Mijn internetmaatje Jeanne stuurde me vandaag een artikel uit de Volkskrant met de titel ‘zit het beste tegengif in de islam zelf?’
Ik heb het met belangstelling en veel herkenning gelezen en het komt bij mij op een gepast moment. Want juist in deze dagen besef ik weer zo goed wat islam voor mij betekent en hoe ik moslim ben geworden. Ik heb de Qur’an gelezen in 1977 in de vertaling van Marmaduke Pickthall. De woorden raakten me toen direct in het hart. Hoewel ik toen al passages tegenkwam die voor mij moeilijk te begrijpen en te verteren waren, zag ik het Boek als een geheel en….zoals in het artikel in de Volkskrant staat: ‘Voor de soefi is de Koran een mystiek boek. Dat is de tegenovergestelde benadering van de salafist, die alles letterlijk neemt’.
Ik heb destijds in mijn jonge jaren, toen ik hunkerde naar een antwoord op mijn vragen over de zin van het leven kennelijk in dit Boek het antwoord gevonden. Er was voor mij geen twijfel dat ik me direct wilde bekeren tot de islam. Ik was vervuld van liefde en blijdschap vanwege mijn nieuwe ontdekking (in die tijd behoorlijk ‘uit de pas’ voor een Nederlander). Wilde mijn blijdschap delen met mijn omgeving maar stuitte alleen maar op onbegrip. Dit ontnam mij de moed niet. Ik werd en bleef moslim.
De afgelopen dagen heb ik last gehad van zogeheten ‘flashbacks’. Episodes uit mijn niet zo rooskleurig verleden kwamen ongevraagd in mijn gedachten en gaven me een heel triest gevoel. En vannacht besefte ik plotseling hoe ik in al die jaren letterlijk door dit alles heen ben geloodst door een onzichtbare Hand. Ik kreeg kracht om alles te doorstaan uit een voor mij onzichtbare en wonderlijke, maar o zo voelbare Bron.
En toen ik eind 1995 ging twijfelen aan mijn geloof, omdat ik hetzelfde om me heen zag als nu bij mede-moslims, te weten hardheid en onverbiddelijkheid, toen kwam ik in aanraking met de soefiweg van de Naqhsbandi Tariqat. In de woorden van sheikh Nazim en zijn beleving van de islam vond ik mijn thuis. Eindelijk herkende ik in een ander mens volledig de islam zoals ik die van het begin af had ervaren. Het heeft me tot tranen geroerd.
Weer later zag ik dat niet alle mede-murids (medeleerlingen) van sheikh Nazim mijn beleving deelden en dat het idee dat ik nu eindelijk een familie gevonden had een illusie was.
De afgelopen tijd heb ik weer getwijfeld. Is het dan allemaal toch onzin en verbeelding van mij geweest? Is het idee van een god of hogere macht dan een zoethoudertje om mensen in het gareel en tevreden te houden? Ben ik daar dan ingetuind, omdat ik me van kinds af aan zo weerloos en onbeschermd heb gevoeld?
Het kan wel wezen, maar Allah of God was er voor mij vanaf dat ik een kleuter was. Ik kan me alle momenten voor de geest halen dat ik Zijn mysterieuze Aanwezigheid en Zijn helpende Hand heb gevoeld. Uit hoeveel benauwde en levensgevaarlijke situaties ben ik niet door Hem gered en hoe vaak heb ik niet troost gevonden bij Allah als er niemand anders was.
Ik kan dat niet vergeten en ik kan alleen maar dankbaar zijn dat ik bij alles wat ik moest meemaken steun heb gehad en rust heb gevonden bij Allah. Hoe kan ik Hem dan niet dankbaar zijn en erkennen dat Hij er altijd voor me geweest is.
Er is geen bewijs, er is geen argument. Maar ik weet wel: zonder Allah had ik het niet gered en zal ik het niet redden.
Ik heb nu te veel slaapkamers in huis. Van één daarvan gaan Ahmad en ik een meditatieruimte maken. Met kussens op de grond en een kast vol met mijn lievelingsboeken, onze Qur’ans, mijn soefibibliotheek, steun en toeverlaat in benauwde dagen. Islam en soefisme geven rust en ruimte in mijn hart.
Allah ik ben U zo dankbaar dat ik mag terugkeren.
Categorie archieven: General
Onrust
Ik dacht dat ik het nog heel lang kon volhouden. Zitten op mijn bed in de woonkamer met een voet omhoog en beurtelings kijken in mijn laptop en naar de tv. Af en toe kinderen op bezoek en dan even lekker bijkletsen en lachen.
Maar nu begint er toch een zekere onrust bezit van mij te nemen. Ik wil naar buiten, op mijn fiets springen, frisse lucht voelen en filmpjes maken. Nog een week, dan mag het gips eraf, na 8 weken. Ik hoop dat ik direct lekker kan wegstappen op twee schoenen. Heb zat te doen.
Onrust voelt ook mijn jongste oogappel. Hij zal binnenkort (weer) vader worden en de kleine laat af en toe merken geboren te willen worden, maar dan toch weer niet. Dat is natuurlijk zenuwslopend. Elke keer die hoop dat het wiegje eindelijk gevuld gaat worden en dan toch weer niet. De baby zal zeker komen, maar we weten niet wanneer.
Ik heb mijn camera opgeladen en wacht op een telefoontje. Gipsvoet of niet, ik mag en zal bij de bevalling zijn.
Geloof
Sorry, jongens, ik ga er nog even op door. Voor sommigen zal het een uitermate saai en vervelend onderwerp zijn. Naast Theo Drieling is er nog iemand die gereageerd heeft op mijn gezeur over geloof en religie. Hij deed dat via de mail. Ik hoop dat hij niet boos wordt dat ik hem hier citeer:
Truth
Tekst van het liedje ’truth’ van Alexander :
Truth
The truth is that I never shook my shadow
Every day it’s trying to trick me into doing battle
Calling out “faker” only get me rattled
Want to pull me back behind the fence with the [cattle]
Building your [lenses]
Digging your trenches
Put me on the front line
Leave me with a dumb mind
With no defenses
But your defenses
If you can’t stand to feel the pain then you are senseless
[Since] this
I’ve grown up some
Different kind of fighter
And when the darkness come let it inside you
Your darkness is shining
My darkness is shining
Have faith in myself
Truth
I’ve seen a million numbered doors on the horizon
Now which is the future you choosen before you gone dying.
I’ll tell you ‘bout a secret I’ve been underminding
Every little lie in this world come from dividing
Say you’re my lover, say you’re my homie,
Tilt my chin back slit my throat take a bath in my blood get to know me
All out of my secrets
All my enemies are turning into my teachers.
Because, lights blinding, no way dividing what’s yours or mine when everything’s shining
You darkness is shining my darkness is shining
Have faith in ourselves
Truth
Yes I’m only loving, only trying to only love
That’s what I’m trying to do is only loving
Yes I’m only lonely loving feeling only loving
Till I’m feeling only loving
Ya say it ain’t loving ain’t loving my loving
But I’m only loving only loving only loving
Only loving the truth.
https://youtu.be/1hewiyWEyl4
Antwoord aan Jeanne op haar commentaar op 'losing my religion'
@Jeanne. Nee. Zeker bedoelde ik het niet zo. Ik weet dat jij ondanks het feit dat je twijfelt aan het godsbestaan je best doet goed te leven. Daarom ben ik ook al zo lang virtueel bevriend met jou 🙂 Ik vind jou een ‘goede ziel’.
Zoals ik schreef in mijn stukje ‘religie enzo’: En laat ik nou helemaal niet zien dat de mensen die zichzelf gelovig noemen en lid zijn van een kerk of moskee beter zijn dan de mensen die beweren dat zij niet zeker weten of er een God is of die zelfs menen dat er helemaal geen god bestaat! Absoluut niet! Ik ken zoveel zichzelf atheïst noemende mensen die ontzettend goed zijn voor hun omgeving en die vol liefde zijn en oprecht en goed in hun gedrag naar anderen. Zij doen dat niet omdat zij menen daarmee een ticket te verdienen naar de hemel, want zij geloven niet in de hemel. Zij doen het uit liefde of gewoon omdat ze goedaardig zijn.
En is het allerlaatste stuk ‘begin van sura al Imran’ concludeer ik: De definities van goed en kwaad zijn behoorlijk multicultureel. Als we nu de kledingvoorschriften en alle uiterlijk franje weglaten, dan kunnen we zeggen dat we dus allemaal hetzelfde willen, maar dat iedereen dit alleen hult in zijn eigen jasje.
Als je dan nog bedenkt dat Allah zelf al zegt in de Qur’an dat sommige stukken letterlijk genomen moeten worden en andere overdrachtelijk, dan concludeer ik dat je het verhaal van hemel en hel niet letterlijk moet zien. Ik vul dat voor mezelf dan in met: dat Allah met degenen die zijn bestaan ontkennen diegenen bedoelt die de stem van hun innerlijk geweten negeren en het slechte verkiezen te doen in plaats van het goede. Dat kunnen mensen zijn met en zonder religie. Het gaat dus allemaal om het gedrag en niet om het uiterlijk en de rituelen. Die rituelen heeft Allah niet nodig, maar zijn alleen bedoeld voor onszelf. Om ons te helpen richting te geven aan ons leven. Sommigen kunnen het stellen zonder deze rituelen en komen door andere inspiratiebronnen tot goed gedrag.
Er is een mooi soefiverhaal dat deze opvatting ondersteunt. Ik ben gek op dit soort verhalen en vertelde ook veel van deze story’s aan mijn kinderen, toen deze nog klein waren. Dat deed ik liever dan hen te belasten met het leren van het alfabet in het Arabisch.
Het verhaal gaat als volgt: er was ooit een moslim die voor zijn omgeving gold als een heel devoot man. Hij bad 5 keer per dag en droeg kuise kleding en wist bijna de hele Qur’an uit zijn hoofd. Elke dag kwam hij op weg naar de moskee een dronkaard tegen, die nooit bad en niets deed aan religie.
Tot zijn verrassing vernam hij dat deze man na een vroegtijdige dood in de hemel terecht was gekomen. (Vraag me nu niet hoe dat kan. 😉 In soefiverhalen kan alles.) Hij vroeg aan een heilige hoe dit had kunnen gebeuren en deze antwoordde het volgende. De man, die vaak dronken was en zich weinig gelegen liet liggen aan religie had ooit op een moment dat hij heel dorstig was na een lange wandeling in de woestijn met zijn hond eindelijk een waterbron gevonden. In plaats van eerst zelf te drinken, had hij een kommetje gemaakt van zijn beide handen en eerst zijn hond laten drinken. Daarna dronk hij pas zelf. Omdat Allah dit een nobele en mooie daad vond waren al zijn zonden hem vergeven en kreeg hij een plekje in de hemel.
Allah kijkt niet naar uiterlijkheden, maar in het hart. Daarvan ben ik overtuigd.
Begin van Sura al Imran
1. Alif Laam Miem.
2. Allah! Er is geen God, dan Hij, de Levende, de Zelfbestaande.
3. Hij heeft u het Boek met de waarheid nedergezonden, vervullende, hetgeen er aan voorafgaat en Hij zond voordien de Torah en het Evangelie als leiding voor het volk en Hij heeft het Verschil geopenbaard.
4. Voorzeker, zij, die de tekenen van Allah verwerpen, zullen een strenge straf ontvangen; Allah is machtig, de Heer der Vergelding.
5. Voorzeker, er is niets op aarde of in de hemelen voor Allah verborgen.
6. Hij is het, Die u in de baarmoeder vormt zoals Hij wil; er is geen God dan Hij, de Almachtige, de Alwijze.
7. Hij is het, Die u het Boek heeft nedergezonden; er zijn verzen in, die onoverdrachtelijk zijn, zij vormen de grondslag van het Boek, en er zijn andere (verzen), die zinnebeeldig zijn. Maar degenen in wier hart dwaling is, volgen die, welke zinnebeeldig (bedoeld) zijn en zoeken tweedracht en de verkeerde uitleg. En niemand kent de juiste uitleg dan Allah en degenen, die vast gegrondvest zijn in kennis, die zeggen: “Wij geloven er in; het geheel is van onze Heer”; en niemand trekt er lering uit, dan zij, die begrip hebben.
8. “Onze Heer, laat ons hart niet afdwalen nadat Gij ons hebt geleid en schenk ons Uw barmhartigheid; waarlijk, Gij zijt de Milddadige. (Uit: fonetische Qur’antekst met Nederlandse vertaling)
Ik denk dat hier vooral vers 7 belangrijk is. Duidelijk staat daar dat er onoverdrachtelijke en zinnebeeldige verzen zijn. Het is niet altijd gemakkelijk voor de lezer om uit te maken of bepaalde verzen in de Qur’an onoverdrachtelijk of juist overdrachtelijk (of zinnebeeldig) zijn. Ik denk dat daardoor de verwarring en al het gesteggel ontstaat omtrent geloof.
Zowel in de bijbel als in de Qur’an staan passages die je doen huiveren als je ze heel letterlijk zou nemen, zoals de straf van de hel die genoemd wordt en de nogal wereldse beschrijving van wat mensen kunnen vinden in de hemel. Ik denk dat die passages vooral zinnebeeldig zijn, omdat wij ons er geen voorstelling van kunnen maken wat een ziel in het zielenrijk zonder aards lichaam te wachten staat na de dood of heeft beleefd in het zielenrijk voor de geboorte op deze aarde. Veel passages moeten ook gelezen worden in het licht van de tijdgeest die er toen was. De algemene richtlijnen gelden echter voor alle tijden en zijn niet veel anders dan die in de bijbel of de 10 geboden uit de Thora. Die richtlijnen zijn in de regel ook niet veel anders dan die van het wetboek van elk bepaald land. Nergens wordt gezegd dat je mag stelen of liegen of doden. Overal is men het erover eens dat je moet zorgen voor degenen die jouw zorg behoeven zoals kinderen en ouderen en zieken en dat je in de regel moet werken om te leven. De definities van goed en kwaad zijn behoorlijk multicultureel. Als we nu de kledingvoorschriften en alle uiterlijk franje weglaten, dan kunnen we zeggen dat we dus allemaal hetzelfde willen, maar dat iedereen dit alleen hult in zijn eigen jasje.
Losing my religion?
Ik ben er nog niet helemaal van afgevallen, van mijn geloof, maar ik heb het gevoel dat ik steeds meer aan een dunne draad hang te spartelen. Ik bid nog steeds, maar wat zijn die gebeden waard? Het zijn rituele oefeningen waarmee ik niet durf op te houden, omdat ik bang ben voor de consequenties. Het elke dag bidden vanaf 1978 heeft mij een houvast gegeven, als dat van een drenkeling. Zonder dit houvast vrees ik helemaal in het drijfzand te verdwijnen van onzekerheid.
‘Wat nou als je alles voor niets doet, mam?’ vroeg één van mijn kinderen mij ooit. ‘Stel je voor dat Allah helemaal niet bestaat.’ Maar ik denk anders. Stel je voor als je een heel leven denkt dat Allah (of God) niet bestaat en dat je dus geen enkele verantwoording hoeft af te leggen van je intenties en daden tijdens dit leven. Maar dat aan het einde van dit korte bestaan blijkt dat Hij wel bestaat en dat je dit al die tijd hebt ontkend. Ik dek me liever in voor dit risico. Daarbuiten is het ook nog zo dat ik niet geloof dat dit leven en alles eromheen er is zonder het bestaan van een Grotere Intelligentie dan wij, het Onbevattelijke, dat wij God of Allah noemen.
Ik geloof niet in de ‘big bang’ en het darwinistische idee dat wij van apen zouden afstammen. Dat zeker niet. Want hoezo gaan de apen van nu niet steeds meer op mensen lijken, als er al van zo een evolutie sprake zou zijn?
Nee, ik weet zeker dat er een God is, die ik dus Allah noem vanuit de religie die ik gekozen heb. Ik heb dat vroeger bewezen in een filosofietentamen (ja, we hadden ook filosofie als bijvak in de studie psychologie). Ik moest in dat tentamen opschrijven wat het ontologisch godsbewijs inhield en, zo stoned als een garnaal van de middelen die ik de dag ervoor genuttigd had, deed ik dat ongewoon goed. Ik kreeg 20 punten (een 10!) voor dat tentamen en de professor had er ook nog onder geschreven dat ik het kennelijk goed begrepen had.
O.k., geen twijfel dus voor mij aan het bestaan van God of Allah, maar wel steeds meer twijfel aan religie als instituut. Ik ben toevallig moslim, omdat ik daarvoor ooit gekozen heb. Ik kon mezelf niet terugvinden in de rituelen van de kerken, maar vond de bijbel altijd een mooi boek. De Qur’an bevestigt veel van wat ook in de bijbel staat en alle profeten (met of zonder heilig boek) kwamen met dezelfde boodschap: ‘Doe je best, wees dankbaar voor wat de Schepper jou geeft en wees goed voor je omgeving. Doe niemand pijn, maar probeer het goede te doen. Je hebt hier op aarde een verantwoording, want je bent een mens die tot reflectie in staat is (i.t.t. een dier, hoe nobel ook).’
Deze gedachte houd ik vast, maar mijn religie en alle andere religies, de bolwerken die het zijn geworden, bolwerken vaak van onverdraagzaamheid, daar krijg ik steeds meer moeite mee.
Hoe kan ik het koord dat mij verbindt met Allah, God, de Schepper blijven vasthouden? Wat ben ik zonder de rituelen? Ik houd eraan vast, maar ik voel me weer net zo eenzaam als in het begin van mijn leven. Wat voor een moslim ben ik nou? Ik had ook een christen kunnen zijn, want in hun Godsbeleving herken ik ook veel en ook in die van boedhisten en in de twijfel van atheïsten kan ik me goed inleven. Wat is het verschil tussen ons stervelingen, als we gewoon ons best doen om geen rottigheid aan te richten maar gewoon proberen het goede te doen. Dus datgene wat onszelf niet graag geschiedt ook een ander niet aan te doen. Zijn we in die zin niet allemaal broeders en zusters?
En waar zijn dan de ‘slechterikken’? Die vind je ook overal. Dus wat is dan het verschil tussen een gelovige en een niet gelovige? Dat zit hem in ieder geval niet in het etiket dat iemand opgeplakt krijgt of zichzelf opplakt.
Ik blijf een beetje hangen nu in dit nare teleurgestelde gevoel en dat ik nu weet dat die veilige zekerheid dat ik het ware geloof had gevonden begint af te brokkelen. Ik denk nu dat alle geloven of ideologieën even goed zijn en dat het er louter om gaat waartoe deze een mens inspireren. Leidt het tot goede intenties en daden of niet, dat is waar het om gaat.
Zou Allah me deze gedachte kwalijk nemen? Ik weet het niet, want ik krijg daarop geen antwoord. Ik kan echter ook niet liegen. Dit is wat ik nu geloof.
Religie enzo
Ik heb een facebookaccount en daar kun je ‘posts’ op plaatsen en ook ‘posts’ lezen van anderen, je facebookvrienden. Het is ook mogelijk dat vrienden je lid maken van en groep zonder dat je daar zelf om hebt gevraagd. Ongewild hoor je ineens ergens bij. Zo ben ik nu sinds enige tijd lid van een groep die zich ‘agnostic muslims’ noemt. Kennelijk heeft iemand (ik weet niet eens wie) het besluit genomen dat ik ook tot deze groep moet behoren.
Ik geloof niet zo in toeval, maar voor mij hebben al mijn leven lang gebeurtenissen een betekenis. Niks gebeurt zomaar. Dus het is ook geen toeval dat ik nu ineens in deze groep zit. Er is geen ‘koe zo bont of er zit wel een vlekje op’, luidt het spreekwoord. Het plotseling lid worden van deze groep past wel een beetje bij de geloofsfase (zullen we het maar zo noemen?) waarin ik nu verkeer.
Ik ben geboren in een gezin waar God geen rol van betekenis speelde. Er werd wel eens gesproken over ‘onze lieve heer’, maar dan werd dit meer gebruikt in de betekenis van een rechter die toezag op mijn doen en laten en nauwlettend in de gaten hield of ik me wel aan de geboden en verboden hield. Als ik jokte verzekerde mijn moeder mij ervan dat dit goed te zien was voor haar, omdat ik dan een groen kruis op mijn voorhoofd kreeg. Al met al speelden de 10 geboden zeker wel een rol in mijn opvoeding en werd ik opgevoed met een duidelijk beroep op mijn geweten en besef van goed en kwaad.
Maar godsdienst kwam in mijn ouderlijk huis alleen ter sprake als iets belachelijks. Katholieken waren roomser dan de paap en protestanten waren vroom als gemalen poppenstront. Als ik jankend uit school kwam met het verhaal dat de non me had afgeblaft omdat ik geen rokje over mijn lange broek droeg en dat zij had gezegd dat zij niet kon zien of ik een jongen of een meisje was, dan begonnen mijn ouders te gieren van het lachen. ‘Haha, zeg jij maar tegen die non dat jij ook niet kan zien of de pater een meisje of een jongen is.’ Daar kon ik het mee doen en mijn ellende werd nog groter toen ik voor de klas moest komen staan en vertellen aan de kinderen voor me wat er zal gaan gebeuren met kinderen die niet katholiek zijn. Ik zou branden in de hel.
Ondanks de antipathie van mijn ouders tegen religie werden mijn broer en ik beurtelings gestuurd naar streng katholieke scholen en naar zeer protestante scholen (met de bijbel). Dat was om ons te laten zien hoe het niet moest, aldus mijn stiefvader.
Vreemd wel dat juist ik, die komt uit zo een antireligieuze omgeving me op 27-jarige leeftijd bekeerde tot de islam. Tja, hoe is dat nou gekomen?
Van kinds af aan heb ik het gevoel gehad dat er meer was tussen hemel en aarde dan dat ik met het blote oog zag. Dat er een soort wetten moesten zijn, want ik zag verbanden tussen gebeurtenissen, goed en slecht. Ik zag dat sommige mensen logen en anderen niet en ik zag het lelijke en het mooie. Ik merkte dat alles telkens veranderde. Ik zocht naar harmonie en vrede en had het gevoel dat ik een geheim in mij droeg. Dat moest iets zijn tussen mij en God, besloot ik. Want dat er een God bestond, dat stond voor mij vast. In het geheim sprak ik met God op de momenten dat ik me alleen voelde of verraden (dat laatste kwam nogal eens voor). God was er altijd.
Ik werd dus moslim in 1978 na een lange zoektocht door het zwevende kastje. Wat me vooral beviel was dat de islam iets is tussen mij en Allah zonder tussenpersoon in de vorm van een priester of dominee.
In 1996 deed ik bayat (soort eed van trouw) en werd ik murid (leerling) in de Naqhsbandi sufitariqat. Dus toch weer een tussenpersoon in de vorm van een leraar of gids (een sheikh)! Ik vond wat ik al zo lang zocht in de wijze lessen van sheikh Nazim, op zijn beurt drager van het geheim van sheikh Abdullah ad Daghestani. De woorden omtrent het goede gedrag en de goede intentie en omtrent het zuiveren van je ziel kwamen bij mij binnen als een grote troost. Had ik nu een groep gevonden die voor me zou zijn als een familie? Zielsverwanten die dezelfde weg wilden bewandelen als ik. Ik heb lange tijd willen geloven van wel. Tot ik zag dat zelfs in een groep van mensen met ogenschijnlijk eenzelfde doel verschillen bestaan en geschillen. Uiteindelijk zijn we toch alleen en gaan we alleen dood.
Ik voel me nu weer het prettigst als ik mijn geloof alleen beleef en ik weet dat ik er nu ook een stuk minder tijd aan besteed. Ik doe alles wat verplicht is voor een moslim, maar niets meer dan dat en dat kost me soms zelfs nog moeite. Het is niet gemakkelijk om altijd 5 keer te bidden, maar het roept me wel tot de orde en ik heb gemerkt dat ik me verloren voel als ik niet meer bid. Het vijf keer wassen van je mond, neus en gezicht is niet zomaar iets. Het jaarlijks een maand vasten ook niet. Erachter zit wijsheid die in het belang is van onze geest en onze gezondheid, ook al voelt het soms als lastig. Want het liefst rennen we de hele dag door, weet ik wat achterna jagend.
Ik ben moslim en blijf dat ook, maar……waar ik nu zo een moeite mee heb is:
- dat moslims, soefies, maar ook vertegenwoordigers van andere religies menen het monopoly te hebben op al het goede. Dat zij de enige vertegenwoordigers zijn van rechtschapenheid, goed gedrag, rechtvaardigheid en liefde. Noem maar op. Zij hebben zich al het goede toegeëigend alsof het alleen van hun is en niet voor de mensen buiten hun religie. Zij zijn het ‘uitverkoren volk’ en een stuk beter dan de anders gezinden.
- Sommigen hebben zich zelfs een speciaal tenue aangemeten om zich te onderscheiden van alle anderen, het ongelovige klootjesvolk. Hoe veel beter zijn zij dus dan die anderen, de zondaars en onwetenden.
- Ze lijken werkelijk te geloven dat zij beter zijn dan de anderen die hun geloof niet delen en menen dan ook dat wat die anderen zeggen of willen er helemaal niet toe doet.
En laat ik nou helemaal niet zien dat de mensen die zichzelf gelovig noemen en lid zijn van een kerk of moskee beter zijn dan de mensen die beweren dat zij niet zeker weten of er een God is of die zelfs menen dat er helemaal geen god bestaat! Absoluut niet! Ik ken zoveel zichzelf atheïst noemende mensen die ontzettend goed zijn voor hun omgeving en die vol liefde zijn en oprecht en goed in hun gedrag naar anderen. Zij doen dat niet omdat zij menen daarmee een ticket te verdienen naar de hemel, want zij geloven niet in de hemel. Zij doen het uit liefde of gewoon omdat ze goedaardig zijn.
Zoals Jezus (vzmh) al zei: ‘heb uw naasten lief als uzelve’, zo sprak ook Mohammed (vzmh): ‘wie zijn broeder gunt wat hij zichzelf gunt behoort tot mijn gemeenschap’. Dat is waar het in mijn ogen om draait. De rest is schijn of kan dat zijn.
Zoals mijn moeder zei: ‘als de hemel valt, hebben we allemaal een blauw mutsje op’. Niemand moet zich beter voelen dan een ander!
https://youtu.be/eZ2j5LLF1UI
in re en valideren
Omdat ik toch het beste kan zitten met mijn voet omhoog de afgelopen weken en (naar ik vandaag hoorde) ook de komende zes (!), kijk ik veel naar tv. O.a. naar een programma dat ‘de wandeling’ heet. Daar wordt gewandeld met een Nederlander die tijdens de wandeling vrijuit vertelt over zijn of haar leven. Laatst was de beurt aan een jongeman, die na een motorongeluk een dwarslaesie opliep en daarnaast nog één of andere nare aandoening ergens in zijn nekwervels, waarvan hij dagelijks veel pijn ondervindt. Ondanks deze ellende zegt hij, al rijdend in zijn hippe rolstoel, nu gelukkiger te zijn dan voor zijn ongeluk. Ik zit er, met mijn pijnlijke voet omhoog gestoken, verbaasd naar te kijken. Hoe kan het dat iemand het verlies van gezonde ledematen zo opgewekt verdraagt?
Ik voel me al moedeloos en ongeduldig bij het herstel van de simpele operatie die ik onlangs onderging. Haal me van alles in mijn hoofd als er iets niet klopt aan mijn lichaam en verdraag verlies van mijn gezondheid helemaal niet sportief en opgewekt. Ik vind het verschrikkelijk hulpeloos te zijn. Gedachten doorkruisen mijn door pijnstillers benevelde hoofd over een steeds verder vorderende ouderdom met mogelijk steeds meer gebreken en uitval van functies. Ik zie dit als een nachtmerrie.
Het vordert nog niet met de revalidatie. Ja, ik heb nu loopgips, maar dat betekent nog niet dat ik normaal uit de voeten kan. De krukken kunnen weg. Dat is wel beter voor mijn altijd nog sluimerende slijmbeursje dat ik juist al maanden zo lekker kwijt was. Maar…..veel door het huis stiefelen wordt direct bestraft met meer pijn, een wond die weer open gaat en een verdikte warme enkel.
Ik ben onwetend weggestuurd uit het ziekenhuis. Zodra ik kon hinkelen en plassen mocht ik weg en sindsdien worstel ik wat betreft mijn revalidatie met de beknopte info van het ziekenhuisboekje en wat er geschreven staat op internet. Ik klungel maar wat aan. Zodra ik even minder pijn voel begin ik enthousiast dingen te doen in huis en de pijnmedicatie te minderen en dan krijg ik daarop weer een terugslag.
Vandaag heb ik het ziekenhuis gebeld. Ik wil verdulleme nu wel eens weten wat een normaal of abnormaal verloop is na een operatie als de mijne. Een zuster belt me terug en zij stelt me gerust. Het is echt een kwestie van veel rust nemen en ‘luisteren naar je lichaam’. Dat doe ik nu maar en ik zet mijn ongeduld opzij.
Maar ik blijf me verbazen over mensen die blijmoedig de meest enge ziektes ondergaan. Wat een helden. Daarbij vergeleken ben ik een sjagerijnige hypochonder.
Gisteren had ik dus een ‘goede dag’ en die heb ik gebruikt om dit filmpje te maken van de ‘babyshower’ van mijn schoondochter. Ik kon daar helaas niet bij zijn, maar maakte wel een compilatie van een filmclipje en foto’s die door daar wel aanwezigen gemaakt zijn.
https://youtu.be/OasorCiHKQ4
Na de operatie
……haal ik opgelucht adem, nu de ergste pijn voorbij is. Een pijn die helaas vrij abrupt en hels begon, midden in de nacht, toen mijn plaatselijke verdoving was uitgewerkt.
Ik heb er geen spijt van, omdat niet opereren bijna geen optie meer was. Niet alleen stond de grote teen van mijn rechtervoet al jaren te ver naar de andere tenen gericht, maar ook kwam daardoor mijn tweede teen nu in de verdrukking, waardoor deze met een puntige kromming naar boven was gaan staan, wat natuurlijk drukte op de bovenkant van elke normale schoen, zelfs die in breedtemaat M!
De grote teen komt nu (als het goed is gegaan) recht te staan door middel van twee schroeven en door het bot van de tweede teen is over de gehele lengte een naald geprikt, die de teen recht moet maken. Na vier weken zal de naald er weer uitgetrokken worden en dat zou voldoende moeten zijn om de teen voorgoed recht te houden. Ik hoop van harte dat ze de naald onder verdoving wegtrekken (aaaiiiiii!).
Ik ben als een koningin verzorgd door man en kinderen en donderdag 13 december hoop ik loopgips te krijgen. Ik heb mijn best gedaan om het advies van een strenge zuster op te volgen. Dat wil zeggen twee weken volledige rust en het rechterbeen dag en nacht omhoog.
Misschien mag ik vanaf donderdag mijn voet een beetje gaan gebruiken met loopgips en kan ik wat meer doen dan in bed liggen, eten, drinken en naar de WC of douche hinkelen op mijn twee krukken.
https://youtu.be/KqXzrG8ItTw