Als het eten thuis klaar staat voor de vandaag thuis komende kinderen fietsen we weer naar Kijkduin om lekker mee te swingen op de muziek van de Alligators. We horen direct dat deze band nog beter is dan die van gisteren. Niet voor niks kwamen de beste groepen uit de popscene in de70-er jaren uit Den Haag.
Ik maak direct twee filmpjes van de dansende oude rockers. Daarna steek ik mijn telefoon in mijn zak en ik zie dat ik Ahmad kan verleiden tot een dansje. Ik lok hem de ‘dansvloer’ op, als ik zie dat hij ook niet meer kan blijven stilstaan en daarna zijn we niet meer te stuiten. We dansen ons in het zweet en na afloop zegt Ahmad: ‘Wat was dat heerlijk! Jij bent de eerste vrouw in mijn leven die mij zover heeft gekregen’. Tuurlijk, who else?
We zijn wel gefilmd, terwijl we aan het dansen waren (zag Ahmad) door een jonge Chinese vrouw, maar helaas zag ik haar later niet meer om haar om dit filmpje te vragen. Hier dan de twee filmpjes die ik maakte in het begin van het openluchtfeestje, toen de stemming er nog niet helemaal in zat.
Categorie archieven: General
Iedereen gaat een keer dood
Dat is een waarheid als een koe. Hoe ouder ik word, hoe meer ik me daarvan bewust word.
Er zijn tijden geweest dat ik best dood wilde, er tussenuit knijpen, me verwijderen van de ellendige situatie waarin ik toen verkeerde en waaruit ik geen uitweg zag. Maar ik deed in die akelige periode toch niets om mijn dood te versnellen. Ik had kleine kinderen en die hadden mijn zorg nodig. Dat hield me o.a. tegen om voor de dood te kiezen.
Nu ben ik op een leeftijd dat de dood steeds dichterbij komt. Ik besef dat dit normaal is en van mij mag dat nu ook gebeuren, want er is niemand meer die van mijn zorg afhankelijk is. Mijn kinderen zijn allen volwassen en in staat om voor zichzelf te zorgen.
Dat wil niet zeggen dat ik nu graag snel dood wil, want ik ben juist op dit moment gelukkiger dan ooit in mijn leven. Maar…..de dood kan elk moment komen en ik ben erop voorbereid.
Vannacht kreeg ik een voorproefje van het acute ‘gevoel dat het afgelopen is’ wat betreft dit aardse bestaan, en wel in een droom.
Ik droomde dat ik naar de bovenste verdieping wilde gaan van een groot donker gebouw. Ik probeerde buiten langs het gebouw naar boven te klimmen via trappen die langs de muren liepen. Het was donker en de trappen zagen er gammel uit en waren niet compleet en leidden nergens heen. Ik besefte dat het me niet zou lukken omhoog te komen langs de buitenmuren van het bijzonder sombere, vervallen en grauwe gebouw. Daarom besloot ik naar de andere kant van het gebouw te gaan en daar was een ingang. Ik liep naar binnen en kwam bij een lift.
Ik opende de deur van de lift en stapte in de lift. Maar……er was geen liftcabine en dus viel ik naar beneden! Ik weet nog dat mijn jongste dochter ‘mamma’ riep en ik besefte dat er niets was wat ik terug kon zeggen. Mijn lot was beslist: ik was naar beneden aan het vallen.
Het vreemde was dat ik me vrij rustig voelde. ‘Dat was het dan’, dacht ik. ‘Daar ga ik.’ Ik bleef vallen naar beneden, maar ik bleef daarbij ook in rechtopstaande houding. Mijn val leek bovendien steeds langzamer te gaan naarmate ik verder afdaalde. Ik raakte de grond niet en voelde toen dat ik weer langzaam omhoog ging….om tenslotte weer op het punt te komen waar ik naar beneden was gevallen. De liftdeur ging weer open. Er stond inmiddels een groepje mensen te wachten op de lift. Ik liep naar buiten en zei tegen hen: ‘Deze lift is buiten gebruik’.
Ik werd in de ochtend wakker met een raar gevoel en een nog verse herinnering van het sombere gebouw waarin ik was geweest.Ik dacht na over de dood en bedacht me dat ik daar nu inderdaad niet meer zo bang voor ben als vroeger. Ik kan gemist worden en dat geeft rust…Maar als ik nog wat jaren verder mag leven, stel ik dat wel erg op prijs.
Pas op met wat je wenst
Dat is zeker voor mij het geval. Hoezo? Dat ga ik je vertellen.
Veel van mijn wensen zijn uitgekomen en voor sommige daarvan dank ik God op mijn knieën, maar van andere door mij gewenste zaken die zijn uitgekomen heb ik achteraf spijt. Zo wenste ik als kind een arm of been met gips er omheen. Dat stond zo leuk met alle handtekeningen en tekeningetjes van meelevende omwonenden erop.
Ik kreeg die gipsen arm op zevenjarige leeftijd en wel op een vervelend moment. Mijn ouders waren met vakantie en in huis was slechts een stief-oma om op ons te passen. Een trap op rennend naar het zwembad struikelde ik en brak mijn pols. Ik verging van de pijn en bleef met het gebroken polsje heen en weer zwaaien, als het ware om de pijn af te schudden, maar uiteraard werd de pijn daardoor alleen maar heviger. De stief-oma bracht me naar de militaire dokter op de vliegbasis waar we toen woonden. Die constateerde dat de arm gekneusd was en deed er een verbandje om. De nacht die hierop volgde kon ik niet slapen van de pijn. Oma was niet thuis en ik ging voor troost bij mijn broertje in bed liggen.
De volgende dag bracht oma me weer naar de dokter. Dit keer werd er een foto gemaakt van mijn bot en constateerde de arts gelukkig dat de arm gebroken was. Ik kreeg het door mij zo begeerde gips (toen nog niet verkrijgbaar in de frisse kleuren van tegenwoordig, maar gewoon wit). Er werd op geschreven en gekliederd, maar de lol die ik aan het gips beleefde viel erg tegen. Ik werd misselijk van de zure lucht die het gips verspreidde. Ik haatte de mitella die ik moest dragen, een akelige vaalbruine lap.
Wens nummer twee die uitkwam en erg tegenviel is mijn verlangen naar een bril. Sommige kinderen hadden er één en dat vond ik mateloos interessant. Ik wilde zo graag een bril dat ik soms veinsde de lettertjes niet te kunnen zien, als ik voor controle bij een oogarts was. Maar die trapte er niet in. ‘Een uitzonderlijk scherp zicht’, constateerde hij tot mijn teleurstelling.
En nu denk ik: ‘Was ik toen maar blij mee geweest met mijn gezonde ogen’. Want het duurde slechts een aantal jaren voordat mijn zicht werkelijk verslechterde. Op mijn elfde kreeg ik een fietsongeluk, waarbij ik behoorlijk hard met mijn hoofd op het wegdek terecht kwam. Ik moest daarna rust houden, maar ik ging die middag schommelen in de tuin van dezelfde stief-oma, waar ik toen tijdelijk woonde. We hadden de eerste tijd in Eindhoven nog geen huis en woonden toen met het hele gezin in haar huis, ‘ons houten kasteel’ geheten. Ik schommelde die dag tot ik er misselijk van was en niemand hield me tegen. De weken erop merkte ik op de fiets naar school (6 km verderop in verband met het huis waar we later zouden intrekken) dat mijn zicht verslechterde. Ik zag de waarschuwingsbordjes bij de onbewaakte spoorwegovergang steeds later……..En aldus kreeg ik op mijn elfde jaar eindelijk de begeerde bril. Alleen was ik er op dat moment niet meer blij mee, want mijn verlangen naar een bril was al lang verdwenen.
De bril zette ik in het begin weinig op, alleen als het echt moest. Dat kon toen, omdat mijn visie nog niet zo slecht was. Op mijn 18e verving ik de bril door contactlenzen en daarmee kon ik mijn hele leven het gevoel hebben dat ik goede ogen had als ieder ander. Verschil was dat ik daarvoor eerst moest priegelen met lenzendoosjes en lenzenvloeistof. Op de leeftijd dat mensen die meer dan ik gezegend waren met een scherpe visie in de verte problemen kregen met lezen, had ik daar geen last van. Ik kon gewoon lezen als ik mijn lenzen uit deed en om zowel veraf als dichtbij goed te kunnen zien nam ik bifocuslenzen. Appeltje-eitje.
Tot de laatste maanden…….Mijn rechteroog is schrikbarend slechter geworden. Verklaart dat misschien waarom ik de laatste tijd me onzeker ben gaan voelen achter het stuur van een auto? Ik kijk in de verte slechts met één oog. Het rechteroog bleek een aantal keren bij de opticien niet te herstellen met welk voorzetglaasje ook. Ik zie de letters uiterst vaag en dubbel. Het maximale zicht met voorzetlenzen is bij dat oog slechts 50 %. De opticien weet niet wat hiervan de oorzaak is. Heeft me wel de voor mij best mogelijke lenzen voor zicht in de verte besteld. Daarmee kan ik in ieder geval beter zien dan met de lenzen die ik tot nu toe droeg, maar het zicht blijft beperkt. 11 Augustus heb ik een afspraak bij de oogarts. Ben benieuwd wat die ervan zegt…..
Ik neem me voor om alleen nog maar te wensen dat ik gezond blijf en dat alles het zo goed mogelijk blijft doen. Als het dan toch slechter wordt met mijn aftakelende lichaam, dan hoef ik in ieder geval mijzelf niets te verwijten. Ik pas liever op met wat ik wens…..
Lege-nest-syndroom
Ik dacht echt niet dat ik daar last van zou krijgen. Kinderen zijn immers geleend goed en als moeder of vader weet je van tevoren al dat je kroost een keer zal uitvliegen. Drie van mijn kinderen wonen al langere tijd op zichzelf en hebben hun eigen gezin met kinderen die ook al steeds groter worden en over een aantal jaren op hun beurt zelfstandig zullen gaan wonen.
Maar er is nog één overgebleven jong in het ouderlijke nest. Een jong dat morgen 25 jaar wordt. Als verjaardagsverrassing heeft zijn vriendin voor hem een vijfdaags reisje naar Barcelona geregeld.
Volkomen onwetend hiervan stond hij vanmorgen op en toen hij zich gereed gemaakt had om naar zijn werk te gaan hoorde hij dat hij vandaag vrij had. Die vrije dag had zij voor hem geregeld. Maar nog altijd wist hij niet waarom en wat er dan wel stond te gebeuren vandaag. Stiekem werden er koffers ingepakt en al even onopvallend verdwenen deze in de auto van de ouders van zijn vriendin. Dezen kwamen zogenaamd per ongeluk op bezoek, ‘omdat zij zouden denken dat hij vandaag al jarig was’. Zij zouden hem en zijn vriendin naar Rotterdam Airport rijden, met het verhaal dat ze daar gingen brunchen. ‘Je zou daar zo lekker kunnen eten met uitzicht op de opstijgende en landende vliegtuigen..’
Ik heb ze uitgezwaaid en ’tot straks’ nageroepen, me verkneukelend van de pret omdat mijn jongste oogappeltje nog altijd niets door had. Hij vond het bezoek van zijn schoonouders al een reuze.verrassing. Ik vind het jammer dat ik er niet bij was om zijn gezicht te zien toen hij zag dat er koffers werden uitgeladen en dat hij zou gaan vertrekken voor een vakantie.
En nu…..zijn ze net geland. En ik…..mis de lieve tortelduiven nu al!
Dit is namelijk een voorproefje van wat me straks te wachten staat. Deze twee zijn bezig hun eigen nest te bouwen en ook al zijn ze niet al te haastig met het inrichten van dit nieuwe nest, ik weet dat dit toch niet lang meer kan duren. Er is een kleintje op komst en dat betekent dat ze over enkele maanden zeker niet meer in mijn huis zullen wonen..
De tijd van ’thuiswonende kinderen’ zal dan definitief voorbij zijn. Waarom doet mijn hart nu zo een pijn? Ik hoop dat dit gevoel zal slijten.
Alles verandert en niets blijft
Dat was de lijfspreuk van wijlen mijn lieve broer Hans. Hij wilde het liefst, net als ik, de mooie momenten en herinneringen vasthouden en in een doosje stoppen. Dat momenten mochten blijven duren en nooit meer voorbijgaan. Wij, zwaaiend in in de toppen van een paar dennenbomen. Spelend aan de rand van de Maas. Samen een vlot bouwend van boomstammen op de koude meren van Noorwegen. Springend over sloten en dan weer een hut bouwend die niemand zou kunnen vinden.
Telkens moesten we afscheid nemen, om de paar jaar verhuizen. Nooit bleef wat vertrouwd was vertrouwd. Was je net gewend op een school, dan was het weer tijd om op te stappen naar een andere plaats en een andere school. Niets bleef en alles veranderde.
Hansje vond het niet fijn dat hij niets kon vasthouden maar dat de tijd als zand door onze handen glipte. Hij wilde toch iets bewaren en begroef dan maar een ‘schat’: een trommeltje met persoonlijke eigendommen of koekjes. ‘Voor als we later hier weer komen’, zei hij dan. Maar nooit kwamen we ergens terug waar we eens geweest waren.
Alles verandert en niets blijft. Ook Hans bleef niet lang. Hij werd maar 47 jaar oud. Boven de voordeur van het huis dat hij bewoonde is nog steeds in glas zijn lijfspreuk gegraveerd: ‘panta rei ouden menei’ (alles stroomt en niets blijft), evenals op zijn grafsteen.
Lieve Hans, wat blijft is de mooie herinnering aan de tijd dat wij samen dingen ondernamen. Alles veranderde voortdurend, behalve ons ‘broer en zus-zijn’ en ons houden van elkaar.
En nu……..ben ik alweer 64 jaar. Hans leeft al zo lang niet meer. Zou hij gevoeld hebben dat zijn tijd hier niet lang was? Hij wilde zo graag dingen bewaren. ‘Dat kan nog wel van pas komen.’ Vasthouden tegen beter weten in. Immers niets blijft en alles verandert en is tijdelijk. De vogels die zo ijverig heen en weer vliegen om hun kroost op het nest van voedsel te voorzien. De mensen en dieren die hun plek zoeken op deze aarde. Allemaal tijdelijk. Over 150 jaar is er zeker geen van deze zielen meer op de aarde, maar zijn er wellicht weer andere zielen.
Niets blijft en alles is tijdelijk. Er is niets dan dit moment. Dat wat ik nu waarneem, hoor en voel en denk. Dìt is wat er is. Waarom zou ik naar meer verlangen? De rest is bijzaak, stoorzender, fantasie.
Geschokt
Ik keek even wat er te lezen is via google over de ramadan. Niet veel goeds en spiritueels. Wel een paar schokkende berichten als http://www.spitsnieuws.nl/binnenland/2015/06/leraar-het-is-de-ramadan-drink-je-eigen-pis-maar en http://www.dagelijksestandaard.nl/2015/06/isis-kruisigt-twee-kinderen-omdat-ze-aten-tijdens-ramadan/. Dan houd ik me maar bij het armzalige, maar wel juiste berichtje http://feestdagen.nl/index.php/2015/ramadan. Daar staat tenminste in dat de moslims vasten van de dageraad tot zonsondergang in plaats van de veelal gehanteerde misvatting ‘van zonsopgang tot zonsondergang’. Maar verder vind ik het magertjes en voel ik haat bij de tegenstanders en een benauwdheid bij de islamitsche websites die je om de oren gooien met hadith en je het gevoel geven dat het gaat om voorschriften voor robots.
Wat ik ook niet begrijp dat in culturen waar moslims en niet moslims door elkaar wonen de niet moslims verboden wordt te eten waar vastende moslims bij zijn. Wat is dat voor achterlijk gedoe. Laat ze toch eten. Nog schrijnender wordt dat als het om kinderen gaat en niet islamitische kinderen gedwongen worden stiekem in de gymzaal of op de wc te eten.
Ik zou zeggen: wil je vasten, vast dan met plezier en veroordeel anderen niet die niet vasten, zeker niet als het gaat om mensen met een ander geloof. Wees genadig met kinderen die nog in de groei zijn. Maak ons mooie geloof niet te schande met enge praktijken van het straffen van niet vastenden. Godsdienst kent geen dwang!
Godsdienst is naseeha, advies.
Ramadan 2015
De laatste tijd kom ik niet aan schrijven toe en de paar lezertjes die ik heb vinden dat jammer. Ikzelf ook, want ik houd ervan mijn gedachten en belevenissen op papier te zetten. Zonder gêne, gewoon direct maar in mijn openbare dagboek. Ik heb immers niets te verbergen…..
Voordat deze ramadan begon zag ik er een beetje tegenop. Zou ik het wel weer kunnen volhouden, zo lang achter elkaar niet eten en drinken? Ik zou beter moeten weten na zoveel jaren. Allah geeft elk jaar weer kracht aan alle moslims die in de maand ramadan willen vasten. Dat is een één van Zijn wonderen.
Het hele jaar door waarschuwt mijn maag mij elke paar uur dat het weer tijd is om wat te eten en als ik dat dan niet voor handen heb voel ik een borrelend protest. Maar tijdens te ramadan lijkt het wel of er de hoofdschakelaar naar het ‘hongergevoel’ is uitgeschakeld. Ik voel geen honger, alleen hooguit een leegte daarbinnen, die niet eens onprettig aanvoelt. Er is ruimte…….
Maar natuurlijk heb ik makkelijk praten, want immers de vastenden in de ramadan weten dat er eten wacht bij zonsondergang. Dat wil zeggen: die vastenden die het voordeel hebben op een plek in de wereld te leven waar geen oorlog en/of hongersnood heerst.
Daarom vind ik de uitleg die veelal gegeven wordt aan de ‘zin van het vasten’ veel te mager. Natuurlijk is het goed om solidair te zijn met de mensen die helemaal geen eten hebben, maar het vasten dat wij doen staat in geen verhouding tot wat deze mensen ervaren. Immers wij weten wanneer we kunnen eten maar zij niet. Wij kiezen ervoor om te vasten, maar zij niet. De vergelijking tussen mij die niet eet gedurende 18 uur van de dag en iemand die misschien wel dagen achtereen niets vindt om te eten gaat in mijn ogen volkomen mank.
Er zijn meer redenen om te vasten dan deze. Ten eerste is het een voorschrift voor een moslim, één van de vijf zuilen van de islam. Veel dingen worden beweerd over wat een moslim wel en niet moet en mag doen, maar de vijf zuilen van de islam staan vast als verplichting.
Ik geloof dat Allah niets voorschrijft dat niet goed voor ons is. Het vasten moet een doel dienen, want anders zou Allah ons dat niet voorschrijven. Wetenschap heeft aangetoond dat het vasten goed is voor de gezondheid. Het is een reiniging van het lichaam. Allerlei afvalstoffen die het hele jaar de kans niet krijgen te verdwijnen kunnen afgevoerd worden. Vasten voorkomt op die manier ziekten.
De profeet vzmh heeft ooit gezegd dat het het beste is als een derde van ons lichaam maar gevuld is met voedsel, een derde met water (vocht) en een derde kan leeg blijven. Het lege derde deel van ons lichaam geeft ons de gelegenheid om ontvankelijk te zijn voor het spirituele. Mijn redenering is nu als volgt: tijdens het vasten in de ramadan is gedurende de dag een groter deel van ons lichaam dan normaal leeg en dat maakt dat wij ontvankelijker zijn voor het spirituele.
Maar dit zijn allemaal slechts woorden. En woorden kunnen het zoete gevoel niet beschrijven dat iemand kan ervaren tijdens het vasten. Dit zal voor iedereen anders zijn. Vasten biedt kans tot een confrontatie met jezelf en je geestelijke gesteldheid. Het is een tijd om ‘op dieper niveau’ te ervaren dan normaal en daarom veel te leren. Allah geeft je kracht om het beste van jezelf te laten zien tijdens de ramadan. Elk jaar opnieuw bid ik tot Allah dat de opgedane kennis tijdens de ramadan mag beklijven en dat ik een betere dienaar mag worden van Allah de Almachtige en Bramhartige.
Soebhan Allah. Wat een magistrale maand is dit.
Ramadan Kareem
Rahma of compassie
Terwijl ik op mijn fiets richting de yoga reed, kwam ineens het woord ‘rahma’ in mij op. ‘Dit is de sleutel’, dacht ik daarna direct. De sleutel tot de bevrijding. De bevrijding van gevoelens als angst, triestheid, woede, medelijden, enzovoort. Al laatstgenoemde emoties beklemmen het gemoed, laten het buikje samentrekken en maken de mens benepen. Terwijl de rahma de mens bevrijdt van dit alles en wel zo dat deze mens de wereld en alle mensen en dieren in het hart zou willen sluiten in één grote omhelzing. De borst wordt letterlijk verruimd door rahma.
Een moslim begint alle belangrijke en ook onbelangrijke handelingen met de al dan niet hardop uitgesproken woorden ‘bismillahir Rahmanir Rahim’ (in de naam van Allah, de Barmhartige en Genadevolle). Ook elk gebed en elke smeekbede beginnen met deze woorden.
Barmhartig en Genadevol zijn twee van de 99 wonderschone Eigenschappen die ons bekend zijn van Allah de Almachtige. Er zijn nog meer Heilige Namen, maar aan ons mensen zijn er slechts 99 geopenbaard en dat is ruim voldoende voor inspiratie tot het goede.
Compassie of rahma is niet hetzelfde als medelijden. Nee, zeker niet. Medelijden maakt dat je mee lijdt en dus afdaalt naar de ander in zijn/ haar emotie. Hoe kan je de ander uit dat moeras van verdriet of pijn trekken als je er samen middenin gaat zitten. Dat kan niet. Rahma is het aanvoelen van verdriet van een ander met een allesomvattende liefde die boven jezelf en de ander uitstijgt. Met die liefde kan je de ander omarmen zodat het lijden verlicht wordt. Rahma wist woede en verdriet uit en stijgt uit boven elk benepen oordeel. Rahma is groter dan wijzelf, omdat zij voortkomt uit het Goddelijke in ons.
Hoe komen we aan rahma? Kan je die dan met een vingerknip bij jezelf oproepen? Nee. Rahma zit in ons hart en wacht op een gelegenheid om naar buiten te komen. Maar daarvoor moeten wij een opening geven. En hoe kan dat? Door ons bewust te worden van onze negatieve emoties en daar eerlijk naar te kijken. Pas als we dat doen, krijgen die negatieve emoties en gedachten de plaats die ze toekomt. Een plaatsje in ons door angst en eigenbelang geïnspireerde wereldje. Een wereldje dat niet meer is dan een luchtbel of gebakken lucht. Zelf gebakken door ons voortdurende gehersenspin.
Sta erbij en kijk ernaar en dan kan zomaar de rahma tevoorschijn piepen. De rahma die alles verder van ondergeschikt belang maakt. Met de rahma kunnen we bergen verzetten, heel hard werken zonder moe te worden en een lichtpuntje zijn voor onze medemens, van welk geloof of gezindte ook.
Geen yoga vandaag en praatgraag
Ik kom aan met mijn fiets bij de kantine van de honkbalvereniging, waar de yoga wordt gegeven. Ik zie maar één oude fiets staan in het fietsenrek en er is nergens een auto te ontdekken op de parkeerplaats. Zowel kantine als sportveld zien er verlaten uit.
Toch probeer ik de deur van de kantine en tot mijn verrassing gaat deze open. Ik zie geen Charlie en geen yogamatjes die klaarliggen, maar ik zie wel een man en een vrouw zitten aan een tafeltje met elk een bekertje koffie.
‘Goedemorgen. Er is zeker geen yoga’, begin ik het gesprek. De ongeveer veertigjarige man met halflang haar antwoordt me dat hij inderdaad denkt van niet, maar als ik het zeker wil weten, dan kan ik Charlie bellen. Dat kan ik niet, omdat ik gewoon ben weggegaan zonder telefoon, laat ik weten. Ik vervolg dat ik in ieder geval een fietstochtje heb gehad en dat ik dan maar weer naar huis ga. ‘Gelukkig heb ik een thuis’, voeg ik er nodeloos aan toe.
Dan neemt de journalistiek nieuwsgierigheid het van me over en vrijpostig vraag ik: ‘En jullie dan? Wat doen jullie hier?’ ‘Wij houden ons bezig met kansarme jongeren’, antwoordt de man. ‘We proberen met hen te werken aan een betere toekomst.’ ‘Hoe doen jullie dat? ‘ ‘Door stageplekken te regelen en door met ze te sporten. Een opleiding voor hen te zoeken’ ‘Dat is mooi’, geef ik ongevraagd mijn mening. ‘Want het breekt je hart als je ziet hoe jongeren hun tijd soms verdoen op straat. Aan de andere kant is de straat ook belangrijk en hebben jongeren het soms nodig daar tijd door te brengen. Jongeren die alleen maar gestudeerd hebben en naar hockey zijn geweest komen zichzelf vaak later tegen. Op straat kun je ongelooflijk veel leren over het leven.’ Ik kwebbel nog wat door over mijn eigen kinderen die ook op die manier veel geleerd hebben en nu toch goed terecht zijn gekomen. De man beaamt het.
‘Doen jullie dit beroepshalve of als vrijwilliger?’, vraag ik. ‘Vrijwillig.’ ‘Zoeken jullie ze op of komen ze bij jullie?’ ‘We zoeken ze op en ze komen hier.’ ‘Maar ik zie geen jongere’, dram ik door. ‘Dit is eigenlijk ons kantoor, zou je kunnen zeggen’, legt de man geduldig uit. ‘En mogen we nu even verder gaan?’ ‘O sorry! Zijn jullie in bespreking? Ik ben al weg. Adios!’
Haastig maak ik me uit de voeten, enigszins beschaamd. Wat zullen deze mensen van mij denken? ‘Weer zo een oud wijfie dat thuis alleen zit, geen aanspraak heeft en verlegen zit om een praatje. Wat een kletskous.’ In mijn gedachten komen oude vrouwtjes voorbij die vroeger vaak mij als praatpaal kozen in de tram, omdat ik kennelijk iets vertrouwenwekkends over me heb dat de tong los maakt. Maar nu ben ik zelf die praatgrage dame geworden.
I am who I am. God forgive me.