Vanmorgen gingen we toch weer naar het strand, min of meer op mijn aandringen. Ahmad had me al gewaarschuwd dat het daar waarschijnlijk een beetje frisjes zou zijn. Hij had gelijk. Gisteren merkte ik ook al dat het niet meer zo lekker was om met een nat badpak te zitten, weliswaar in de zon maar ook met een onaangenaam en fris windje vanuit de zee. Vandaag leek het windstil in Alhaurin, maar in Torremolinos waaide wederom dat frisse windje.
Wat we gisteren al zagen en niet zeker wisten werd vandaag bevestigd. De hoge golven van een paar dagen terug hebben een groot deel van het zand van het strand weggenomen. Waar de zee niet is geweest ligt nog zand, maar aan de kustlijn bevindt zich een grauwe en brede rand van kiezels.
‘Nou herinner ik me weer dat ik hier ooit kwam toen ik nog klein was,’ vertelt Ahmad me. ‘De hele kust bestond toen nog uit alleen maar van deze kiezels.’
Het zand langs de kust van Torremolinos is niet echt schelpenzand, zoals wij dat hebben in Nederland. Het zand wordt jaarlijks aangevoerd met vrachtwagens en neergestrooid. ‘Aha!’
En nu is dat zand dus weggeslagen van de kustlijn door de machtige golven van de zee. De zee heeft het aangevoerde zand ‘opgeslurpt’. Het biedt een wat troosteloze aanblik. We blijven nog even zitten in de best straffe wind en kijken naar een visser, die zijn hengel ophaalt en niets gevangen heeft. Naast ons een bleek gezin met Polen of Russen. De vrouw heeft zichtbaar pijn in haar voeten vanwege de harde kiezels, als ze naar de zee strompelt. Er zitten nog wel mensen op het strand. Logisch. Als je betaalt hebt voor een dure reis naar hier, dan wil je toch je lol hebben.
Wij hebben het wel gezien, klappen onze stoelen dicht en lopen naar de auto. Even later drinken wij onze thermos met koffie leeg op ons eigen terras. Daarna gaat Ahmad verder met zijn Tiffany, iets waar hij altijd zin in heeft. ‘Jij zal ook iets moeten zoeken om te doen, als ik hiermee bezig ben,’ zegt hij tegen mij. ‘Dat komt wel goed,’ stel ik hem gerust. Ik kan me altijd onledig houden met mijn virtuele dagboek en filmpjes. En verder heb ik plannen om tekeningen te gaan maken naar de hand van plaatjes en foto’s. Ik begin met een tekening van mijn geliefde favicon, het stokstaartje. Ben benieuwd of het me gaat lukken. 😉
Categorie archieven: General
Zitten op een bankje
Dat is wat oudere mensen graag doen. Zitten op een bankje en kijken naar wat voorbij gaat.
Ik deed het ook weleens, toen ik nog jong was. Als student ging ik soms zitten op het een muurtje langs het wandelend publiek in Hoog Catharijne. Gewoon kijken naar alles dat voorbij kwam. Ik kon op die manier mijn gedachten verzetten. Was niet langer met mijzelf bezig, maar kon me even richten op de wereld om mij heen.
Soms ‘zag ik het leven niet zitten’, dacht ik ‘waar naartoe en waarom toch?’. Dan ging ik wandelen in de avond. Ik liep langs de huizen en keek naar binnen, waar dat mogelijk was. Dan zag ik een hele familie staren naar een tv en ik dacht: ‘Wat ben ik blij dat ik niet zit te staren naar zo een kastje. Liever loop ik hier rond en heb ik mijn eigen gedachten, leuk of minder leuk.’
Er was zoveel dat me beroerde en zoveel was nog mogelijk. Soms wist ik het niet meer.
En nu is alles gedaan en er blijft weinig over om te kiezen of te dubben. Het leven is simpel en kabbelt rustig voort. Ik verkeer in de luxe van een permanente vakantie. Ik mag van alles doen, maar ik hoef niets te doen. Meestal beperk ik me tot datgene wat ik echt moet doen en de rest van de tijd doe ik eigenlijk niet veel nuttigs. Ik ben vooral consumptief bezig. Ik consumeer niet zoveel voedsel, maar wel veel informatie. Via mijn e-reader, via internet, via de tv en radio. Ik ben een oudere geworden die virtueel op een bankje zit te kijken. Ik hoef niet meer de straat op te gaan. Via de digitale weg kan ik in heel veel hoekjes kijken en ik hoef dus niet naar buiten.
Misschien nemen oudere mensen daarom een hondje. Of ze leggen een tuintje aan.
Love
Niet alleen maar zie ik ‘lelijke’ dingen op het strand en in de Little. Mensen die onaardig doen of zeuren. Ik zie ook wel eens wat moois. Gelukkig.
Zoals gisteren.
Het was aangenaam windstil op het strand, maar gek genoeg waren er wel heel hoge golven. Dat heeft, denk ik, te maken met eb en vloed. Er gingen weinig mensen de zee in. Toen ik het na een uurtje toch aandurfde was dat heerlijk. Het water was niet koud, zoals een tijdje terug bij hoge golven, maar juist aangenaam warm. Eenmaal dieper de zee in kon ik heerlijk dobberen op het golvende water. Bij terugkomst was het zaak voorzichtig aan land te gaan, want als je niet omkeek kon je ineens gevloerd worden door een hoge golf.
Het moois dat ik gisteren zag was een man met een kindje. Zo vaak zie je mensen met kinderen. Ze zijn een beetje bezig met hun kind en een beetje met hun telefoon of kijken tussendoor om zich heen. Deze man was helemaal gericht op het kindje met wie hij aan de waterkant naar de golven stond te kijken. Totale concentratie op wat het kindje en hij beleefden aan het imposante spel van de hoge golven. Er ‘bestond geen wereld om hen heen’, alleen hij en dat kleine meisje en de grote zee. Ik heb er een filmpje van gemaakt.
Vind die kat
Via radio 1 en de hap snap krantenberichtjes blijf ik een beetje op de hoogte van wat er gebeurt in Nederland.
Zoals het nieuws over Vindicat. Ik dacht even dat ze het hadden over ‘vind die kat’, een soort opsporingsverzoek om katten te vinden. Maar het bleek te gaan over een Groningse studentenvereniging, die zich schuldig heeft gemaakt aan nogal excessieve ontgroeningspraktijken voor hun nieuwe leden. Eén jongen (een feut noemen ze dat in die kringen) moest afgevoerd worden naar een ziekenhuis met verwondingen aan zijn schedel na harde klappen op zijn hoofd. Hij heeft een hersenbeschadiging, waarvan ik hopen mag dat deze niet permanent is. Als ik zijn moeder was, zou ik hels zijn op dat stelletje dronken corpsballen (spreek uit: koorballen) die dit mijn kind zo hadden toegetakeld.
Wat mij schokte is dat het ook schijnt voor te komen dat a.s. corpsleden een contract moeten tekenen dat zij niets naar buiten zullen brengen van wat er binnen de vereniging gebeurt op straffe van een hoge boete. Dus ook al gebeuren er allerlei misstanden, men heeft daarover te zwijgen. Het lijkt verdulleme de vrijmetselarij wel. Of nog erger illuminati.
Ik heb zelf ook gestudeerd, maar me altijd verre gehouden van studentenverenigingen. Die waren in mijn tijd ook niet echt ‘in’ bij de mensen met wie ik omging. Het corps was voor kakkers. Wat ik niet wist en ook nu pas te weten ben gekomen is dat deze verenigingen bestaan uit zoontjes en dochtertjes, die na hun studie (waar zij in mijn tijd dikwijls een flink aantal jaren langer over deden dan ervoor stond) geholpen worden door andere zoontjes en dochtertjes (ex-corpsleden) aan goede banen in de hogere sectoren van het bedrijfsleven, de politiek e.d. ‘Ons kent ons’ Dus wij worden bestuurd en bedrijven worden geleid door ex-corpsballen. Het verbaast me niet, maar ik word er niet vrolijker van nu ik dit weet.
Weer een ex-collega overleden
Ik zie een berichtje in de messenger op mijn telefoon. Het is van een vroegere collega P. en het dateert al vanaf 6 september. Dat is bijna 3 weken geleden. Zij heeft me toevallig gezien en even gesproken, toen ik het ziekenhuis verliet na mijn hallux valgus-operatie. Zij wil van me weten hoe deze operatie mij bevallen is. Zijzelf heeft ook last van haar voet, ook een hallux valgus, en overweegt nu ook een operatie te laten doen.
Ik geef haar een verlaat antwoord en vraag daarna hoe het is met onze gemeenschappelijke vroegere collega’s, met wie we de laatste jaren in één ruimte aan het werk waren (tussen de gesprekken met cliënten door). Ik denk daarbij vooral aan mijn collega V., die tegelijk met mij wegbezuinigd werd bij een grote reorganisatie en die ook niet direct herplaatsbaar was, net als ik. Voor mij was dat minder erg, omdat ik 61 jaar was op het moment dat ik eruit geknikkerd werd. Ik zou tot mijn pensioen WW respectievelijk wachtgeld blijven ontvangen volgens een oude CAO-regel. V. was jonger dan ik, maar niet jong genoeg om snel weer werk te vinden en ook te jong voor deze aantrekkelijke regeling. Ze was een jaar of 50 pas. Zij nam haar ontslag niet zwaar op. Toen ik haar een tijdje later tegen kwam, vertelde ze mij dat zij was gaan handelen in tweedehands spullen. Ik overwoog toen nog de spullen uit wijlen mijn moeders huis, die ik niet via marktplaats had kunnen verkopen, aan haar te geven. Maar dat is er nooit van gekomen. Ik liet die spullen en boeken een tijd later ophalen door de Kringloop.
‘Het gaat goed met onze ex-collega’s, bericht mijn ex-collega P.. Behalve met V. Zij is helaas vorige week overleden na een ziekbed. Wat?!? ‘Ze kreeg drie jaar geleden kanker in haar eierstok. Was ervan overtuigd dat zij zou genezen, maar uiteindelijk is ze toch overleden. Wij waren tot het laatst bij haar.’
Wat een verschrikkelijk nieuws. Na mijn vroegere collega en studiemaatje G., die overleed tijdens de aardbeving in Haïti in 2010, is nu V. overleden. Het nare nieuws blijft in mij ‘nazeuren’. Wat moet het erg zijn voor haar man en drie kinderen, die nu achterblijven zonder haar. Er komen allerlei herinneringen in mij boven aan V., een krachtige jonge vrouw, oorspronkelijk uit Bosnië afkomstig. Zij kwam in de tijd dat wij nog veel geld binnen brachten voor onze stichting en wij ons werk konden uitbreiden ons team versterken. Ze had in het verleden veel meegemaakt. Was haar man een tijd uit het oog verloren tijdens het oorlogsgeweld in haar thuisland, maar later waren zij toch weer herenigd. Ze had drie kinderen en woonde niet ver van haar werk. Ze vertelde me dat zij graag haar huis schoonmaakte als iedereen verder niet thuis was, met de radio hard aan. Elke zaterdag de douchetegels. “Elke zaterdag?1?’ vroeg ik nog. ‘Ja, dan is het werk licht en hoef je alles alleen maar een doekje te geven,’ legde ze me heel praktisch uit. Ze was altijd recht voor zijn raap in alles wat ze zei. Gaf kritiek en complimenten. Merkte een keer tijdens de koffie op dat ik mooie ogen had. Ik kreeg een verbaasde blik van een andere collega, die met moeite probeerde te ontdekken in mijn toen nog afhangende ogen wat zij daarmee kon bedoelen. Eens zei ze me ook dat ik mijn wenkbrauwen niet aan de zijkanten naar beneden moest bijtekenen. ‘Dat geeft je een te bedroefde uitdrukking.’
Bij ons afscheid gingen we met het team naar Kijkduin. Ik had voor iedereen een blad gemaakt met een collage met foto’s en een verhaaltje over elke collega, waarmee ik haar typeerde. V. gaf ons allemaal een steen met daarop het woord ‘hoop’. ‘Hoop is heel belangrijk,’ legde zij ons uit.
Lieve V,, ik heb je steentje bewaard. Ik hoop dat jij ergens bent waar het mooi is zonder zorgen en pijn. Dat jouw kinderen inmiddels ook al wat groter zijn en dat zij goed verder kunnen met hun vader en de herinnering aan jou als lieve moeder, de spil waar alles om draaide. Over werken of niet werken geen zorgen meer. Wat lijkt dit probleem ineens toch klein. Rust zacht, lieve V.
Observaciónes
Vandaag weer lekker naar het strand geweest. Geen schokkende beelden dit keer.
Wel een paar zaken voor de modepolitie, zoals een oude man in een speedo en een oudere man met een bedrukt t-shirt, waarop levensgroot een beeltenis van het sadistje Marlon Brando met daaronder geschreven ‘el padrino’. Twee zaken die in Nederland niet meer mogen, evenals harembroeken en leggings, zoals ik me heb laten vertellen via de nieuwsrubriek van msn. Maar mild als ik ben zie ik dat door de vingers. De man met het padrino t shirt gedraagt zich niet als een machomannetje. Integendeel. Hij loopt met twee stoelen en een parasol te sjouwen en klapt de stoel van zijn vrouw bovendien nog voor haar uit. Goedgekeurd door de Nederlandse Vereniging van Huisvrouwen. De man met de speedo heeft nog aardig wat om te showen en dat is ook niet erg voor het oog.
Schuin voor ons zitten een paar oudere echtparen, elk onder hun eigen parasol. ‘Qué pasa,’ hoor ik een man naar de mensen onder de parasol naast hem roepen. ‘Aqui estamos sentado como Díos nos manda’, antwoordt de ander. Dat vind ik wel lollig. (‘hier zitten we dan, zoals God ons dat opdraagt’) ‘Wat een snedig antwoord,’ zeg ik tegen Ahmad. Het blijkt een heel gewone uitdrukking te zijn hier. Een grap die dus te pas en te onpas gebruikt kan worden. Zoals de uitdrukking ‘huevos de plomo’ (loden ballen) voor een man die erg traag is. Of ‘un lió de Monte Pio’ wat betekent dat het een enorme rotzooi/ wanorde is. Als je dat meerder keren hoort is het natuurlijk al minder grappig.
Een echte story om te vertellen zie ik pas in de Little, waar we boodschappen doen op de terugweg. We staan in de rij bij kassa 1 te wachten en het schiet niet op. De zaak stagneert, omdat een vrouw moeilijk doet over de prijs van een fles met een alcoholische drank. De kassamedewerkster heeft een prijs aangeslagen die volgens haar onjuist is en dat weet zij zeker. Het meisje legt in rap Spaans uit dat dit toch echt de prijs is die wordt aangegeven als zij de fles langs de streepjescode scant. De vrouw verstaat het meisje niet, want ze spreekt geen Spaans. De man achter haar vertaalt voor haar in het Engels wat het meisje net heeft gezegd. Maar de vrouw houdt voet bij stuk. ‘It is 4,99,’ zegt ze tegen de man achter haar. ‘I am sure. I have seen it.’ Ze blijven heen en weer praten over de prijs, terwijl de rij mensen moet wachten. Naast ons bij kassa 2 wordt de één na de ander wel geholpen.
‘Wat wil die vrouw?’ vraagt Ahmad die normaal heel geduldig is, tot hij ergens op moet wachten. Hij vraagt het eerst aan mij en dan aan de man achter hem, die het ook niet weet.
‘Then I do not want this,’ zegt de vrouw uiteindelijk en met een gebaar of het een eng beest is geeft zij de fles terug aan het meisje achter de kassa, die nu aan een collega een sleutel moet vragen van de geldla om de vrouw haar geld terug te geven. De man van de vrouw staat er wat bedremmeld bij te kijken en zegt geen woord. Alle ogen zijn gericht op deze vrouw nu.
Ahmad en ik zijn inmiddels naar kassa 2 verhuisd. De man achter ons ook. Hij staat nu voor ons, biedt aan om ons voor te laten gaan. Maar dat hoeft niet. We hebben de tijd, net als hij. ‘De vrouw is nu weg en rij 1 gaat nu ook weer lekker,’ zeg ik tegen Ahmad. ‘Ze staat nu bij kassa 3,’ zegt mijn opmerkzame Ahmad. En ja hoor, daar staat ze weer met eenzelfde fles drank in haar handen als zij net heeft teruggegeven aan het meisje van kassa 1. Verdraaid ja, zeg. Ze loopt nu zelfs met deze fles opnieuw naar kassa 1, waar de rij inmiddels helemaal weggewerkt is. Maar het meisje van kassa 1 stuurt haar weg met een handgebaar. ‘Nee, niet nog een keer.’ Ze lacht er een beetje bij en ik zie andere mensen ook besmuikt lachen. De vrouw gaat weer naar kassa 3 en zegt iets tegen haar man, die buiten de kassa’s in het gangpad op haar staat te wachten. Ze praat Nederlands. ‘Verrek, ze is Nederlands,’ zeg ik tegen Ahmad. ‘Met de ons bekende kruideniersmentaliteit.’ Wij hebben afgerekend en ik zie de man van de vrouw met een verslagen blik nog steeds wachten. De man achter kassa 3 heeft de prijs van de fles aangeslagen en het klopt weer niet volgens de vrouw. Ze kijkt er wat triomfantelijk bij. Ze wenkt de kassier om met haar mee te lopen naar de plek waar zij de fles vandaan heeft. Hij doet het nog ook. (Er zijn inmiddels niet meer zo veel mensen in de winkel). Wij brengen onze spullen naar de auto. Als we wegrijden zie ik nog steeds haar man op dezelfde plek staan wachten achter de glazen ruit.
Verder gaan mijn observaties niet, maar natuurlijk kan je hier nog een heel verhaal aan breien. Bijvoorbeeld. Hoe is de sfeer, als dit koppel straks huiswaarts rijdt in hun auto met Spaans kenteken naar hun Spaanse optrekje. Houdt die man zijn mond of begint hij tegen haar uit te varen. ‘Meid, wat heb jij ons voor schut gezet voor al die Spanjaarden.’ Of houdt hij zijn mond in een ijzig zwijgen. En heeft zij de fles nog meegenomen en tegen welke prijs? En hoe zal het smaken, als ze eindelijk aan hun drankje zitten onder de bomen van hun buitenverblijf?
Nog meer gluren
Op het strand:
Ik heb helaas mijn e-book uit. Dacht dat ik nog 50 bladzijden te lezen had, maar die blijken alleen vol te staan met verwijzingen naar bronnen, waaruit de biografie die ik las is samengesteld. Jammer.
Ik zie voor me een jonge vrouw onder een parasol zitten. Ze is volledig gekleed, met een lange broek en een bloes met lange mouwen, draagt sportschoenen. Ik weet niet waarom zij niet gedeeltelijk ontkleed is zoals de anderen. Zeker is dat zij niet in de zon wil zitten. Naast haar ligt een handdoek uitgespreid, waarop niemand ligt. Dat blijft de hele tijd zo. Op de handdoek ligt een ‘el pais’, die zij verveeld oppakt en begint te lezen. Ik bedenk me wat allemaal de reden ervan zou kunnen zijn dat deze vrouw het zonlicht schuwt, maar wel op het strand zit. Het is duidelijk dat zij met een ander hier gekomen is die kennelijk wel van zon en de zee houdt. Die is er nu even niet. Misschien heeft zij een huid die geen zonlicht verdraagt. Het blijft gissen.
Ik let een tijd op andere dingen. Zie veel kinderen spelen met water en zand, zie een groep mensen gezellig bij elkaar zitten en eten onder enkele parasols.
Dan zie ik een man uit het water komen. Hij pakt de handdoek op die naast de volledig geklede vrouw ligt en loopt daarmee weg, het strand af, zonder met haar een woord te wisselen. Ik zie haar nu haastig de parasol inklappen. Ze wil hem in de hoes stoppen en dat lukt niet direct. De man is al lang vertrokken en kijkt niet op of om. Dan klapt ze haar stoel dicht en loopt weg, met tas, stoel en parasol. ‘Ze kijkt niet blij’, merkt Ahmad op, die ik net heb aangestoten toen ik de man zonder een ‘boe’ of ‘bah’ zag weglopen van de vrouw (‘Moet je kijken wat een hork’).
Wat maken mensen elkaar het leven soms toch zuur. Als de vrouw maar niet vol zit met blauwe plekken onder haar kleren. Soms neemt mijn fantasie een loopje met me.
Gluren
Terecht noemde één van de weinige lezertjes van dit weblog mij laatst een gluurder. Ik ben dat inderdaad. En al vanaf mijn kindertijd. Ik heb het van jongs af aan heerlijk gevonden naar mensen te kijken. Wanneer ik als kind in een restaurant zat (kwam niet zo vaak voor, hoor), dan zat ik omgekeerd in mijn stoel, ongegeneerd mensen om me heen te bestuderen. Zodat mijn moeder mij moest aanmanen mijn eten niet te vergeten. Ik was gefascineerd door het gedrag van mensen, vooral het non-verbale, waarvan zij zichzelf misschien niet bewust waren. Het kwam niet altijd overeen met woorden die uit hun mond kwamen. Dat zag ik ook. Ik vond het leuk om alvast te voorspellen wat mensen zouden gaan doen over enkele minuten. Soms kon je dat al zien aan hun gedrag. Mij vielen veel dingen op. Bij mensen, maar het konden ook patroontjes in het kleed zijn of in de wolken. Alles had mijn aandacht.
Dat observeren van alles om mij heen is een tijd weg geweest, toen ik me pijnlijk bewust werd van mijzelf en alles wat er van mij verwacht werd of wat ik me daarover inbeeldde. Nu ik wat ouder word en minder om handen heb, merk ik dat die kinderlijke nieuwsgierigheid naar het menselijk gedrag eigenlijk nooit weg geweest is. Daarom lees ik boeken en daarom kijk ik om me heen. Ik heb nu alle tijd.
Zo ook gisteren.
We zitten op het strand. Het is heerlijk weer, windstil met een kalme zee. Ietwat nevelig. Om mij heen volwassenen en kinderen, onder parasols en in het water. De sfeer is relaxed. Mijn antenne richt zich op een jonge meid, een eindje verderop. Zij zit in een stoel, naast haar een vrouw en daarnaast een man, waarschijnlijk haar pa en ma. Ik zie haar ‘en profil’. Ze is niet lelijk, maar iets bevalt me niet. Haar uitdrukking is ontevreden en arrogant. Dat zie ik van opzij en uit de verte, ondanks de beginnende staar in mijn beide ogen en de zonnebril die zij draagt. Ik doe verder niks met die waarneming. Onder de zon zijn alle soorten schepselen……Ik lees verder in mijn e-reader.
Een uurtje later. De stoel van de man (vader?) is leeg, maar er is nog een meisje in beeld. Zij hoort kennelijk ook tot het gezelschap, maar ik zag haar eerder niet, waarschijnlijk omdat zij in de zee was. Het is een meisje van een jaar of 11. Ze is een beetje getint en heeft een krullende paardenstaart. Zou een halfbloedje kunnen zijn. Ze staat voor de lege stoel met een leeg hulsje van een waterijsje. Ineens staat de ‘arrogante’ meid op uit de linkerstoel en trekt het andere meisje ruw aan haar kuif, zodat ze er een bos haren uit de staart los komt. Daarbij zegt haar lelijke mond ook iets lelijks, dat ik vanaf mijn stoel niet kan verstaan. Vervolgens beent ze weg naar de zee. De moeder blijft rustig zitten, maar doet wel even de haren van het jongere meisje. Ze maakt de staart los en doet het elastiek er opnieuw in, zodat haar kapsel weer gefatsoeneerd is. Het meisje gaat rustig zitten in de nu nog lege rechterstoel. Ik zie geen enkele nerveuze of boze reactie bij haar. Ze huilt niet en haar houding is ontspannen.
Het andere meisje (de kwaaie) komt terug en gaat weer zitten. Haar rug straalt nog steeds agressie uit. Haar moeder begint haar de les te lezen, waarop zij verontwaardigd reageert en vervolgens leest moeder ook het andere meisje de les, die dat rustig aanhoort. Dan begint de boze meid weer. Ze staat op, trekt demonstratief wat kleding aan en klapt haar stoel dicht. Ik versta niet wat ze zegt, maar ze is het duidelijk zat en dreigt weg te gaan. Dat doet ze echter niet. Ze blijft bakkeleien met de moeder en staat dreigend met haar stoel schuin boven de vrouw, wijzend met een priemend vingertje. Ik zie dat moeders rustig blijft zitten. Haar houding verraadt geen enkele angst voor deze dreiging, haar benen relaxed over elkaar heen gelagen. Het jongere meisje is opgestaan en staat nu naast de vrouw. Alsof zij de vrouw wil verdedigen, mocht dat nodig zijn.
De boze meid klapt haar stoel weer uit en gaat zitten, maar nog steeds boos en discussiërend met moeder. Het jongere meisje zit nu achter hun stoelen in het zand. Haar houding drukt uit dat ze wil ‘dat het goed komt’. Ze schept wat met haar handen in het zand. Na een poosje gaat ze zwemmen en de rust lijkt weergekeerd.
Even later zie ik een dikke man bij hun staan. Dat is vader, die is teruggekeerd, kennelijk van een wandeling. Hij wijst naar verderop op het strand. Nu is het tijd om te vertrekken. Maar het kleinere meisje gaat snel nog even in zee met haar surfplank. Dat wekt enige irritatie op bij moeder, die haar terugroept (‘we zouden toch weggaan’).
Het gezelschap sjokt van het strand af, de boze meid voorop. Wij stappen toevallig ook op. Boven wassen ze hun voeten bij de openbare douche. Het jonge meisje neemt er haar gemak van en doucht zichzelf en haar surfplank helemaal, terwijl de anderen op de boulevard op haar wachten.
Als Ahmad en ik wegrijden, zie ik ze langs de weg lopen, de boze voorop en het argeloze jonge meisje achterop. Ik blijft met de vraag zitten hoe de familiebanden liggen. De meisjes lijken niet op elkaar en verschillen ook nog sterk in leeftijd. Het jonge meisje lijkt op geen van de ouders. Haar enige zonde is, zo stel ik me voor, dat zij een stuk mooier is dan de anderen en dat ze behoorlijk treuzelt. Het boze meisje lijkt vol te zitten met frustratie, joost mag weten waarvandaan. Jammer als op die manier een vakantie verpest wordt. Een vakantie is in de regel maar zo kort…..
Weer een filmpie
Marianne Thieme
Marianne Thieme
Helaas heb ik geen centjes voor een abonnement op de krant, maar gratis kun je hap snap wel wat mee krijgen van wat er staat in de landelijke ochtendbladen. De Volkskrant stuurt me gratis artikelen (helaas natuurlijk net niet de voor mij meest interessante, zoals opinies en colums). Maar toch wel heel leuk, die gratis info.
Op dit moment zijn de politieke beschouwingen aan de gang (of alweer geweest?) Die zou ik best kunnen volgen vanaf mijn geografische locatie, maar daarvoor ontbreekt me niet de tijd maar wel het geduld. Ik pik er stukjes uit, die ik te lezen krijg via de mails van de Volkskrant en vandaag kwam ik bij een stukje van Marianne Thieme. Er zat ook een videofragment bij, dat ik afluisterde.
Ik heb nooit zoveel gezien in haar partij, omdat de naam ‘partij voor de dieren’ je het idee kan geven dat het hier gaat om mensen die alléén maar kijken naar de belangen van dieren (hoe belangrijk overigens ook). Heb me er nooit voldoende in verdiept, omdat ik dacht: ‘Ach zo een kleine partij, een stem daarop is bijna stemverlies te noemen’. Misschien is de benaming van de partij dan ook niet gunstig gekozen, want deze partij beoogt veel meer dan alleen maar opkomen voor de belangen van dieren.
Ik werd enorm verrast door het verhaal van Marianne. Jammer dat zij in de vuur van haar betoog soms woorden inslikt en niet helemaal uitspreekt, maar zij was voldoende te verstaan en ik gooi het er maar op dat dit kwam omdat zij zoveel mogelijk wilde zeggen in de haar gegeven tijd. Er kwam een bevlogen verhaal en voor het eerst hoor ik iemand die heel duidelijk stelt dat zij consumeren in een steeds wanstaltiger vorm wil vervangen door consuminderen. Zij wil de hele economie omgooien en stelt het concept van een steeds grotere productie en consumptie (waarop nu de totale wereldeconomie gebaseerd is) ter discussie. Pleit voor een basisinkomen, voor vegetarisch produceren en consumeren en nog veel meer goede dingen.
Ik kon me wel vinden in haar verhaal. En elke stem telt.:-)