Categorie archieven: General
Zwembroek
We zijn op het strand en ik kom aanlopen na een zeebad. ‘Heerlijk,’ zeg ik. Ahmad kijkt niet vrolijk. ‘Ik ben vergeten mijn zwembroek aan te trekken.’ Echt iets voor hem. ‘Cabeza de melon’. Ahmad heeft een hoofd vol kennis, net een wandelende encyclopedie. Maar het voor de hand liggende en praktische vergeet hij soms.
‘Ik ben helemaal klaar om te gaan,’ zei hij vanmorgen, terwijl ik al facetimend met mijn jongste nog bezig was met tanden poetsen en zwempak aantrekken. Er ging bij hem geen lichtje branden om datzelfde te doen. Hij stond gewoon te wachten in zijn korte broek met een tas met zijn ereader en wat versnaperingen.
Ik baal ervan dat hij geen zwembroek bij zich heeft. Vind het jammer voor hem en zoek naar oplossingen. Naar een winkel gaan aan de boulevard van Benalmadena is geen optie. Die winkels zijn veel te ver weg. ‘Misschien komt straks een verkoper met zwembroeken langs,’ zeg ik hoopvol. Die lui hebben van alles bij zich, dus waarom geen zwembroeken. Ik geef ons weinig kans, omdat ik eigenlijk nooit verkopers met mannenzwembroeken heb gezien tot nu toe. Wel dames-niemendalletjes. Ahmad heeft inmiddels gezien dat hij maar 12 eurootjes bij zich heeft. We wachten af en dan zie ik ineens, als door God gezonden, een prachtige man aan komen lopen met zonnebrillen, petten en……..herenzwembroeken!. Wat kosten die broekjes? 1 Voor 10 euro en 2 voor 15 euro. We hoeven er maar één. ‘Jij bent goed,’ zegt hij mij tot mijn verrassing. Hij vraagt waar ik vandaan kom. ‘Uit Nederland,’ zeg ik trots. ‘En u?’ Hij komt uit Senegal. Nederlanders zijn goede mensen, vindt hij.
Ahmad is blij met zijn zwembroek, een hippe adidas, niet van echt te onderscheiden. Hij heeft gekozen voor een rode. Van die kleur wordt ik vrolijk en Ahmad wordt er ook wat lacherig van. ‘Alleen oppassen dat er geen stier op af komt,’ grap ik melig.
Rustig in ons 'piso'
We bewonen een soort miniflat van drie verdiepingen. Onze kant van het ‘blok’ bestaat uit 5 woningen, evenals het blok hiernaast met wie wij de ondergrondse garage delen. Hun blok is een spiegelbeeld van ons blok.
Helemaal beneden, net een klein trapje boven de begane grond bevindt zich één woning. Die werd voorheen bewoond door een alleenstaande vrouw met drie kinderen en een hondje. Zij heeft een andere woning gekocht hier in het dorp. Haar woning werd daarna een tijd lang verhuurd aan een echtpaar van ongeveer 60 jaar met een grote hond. Die mensen zijn, terwijl wij weg waren verhuisd en de woning beneden staat dus leeg.
Op de eerste verdieping zijn twee appartementen, waarvan het ene bewoond wordt door een demente vrouw met haar twee volwassen zoons. Zij wonen direct beneden ons. Tegenover hun woning in de hal is nog een woning die permanent onbewoond is. Deze is eigendom van een vrouw die in Madrid woont en het kennelijk niet nodig heeft haar appartement te verhuren. Ze betaalt wel de servicekosten elke maand.
Wij wonen op de tweede verdieping in onze z.g.n. atico. Een bovenwoning met een dakterras. Naast ons woont een gepensioneerde politieman van de gardia civil met zijn vrouw en hun depressieve zoon. Deze jongeman zie je nooit buiten.
Al met al is het rustig in ons flatje, op de keren na dat onze benedenbuurvrouw het even te kwaad heeft en in huilen en jammeren uitbarst, dikwijls met luide stem ‘gecorrigeerd’ door haar jongste, werkeloze zoon. Verder is er geen sprake van geluidshinder. In de ochtend klinkt er alleen hondengeblaf in de verte en gekraai van hanen. In de avond het zachte gekeuvel van de mensen in de straat, die wat stoelen hebben buiten gezet op de stoep voor hun huis en praten met hun buren.
Een enkele keer is er een dorpsfeest en speelt er tot in de vroege ochtenduurtjes een band. Die feesten zijn op vaste data in het jaar en komen dus met regelmaat terug. Helaas klinkt het geluid van de muziek, die niet onze smaak is, heel goed door via het openstaande raam van onze slaapkamer. Dat zijn de wat mindere dagen hier, evenals de dagen dat gedurende de nacht de trieste en tegelijk nogal militaristische klanken opklinken van rond paraderende trompetblazers en trommelaars gedurende de semana santa. Maar al met al is het hier meestal rustig.
Verkopen met zwier
Dit jaar zijn ze er weer, zoals alle jaren. De verkopers op het strand, die in het hete zand voort sjokken met hun waren. De meesten zijn zwarte Afrikanen, maar ik zie dit jaar ook wel wat mannen van ander ras. Het zijn altijd mannen die dit werk doen. Ze lopen met overwegend identieke waren te leuren. Tasjes, hoedjes, petten, zonnebrillen, horloges, zomerkleding, kleden, enzovoort. Ik denk niet dat het ‘kleine zelfstandigen’ zijn. Ik heb de indruk dat ze in loondienst werken voor een organisatie, waarschijnlijk nog slecht betaald ook. Ik stel me voor dat het illegalen zijn, van wie het paspoort is afgepakt of al ‘verloren’. Mannen die hard moeten werken om hun reis in een wankele boot naar dit beloofde land terug te betalen. Naar wat de vrouwen intussen moeten doen wil ik liever niet raden. Misschien zie ik het te somber en heb ik ten onrechte medelijden met deze ‘moderne slaven’. Misschien zijn het wel gewiekste zakenjongens, maar zo komen ze niet op mij over.
Gisteren zag ik een grote uitzondering op deze meestal wat uitgebluste kooplieden. Een man die behangen was met een enorm aantal plastic zakken en daarbij ook nog zijn t-shirt in schouders, nek en rug had volgepakt met zakken met waren liep zingend en bellen blazend over het strand. Zijn witte tanden bloot lachend en zo te zien niet gehinderd door de hitte, riep hij de menigte toe: ‘Kom maar kopen! Ik ben een wandelende Cortes Ingles (is warenhuis)’. Zijn vrolijke gezang en ritmische handgeklap werkte aanstekelijk en al gauw had hij een kring mensen om zich heen, fotograferend en sommigen zelfs meezingend en klappend. Met name kinderen renden naar hem toe, als betoverd door zijn aantrekkelijk uitziende ‘bellenblaas’. Elk kind wilde wel zo een ding en de ouders, aangestoken door het goede humeur van deze uitbundige verkoper, trokken zonder aarzelen hun portemonnee. Zingend liep de moderne Tijl Uilenspiegel verder en een eindje verderop had hij al snel weer een groep kinderen om zich heen. Diverse kinderen kregen van hem de high five, omdat het bijna elk kind lukte zijn ouders over te halen iets te kopen bij deze leuke ‘speelgoedman’. Wervelend en bellen blazend vervolgde hij zijn weg.
Waterpret
Wat ik al dacht blijkt te kloppen. Je hebt veel meer plezier op een strand als je ook in het water kan. Met kleren aan op een strand zitten is lang niet zo leuk, ook al zit je onder een parasol en vang je lekker wat meer wind dan meer land inwaarts. Deze verkoeling van schaduw en wind is niet te vergelijken met de heerlijke verkoeling van het zeewater en het zalige gevoel daarna van opdrogen in de warme lucht.
Vandaar dat sommige moslima’s de boerkini hebben bedacht om ook te kunnen deelnemen aan deze waterpret. Ikzelf ga voor een normaal badpak, omdat het voelen van de zon op je natte huid een bekoring heeft die niet te vergelijken is met zon op je natte pak. Elk wat wils.
Toevallig is het behoorlijk warm sinds we hier zijn en de beste dagbesteding bij zulk weer is naar het strand gaan. Behalve in het weekend. Dan is het er te druk. Dus op zondag bleven we binnen met alles potdicht en de airco aan. We hielden ons onledig met andere dingen, zoals het maken van dit zoveelste filmpje van Noëlle. Sorry, jongens. Ernaar kijken mag wel, maar hoeft niet.
https://youtu.be/358WdDubYsA
Vergissingen
Voor ik weer naar Spanje afreisde moest ik uiteraard afscheid nemen van deze en gene. Vooral van mijn kinderen deed ik dat met plezier niet één, maar een aantal keren. Ook ging ik nog even naar een vriendin bij mij in de buurt.
Ik bel aan, nadat ik mijn fiets op slot heb gezet bij haar portiekwoning. ‘Kom maar binnen,’ roept zij via de intercom en ik ren de trap op. Haar voordeur staat uitnodigend open. Ik ga naar binnen en ben een beetje verbaasd. Haar halletje ziet er wat anders uit dan voorheen. Er staat een vitrinekast met glazen, die ik me niet herinner. Op de vloer liggen plavuizen. Netjes, denk ik bij mezelf. Ze heeft een mooie nieuwe vloer laten leggen. Het verbaast me wel dat mijn vriendin nog niet naar mij toe is gekomen om me te verwelkomen. Ik hoor haar rommelen in de keuken. ‘Joehoe! P…..!’ roep ik, terwijl ik mijn schoenen alvast uittrek bij de voordeur. Ik loop op mijn kousenvoeten naar de keuken en ben stom verbaasd, als ik daar een ander gezicht zie dan dat van P. Een wildvreemde mevrouw kijkt me verbaasd en niet erg uitnodigend aan. ‘O sorry. Ik heb me vergist,’ haast ik me te zeggen. Ik dacht dat dit het huis van P. was. maar zij woont hierboven, hè.’ Het mens kijkt me bevreemd aan, alsof ik van een andere planeet kom. ‘Ja,’ zegt ze alleen maar. ‘Neem me niet kwalijk dat ik me vergist heb,’ zeg ik nog maar eens. ‘Maar de deur stond open en zodoende dacht ik…..’ ‘Ja, dat is omdat mijn man zo eraan komt,’ zegt de mevrouw nu met een doodserieus gezicht. Er kan geen lachje vanaf en ook geen ‘vergissen is menselijk’. ‘Ik ga snel weer weg, hoor,’ zeg ik en doe snel mijn schoenen weer aan. De vrouw staat me nog steeds wantrouwend aan te kijken, alsof ik een mogelijk gevaarlijk element ben. Ik ren naar boven, in de vertrouwde armen van P, die me gelukkig wel verwelkomt.
Vandaag ga ik met Ahmad erop uit voor nog maar eens een ‘paseito consumista’. ‘We hebben nog geen boodschappentas,’ zeg ik, als we de deur achter ons hebben dicht getrokken en al een trap zijn afgedaald. ‘Zal ik die even halen?’ ‘O.k., dan ga ik vast naar de auto,’ zegt Ahmad.
Ik sta met de sleutel in het sleutelgat van onze voordeur te peuren, maar hoe ik het ook probeer, de deur gaat niet open. Ik blijf het proberen, maar met geen mogelijkheid wil die deur open. Dat heb ik weer, denk ik bij mezelf. Ik kan nog niet eens een deur open krijgen. Nou ja, dan ga ik maar naar beneden en vertel Ahmad dat het me niet gelukt is. Dan maar geen tas. Ik loop de trap af en denk ‘verrek, wat ben ik snel beneden’. En dan moet ik in mezelf lachen. Ik heb al die tijd staan morrelen aan het slot van de benedenburen. Vandaar dat de deur niet open wilde. Nog in mezelf giechelend ren ik de twee trappen op en maak nu met gemak onze eigen deur open. Inmiddels voel ik een grote aandrang om naar de WC te gaan en ik besluit dat ook maar even te doen voor vertrek. Ik besef dat Ahmad al die tijd al beneden staat te wachten en zich afvraagt waar ik zo lang blijf. Toch maar even gaan. Gelukkig is hij niet boos en doet hij niet geïrriteerd, zoals sommige andere mannen dat in mijn verleden wel zouden doen. Ik vertel hem het verhaal, nog nahikkend van de lach….
Ik kan natuurlijk gemakkelijk deze beide vergissingen wijten aan mijn momenteel verslechterde zicht, maar die vlieger gaat niet op. Soms denk ik gewoon niet genoeg na en ben ik te voortvarend bezig. Daarbij komt dat voordeuren vaak op elkaar lijken, zowel hier als in Nederland. 😉
Op zoek naar 'disfruto'
Vanmorgen werd ik verkwikt wakker. Ik had lekker geslapen van ongeveer 23.00 uur tot 7.00 uur in de morgen. Het was voor mij niet te heet, zoals de nacht ervoor. Voor Ahmad wel. Om een uurtje of 3 in de nacht zag ik hem niet naast me liggen. Een beetje bezorgd ging ik naar naar hem op zoek. Ik zag hem nergens in het donkere huis (Er is hier veel minder ‘lichtvervuiling’ dan in het westland met al zijn kassen). Tot ik hem ineens op de bank voor de terrasdeur zag liggen. ‘Ik had het heel warm en hier is het lekker fris,’ legde hij me uit.
In de ochtend voelde ik dus direct dat ik lekker uitgerust was. Kreeg wel even een rare gedachte. Dat wij, oude mensen, eigenlijk niets anders doen dan leven van overheidsgeld en ons opgebouwde pensioen. We zijn niet langer productief en nemen alleen maar plaats in. Bijna kreeg ik het idee om alvast plaats te maken voor de jongeren. Waarvoor zouden we eigenlijk verder moeten leven? Alleen voor ons eigen vermaak?
Ik leg mijn gedachten op tafel aan het ontbijt. Ahmad reageert er heel nuchter op. ‘Wij voorzien ook in een behoefte,’ stelt hij me gerust. Er is een hele toeristenindustrie gebouwd op ouderen.’ In het laagseizoen worden er goedkopere reizen aangeboden voor ouderen, omdat dit de hotels en andere voorzieningen helpt om op zijn minst het hoofd boven water te houden. Zo had ik er nog niet over gedacht.
Ik neem zijn verklaring ter harte. Onze enige missie is op zoek te gaan naar ‘disfruto’, genieten, op alle terreinen. Ik blijf erover grappen en grollen. Ook als ik met het zoutvaatje aan kom lopen om wat extra zout te strooien op de al overheerlijke en knapperige boquerones. Maximalisar el disfruto 😉 Dat is onze enige missie nu. 🙂
Warm in Alhaurin
Natuurlijk is het bloedheet, als we eindelijk in ons optrekje aankomen. Het bovenhuisje heeft 3 maanden potdicht gezeten. Het eerste wat ik doe is alle ramen tegen elkaar open zetten. Vervolgens pak ik alleen datgene uit onze koffers dat we direct nodig hebben. Intussen is Ahmad bezig de afvoer van het toilet en de wasbakken lekker door te spoelen en van verfrissende vloeistof te voorzien. Het is inmiddels 0.30 uur. Omdat we nog geen wifi hebben sms ik even naar mijn oogappeltjes.
Na een lichte maaltijd van hardgekookte eieren, gemengd met tonijn en zout en zwarte peper met daarbij een broodje, leggen we ons te ruste. Het is plakkerig heet in de slaapkamer. ‘Hoe maken mensen kinderen bij dit weer?, vraag ik Ahmad, terwijl ik ver van hem weg lig met mijn ledematen zoveel mogelijk uitgestrekt om lucht te vangen. Beneden huilt onze demente buurvrouw haar trieste huil en daarbij bonkt zij tegen iets van hout. Zouden ze haar hebben opgesloten? Ik hoor de zoon dit keer niet naar haar schreeuwen en na een half uurtje is zij stil. Hopelijk in een vredige slaap gevallen.
Om 6 uur in de ochtend worden we wakker voor het ochtendgebed. Geen idee nog dat dit dit hier ook bijna twee uur later verricht kan worden! We blijven wakker en lopen wat door het huis te rommelen, terwijl buiten hanen kraaien. Ik pak de koffers uit en Ahmad zoekt naar de houdbare melk voor bij onze ochtendkoffie.
Na een heerlijk rustig ontbijtje op het nog schaduwrijke terras gaan we boodschappen doen. Lekker! Ik krijg hier altijd meer trek dan in Nederland. Boquerones en alle ingrediënten voor salmorejo. We halen ook een grote queso de oveja, membrillo, twee meloenen, groenten, druiven, olijven, etc. Ik sta versteld van de veel lagere prijzen hier.
Ik ben moe en in een rustige modus. Terwijl Ahmad het balkon schoon spuit, ruim ik alles in. We hebben inmiddels wifi! Ik heb geen behoefte aan veel activiteit. Lekker zitten en even staren naar de door de zomer dor geworden heuvels en in mijn telefoon. Waarom vind ik hier het nieuws veel interessanter dan in Nederland? Zelf facebook krijgt hier even mijn aandacht.
We hebben de airco aangezet, omdat het buiten vochtig heet is. Zo is het hier binnen best uit te houden. Ahmad gaat zoeken naar reisjes die wij kunnen gaan maken. Een reisje naar Doñana in oktober. Ook een langere reis naar Tenerife in november staat op zijn verlanglijst.
Heb ik wat te klagen? Neu.
Geschoffeerd
Ik vertelde eerder in dit weblog dat ik in december een staaroperatie zal krijgen. Daarvoor werd op maandag 15 augustus de maat van mijn ooglens opgemeten. Maar omdat ik pas sinds één dag geen contactlenzen in had, zou de meting onbetrouwbaar zijn. Contactlenzen vervormen namelijk je oog. Het meisje dat de oogmeting deed ried me daarom aan om over twee weken een tweede meting te verrichten. Ik zou in die tussentijd uiteraard mijn contactlenzen niet moeten dragen. Ik zou echter de 29e afreizen. Was de vrijdag ervoor ook nog o.k.?, heb ik gevraagd. Jazeker, aldus het meisje. Ik kon zelfs ook op donderdag komen en ik zou dan tussendoor geholpen worden zonder afspraak.
O.k., zo gezegd, zo gedaan. Ik deed een tijd zonder contactlenzen alles wat ik dagelijks moest doen, met als optische hulpmiddelen alleen een heel oude bril, die niet half sterk genoeg meer was en een zonnebril, die wel redelijk op sterkte was, maar te donker om me te behelpen bij normaal licht. Op de met het meisje afgesproken donderdag ging ik naar de afdeling oogheelkunde voor de tweede meting. Ik had geen afspraak maar moest me wel melden en dat betekende een uur in de rij staan en wachten op een mevrouw achter de balie die vermoeid en onwillig op een scherm zat te turen en er heel lang over deed elke klant in de lange rij aan te melden dan wel een afspraak voor die persoon te maken. Ander personeel liep af en aan, met de blik op oneindig en kopjes koffie in de hand. Kennelijk waren zij niet bevoegd om de vrouw, die als enige de balie bediende, te ondersteunen. Ik stond daar met mijn dochter en vrat me nogal op, omdat ik thuis bezoek had en mijn dochter helemaal uit Zwijndrecht was komen rijden om mij te zien. Het was mooi weer en het in de rij staan in deze ellendige omgeving was niet direct iets waarop ik haar wilde trakteren.
Eindelijk mocht ik naar kamer 19, waar de meting gedaan zou worden. Ik had mijn kin nog niet op het meetapparaat gelegd of de ‘meetzuster’ snauwde al naar me: ‘Er staat hier dat u over 14 dagen moest komen en u bent er over 10 dagen.’ ‘Ja, dat klopt. Maar dat was toch o.k.? Dat heb ik me laten vertellen door jouw collega.’ ‘Nee, er staat niet voor niets twee weken, hè’, is het snibbige antwoord. Ze meet de door staar gekristalliseerde lenzen achterin mijn ogen op en ik zit daar met een onbehaaglijk gevoel. Als de meting niet goed verricht wordt, heeft dat consequenties voor de definitieve lens die je krijgt bij je operatie.
Op weg in de auto naar huis zit het me niet lekker. Ik voel me helemaal niet gerust over deze meting. Waarom zou ik niet maandag nog een keer gaan. Mijn vliegtuig vertrekt toch pas in de avond. Ik bel naar de afdeling en een aardig meisje gaat voor me vragen hoe en wat. Ja, het is o.k. als ik maandagochtend nog een keer kom voor de meting. Ik kan om 8.00 uur in de ochtend daarvoor langs komen en hoef me dan niet te melden. Ik kan direct doorlopen naar kamer 14. Zij zal er een aantekening van maken voor haar collega’s.
Het is maandag en ik fiets bij een heerlijk ochtend-temperatuurtje naar het ziekenhuis. Het is nog rustig op straat. Ruim voor achten loop ik de afdeling oogheelkunde binnen en tot mijn verbazing zie ik dat daar alweer zeker een man of 50 zit te wachten bij de aanmeldbalie. ‘Ik heb gehoord dat hier het feestje is’, grapt een man. Ik loop met gezwinde pas langs de wachtende mensen en steven regelrecht af op kamer 14. Ik ben daar 7 minuten te vroeg. Als om precies 8 uur de deur open gaat, word ik door een begripvol meisje direct meegenomen naar kamer 19, waar het meetapparaat staat voor het meten van de ooglenzen. Ze legt uit aan de daar zittende collega wat ik kom doen en dan hoor ik de ander snauwen; ‘Dan zal ze zich toch echt eerst moeten aanmelden. Anders kan ik haar niet helpen.’ ‘Helemaal niet. Ik kon zo doorlopen,’ hoor ik mezelf heel gedecideerd zeggen, terwijl ik naar binnen banjer. ‘Er is met mij afgesproken dat ik hier om 8 uur moest zijn en dat ik dan kon doorlopen en me niet hoefde te melden.’ ‘Dat lijkt me sterk’, zegt het kreng achter het meetapparaat. Ik tril bijna van woede. ‘Kijk maar in je systeem. Er zou een melding van worden gemaakt door jouw collega.’ Mijn stem is laag geworden van verontwaardiging. ‘Wat is uw geboortedatum?’ schreeuwt het mens nu. ‘En wat is uw naam?’ Het klinkt meer als een pak slaag dan als een vraag. Op dezelfde boze toon geef ik haar antwoord. ‘Ga zitten!’ commandeert ze me dan, alsof ik een hond ben. Ik ga zitten. ‘Kin hierop!’ En dan herpakt zij zich min of meer. ‘O nee, eerst even schoonmaken. Ze maakt het bakje voor de kinnebak en het plaatje voor de kop even schoon met een tissue met alcohol. Ik merk daarbij in stilte op dat ze dus toch niet helemaal de kwaadste is. Er is nog wat fatsoen en routine overgebleven in deze vrouw met (God weet waarom) een gigantisch ochtendhumeur.
Ze meet mijn ooglens en ik doe intussen een schietgebedje dat zij dit wel naar beste kunnen doet. Er hangt voor mij zoveel van af. De hele meting duurt nog geen halve minuut! (zoveel gekrakeel om zo iets simpels en kleins!). Na afloop vraag ik of ik voor de operatie weer mijn contactlenzen een tijd niet gedragen moet hebben. ‘Nee, dat hoeft niet’, zegt ze op nu redelijk normale toon. ‘Is er nog verschil tussen de drie metingen?’ wil ik verder weten. ‘Daarvoor heb ik geen tijd’, snibt ze dan weer. ‘Weet de dokter naar welke meting hij moet kijken?’ zeur ik dan verder. ‘Dat weet ik niet, hoor. Dat is zijn verantwoording’, is het bitse antwoord. ‘Krijg ik de dokter nog te spreken voor de operatie?’ ‘Nee’, ontmoedigt ze me verder. Maar dan toch ook weer: ‘De dokter zal wel weten wat hij doet. Uiteindelijk gaat hij toch ook voor het beste resultaat.’ Ik kijk haar aan en weet niet goed wat ik van haar moet denken.
Mijn indruk is: ochtendhumeurtje, maar geen kwaadaardig mens (hoop ik). Toch nog wat bozig vanbinnen vanwege het ongastvrije gedrag van sommige werkers in deze ‘oogfabriek’ verlaat ik het pand. Ik fiets zo hard ik kan naar huis, trap de onzekerheid van me af. Op hoop van zegen……
Hello goodbye
Weerzien is fijn, afscheid doet pijn. Dag warm nest, dag lieve kinderen. Over twee dagen vertrek ik weer naar ver weg …….
Maar dit keer ga ik met een gerust hart. Ik zie dat mijn kinderen steeds meer worden wie ze horen te zijn. Als bloemen, die tot volle bloei komen. Ze hebben veel meegemaakt, veel fasen in hun leven doorlopen. Ze zijn nog niet aan hun eindbestemming, evenmin als ikzelf. Elke dag leren wij nieuwe dingen en worden we wijzer. Met een beetje hulp van onszelf en heel veel hulp van de Almachtige.
Alhamdulillah. Ik geloof niet in wonderen, maar ik weet dat ze er zijn en zie ze gebeuren, elke dag weer. Ik dank God/ Allah/ onze Schepper met heel mijn hart.