Lopend naar het Kruidvat

Vandaag ging onze wandeling zoor het parkje in onze buurt naar het Kruidvat. Ik had paracetamol nodig en lippenstift die in de aanbieding was. Spannender kan ik het niet maken.

We zagen dat het park met de waterkant er een beetje verloederd uit zag. Het is duidelijk dat het groen niet meer zo wordt onderhouden en dat het overal liggende afval niet meer regelmatig wordt weggehaald. De krokussen en de narcissen zijn inmiddels uitgebloeid en worden nu overwoekerd door een lelijke grote plant met kleine witte bloemetjes. Ik weet al dat deze plant de hele zomer zal gaan heersen over het grasveld aan de waterkant, omdat dat vorig jaar ook zo was. Een lelijk en rommelig gezicht.

Als je er oog voor hebt zie je hier en daar nog wel spontaan wat moois bloeien:

Ook ontdekken we dat de brandnetel kennelijk een aantrekkelijke plant is voor lieveheerbeestjes, wat we niet wisten.

We verkennen onze dreef vanaf het begin op de terugweg. Ik heb een brief gekregen dat ze bezig zijn met schilderwerkzaamheden voor de buitenboel in onze straat. Dat verbaasde me, omdat ze immers ook plannen zouden hebben om ons geliefde buurtje plat te gooien. Ik zie nergens steigers en schilders aan het werk, maar wel een omheinde plek waar Smits Vastgoedzorg materialen heeft opgeslagen. Er zitten ook een paar mannen. Waarschijnlijk schaftpauze. Er is wordt dus kennelijk wel gewerkt. We wachten het af. Het blijft een mysterie of de sloop echt zal doorgaan en waarom ze dan zo intensief onderhoudswerkzaamheden plegen aan de huizen en portiekflats die er nog steeds staan. ‘Als ik hier weg moet, dan ga ik,’ zeg ik tegen Ahmad, alsof ik een andere keus zou hebben. Misschien maak ik het niet eens meer mee ?.

Niet te vroeg juichen

Het lopen gaat wel beter maar het vocht is nog niet uit de knie. De pijn blijft terugkomen in vlagen, maar alle verbetering is meegenomen. Ik blijf het rustig aandoen, ook al word ik daar af en toe wat rusteloos van. Lezen is leuk, maar een mens heeft ook behoefte aan andere indrukken.

Vandaag maakten we weer ons vertrouwde rondje in de Uithof. Moeder zwaan zit nog steeds te broeden. Vader zwaan heeft zich nu opgesteld aan de rand van het pad en dat schrikt voorbijgangers af. Ik heb wat stukjes kaas bij me. Ik strooi er wat van uit als we bij de zwanen komen. Pa zwaan, die indrukwekkend groot oogt, komt dreigend op ons afgelopen met zijn grote zwarte zwemvliezen. ‘Ik kijk wel uit,’ zeg ik tegen Ahmad. Ik heb geen enkele behoefte aan nog meer auw in mijn lichaam. Er komt van de andere kant van het pad een fietser aan, die afstapt als hij de grote zwaan nadert. Hij probeert langs de zwaan te lopen naast zijn fiets met de fiets tussen hem en de zwaan, maar de zwaan stelt zich zo dreigend op dat hij toch maar rechtsomkeert maakt.

Dan gaat de zwaan achter een eend aan die de stukje kaas aan het oppikken is die de zwaan heeft laten liggen. Wij maken daarvan gebruik door snel achter de zwaan langs te lopen over een strook gras naast het pad.

Vandaag was het voor het eerst nodig de parasol uit te klappen die ik onlangs heb besteld. Ik ben reuzeblij met het degelijke ding dat ik voor een prikkie heb gekocht. Materiële dingetjes kunnen ook weleens een gevoel van geluk geven op zijn tijd. We hebben onze eigen chill-ruimte gecreëerd en dat is genieten…..

Vleugels

Vanmorgen gingen we samen boodschappen doen. We hebben afgesproken dat we voortaan een beetje vooruit zullen denken over wat we willen eten zodat we om de zoveel dagen boodschappen kunnen doen met de auto in plaats van met de fiets.

Ik heb mijn gewone Nikes verwisseld voor mijn andere Nikes Pegasus die veel meer demping hebben voor de voet, in de hoop dat ik daarmee beter zal kunnen lopen zonder kniepijn. En werkelijk, ik loop ineens veel beter en vrijwel zonder pijn. Als ik door de Action loop op zoek naar een melkklopper en tandpasta voel ik me alsof ik vleugels heb, zo licht lijk ik ineens te lopen. Ik merkte vanmorgen al dat het beter ging met mijn knie. Het gevoel ineens ergens te lopen zonder pijn komt als een verrassing. Ik besef dat alles wat je kan doen met je lichaam, zoals lopen, iets pakken, kunnen zien en horen helemaal niet vanzelfsprekend is maar iets om dankbaar voor te zijn. Ik voel me dankbaar.

Het is nu precies twee weken geleden dat ik het ongeluk kreeg. Voor het herstel van een zwaar gekneusde knie staan twee tot drie weken. In pechgevallen kan het 6 weken duren of langer. En nu ben ik al een stuk gevorderd met mijn herstel!

Ik realiseer me dat ik naarmate ik ouder ben geworden steeds minder vertrouwen heb gekregen in het herstel van mijn eigen lichaam en ook in medici. Telkens als ik iets heb denk ik ‘misschien blijf ik er dit keer in’. Dan zie ik mijn karkas als een oude auto die niet meer op te lappen is.

Dat had ik helemaal niet toen ik jonger was. Ook toen viel ik regelmatig en had ik allerlei ongelukken, maar nooit maakte ik me zorgen of het wel goed zou komen. Ik kan me herinneren dat ik meestal mijn moeder troostte als ik iets had in plaats van dat zij mij troostte. ‘Het komt wel goed, mamma.’

En nu ben ik een soort hypochonder die bij elk pijntje het ergste verwacht en erover loopt te zeiken. Zo wil ik helemaal niet zijn. Ik wil het vertrouwen in de lichamelijke veerkracht (zelfs van een oudere) niet verliezen. Blijven geloven in de natuurlijke genezingskracht van het lichaam. ‘Tijd heelt alle wonden’ luidt het gezegde en indien niet, dan is het goed om te blijven genieten van wat nog wel kan. Tot het einde…..Dat neem ik me nu voor.

En voorzichtig zijn en goed opletten wat je doet is natuurlijk ook verstandig. Van je fouten leer je.

Leeshonger

Ik merk dat ik de laatste tijd boeken verslind in mijn e-reader. Gelukkig kan ik er 10 tegelijk lenen bij de digitale bibliotheek. Ik merk ook dat de man naast mij juist niet veel leest. Hij heeft last van branderige ogen, waarschijnlijk hooikoorts als gevolg van de Hollandse graspollen. Gelukkig heeft hij ook andere dingetjes te doen, zoals werken aan zijn tiffany, zijn cristales.

Ik heb ook zin om weer te gaan schilderen, mijn vorm van handenarbeid, maar mijn knie ligt liever ergens rustig op een bankje terwijl ik een boek lees. Dat komt goed uit, want ik geniet de laatste tijd enorm van lezen. Straks ga ik voorzichtig proberen wat te fietsen op de hometrainer om mijn knie wat te wennen aan meer beweging. Normaal kijk ik dan films, documentaires of series op de tablet. Maar nu trekt mij dat totaal niet. Ik ga kijken of ik mijn e-reader ook kan klemmen in die houder voor de tablet en dan lekker verder lezen.

Wat is het toch mooi dat schrijvers je helemaal kunnen meenemen in de wereld van een fictieve ander door middel van hun boeken. Ik vind dat echt razend knap. Lezen is voor mij een heel fijne bezigheid. Herkent de lezer van mijn weblog dat?

Het was mooi weer vanmiddag, zodat ik op de loungebank buiten in de zon kon lezen met mijn been omhoog. Het geluk van een gepensioneerde.

Lichamelijke gesteldheid/ leeftijd

Een vriendin van mijn leeftijd zei me dat zij zich niet herkent in het verband dat ik leg tussen mijn lichamelijk onwelzijn van dit moment en mijn leeftijd. Zij voelt zich helemaal niet oud, hoewel zij ook bepaalde dingen minder durft en kan dan toen zij jonger was.

Ik ben daarover gaan nadenken en besef dat zij gelijk heeft. Je kan van een blessure die je hebt niet je leeftijd de schuld geven. Iedereen kan lelijk vallen en daardoor tijdelijk of permanent zwaar geblesseerd zijn. Dat heeft niets met leeftijd te maken.

Ik zag alweer een hele tijd terug een documentaire over mensen van allerlei leeftijden met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge van een ongeluk. Eén casus daarvan maakte op mij veel indruk.

Het betrof een nog vrij jong man (misschien rond de 45 jaar). Hij was erg sportief en gewend geweest altijd veel te sporten. Zijn vrouw had kanker en lag ziek thuis. Op een nacht moest hij naar het toilet en liep hij de trap af. Hij deed daarbij het licht niet aan, omdat hij zijn vrouw die toch al slecht sliep niet wilde storen. Hij verstapte zich op de trap en kwam ten val. Hij hield daaraan een dwarslaesie over. Je ziet in die documentaire hoe onder andere het herstelverloop van deze man gevolgd wordt. Hij heeft in het begin nog hoop dat het gevoel in zijn benen zal terugkomen. De eerste 6 weken schijnen cruciaal te zijn. Het gevoel komt niet terug en hij moet verder leven met het besef dat hij voor de rest van zijn leven vanonder verlamd zal zijn. Hoeveel pech kan een mens hebben! Zijn verhaal greep me aan.

Bovenstaande is een voorbeeld van een jongere man, die moet verder leven zonder de functie van zijn benen. Een voorbeeld van het feit dat het verlies van bepaalde functies niet alleen te maken heeft met leeftijd. Er zijn helaas te veel mensen op de wereld die als gevolg van ongelukken of ziekten vroegtijdig in hun leven met uitval van functies te maken hebben.

Dat ik bij mezelf nu alles op één hoop gooi en de artrose in mijn handen en mijn zere knie en ribbenkast wijt aan het ouder worden klopt dus voor geen meter.

Daarnaast heb ik mezelf voorgenomen om niet meer te veel uit te wijden over mijn lichamelijk ongemak in dit weblog. Er zijn verdulleme wel leukere of interessantere dingen om het over te hebben.

Hier iets anders om over na te denken:

in een tijdperk van consumentisme is het repareren van dingen een daad van rebellie

Vreugde kan je niet forceren

Gisteren schreef ik over de vreugde die ik ervaar als ik een verfkwast hanteer. Of het nou werken aan een schilderij is, het verven van en deur of muur of het insmeren van henna, dat is me om het even. Je zou zeggen: ‘mens, dan neem toch gewoon dagelijks een kwast in de hand en doop die ergens in en verven maar. Als het zo gemakkelijk is om een geluksgevoel te krijgen, dan zou ik het wel weten’. Toch gaat dat niet zo gemakkelijk. Zeker niet met een zere knie.

Voorlopig houd ik het bij voorzichtig kleine taken verrichten in het huis en daartussendoor uitrusten. Veel lezen. Een oudere als ik staat voornamelijk langs de zijlijn te koekeloeren naar het snelle leven dat voorbijtrekt, en dat is des te meer het geval als die oudere niet in topconditie verkeert. Ik kan daar wel aan wennen, aan dat beschouwelijke en gewoon alleen maar kijken naar het leven om me heen. Ik hoef niet meer zozeer een rol te spelen die van belang is.

Toch heb ik alvast wat stukken hout uit de tuin met verweerde pyrografie van Ahmad naar ons atelier laten slepen. Ik wil ze oppimpen met een verse laag olieverf en daarna vernissen. Ook een oudere wil af en toe wat te doen hebben. Handwerken is ook een optie. Ik noem maar wat. Van oudsher hielden oudjes zich bezig met breien, haken, kantklossen en meer van dat soort zaken. Helaas is er niet meer zoveel vraag naar dat gebreide spul en die geborduurde kleedjes. Dus houd ik het maar bij dingetjes waar ik zelf graag naar kijk en lekker bezig zijn met een kwast. Ieder zijn meug.

Gemaakt door senioren in Cañete, een dorpje in Spanje. Schitterend! Kijk die schaduw!

De vreugde van een kwast in de hand

Mensen die hierbij stoute gedachten krijgen raad ik aan hier te stoppen met lezen. Want het gaat hier om de verfkwast in al zijn letterlijkheid.

Ik heb al ongeveer 35 jaar henna in mijn haar. Mijn nog altijd rode haren bedekken een inmiddels spierwitte haardos. Het insmeren van de henna is een steeds terugkerend karwei, dat in het begin nog om de 6 weken kon gebeuren, maar inmiddels al jaren om de twee weken plaatsvindt.

Laatst had ik het erover met Petra, mijn trouwe kappertje. Zij verft ook zelf haar haren (maar dan donkerbruin) en we spraken erover hoe lastig het was om dat bij jezelf te doen en daarbij op je achterhoofd en eigenlijk overal niets te vergeten Ik heb een tijd terug zowel hier als in Spanje acteruitkijkspiegels gekocht, uitrekbare spiegels die feitelijk zijn bedoeld voor andere dingen, zoals het dichterbij halen en eventueel vergroten van je smoelwerk. Maar ik rek de spiegels uit op hun maximale stand en kronkel me vervolgens in bochten om de achterkant van mijn schedel te kunnen zien en dat lukt dan met enige moeite.

Ik vroeg Petra of zij haar haren verfde met een kwast of met haar handen. Met een speciale kwast om haren te verven, was haar haar antwoord. Nu ben ik zo een sukkel die weinig weet van hoe men zijn haar verft. Ik verdeelde al die jaren de henna op mijn hoofd met mijn blote handen. Dat gaf behoorlijk wat geknoei. In mijn enthousiasme vlogen de klodders in het rond, zodat ik nadien een taak erbij had (badkamer poetsen). Ik vertelde haar dat de henna opgelost wordt tot een papje ter dikte van yoghurt. O, maar dan kon ik daarvoor best een kwast gebruiken, werd me geadviseerd.

Al heel snel na dat kappersbezoek kocht ik in het Kruidvat voor een luttel bedrag een speciale kwast om haren te verven. De mannelijke winkelbediende moest mij uitleggen hoe zo een kwast eruit zag en waar die zich bevond.

En vandaag verfde ik alweer voor de tweede keer mijn haar met die kwast en daarbij trok ik ook nog plastic handschoentjes aan. Wat een weelde. Opnieuw ervoer ik een geluksgevoel, terwijl ik met die kwast aan het kwasten was, zo nauwkeurig mogelijk om zo min mogelijk witte scheiding in mijn haar te vergeten. Door het werken met die kwast is het henna smeren zowaar een leuk karwei voor me geworden.

Geen idee waar dat gelukzalige gevoel vandaan komt op elk moment dat ik een kwast in handen heb. Het voelt als thuiskomen. Alsof het hebben van een kwast in mijn handen altijd al voor mij bestemd was. Apart wel….

Geluk ligt meestal in een klein hoekje verborgen.

Met de knie en aanverwanten wil het nog niet vlotten. Ik ben overgegaan op ibuprofen in plaats van paracetamol. De roze pillen geven me hoop. En insmeren met Voltaren, wat qua prijs zeer waardevol zou moeten zijn, maar wat mij niet zoveel vertrouwen geeft.

Vamos tirando zegt de Andaluz.

Naar de dokter

Vanmorgen stond ik niet op als het zonnetje in huis. Mijn knie deed meer pijn dan gisteren sinds ik nu anderhalve week geleden alweer met een smak op de harde stoep terechtkwam met die knie. Ik kraamde allerlei negatieve onzin uit, zoals: ‘Als het zo verder moet met die knie en daarnaast nog die pijn in mijn handen, dan hoeft het voor mij niet meer. Ik wil niet hulpeloos zijn. Geef me dan maar een spuitje’.

Ik was echt moedeloos. Ik probeer die knie te trainen door hem te buigen en te strekken en op te tillen en nog meer oefeningen die ik zelf verzin, maar het lijkt allemaal averechts te werken. Gisteren heb ik mijn been flink gebogen, net even over de pijngrens heen en misschien heeft dat de knie geen goed gedaan, bedenk ik zelf.

Ik besluit de dokter te bellen voor een tweede afspraak. Haar voorspelling dat ik vanaf maandag alweer goed zou kunnen lopen is niet uitgekomen. Zou er toch iets kapot zijn in de knie?

Er staat een scootmobiel in de wachtkamer. Terwijl we zitten te wachten komt even later de eigenares van die mobiel uit de dokterskamer gestrompeld. Ik leef met haar mee. Met moeite hijst ze haar wat zware lijf in de de zetel van de mobiel. Dan maakt ze een bochtje om weg te rijden. Haar banden maken een piepgeluid dat veel wegheeft van een langzame scheet. ‘Neem me niet kwalijk, hoor,’ verontschuldigt zij zich voor het geluid. ‘Het is niet wat het lijkt.’ De mensen in de wachtkamer knikken begripvol. ‘Ik wou dat ik kon lopen,’ voegt ze eraan toe. Helder! Wat een ellende is het toch als je niet goed ter been bent of als elke stap pijn doet.

Als ik bij de dokter ben voelt ze weer even en zegt ze nogmaals dat er volgens haar echt niets gebroken is. Er zit wat vocht onder de knie als gevolg van de smak die ik maakte en dat is een beetje ontstoken. Een bursitis heet dat. Een slijmbeursontsteking

Wat moet ik doen om te herstellen? ‘Niet naar de fysio, niet laten intapen,’ krijg ik te horen op mijn voorstel. Met mate en rustig bewegen en zeker niet het been heel erg buigen. Ai! Dat is echt niet goed en ook mag ik niet op mijn knieën zitten. (Dat zou ik niet eens kunnen. Ik bid nu op een stoel en dat is op zich heel relaxed.) Ze zegt dat ik wat liever voor mezelf moet zijn. Ik besef dat ze gelijk heeft. Het heeft geen zin om een zere knie met geweld vooruit te branden.

Gerustgesteld sjok ik weer aan de arm van mijn lieverd naar de auto.

Het is een kwestie van geduld hebben. Het karkasje is breekbaar en beverig herstellende. Het lijkt of de pijn van hot naar her verspringt in mijn kleine lichaampje. Je kan er een liedje van maken: Ribben handen zere knie knie knie?Knie handen zere rug rug rug ?Knie ribben handen rug en dan weer knie ? Pijn! maar janken wil ik toch maar nie. Olé!

Voordeel bij nadeel

Nadeel is dat het herstel van mijn knie langzaam verloopt. Voordeel is dat ik bewuster beweeg.

Ik realiseer me dat ik de dagelijkse handelingen altijd in haast placht uit te voeren. Alsof er iemand achter me aanzat, die voortdurend zei dat ik moest opschieten. Ik bewoog me snel en misschien soms zelfs onbesuisd bij elk karwei. Alsof er geen tijd te verliezen was. Het dateert waarschijnlijk nog uit de tijd dat ik het echt druk had en dat snel te werk gaan geboden was.

Nu kan ik dat niet meer. Ik doe het werk met mijn handen met meer overleg en voorzichtigheid omdat ik eenvoudigweg sommige dingen niet meer kan doen op dezelfde manier als voorheen.

En ik loop nog als een slak. In huis lijkt het wel te gaan en zelfs de trap op en af wil iets beter lukken, maar als ik met de man naast me een wandelingetje maak voel ik elke stap met dat rechterbeen been voorop en achterop mijn knie zeuren. ‘Zo gewoon mogelijk bewegen’ staat te lezen op internet. Ik doe mijn best met opeengeklemde kaken. Het doet me terugdenken aan de tijd met de gerepareerde heup. Toen deed wandelen ook pijn.

Ik houd mezelf voor dat het goedkomt met de knie, net als met de heup. Het is voorlopig bikkelen.

Maar ik heb genoten van het zitten in de zon vandaag.

Opa’s en oma’s liefde voor kleinkinderen

Wat ik veel zie is dat opa’s en oma’s nog gekker lijken zijn op hun kleinkinderen dan dat ze ooit waren op hun eigen kinderen. Trots laten ze aan ieder die maar kijken wil foto’s zien van hun tweede generatie nageslacht.

Mijn moeder was daarvan een voorbeeld. Haar hele woonkamer stond vol met ingelijste foto’s van haar kleinkinderen (mijn kinderen, want mijn broer had geen kinderen). Ook van mijn broer was er een foto, maar mijn hoofd ontbrak in de galerij. Daardoor wist ik wat mijn plaats in haar hart was. Ik heb in haar huis boven, in de kamer waar mijn broer sliep als hij bij hun logeerde, een verdwaalde foto gevonden van hem met mij samen. Het was één van de weinige foto’s die mijn stiefvader niet in de kliko gooide na mijn moeders overlijden (waarschijnlijk vergeten, net als de films uit mijn jeugd, die ik vond op CD in een kast).

Ik tekende de foto na

Toen mijn moeder terminaal was lag ze in haar slaapkamer. Op de vensterbank waarop zij uitkeek stonden allemaal ingelijste foto’s van haar kleinkinderen. Zij waren voor haar heel belangrijk, ook al zag zij hun niet veel.

Ik houd ook van mijn kleinkinderen. Maar niet met zoveel verering als ik dat zie bij veel andere opa’s en oma’s. Ik was heel erg betrokken bij mijn eigen kinderen toen ze opgroeiden en ik de zorg voor hun had en nu nog voel ik het meeste voor mijn eigen kinderen. Van de kleinkinderen houd ik ook, omdat het kinderen zijn van mijn kinderen. Twee van hen zijn inmiddels mannen en één bijna een man. Zij herinneren zich nog veel van wat ik met ze deed en tegen ze zei op de momenten dat ik op ze paste toen ze klein waren. Ik vind het heel leuk om dat terug te horen. Kennelijk speelt een oma ook een rol in het leven van kinderen en hebben opa’s en oma’s ook een bescheiden invloed op de opvoeding. Maar de dagelijkse zorg voor de kleinkinderen ligt bij mijn kinderen en zij zorgen voor hun kinderen met evenveel liefde en verantwoordelijkheidsgevoel als ik dat vroeger deed voor mijn kinderen. Ik heb daar alle vertrouwen in en wil me ook niet bemoeien met hoe zij zich aan hun taak kwijten. Ik denk zelfs vaak dat zij betere ouders zijn dan ik was.

Ik heb bewondering voor opa’s en oma’s die niets liever doen dan een paar dagen per week of zelfs meer op hun nog kleine kleinkinderen passen. Ik merk dat ik daar de energie niet meer voor heb, hoe leuk ik het ook vind om ze te zien in hun eigen omgeving en in mijn huis of dat van hun tantes. En ik houd zeker wel van mijn kleinkinderen, maar ze op een voetstuk plaatsen doe ik niet. Het zijn kinderen en alle kinderen zijn nog onschuldig en vertederend. Het is ook leuk om de te zien hoe zij in de wereld staan. Maar dat geldt wat mij betreft voor alle kinderen. Alles wat jong is, mens of dier, roept gevoelens op bij een volwassene om te willen beschermen en verzorgen. Datzelfde gevoel van vertedering heb ik ook voor ouderen.

En nu ben ik zelf zo een hulpeloze oudere. Ik hoop dat het niet te lang gaat duren met die knie?. Ik doe liever wat voor een ander dan dat ik een ander vraag wat voor mij te doen.