te stellen is dat er telkens schrijvers klaarstonden om de woorden die kwamen uit de mond van onze heilige profeet, die analfabeet was, op te tekenen. Hoe kan het zijn dat alle suras in dit heilige boek bewaard zijn in de oorspronkelijke woorden, zoals uitgesproken door de profeet over een periode van 23 jaar? Het is een mysterie, maar zeker is dat dit boek nooit veranderd is over de jaren maar dat de oorspronkelijke Arabische tekst onveranderlijk is gebleven en met zulke woorden geschreven en zo poëtisch dat deze gemakkelijk in heel zijn lengte gememoriseerd kan worden door talloze mensen op de wereld.

Wat mij ontroerde is dat Allah herhaaldelijk in de Koran letterlijk het woord richt tot de profeet en dat zijn in de regel woorden van troost voor de profeet Mohammed, die alleen maar het goede wilde voor de hele mensheid.

Ik maakte als volwassene domme keuzes, waarschijnlijk omdat ik dacht dat ik niet beter verdiende. Ik heb daarover al eerder verteld in dit weblog. Evenals trouwens wat ik hierboven beschrijf.

Een belangrijk moment in mijn leven was het moment dat ik in aanraking kwam met de Naghsbandi Sufi Tariqat (n.b. tariqat betekent ´weg´) tijdens de jaarwisseling 1995/1996. Door de lessen van Sheikh Nazim leerde ik meer dan ik geleerd had tijdens mijn hele studie psychologie. Alle opgedane ervaring in mijn leven kon ik ineens in een bepaald licht zien. Jarenlang profiteerde ik van elke gelegenheid om de lessen letterlijk uit de mond van sheikh Nazim te vernemen tijdens de heilige maanden ramadan, toen hij nog in staat was naar Engeland of Duitsland te reizen om deze maanden met zijn leerlingen door te brengen. Later ging ik herhaaldelijk naar zijn woonplaats Levke in Cyprus om daar van hem te leren. Ook las ik alles wat ik aan boeken kon vinden over zijn lessen, die weer teruggaan naar zijn leermeester Sheikh Abdullah ad Daghestani.

Er zijn een aantal dingen die ik daarvan altijd heb onthouden en die mij telkens wanneer ik gebeurtenissen moeilijk vind steun bieden.

In het verleden heb ik herhaaldelijk in penibele omstandigheden verkeerd. Ik was op een zeker moment wanhopig, omdat ik niet wist hoe me te bevrijden uit de situatie waarin ik terecht was gekomen met mijn vier kinderen. Ik zag geen uitweg. Ik dacht dat ik voor altijd ongelukkig en angstig zou verder leven. Toch kwam er een uitweg. Nu ben ik gelukkig en leef ik zonder angst. De enige zorg die ik heb is dat het goed zal blijven gaan met mijn kinderen, die ieder nu hun eigen leven leiden en die ik niet meer kan beschermen voor wat dan ook.

Ik weet dat alles verandert en niets hetzelfde blijft. Er zijn momenten van pijn en ongeluk en er zijn momenten van geluk en pijnloosheid in het leven. Ik weet dat er een einde komt aan beide. Ik weet dus ook dat het geluk dat ik nu beleef samen met Ahmad niet voor altijd zal duren. We gaan een keer dood en de dood komt niet altijd zonder lijdensweg. Niemand weet wat de toekomst brengt en dat is maar goed ook, want anders zouden we ons daar druk om maken.

Ik denk dan aan de woorden van grandsheikh Abdullah ad Daghestani. Hij zei (in mijn woorden naverteld): ´Wees als een boom die zomer en winter groen blijft, bij regen, zon, sneeuw, vorst en stormen. Blijf altijd dankbaar en zeg nooit ´waarom?´. Alles is zoals het moet zijn en wat je overkomt is voor jou bestemd. Zeg alleen: alhamdulillah.

124.000 profeten

Portret ´en profil´ (water-olievlek op asfalt)

Door de tijden heen zijn er 124.000 profeten verschenen. Grote bekenden onder hen zijn Adam, Abraham (Ibrahim), Moses (Musa) en Jezus (Isa), vrede zij met hun allen. Sommige van de profeten hebben ons heilige boeken nagelaten, waarin goede raad staat en waarvan sommige verhalen letterlijk en andere overdrachtelijk gelezen moeten worden. Mohammed was de laatste profeet en meer zullen er niet komen.

Wel zijn er in alle tijden 124.000 heiligen op de wereld. Dit zijn de mensen met licht, de troostbrengers, de mensen die ons tot voorbeeld zijn door middel van hun vreedzame en perfecte manier van leven. Heiligen zijn niet altijd duidelijk zichtbaar. Het kan elke toevallige voorbijganger zijn, een zwerver misschien. Het zijn de mensen die we soms op cruciale momenten in ons leven ontmoeten en die om een onverklaarbare reden een sleutel blijken te hebben die een deur voor ons opent die voorheen gesloten was en ons helpt op ons verdere levenspad.

En wij mensen cirkelen om deze heiligen en profeten heen als insecten om een lamp. Want wij zijn niet perfect en de meeste van ons zijn beschadigd door erfelijkheid of door het leven. We lopen rond met een rugzak vol ballast en om uiteenlopende redenen maken we op individueel niveau en op grote schaal fouten, waardoor we elkaar en onze natuurlijke omgeving beschadigen.

Ik weet dat er mensen zijn die niet geloven in God noch profeten. Maar toch zoeken ook deze mensen troost en verlichting in vriendschap, liefde of spirituele steun op wat voor wijze dan ook. Steeds meer gaan mensen nu praten over hun innerlijk en wat hen overkomen is. Dat zie je in boeken die verschijnen en in series. Mensen worden opener. We zijn mensen en in staat tot reflectie en dat maakt dat we antwoorden zoeken op levensvragen.

Ik vind het mooi om te zien dat er steeds meer boeken verschijnen die tippen aan deze diepere laag in onszelf, de ziel ,die zich niet laat afschepen met tijdelijke genoegens en cadeautjes, maar die zoekt naar innerlijke rust.

Criticus2

Niet alleen was ik streng voor mezelf aangaande mijn geschreven stukjes en schilderijen. Maar ook werd ik langzaamaan onzeker over mijn kookkunst.

Vroeger kookte ik dagelijks voor mijn gezin en wat ik dan klaarmaakte was overwegend Pakistaans. Ik had niet zoveel geld te makken en met een zak chapati-meel van 20 kilo, een zak rijst en dagelijks een prutje van vlees en groenten of linzen kwam ik een heel eind. Pakistaans eten is altijd genoeg, ook als er een extra gast aanschuift, omdat het hoofdbestanddeel bestaat uit de chapati die je in de curry doopt. En het is bovendien heel lekker. Daarnaast maakte ik ook wel andere gerechten zoals nasi goreng, spaghetti, macaroni en Hollandse stamppotten of ovenschotels. Ik vroeg me nooit af of ik wel een goede kok was, want ik kreeg vaak complimenten. Ik kookte intuïtief.

Toen mijn kinderen het huis uit gingen vroegen ze me vaak naar mijn recepten en waren ze aanvankelijk blij dat ze van me konden leren. Maar dankzij het internet, waarop je allerhande recepten kan vinden, raakten zij steeds bedrevener in het bedenken van nieuwe smaken en hapjes.

Sinds ik met Ahmad ben, koken wij beurtelings en zo heb ik via hem heerlijke recepten leren kennen uit de mediterrane keuken. Hij kookt op zijn manier en ik op de mijne en we waarderen elkaars eten enorm.

Maar door al die veelheid van mogelijkheden en het steeds grotere repertoire van mijn kinderen, die ook onderling recepten uitwisselen, kreeg ik steeds meer het gevoel dat ik achter begon te lopen. Dus ik heb inmiddels ook mijn telefoon vol staan met recepten van ´smaakmenutie´ en anderen. Het maakt me echter niet zekerder van mezelf, maar juist onzekerder. Ik maak regelmatig nieuwe dingen, zoals Thai curry en andere oosterse gerechten. Ik houd van die keuken en ik ben dol op kokosmelk.

Maar het meest comfortabel voel ik me nog altijd bij bereiden van Pakistaanse eten. Ik heb dat het grootste deel van mijn leven dagelijks klaargemaakt en het is me het meest vertrouwd. Ik doe dat zonder nadenken en als vanzelf. Dus ik heb besloten dat in mezelf te erkennen en me vooral daarop te richten als ik mensen voor eten ga uitnodigen. Experimenteren met nieuwe smaken doe ik liever als het alleen voor mij en Ahmad is. Dan kunnen wij alles voorproeven. Niet alles wat geadviseerd wordt in recepten vinden wij een succes.

En zo kruip ik langzaam uit mijn schulp en begin ik weer mezelf te worden, wat betreft schrijven, schilderen en koken. Een mens moet zich realiseren wat hij kan en niet kan. Ik dank God/Allah dat ik nog veel kan met mijn door artrose enigszins geteisterde handjes. Ons energiepeil is wat lager dan in onze jonge jaren, maar we mogen blij zijn met een verder goede gezondheid. Onzeker zijn is raar op mijn leeftijd en ik heb besloten het van me af te schudden. Ik doe wat ik kan en wat voor de hand ligt en ik dank God. Alhamdullillah.

Hier nog een filmpje. Ik las ergens dat YouTube een algoritme hanteert dat veel views lokt naar extreme content, zelfs onder kinderen. Dat vind ik een zorgelijke ontwikkeling. Maar over mijn filmpje hoeft men zich niet druk te maken. Het is wat saai, maar zeker niet extreem.

De criticus

Dankzij de bemoedigende woorden van mijn goede vriend Theo ga ik weer schoorvoetend stukjes plaatsen in mijn weblog. De criticus in mij werd steeds strenger. Ik mocht op het laatst van mezelf niks meer zeggen. Nou is het natuurlijk wel wat om datgene wat je schrijft meteen het internet op te slingeren, alsof het waardevol genoeg zou zijn om met de digitale wereld te delen.

Maar ach, wat boeit het. Praten we allemaal niet maar wat? Woorden zijn een beperkt middel om je te uiten en wat je zegt dekt nooit helemaal ´de lading´ van wat je wíl zeggen. We moeten het ermee doen.

Het is niet vreemd dat ik ineens een soort schroom kreeg om me te uiten. Mijn stiefvader placht ons in te prenten dat het beter was te zwijgen tenzij we iets beters te melden hadden dan dat zwijgen. Zulke woorden kunnen erin hakken bij kinderen. Mijn broer hield zich beter aan deze raad dan ik. Ik kletste er tegen het advies in vrolijk op los en moest dat soms bezuren.

Maar hier in dit weblog ben ik redelijk veilig. Ik kan me gerust uiten en het ergste wat er kan gebeuren is dat ik negatieve reacties krijg.

De criticus in mij is de afgelopen tijd erg streng geweest. En dat gold niet alleen voor mijn visie op dit weblog. Ik ben ook streng als ik kijk naar mijn schilderijen van een tijd terug. Al doende leer ik, net als ieder ander. Het komt vaak voor dat ik, kijkend naar een schilderijtje van mezelf van jaren terug, me bedenk dat ik het nu anders zou schilderen. In het begin was ik erg pietepeuterig met de kwast en durfde ik nog niet zoveel verf te gebruiken. Nu ben ik veel nonchalanter en sneller en daarbij merk ik dat olieverf heel ´vergevingsgezind´ is. En bovendien dat veel dingen die onverwacht goed lukken vaak berusten op toeval. Het is een kwestie van je energie laten stromen via de kwast.

Laatst lag ik op het bankje te kijken naar het schilderij van het jongetje dat met zijn parapluutje een kat beschermt tegen de regen. Ik zag een paar dingetjes die me stoorden en ook merkte ik dat de verf hier en daar vervaagd was, omdat ik het schilderij niet heb vernist. Aha, dacht ik, dan kan ik het schilderij nog bewerken.

Ik weet niet of er amateurschilders zoals ik zijn die toevallig dit weblog lezen, maar ik kan jullie maar één advies geven: bewerk een oud schilderij niet! Elk schilderij wordt gemaakt op een bepaalde plek en op een bepaald tijdstip. En als het af is, dan is het af. Ga niet jaren later opnieuw rommelen in een schilderij!

Ik deed dat dus wel en zoals dat vaker gaat, ik wilde maar een paar dingen veranderen of sterker aanzetten, maar eenmaal bezig bleef ik klooien en verpestte wat eerder beter was in het schilderij. Precies zoals dat gaat met stukjes of brieven die je schrijft en die je op de één of ander manier kwijtraakt op internet. Wat je eerder schreef kan je niet nog eens schrijven met dezelfde woorden. Zo gaat dat ook met schilderijen. Ik raakte mijn oorspronkelijke schilderij kwijt en moest opnieuw schilderen met heimwee naar het oorspronkelijke werk. Na twee dagen ploeteren werd het opnieuw een schilderij. Ik weet niet of het beter is dan het oorspronkelijke of veel slechter. Het is anders. Ahmad ziet het verschil niet. Voor hem is het allemaal o.k. Maar de pietepeuter in mij ziet wel verschillen.

oude (L) en nieuwe (R) schilderij, olieverf 50 x 70

Van mijn fouten leer ik. Dit keer heb ik geleerd dat ik niet moet gaan friemelen in een schilderij dat ik in het verleden als ´af´ heb beoordeeld. Ik kan denken dat ik het nu beter zou doen, maar dat is dan maar zo. Maak een nieuw schilderij, maar blijf met je tengels af van het oorspronkelijke werk!

Hetzelfde geldt voor de eerder geschreven stukjes in dit weblog. Ik heb ze ooit geschreven op een bepaalde tijd en plaats. Toen is toen en nu is nu. Vanaf nu ga ik verder met schrijven vanuit wat me nu bezighoud. Wie het niet interesseert moet het gewoon niet lezen 🙂.

´I cannot speak´ (Michael Jackson)

Aan die woorden moet ik denken als de gedachte in mij opkomt om iets in mijn weblog te schrijven. Als ik mijn stukjes teruglees, dan komt alles wat ik geschreven heb zo onbelangrijk op me over. Er bekruipt me dan een gevoel van schaamte dat ik zulke futiele berichtjes (als je het ziet in het licht van alles wat er om ons heen gebeurt) heb geschreven. Er komt nu niets in mij op dat ik belangrijk genoeg vind om te delen met mensen. Liever verdiep ik me in wat anderen te zeggen hebben door boeken te lezen. En ik schilder en maak filmpjes. Beelden kunnen soms meer zeggen dan woorden.

In het bericht hiervoor plaatste ik alleen maar een filmpje. Niet om te laten zien wat een leuke familie ik deel met Ahmad, maar wel omdat ik het zelf een mooi filmpje vond. Kinderen en dieren zijn spontaan en hebben nog geen dubbele agenda´s en maskertjes op hun jonge gezichtjes. Ze zijn nog authentiek, om het met een modewoord te omschrijven. Vandaar mijn keus om het filmpje te delen.

Er zullen waarschijnlijk meer filmpjes volgen. Maar schrijven kost me moeite.

Vreemde eend

Een paar dagen geleden heb ik mijn hele weblog kunnen opslaan in een PDF document met behulp van de plugin ´print my blog´. Daarna dacht ik erover mijn weblog helemaal van internet te halen, te meer omdat ik zag dat het door niemand meer bezocht werd. Ik miste het schrijven in het weblog niet, maar voelde het ´niet meer hoeven schrijven´ eerder als een bevrijding. Maar toen ik inlogde bij Strato en op het punt stond om mijn account en domein op te zeggen kon ik het niet. Ik besefte dat ik er nog niet aan toe was om mijn weblog te missen.

Wel blijft het zo dat ik steeds minder weet wát te schrijven. Ik voel me qua opinie en hoe ik denk over het leven een vreemde eend in de bijt, zoals ik dat ook al voelde in mijn jonge jaren. Is het dan wel verstandig om je gevoelens en gedachten te delen met lezers die je waarschijnlijk toch niet begrijpen of zelfs afwijzend staan tegenover je gedachten? Men zegt dat we leven in een democratisch land. Daarin zou het zo moeten zijn dat elke mening zijn recht van bestaan heeft en dat mensen tolerant staan tegenover elkaar en tegenover meningen die afwijken van de hunne. Dat idee heb ik niet. Integendeel heb ik het idee dat ik nu moet oppassen voor mijn woorden. Alles kan tegen me gebruikt woorden. Zo een sfeer heerst er nu. Dat remt mij enorm in mijn uitingen.

Laatst keek ik een paar talkshows terug op NLZiet. Dit om een beetje voeling te houden met wat mensen voorgeschoteld krijgen op de TV. Om de beurt mocht iemand zijn kennis of mening aangaande een actualiteit vertellen aan de talkshow-host. Ik kreeg daarbij sterk het gevoel dat er al een gemeenschappelijk standpunt was in de groep en dat de spreker die aan de beurt was moest oppassen binnen de lijntjes van dat gemeenschappelijke standpunt te blijven met zijn of haar woorden. Ik zag overwegend zure gezichten. Sommigen keken naar de ander of ze deze rauw lustten, maar dat non-verbale gedrag werd uiteraard niet in woorden getoond. Het maakte me triest. Ik besefte dat ik niets miste met het nooit kijken naar talkshows. Liever kijk ik naar interviews die worden gedaan door goede interviewers.

Waarin wijk ik af van de gangbare standpunten? Ik denk wat betreft mijn geloof. Het is al lange tijd voor veel mensen niet meer ´cool´ om te geloven in een Schepper. En dat terwijl het geloof in een Schepper voor mij het belangrijkste is en de leidraad voor mijn leven vanaf mijn vroegste jeugd, ook al waren mijn ouders atheïst. Zonder dat geloof had ik mijn leven niet kunnen leiden zoals ik dat gedaan heb, ondanks alle tegenslag. Ook nu put ik kracht uit mijn geloof en voor mij is het onvoorstelbaar dat mensen denken alles aan te kunnen zonder geloof. Ik denk dat dit maakt dat ik me een vreemde eend voel tussen mensen die denken dat alles maakbaar is tot het bittere einde.

Ik ben weer gaan lezen in de Koran en in boeken met de levenslessen van Sheikh Nazim (die ik alle in mijn e-reader heb overgezet). Daarin te lezen geeft mij veel vrede en steun. Een vrede die ik niet kan putten uit de ellende die heerst op veel plekken op de wereld en de reacties van mensen daarop.

Ik denk dat iedereen wel ergens in gelooft. Voor de één is dat de democratie, voor de ander de vrijheid van het individu, of de kracht van het succes als je er zelf maar in gelooft en goed je best doet, enz. Ik geloof in Allah/God, de Barmhartige en Vergevingsgezinde.