Nieuwe buren

Vandaag is het mooi strandweer, maar we blijven thuis. Ahmad heeft een verrekijker besteld via internet en die zal vandaag bezorgd worden. Hier kan je in de regel een pakket wel traceren, maar verdere info dan de dag van bezorging is niet te krijgen. Het pakket komt vandaag, maar hoe laat blijft de vraag.
Dus Ahmad is maar weer een deur gaan schilderen. De voordeur van het piso naast ons, dat ook tot onze comunidad behoort. Als ik naar beneden kijk om hem van bovenaf te zien schilderen, zie ik  een aftandse grote bestelbus aan komen rijden. Nieuwe buren! De benedenburen van de begane grond zijn verhuisd en het benedenhuis stond enige tijd leeg, zoals ik al eerder vertelde. De huurders konden niet leven met het lawaai dat onze benedenbuurman van één hoog regelmatig laat horen, als hij tegen zijn demente moeder te keer gaat.
In de grote bus zitten een aantal flinke kerels, die kennelijk de verhuizing verzorgen. Zij willen de enorme bus de garage inrijden, maar krijgen de deur niet open met de afstandsbediening. Haastig komt onze buurman (de vroegere gardia civil) aansnellen. Wat zijn de heren van plan? Zomaar de garage binnen rijden? Dat hadden ze van tevoren even aan hem moeten melden, want hij is ‘el presidente’ (van de comunidad). De bus zal trouwens met geen mogelijkheid in de garage passen, zie ik van boven af. Het enorme joekel zal nooit de bocht kunnen maken, direct na het inrijden van de ingang. Ik krijg al de creeps als ik eraan denk.
‘O.k.,’ zeggen de jongens en ze laten de bus aan de weg staan en beginnen uit te laden. Direct bij het openen van de schuifdeur vallen er een aantal tassen uit de bus met losse spullen die op straat rollen. Het wekt mijn vertedering op. Ik zie dat de spullen uiterst eenvoudig zijn. Wat stoelen met stalen poten. Een ouderwetse butagaskachel, die de man ook nog laat vallen met tank en al. Een lekkere rommelfamilie komt hier wonen, stel ik me zo voor. Ze hebben ook een parasol.
Die zullen ze niet nodig hebben, want op hun patio komt vrijwel geen zon. Dat is de ellende met die ‘ojos de patio’ hier. Het zijn stukjes open lucht die rondom ommuurd zijn van twee hoog naar beneden. De muren rondom verhinderen dat veel zonlicht een kans krijgt

0jo de patio

Bidsprinkhaan

Veel bijzonders gebeurt hier niet en eigenlijk is dat gunstig. Geen nieuws, goed nieuws. Blij dat het leven zijn gangetje gaat.
We gaan naar het strand, als ik Ahmad zo ver kan krijgen. Dat lukt steeds gemakkelijker. Maar er is een andere liefhebberij die aan hem trekt. Het bezig zijn met glas in lood bewerking. Hij heeft nu een apparaat gekocht, zodat hij dat hier thuis kan doen en de ochtenden zijn voor hem de uitgelezen tijd om ermee bezig te zijn. Dan is er nog schaduw op ons terrasje. Hij heeft er een enorm plezier in. Intussen probeer ik me dan ook maar met iets onledig te houden. Bijvoorbeeld door hem te filmen, terwijl hij bezig is met de minuscuul kleine stukjes glas. Wat een geduld! Hij liever dan ik.
Alle kleine gebeurtenisjes in ons leven hier zijn voor mij het optekenen waard. Vandaag zag ik onderweg naar huis na de yogales en voor mij interessant beestje. Een bidsprinkhaan. Hij bevond zich niet in de omgeving waar je hem zou verwachten, tussen bloemen of struiken op jacht naar insecten als hommels, spinnen, bijen en wespen. Hij zat achter een raam tegen een rolluik en hij liet zich door mij makkelijk bewonderen. Ik denk dat het een zij was, want het was een flink exemplaar.
Eenmaal thuis lees ik de wetenswaardigheden over deze carnivoor met haar/zijn vroom aandoende naam. de Europese bidsprinkhaan
De volgende passage uit de beschrijving vond ik vooral gruwelijk: ‘Bij de voortplanting, die uren kan duren, moet het mannetje oppassen om niet opgegeten te worden. Dit bekende verschijnsel bij bidsprinkhanen staat bekend als wreed maar is eerder een vorm van broedzorg. Het vrouwtje zwelt enorm op als de eieren zich ontwikkelen en heeft vele voedingsstoffen nodig. Een flink mannetje is dan ook een welkome aanvulling en bovendien zit de taak van het mannetje na de paring erop en sterft hij meestal korte tijd later.’  
Hoe praktisch is de natuur. 😉
Het diertje komt vooral voor in het Mediterrane gebied. Kan groen of bruin zijn. Is nu bruin, omdat het diertje zich aanpast aan zijn omgeving, die nu ook nogal dor en bruin is. Tegen het beige rolluik kwam zij heel goed uit.

Lullaby

Gisteren zette ik de radio aan tijdens het koken (d.w.z. mijn telefoon, hoe heerlijk is dat, dat je in Spanje op die manier gewoon glashelder Radio 1 kan beluisteren!). Ik kwam middenin de troonrede terecht. Ik hoorde een man praten met een aangename stem. Als ik niet wist hoe hij eruit zag had ik me er een knappe vent bij kunnen voorstellen. Hij had niet het zalvende kakkersaccent van zijn moeder. Nee, hij sprak de woorden uit in mooi, helder Nederlands. Zelfs een Gooise airrrrrr was nergens te bekennen. Het warme stemgeluid liet me bijna wegdromen als bij het horen van een lullaby. Zoals bijvoorbeeld het liedje ♪♪ summertime ♪♪ when the living is easy……..your daddy is rich and your mama is goodlooking, so hush little baby…….♪♪♪ 
Aan een song als deze moest ik denken bij het luisteren naar dit o zo positieve verhaal. ‘Vadertje regering heeft goed voor ons gezorgd en gaat dit heerlijk verder doen. Tralalalalalala. Vreemde snuiters zijn welkom, mits zij onze waarden onderschrijven……’
Daarna reacties van politici op de troonrede. Echt leuk om te horen. Het meest direct en to the point in zijn kritiek vond ik toch ons blondje Wilders: ‘Het leek wel een sprookje.’ Maar hoe hij geld bij elkaar wil gaan sprokkelen voor de minder bedeelden hier door het weg te kapen bij arme sloebers buiten de grenzen en vluchtenden binnen onze grenzen, dat klopte natuurlijk weer niet. Waarom het geld niet weghalen bij de hoogste inkomens in ons land. Die sterke schouders kunnen die lasten het best dragen, vind ik. Anders verdwijnt het kapitaal toch maar in verveelde neuzen.
Leuk om al die politici even te horen reageren. verkiezingen zijn weer in aantocht en eerlijk is eerlijk, zo slecht gaat het allemaal niet hier. We are so lucky.

Net echt

Soms kijk ik hier naar tv. Ik kan niet alle programma’s kijken, maar in ‘uitzending gemist’ zijn bepaalde programma’s vanaf mijn geografische locatie wel te bezichtigen. Zo keek ik laatst naar ‘Sophie in de kreukels’, de ‘mannenversie’. Eerder was reeds de serie te zien over vrouwen die er van alles aan doen om er beter, mooier en vooral jonger uit te zien. Niet altijd met een oogverblindend mooi resultaat, maar dat mag hem de pret niet drukken.
Dit keer gaat het over mannen die allerlei kunstgrepen toepassen om er beter uit te zien. Ik wist al dat mannen net zo ijdel kunnen zijn als vrouwen en evengoed veel aandacht besteden aan hun haar, huid, beharing, kleding, lichaamsbouw, etc. Maar dat mannen ook nu massaal botox spuiten om bijvoorbeeld geen frons meer te hebben in hun gezichten, een bredere kaak te krijgen, enz. Dat wist ik niet.
Ook wist ik niet dat het voor het verkrijgen van een leuke baan of voor het succesvol zaken doen tegenwoordig erg belangrijk is om er goed uit te zien. Misschien is dat nu zelfs belangrijker geworden dan het hebben van kwaliteiten en vaardigheden. Dat choqueert me wel. Is het nu al zo ver gekomen? Dat de grootste nitwit een goede plek kan bemachtigen, alleen omdat hij zo een stralende glimlach heeft en zo een heerlijk jongensachtig uiterlijk. Vroeger had je dikke pech als je er niet goed uitzag. Je moest daar gewoon maar mee leven, maar bij gebleken kwaliteiten had je wel kans op een goede baan. Nu hoef je alleen maar een pak geld te hebben en het juiste adres te weten van de implantoloog, botoxspecialist of plastisch chirurg en kassa! Het succes wacht op jou. Als het er allemaal van buiten maar goed uit ziet.
Nu ik er meer op let…. Het is inderdaad zo dat in Nederland, met name in de grote steden, mensen er alles aan lijken te doen om er tiptop uit te zien. Ook qua kleding. Hier, in het dorp waar ik nu zit, is dat veel minder het geval. Vrouwen lopen gerust in lelijke katoenen flodderbroeken. Ook leggings, in Nederland alleen nog toegestaan bij het beoefenen van sport, bepalen hier het straatbeeld. Bijna wil ik de met elkaar keuvelende moeders in de ochtend, die net hun kinderen hebben afgezet op school, toeroepen: ‘Halt! Modepolitie! Trek onmiddellijk die legging uit en doe wat anders aan! Dit kan echt niet!’ ‘En hoezo ga je nu niet regelrecht naar de sportschool om je zwangerschapsbuik eraf te trainen? Wat sta je daar nou te kletsen?’ Maar ik doe het niet. Deze mensen zijn gewoon nog ‘pura natura’, evenals hun mannen, die schaamteloos een inkijk geven in hun bil-decolleté met hun afgezakte broek en daaroverheen hangende ‘cerveza-buik’. Hier kijken ze elkaar niet in de ongesaneerde bek. Mijn omhelst elkaar hartelijk vanwege het innerlijk en niet vanwege het rimpelloze, succesvolle uiterlijk.
Kom daar nog maar eens om in Nederland.
Helemaal kloppen doet het niet, wat ik hier zeg. Ook in Spanje wemelt het van de klinieken, waar je van alles aan je lichaam kunt laten veranderen. Ikzelf heb in Benalmadena overtollig vel boven mijn oogleden laten verwijderen. Ik lag toen op een rij te wachten op de operatie (bibberend van angst voor wat komen ging). Ik bevond me niet tussen andere oudere dames, maar tussen overwegend jonge meiden. Heel jonge meiden, die joost mag weten wat gingen laten veranderen aan hun nog vrijwel perfecte lichaam.
Op het strand in Torremolinos en Benalmadena zien Ahmad en ik diverse vrouwen met borsten, die onnatuurlijk stevig omhoog staan in ligstand. Een groot percentage van de vrouwen heeft borsten die een beetje van hun zelf zijn en een beetje van Silicon. Lippen en wenkbrouwen, wat is er nog echt? Het schoonheidsideaalvirus, waar mensen gemodelleerd worden naar een inwisselbaar voorbeeld, verspreidt zich razendsnel over onze hele aardbol. Mannen en vrouwen streven naar een ’topvorm’.
En ik? Ik heb mijn oogleden terug, waarmee ik heel blij ben. Lijk niet langer op een vermoeide bloedhond. En in plaats van protheses laat ik implantaten zetten in  mijn mond, in de kleur van mijn eigen tanden, overal waar tanden of kiezen wegvallen. Ik eet matig om mijn figuur te behouden en ik doe wat oefeningen om in vorm te blijven. En ik verf elke twee weken mijn haar met henna. Maar een gerimpelde kop ga ik niet uit de weg. Die staat er nu eenmaal op en past goed bij de rest van mijn vel, dat ook overal begint te rimpelen 😉

Tristesse

Hebben jullie dat ook wel eens? Dat je je triestig voelt van de ochtend tot de avond, zonder echt te weten wat de oorzaak ervan is? Ik had dat gisteren. Het liefst zou ik in een stille hoek gaan zitten en even lekker huilen, maar ik deed dat niet. Ik wist tegelijkertijd namelijk hoe bespottelijk dat zou zijn. Er was geen enkele reden om te huilen. Integendeel. Ik heb het goed ‘als een luis op een zeer hoofd’, zoals mijn stiefvader dat plastisch placht uit te drukken.
Het is verleidelijk om bij zo een acute aanval van peilloze somberheid te gaan zoeken naar oorzaken. Je kunt er zat bedenken. Heimwee naar iets dat je niet (meer) hebt bijvoorbeeld. Dat kan je altijd aanvoeren. Of zorgen om God weet wat. Bijvoorbeeld mijn kinderen. Maar die gasten zijn volwassen en zelf ouders van kinderen. Geef ze de ruimte! Mogen ze zelf bedenken wat ze doen en daarbij misschien fouten maken? Mogen ze onderling ruzie maken, om daarvan te leren? Mogen ze mij in het ongewisse laten omtrent hoe het met hen gaat zonder dat bij mij direct alarmbellen gaan rinkelen? Laat los, mens. leef je eigen leven en laat je nu volwassen kinders met rust!
Wat is er dan aan het handje? Sijpelt er iets van de depressie van mijn benedenbuurvrouw, die we dagelijks horen huilen, of de jong volwassen depressieve zoon van de buren naast ons door de muren van ons optrekje heen? Heb ik soms zuignappen, die hun ellende absorberen en me me het gevoel geven of ik hun last draag? Onzin!
Of verveel ik me misschien gewoon kapot? Het valt niet mee om niks anders om handen te hebben dan je eigen natje en droogje op tijd binnen te krijgen en het huis een beetje op orde te houden. Geen zorg voor anderen meer, maar moet dat dan? Er zijn mensen die volkomen gelukkig leven op een bergtop in hun eentje zonder de bevestiging van wie ook. Wat is belangrijk en wat niet? Wat maken we onszelf allemaal wijs over wat allemaal moet in dit leven? Ik kom er niet uit.
Wat ook niet echt helpt is dat ik al een paar dagen last heb van buikpijn, een lichte maar gestage niet aflatende pijn in de onderbuik. Daar word ik niet vrolijk van. Ik ga op de bank liggen en val in slaap. Na een kwartiertje word ik wakker, met nog steeds buikpijn maar wel een lichter gemoed. Het leven lijkt ineens niet meer zo zwaar, zinloos, triest of hoe je het maar negatief wil omschrijven. Mijn zoon belt me en ik word gerustgesteld dat het goed met hen gaat, wat ook heel erg helpt. Kennelijk heb ik me toch druk zitten maken om niks, zoals wel vaker.
Vandaag sta ik al beter op. Ik bespreek mijn triestigheid van gisteren met Ahmad en dat helpt. Hij heeft vannacht gedroomd dat ik dood was. Als ik dat hoor ervaar ik dat idee bijna als een opluchting, het idee dat ik er ’tussenuit zou knijpen’. Maar Ahmad zou het wel erg vinden. Hij voelde zich rot in zijn droom.
Ik heb nog steeds buikpijn vandaag. Als we naar yoga gaan en Marie Carmen (de yogalerares) omhelst me langdurig, merkt zij op dat het goed met me gaat. Ik bevestig dat, maar voeg eraan toe dat ik gisteren somber was zonder te weten waarom. Kent zij dat gevoel? Ja, dat kent zij. Maar, zegt ze, het is de kunst om dan niet te denken dat ‘jij de triestheid bent’, maar dat de triestheid een gevoel is (zoals alle gevoelens) dat bij het leven hoort en dat voorbij gaat.
Dat klopt, maar wat zouden mijn buurjongen en mijn demente benedenbuurvrouw hierop zeggen? Ervaren zij dat ook zo?
Het zijn mijn zaken niet. Ik heb nog steeds buikpijn, maar neem dat gevoel maar voor wat het is. Ik laat mijn stemming er niet door verpesten. Er is best mee te leven en wie weet gaat het vanzelf over.

Organen doneren

Eergisteren heb ik via internet laten registreren dat ik na mijn dood al mijn organen en weefsels etc wil afstaan, voor zover nog bruikbaar.
Voordien had ik al een donorcodicil. In 1998 heb ik laten vastleggen dat ik helemaal niets wilde afstaan na mijn dood. Dat stond op een geplastificeerd kaartje, dat ik braaf bewaarde in mijn portemonnee. Mijn beslissing om niet te willen doneren was indertijd gebaseerd op angst. Ik had me laten vertellen dat je na je dood nog een gering percentage gevoel zou hebben in je lichaam. Dan is het natuurlijk niet prettig als daarin gesneden wordt. Ook is het zo dat een moslim zo snel mogelijk begraven dient te worden.
Beide argumenten zijn nu voor mij geen reden meer om geen organen te willen afstaan. Als ik al gevoel zou hebben in mijn lichaam na de dood, wat voor mij een raadsel blijft, dan is het vast niet erg als er gesneden wordt in dat lichaam voor een goed doel. En wat betreft het snel onder de grond moeten. Het verwijderen van organen en weefsels uit het lichaam geschiedt natuurlijk onmiddellijk nadat de dood is ingetreden. Daarna is men zeker wel op tijd om het lichaam snel genoeg te begraven.
En dan praten we alleen over het hypothetische geval dat ik in een ziekenhuis kom te overlijden in Nederland en dat mijn organen dan bovendien nog bruikbaar zijn. Het geeft mij een goed gevoel dat ik op die manier na mijn dood mogelijk kan bijdragen aan de genezing van een ander.
Terwijl een groot deel van ons volk juist liet registreren geen donor te willen zijn, heb ik juist mijn ‘nee’ omgezet in ‘ja’. Zoals wel vaker zwem ik weer eens tegen de stroom in 😉

Gast

We hebben elke avond een zwijgende gast op bezoek. Het begon al de avond dat we hier aankwamen. Toen drentelde de kat van drie dakterrassen verderop heen en weer op ons balkon. Hij keek me aan door de schuifdeur alsof hij graag naar binnen wilde. Ik liet hem toen niet binnen, want ik weet dat het hier niet gaat om een zwerfkat, maar om een goed verzorgd exemplaar van de buurman drie huizen verder.
Elke dag om dezelfde tijd, kort na zonsondergang verschijnt deze Tompoes voor onze deur en kijkt verlangend naar binnen. Om te kijken wat er gebeurt zet ik de deur een stukje open. Tom duwt een nieuwsgierig kopje naar binnen en ook snel weer naar buiten. Hij durft niet naar binnen te komen als wij bewegen in de kamer. Maar als ik gewoon doorga met de dingen waarmee ik bezig ben en niet te veel naar hem kijk, komt hij rustig binnen en snuffelt wat rond in de kamer. Hij wil wel even aan mijn hand ruiken en een kopje geven en verdwijnt dan onder mijn stoel. Hij blijft daar rustig zitten zolang ik maar niet opsta.
De volgende dag zit hij er weer op de ‘afgesproken tijd’ en weer komt hij gemakkelijk naar binnen, mits wij maar niet te veel bewegen. Dit keer neemt hij er zijn gemak van en gaat even lekker liggen op de bank.
Zodra ik opsta, verdwijnt hij als een dief in de nacht. Gisteren constateerden we dat hij ook wat geur heeft achtergelaten op ons balkon. Kennelijk heeft hij ons terrasje nu in bezit genomen als ‘zijn territorium’. We vinden het best. We kunnen zelf geen huisdier houden, maar af en toe een diertje op bezoek is best gezellig.

Bijkomen

Als ik terugkijk op mijn leven, dan ben ik blij dat veel van wat ik heb meegemaakt achter de rug is. Ik zou het niet graag nog een keer over doen. Wellicht zou ik een hoop kunnen vermijden met de ‘wijsheid’ die ik nu heb opgedaan en minder impulsief beslissingen nemen met ver reikende consequenties, zoals de twee eerdere huwelijken die ik ‘liet gebeuren’ in mijn leven. Maar alles gaat zoals het moet gaan en achteraf gezien ben ik heel gelukkig met hoe ik er uiteindelijk voor sta. Ik ben heel blij met mijn kinderen, die ik niet gehad zou hebben als ik niet met ‘die gek’ getrouwd was. Ik ben blij met mijn geloof dat invulling heeft gekregen in ‘de jas’ die mij het beste past. Hoewel ik merk dat ik steeds meer terugkeer tot het grondgevoel dat ik heb vanaf mijn kindertijd, de essentie van mijn geloof. Dit gevoel wordt samengevat door de overeenkomsten die er zijn tussen alle geloven. Uiteindelijk gaat het om de intentie waarmee ik dingen doe. De rituelen zijn er om mij te helpen, maar zijn geen hoofdzaak.
Ik ben heel blij met de tijd die ik nu mag doorbrengen met Ahmad. Hier en in Nederland. Hij is mijn beste vriend en allebei genieten we van de rust die is neergedaald na een stormachtig leven. Ook voor Ahmad was het leven een strijd, zij het anders dan voor mij. We zijn allebei aan het ‘bijkomen’.
Beiden zitten we nu in de luwte. Het grote werk is gedaan en we mogen rusten en doen waar we zin in hebben. Dat is een ongekende luxe. Ik weet dat dit niet het einde is. Er kan nog van alles gebeuren en het is niet gezegd dat dingen lang blijven zoals ze nu zijn.’ Panta rei, ouden menei’, was de lijfspreuk van wijlen mijn lieve broer Hans. ‘Alles stroomt en niets blijft.’ Goede en slechte gebeurtenissen wachten ons nog, zoals iedereen. Gelukkig weten we niet wat komen gaat. We kunnen alleen maar genieten van elke gezonde dag die we hebben zonder ellende en zorgen. Ook voor onze kinderen kunnen we alleen maar het beste wensen, evenals voor alle levende wezens. De toekomst is niet in onze hand. Ons gedrag van dag tot dag wel. En daar maken wij het beste van. We hebben het graag gezellig.

Schoolvakantie voorbij

Kinderen hebben hier 2,5 maand vakantie! Moeders vertellen het me met een zucht. Het moet niet gemakkelijk zijn om in de bloedhete zomers hier kinderen bezig te houden. Eigenlijk is de enige optie bij zoveel hitte het water. Sommige ouders hebben het geluk een huis met zwembad te bezitten. Anderen moeten met hun koters naar een zwembad of het strand.
Afgelopen maandag zijn de scholen weer begonnen. Dat is te merken op het strand. Was het eerst nog mutjevol met ouders met kinderen, nu zie je veel minder kinderen. Hooguit wat baby’s en peuters. Ik, als oma, houd dat nauwlettend in de gaten.
We zijn in de laatste week van de schoolvakantie van strand veranderd. We dachten tot nu toe dat het strand van Benalmadena rustiger en minder toeristisch zou zijn dan dat van Torremolinos. Ik dacht dat Torremolinos overwegend bevolkt werd door met name Nederlandse badgasten. Dat blijkt helemaal niet te kloppen. Het strand van Torremolinos is veel mooier en witter dan dat van Benalmadena. Zowel op het strand van Benalmadena als dat van Torremolinos hoor ik meer Spaans om me heen dan andere talen.
Na vier jaar zijn we er eindelijk achter dat het leuk kan zijn om naar het strand te gaan. Sinds een week weten we bovendien pas welk strand het prettigst is. Nog even en dan is het strandseizoen hier voorbij en wordt het weer tijd voor wandelingen in de natuur. We genieten.

 

Slachtfeest

Eid ul Adha ofwel ‘grote eid’, het slachtfeest, is gisteren bijna ongemerkt aan ons voorbij gegaan. Ik dacht er toevallig wel even aan in de ochtend op weg naar het strand. Maakte tegen mijn altijd luisterende oor de opmerking dat ik het slachten van een met haast en onder slechte omstandigheden opgefokt dier zo zinloos vind in deze tijd van overconsumptie. Hoe kunnen mensen nu werkelijk geloven dat zij iets goeds doen als zij een koe of een schaap (laten) slachten. Ik schreef hier al eerder over in een vorig artikel, een tijd terug. het slachtfeest, eid ul akbar De regel is dat je 1/3 zelf mag eten van het geslachte dier, dat 1/3 voor familie en vrienden is en 1/3 voor minder bedeelden. Maar waar zijn die minder bedeelden in Nederland? En zitten deze mensen te wachten op een stuk rauw vlees? Kan je daar en zwerver mee blij maken? Waar moet dat vlees dan heen?
Ik heb nooit aan het slachten meegedaan. Heb wel geld gestuurd naar arme landen (bij voorkeur naar Tsjetsjenië, waar mijn broer is gesneuveld). Zodat deze mensen daar wel een dier konden offeren. Ook hebben mijn ex en ik ooit een schaap geslacht in Pakistan, omdat een van mijn kinderen daar erg ziek was. Mijn schoonmoeder zei ons dat we een schaap moesten slachten ’tegen het boze oog’, opdat mijn zoontje zou genezen. Zo gezegd, zo gedaan. Er werd een schaap geslacht en dit werd in zijn geheel uitgedeeld aan de dorpsgenoten van het arme dorp waar wij toen woonden. In die omgeving en onder die omstandigheden is het heel wat anders dan bij ons in Nederland. Mensen aten daar (in de tijd dat ik daar woonde) niet dagelijks vlees en het uitdelen van vlees aan de bevolking was dan ook een enorme traktatie. En dat is waarschijnlijk ook zo geweest ten tijde van de profeet. Het laten groeien van een dier kostte, toen dieren nog goed verzorgd werden, veel tijd en het slachten van een dier deed men toen niet zo gemakkelijk als nu. Mensen aten minder vlees, omdat er minder vlees voor handen was.
Dus in plaats van een dier te slachten en naar een moskee te gaan gingen wij naar het strand van Torremolinos, waar wij konden stoeien met de hoge golven. Ik heb ook geen geld gestuurd. Moge Allah me vergeven.