Doodmoe zijn we, net terug van twee dagen achter elkaar op en neer rijden van Alhaurin naar Sevilla, een afstand van 216 km.
Gisteren dus die bruiloft. Die liep een beetje uit. We waren pas na 19.00 uur bij Ramona en Miguel, die gelukkig wel klaarstonden met hun koffertjes. In donker kwamen we gisteren aan in ons huisje hier. Het viel al direct op dat Miguel er nog slechter aan toe is dan we al dachten. Hij herinnert zich weinig en het is niet duidelijk in welke ‘mundo’ hij verblijft. Niets lijkt hem nog te boeien, of blij te maken, behalve het roken van een sigaret. Hij herhaalt vaak wat je zegt (echolalie heet dat in de psychiatrie) en heeft bepaalde stopwoorden. Vanaf dat hij hier aankwam zei hij uit zichzelf slechts twee dingen: dat hij een sigaret wilde roken of dat hij naar San Juan (de Aznalfarache) wilde, de buitenwijk van Sevilla waar hij woont. We hoopten dat dit gaandeweg zou afnemen na een nachtje slapen, maar helaas was dit niet zo.
Ook de volgende dag was het enige dat hij bleef zeggen dat hij naar San Juan wilde. We gingen even met hem wandelen om Ramona rust te geven. Zij is langzamerhand totaal uitgeput van het (nu al gedurende meer dan een jaar!) dag en nacht moeten passen op Miguel die eigenlijk Miguel niet meer is. Van een hardwerkende man is hij na zijn beroerte in één klap veranderd in een kind in een groot lichaam. Het is schrijnend om mee te maken. Toen we terugkwamen lag Ramona diep te slapen op de bank, de ziel. We probeerden Miguel wat af te leiden met een kopje koffie, maar het enige dat hij wilde was Ramona wakker maken en weer vragen om een sigaret. Die houdt zij voor hem verstopt. Zij geeft hem er af en toe één, hoewel hij eigenlijk beter helemaal niet kan roken.
Eenmaal wakker bleef hij tegen Ramona zeggen dat hij naar San Juan wilde en wel direct. Wij vonden dat heel jammer omdat wij een heel pretprogramma voor hen bedacht hadden en ze tot woensdag zouden blijven. Het was duidelijk dat Ramona dat ook graag wilde. Maar we konden de ontreddering van Miguel, die zich helemaal verloren leek te voelen in ons huis, niet negeren. Misschien hadden we toch een fout gemaakt door hem hierheen te brengen, ver van het weinige vertrouwde dat hij nog herkent, zijn eigen huis. Een goed bedoeld maar heel stom plan van ons.
Als een haas pakte Ramona daarom de koffertjes weer in en we gingen weer naar Sevilla. Tijdens de reis werd niet veel gezegd en beiden leken niet erg geboeid door het mooie heuvelige landschap in de provincie Malaga, zo anders dan de vlakten van de provincie Sevilla. Ramona was stil vooor haar doen en leek verdrietig.
Onderweg gingen we nog even naar Arahal, de plaats (40 km van Sevilla), waar Ahmad, Ramona en Miguel zijn opgegroeid. Ook daar voelde Miguel zich niet op zijn gemak. Zijn geboorteplaats kwam niet langer vertrouwd op hem over. We belden aan bij het huis van een oudere mevrouw (89 jaar). Zij heeft in het verleden als jong meisje op Ramona, Ahmad en de andere kinderen gepast toen ze klein waren en hun moeder een kraam had op de markt om haar producten te verkopen.
Het was een heel lieve vrouw. Ze huilde toen ze Ahmad (voor haar Francisco) en Ramona omhelsde en bleef hen maar kusjes geven. Wilde ons eten geven (wat we afsloegen) en een paraplu (omdat het een beetje regende). Ook zij heeft een zieke echtgenoot. We zagen haar man op de bank liggen. ‘Hij herkent helemaal niemand meer’, vertelde Ramona me later. Mij gaf de lieve mooie dame ook kusjes en ze zei me dat ik goed voor Francisco moest zorgen. Dat ben ik zeker van plan. Want ik heb gezien dat in geval van ziekte man en vrouw heel erg op elkaar zijn aangewezen. Juist op die momenten van zwakte heb je de liefde van de ander zo nodig, want het is zo een eenzame tijd.
We hebben nog wat gegeten in een restaurant. Toen we later Ramona en Miguel thuis afzetten, huilde Ramona lange tijd in de armen van Ahmad. Het was hartverscheurend. Zij vindt het zo jammer dat ze niet konden blijven en voelde zich zo fijn in ons huis. Ze is zo eenzaam en zo moe. Het was verschrikkelijk haar zo te moeten achterlaten. We kunnen niets doen, behalve haar vaak bellen en misschien nog een keer naar Sevilla om haar daar op te zoeken.
Filmbeelden van zowel de reizen naar en van Sevilla als de bruiloft zullen volgen. Ik ben nu te moe om me ermee bezig te houden.
Categorie archieven: Geen categorie
Voorbereidingen
Zaterdag rijden we naar Sevilla vanwege een bruiloft van een zoon van Ahmads broer Manolo. We zullen daar bij een verzamelpunt de andere bruiloftsgasten ontmoeten. Zij worden met een bus naar de plek van het bruiloftsfeest gereden, in een cortijo ergens op het platteland. Wij zullen er achteraan rijden, want wij willen niet al te lang op het feest blijven.
Daarna gaan we naar de zus van Ahmad, Ramona. Zij woont in een buitenwijk van Sevilla. We halen haar en haar man Miguel op om ze naar Alhaurin te brengen. Ze komen een tijdje bij ons logeren.
Miguel had vroeger een bar, waar hij de hele dag en avond in werkte, maar sinds hij een beroerte heeft gehad gaat dat niet meer. De bar is verkocht en hij zit nu thuis. Dat werd ook tijd, want hij is inmiddels 65 jaar. Aan de beroerte heeft hij gelukkig geen lichamelijke klachten overgehouden, maar helaas is hij wel wat van zijn geestelijke vermogens verloren. Hij herinnert zich veel dingen niet en het denken en praten gaat niet meer zo soepel.
Maar hij weet nog heel goed wie Ahmad (voor hem Paco) is. Zegt dat Paco zijn beste zwager is en vraagt elke dag aan Ramona ‘wanneer gaan we naar hem toe?’ Hij is weliswaar veel van zijn geheugen kwijt, maar hij weet nog heel goed dat hij met Paco als jongen het land bewerkte. En dat ze elkaar na het oogsten met aardappels bekogelden. Ik hoop dat we hun een fijne vakantie kunnen bezorgen.
Vandaag gingen we naar de slager om alvast wat vlees in te slaan. Het leek vanachter de ramen weer een mooie dag te worden, maar dat viel tegen. Er stond een schrale wind uit het oosten die door onze dunne vestjes heen blies. We zijn verder niet meer naar buiten geweest.
Weinig nieuws onder de zon
Vandaar dat het wat stil is. Heb niet veel te vertellen, want het leven gaat hier net als overal zijn gangetje. Althans voor de geluksvogels onder ons die niet van het ene drama in het andere vervallen. Het leven heeft vele wendingen. Ik zit momenteel in rustig vaarwater, nadat mijn scheepje lange tijd over woelige baren is gevaren.
Ik geniet daar maar van, zo lang dit mag duren.
Hoewel het in Alhaurin de la Torre en omgeving schitterend mooi is, hebben we toch besloten een klein reisje naar de Algarve te boeken. Binnenkort mogelijk hier beelden van! Maar eerst staat er een bruiloft in de omgeving van Sevilla op het programma, waarvan ik ook hoop verslag te doen. Dus misschien wordt het nog wat spannender.
Maar eerst hier nog wat vertrouwde beelden, die mijzelf nooit gaan vervelen ;-).
Liefde
Eigenlijk dacht ik dat ik er niet geschikt voor was, voor de liefde. Mijn leven begon wat dat betreft al magertjes. Misschien verliepen de eerste drie jaar nog normaal, hoewel ik eigenlijk denk van niet. Er moet veel spanning hebben gehangen tussen mijn vader en moeder en uiteindelijk resulteerde dat in het vertrek van mijn vader. Ik heb daar nog wel een beeld van. Kan me herinneren dat er een man met een lange jas naast de piano stond bij een koffer. Dat moet mijn vader zijn geweest op de dag dat hij vertrok. Mijn broer Hans kon zich meer herinneren uit de tijd dat mijn vader en moeder nog samen waren. Dat mijn moeder altijd huilde in de ochtend, terwijl zij en mijn vader ruzie maakten. Hans dacht dan: ‘Wanneer smeer je nou die boterham voor mij, ik heb honger’. Maar ik heb uit die tijd geen herinnering.
Wel uit de tijd erna, die voor Hans en mij betrekkelijk vredig en gelukkig was. We hadden toen onze moeder helemaal voor onszelf. Elke avond voor het slapen gaan maakte ze rondjes met haar sigaret in het donker, zodat wij het brandende puntje als een rondje zagen oplichten in het donker. Dat vonden we prachtig. Ik kan me ook herinneren dat ik in een teiltje zat in de tuin, helemaal gelukkig en kijkend naar de plantjes in de border naast het tuinpad. Het leek of die zomer heel lang duurde. Een gelukkige en lichte tijd voor mijn broer en mij.
Daarna kwam mijn stiefvader in ons leven en dat was het einde van de pret voor ons. Wij moesten voelen dat wij op de laatste plaats kwamen en dat onze wensen er absoluut niet toe deden. Als militair wist mijn stiefvader heel goed onze wil te breken. Hij had daar zijn technieken voor.
Mijn moeder leek ineens onbereikbaar. Zij moest in alles één lijn trekken met mijn stiefvader, die we nu pap moesten noemen, al wisten we allebei donders goed dat hij onze vader niet was.
We kregen een vrij Spartaanse opvoeding en werden niet al te zeer maar wel vernederend fysiek mishandeld. Voortdurend kregen we de boodschap dat wij niet veel waard waren. Dat werd door mijn moeder nooit tegengesproken, waardoor ik haar ging zien als een verrader. Van elkaar aanraken of knuffelen was weinig sprake in ons gezin. Mijn genegenheid ging vooral uit naar mijn broer, naar wie ik enorm opzag. Wij waren vrijwel altijd samen.
Naarmate we ouder werden klapte mijn broer steeds meer dicht. Hij werd een uitgesproken introvert persoon, uit wiens mond niet meer kwam dan het noodzakelijke (‘ik zeg liever niets, dan heb ik ook niets te verantwoorden’, was zijn eigen beroemde commentaar hierop). Ik daarentegen kon van tijd tot tijd behoorlijk rebels worden en overschreeuwde wellicht mijn onzekerheid door buitenshuis alles te ondernemen wat ik eigenlijk eng vond. Van de hoge duikplank duiken tot me opgeven voor het schooltoneel, etc. Buitenshuis kon ik me ‘normaal’ voelen.
Naarmate ik ouder werd en steeds meer me kon vergelijken met anderen, viel me op dat ik ogenschijnlijk heel openhartig leek. Maar dat ik in werkelijkheid een enorme muur om me heen had gebouwd, waar mensen niet doorheen konden dringen. Ik kon lollig zijn met iedereen, maar liet niemand echt dichtbij komen.
Toen ik psychologie studeerde en vanuit die studie moest deelnemen aan allerlei touchy-touchy groepen die in die tijd in zwang raakten, merkte ik dat ik panisch was voor aanraking. Ook heb ik het lange tijd moeilijk gevonden te eten in het bijzijn van mensen. Ik was behoorlijk verknipt, maar wist dat kennelijk goed te verbergen. Studeerde met vlag en wimpel af. Maar ik had nooit een gelukkig liefdesleven.
Even voor de goede orde. Ik neem mijn moeder niet kwalijk hoe zij gehandeld heeft in haar leven en met ons. Zij is een product van haar eigen opvoeding. Kwam uit een familie met veel geld en bediendes, maar weinig liefde. Zij zag haar moeder bijna nooit, want die was aan het bridgen en liet de opvoeding over aan kindermeisjes. Ik heb bovendien van mijn moeder voor haar sterven gehoord dat zij ook (zeker de laatste 30 jaar) ongelukkig was met mijn stiefvader. Ik heb haar alles vergeven. Ik heb vol liefde van haar afscheid kunnen nemen. Van mijn stiefvader heb ik geen afscheid kunnen nemen. Ook hem wil ik vergeven, ook al is dat moeilijker. Hij was ook het product van zijn opvoeding, die vrij koud moet zijn geweest. Ik kan niet doorgronden wat hem zo hard naar kinderen heeft gemaakt, maar hij zal er zijn reden voor hebben gehad.
Maar verder met mijn verhaal. Ik had meerdere relaties in mijn leven, die nooit gelukkig en soepel verliepen. Dat zal niet in de laatste plaats gelegen hebben aan mijn onvermogen om iemand helemaal te vertrouwen en liefde te geven en te ontvangen. Ik trouwde drie keer. De eerste keer begon het goed. Ik dacht ‘mijn zielsverwant’ te hebben gevonden. Ik gaf me helemaal en……werd voorgoed en nog meer beschadigd. Deze man bleek een probleem te hebben met vertrouwen dat buitenproportionele vormen aannam. Het was een lijdensweg van 16 jaar voor mij. Als ik mijn verhaal over wat daadwerkelijk gebeurde in dit huwelijk in een boek zou zetten, zou het ongeloofwaardig overkomen, omdat het zo absurd was. Ik hield wel vier prachtige kinderen over aan de relatie met deze man. Ik nam ze mee, toen ik voor de tweede keer wegvluchtte naar een opvanghuis, mijn derde en definitieve ontsnappingskans uit de hel.
Vanaf de geboorte van mijn kinderen heb ik van hen gehouden en dat deed ik onvoorwaardelijk. Het is kennelijk een moederinstinct, want ik heb daar nooit mijn twijfel over gehad of enige terughoudendheid. Wat ik wel altijd moeilijk heb gevonden is knuffelen. Ik heb mijn best gedaan om dat te doen, maar ik ben geen knuffelaar en vind zelf dat ik daarin ben tekortgeschoten. Gelukkig zijn mijn kinderen wel knuffelaars met hun eigen kinderen en in hun relaties met anderen. Zij zeggen ook dat zij altijd mijn liefde hebben gevoeld, ook al knuffel ik niet veel. Gelukkig…..Ik houd zielsveel van ze.
Ik was 43 jaar en ben in Den Haag begonnen met leven. Krabbelde langzaam omhoog uit al mijn ellende, die me wel veel had geleerd over mezelf, waardoor ik alle ballast en angsten uit mijn jeugd kon overwinnen. Maar het was een langzaam proces. Ik trouwde nog een keer met een man, die niet bij me paste. Hij was veel jonger dan ik en beiden maakten we fouten. Hij maakte ze tegenover mijn kinderen en ik strafte hem wellicht op een manier die hij niet verdiende. Na 10 jaar scheidden we van elkaar met wederzijdse instemming.
En toen ontmoette ik Ahmad via internet. Al via de mail en ongezien wist ik dat ik te doen had met een zachtaardig en goed persoon. Zonder aarzelen vroeg ik hem na drie maanden om naar Nederland te komen en te trouwen voor de islam. Via de email konden we elkaar verstaan door middel van de google vertaalmachine. Vertalen naar het Engels voldeed beter dan naar het Nederlands. Ik had intussen ook voor mezelf wat Spaans geleerd door woordjes op te schrijven. Maar eenmaal voor het eerst oog in oog op Schiphol verstond ik niets van wat Ahmad me zei. Met een tolk zijn we die dag getrouwd bij mij thuis.
Ahmad heeft me geleerd wat liefde is en vertrouwen. Elke dag leer ik een beetje meer mij open te stellen. Ik was zo beschadigd dat ik het moeilijk vond me helemaal te geven en te houden van een man. Door zijn geduld en aanhoudende liefde breekt hij door mijn muren heen en leert hij me wat het is om iemand lief te hebben die niet van je eigen bloed is. Wat ik te veel heb heeft hij niet (ik ben een kletskous en initiatiefnemer) en wat hij heel veel heeft, dat mis ik (hij is iemand die goed kan aanraken en liefhebben). Eerst dacht ik: ‘Het is niet eerlijk. Hij houdt veel meer van mij dan ik van hem’. Maar nu besef ik dat ik elke dag een beetje meer van hem ga houden. Dat maakt me heel gelukkig en dankbaar. Het is een gevoel van eind goed al goed.
Wat er verder ook zal gebeuren. We zullen eens sterven en we weten niet hoe dat proces zal verlopen. Maar wat we nu samen hebben en ook wat ik mag hebben met mijn kinderen, dat is voldoende voor mij om heel blij te zijn. Laat verder maar komen wat komt. Alhamdullillah wa sukrullah.
https://youtu.be/RzWiupGn1Qs
Eindelijk lente
https://youtu.be/iLoYjQNnKh4
Tradities die verloren gaan
Toen ik Andalusië nog niet kende en ik voor het eerst met Ahmad meereisde naar Sevilla, had ik een heel andere voorstelling van Andalusië dan de werkelijkheid me al snel liet zien. Ik stelde me voor dat de vrouwen hier allen prachtig zwart haar hadden, dat ze uiteraard in een knot droegen met een bloem opzij, zoals je wel ziet op de plaatjes van flamenco-danseressen. Niets bleek minder waar. Mijn voorstelling was wat naïef. De globalisatie heeft hier, net als overal ter wereld, natuurlijk ook toegeslagen. Evenmin als wij in Nederland nog in klederdracht lopen en op klompen, gaan de dames hier nog door het leven met kanten sjaals en grote kammen en bloemen in het haar, terwijl ze zich koelte toewuiven met een mooie waaier. Wat ik zag en nu nog veel zie zijn gedrongen vrouwtjes met een geverfde korte kop met haar. ‘Mujeres aplastadas’ (afgeplatte vrouwtjes), zoals Ahmad ze gekscherend noemt. Ze gaan ook niet langer gekleed in strakke, van onder uitwaaierende rokken, maar dragen pantalons of rechte rokken met saaie jakjes erover. Jammer! Jongere mensen gaan hier net zo gekleed als in het noorden van Europa, zij het meestal wat goedkoper en net iets minder modieus. Aan het uiterlijk van de mensen hier kun je geen Andalusische identiteit aflezen.
Toch was dat vroeger anders, zo vertelt Ahmad me. Zijn oma had wel lang haar en besteedde in de ochtend aardig wat tijd om het uit te kammen en mooi te schikken in een knot. Zij droeg vaak een bloem in haar haar en parfumeerde zich, terwijl het toch een heel gewone oma was, die zich verder bezig hield met het vervaardigen van kleding. Alle dames waren vroeger traditioneler en dat betekent in het geval van Andalusië eleganter en vrouwelijker gekleed.
Maar eerlijk gezegd was dat toen ik klein was in Nederland ook anders. Als ik bij mijn oma ging logeren in Scheveningen, dan kwamen de nettenboetsters voorbij in hun klederdrachten met paard en wagen. Dat deden zij niet voor de show, maar het was toen nog heel gewoon dat de vrouwen die de vissersnetten repareerden zich zo kleedden. Tot in 1995 zag ik nog wel eens vrouwen in de Haagse tram stappen in klederdracht, een generatie die nu waarschijnlijk is uitgestorven.
Maar hier in Andalusië zijn de mensen hun tradities niet vergeten. Uit andere landen hebben zij kennis gemaakt met halloween, paaseieren met de pasen en de uit Amerika afkomstige kerstman. Maar daarnaast hebben ze nog steeds hun eigen traditionele feesten. ‘Los reyes magos’ die op 5 januari in de nacht tevoorschijn komen om kinderen cadeautjes te geven. ‘Las ferias’, waar vrouwen traditionele Andalusische jurken aantrekken om de flamenco te dansen. Oorspronkelijk waren las ferias feesten, waarbij veehandelaren elkaar ontmoetten, maar tegenwoordig zijn ze veranderd in tamelijk commerciële aangelegenheden, waar mensen tegen een vrij hoge entreeprijs kunnen deelnemen aan festiviteiten in speciaal daarvoor opgezette tenten. Die ferias vinden plaats op verschillende data in het jaar (al naar gelang welke stad of dorp) en duren enkele dagen. En verder is er de semana santa, die op dit moment gevierd wordt in de week tot en met pasen. Als het maandag voor ons ’tweede paasdag’ is, dan is hier alles alweer normaal.
Innocence
Omdat ik een beetje verslaafd ben geraakt aan het maken van filmpjes, maak ik er weer een. Van foto’s, bij gebrek aan bewegend materiaal.
Fotootjes van een klein wezentje dat heel erg haar best doet om snel te groeien. En dat proces, dat in het begin van het leven zo razendsnel gaat, moet ik helaas missen.
Maar dankzij de fotootjes die mijn kinderen en de andere oma mij sturen via whatsapp blijf ik toch een beetje op de hoogte.
A little bit of innocence in this rotten world…….
https://youtu.be/dDrZF2VkXqA
Wieder das Kopftuch
Wie had kunnen denken dat ik ooit in dit katholieke dorp, ver van mijn eigen multiculturele ‘ambiente’, zou worden aangesproken op het al dan niet dragen van een hoofddoek. Het gebeurde gisteren.
Nadat we eergisteren voor het eerst na lange tijd wat andere mensen hadden gesproken dan elkaar, leek het wel of het lot daardoor een zetje in een bepaalde richting had gekregen. We kwamen tijdens ons uitstapje naar de supermercado zomaar drie mensen tegen die ons aanspraken. Eerst een Fransman en zijn vrouw en kleinkinderen die de overdekte markt zochten. Die wezen we hen, al wandelend en keuvelend in het Spaans, een taal die zijn kleinkinderen beter beheersten dan hij.
Daarna kwamen we iemand van de yoga tegen (waar wij nog niet mee zijn begonnen…..in april hopen we weer te gaan…..) en tenslotte een oorspronkelijk uit Algerije afkomstige jonge vrouw. Ahmad kent haar van een groepje actieve moeders dat een tijd terug hier een moskee wilde vestigen in het dorp. Of in ieder geval een ruimte waar de moslimgemeenschap hier kan samenkomen en de kinderen eventueel Koranles kunnen krijgen. Dat hele plan is na een enthousiaste start weer de mist in gegaan.
De vrouw begroet Ahmad enthousiast met de vredesgroet en roept uit dat ik nog mooier ben dan op de foto. Welke foto? De foto die Ahmad als avatar heeft op zijn whatsapp. Ze blijft maar uitroepen dat ik zo mooi ben. Ik denk: ‘overdrijf je niet een beetje. We hebben het hier over een vrouw van 65 jaar!’ Ahmad staat erbij te glunderen. Dan begint ze over de hoofddoek, die zijzelf overigens ook niet draagt. ‘Wij vrouwen horen eigenlijk een hoofddoek te dragen’, zegt ze met een glimlach. ‘Het is een opdracht van Allah en het is niet bedoeld voor Hem, maar voor ons. Om ons te beschermen.’ Waartegen? Tegen de begerige blikken van mannen en de jaloerse blikken van andere vrouwen. Ze blijft nog even doorgaan met haar uitleg waarom deze doek zo belangrijk zou zijn en ik laat haar uitpraten. Het beloofde paradijs, waarin je schoonheid vergroot zal worden komt ter sprake, maar ook dat Allah je schoonheid zomaar kan wegnemen. In het vuur van haar betoog herken ik de noodzaak die zij ervaart om de sluier te gaan dragen. ‘Ik wil ook ooit een hoofddoek gaan dragen’, verzucht zij. ‘Maar als je zo overtuigd ben dan je er één behoort te dragen, waarom draag je er dan geen?’ vraag ik haar. ‘Omdat ik zwak ben’, bekent zij.
‘Ik draag er geen meer, omdat ik na veel studie er niet van overtuigd ben dat dit een essentieel onderdeel van de islam als geloof is en dat het daarom zou moeten’, zeg ik tenslotte.
Lopend naar huis besef ik dat ik de paar keren dat ik een hoofddoek ben gaan dragen, dit deed omdat ik hoorde van andere mensen dat het goed zou zijn om er één te dragen. Nooit omdat ik het ergens gelezen had in alle 30 jaar dat ik me verdiepte in de Koran, de hadith en andere boeken over islam. Ik heb in al die jaren nooit helemaal vertrouwd op mijn eigen rede en wat ik zelf ontdekt had. Nu kan ik dat wel. En ik merkte dat ik nu naar deze vrouw kon luisteren zonder te gaan twijfelen aan mijn eigen mening, waarvoor ik ook zelf de verantwoording draag.
Wat wel een verschil is tussen mij en haar is het volgende: als ik er zo van overtuigd was als zij dat het Allah’s wil zou zijn dat ik een hoofddoek ging dragen, dan zou ik me geen minuut bedenken en er direct één over mijn hoofd draperen. Dat heb ik in het verleden ook een paar keer gedaan.
Maar ik heb die overtuiging niet.
Socializing
Gisteren had Ahmad afgesproken met een vriend die niet naast de deur woont, maar in de omgeving van Cadiz. Zijn vriend Tomas zou gisteren en vandaag een bijeenkomst leiden van ‘schrijvers in het Andalusisch’ (escritores en Andaluz), die zou plaats vinden in Fuengirola. Een mooie gelegenheid voor de oude vrienden om elkaar te ontmoeten.
Wat houdt de groep ‘escritores en Andaluz’ in? Wat beogen deze mensen?
In Andalusië spreekt men Castellano, maar dan vermengd met wat oude woorden uit de tijd van Al Andalus, die mogelijk oorspronkelijk uit het Arabisch komen. Ook spreekt men het Castellano anders uit dan men het uitspreekt in het noorden van Spanje. De escritores en Andaluz willen de Andalusische ’taal’ in ere houden en hebben zelfs een geheel eigen spelling bedacht om hun taal ook een geschreven identiteit te geven. Wat men doet op de bijeenkomsten van ‘escritores en Andaluz’ is elkaar voorlezen uit eigen werk en uit werk van dichters en schrijvers die men bewondert (uiteraard dit alles in de Andalusische spelling). Dit evenement duurt twee dagen.
Aanvankelijk wil ik thuisblijven, maar ik besluit toch mee te gaan met Ahmad. Hij gaat niet voor de schrijversbijeenkomst, want daar heeft hij totaal geen belangstelling voor. ‘Ze staren er te veel naar hun navel’, is zijn commentaar. Hij gaat alleen om Tomas te ontmoeten en dat zal plaatsvinden in de pauze van de schrijversbijeenkomst.
Dus we gaan samen op weg naar Fuengirola en laten daarbij de regen achter de heuvel. In Fuengirola is het beter weer dan in Alhaurin. Omdat de bijeenkomst nog gaande is en het pas om 14.00 uur pauze zal zijn, kijken we wat winkels en genieten we even van een aarzelend zonnetje op het plein van de reyes catolicos.
Dan belt Tomas ons dat de bijeengekomen groep zijn pauze ingaat en wij gaan op weg naar het restaurant waar men de almuerza (lunch) zal genieten. Tot mijn verrassing is Esperanza, de vrouw van Tomas er ook en er blijken meerdere vrouwen te zijn in het gezelschap, zodat ik blij ben dat ik toch ben meegegaan. Esperanza is een leuk type. Ze is niet bang haar menig te geven over een flink aantal onderwerpen. Ik gooi wat ballen in de lucht. Wat vinden ze van de semana santa? Esperanza vind er niets aan en steekt dat niet onder stoelen of banken, maar enkele andere dames houden hun mond, waaruit ik concludeer dat haar mening niet gedeeld wordt door iedereen.
‘Het is een rare traditie en het heeft een huichelachtig karakter’, vindt Esperanza. ‘Net zoiets als die stomme stierengevechten. Nog een rare traditie, waarin mannen op een laffe wijze stieren doden.’ Hiermee stemmen ook de andere dames in, behalve een vrouw met een grote bos lange grijze krullen. ‘Ik vind het wel mooi, nog steeds’, verzucht zij. ‘Omdat het iets is dat hoort bij mijn roots.’ De andere vrouwen reageren hierop verbaasd. ‘Dit past helemaal niet bij hoe we jou verder kennen. Zo een fijn, spiritueel mens.’ Toch is het zo.
Even later, als we buiten zijn en samen oplopen naar het centro de la cultura, waar de bijeenkomst voortgezet zal worden, hoor ik van twee dames dat ze hun hele leven al in Catalonië wonen. De mooie 71-jarige dame met de grijze krullen is in Cordoba geboren, maar als 5-jarig meisje met haar ouders naar Catalonië vertrokken. Tot op heden woont zij daar, evenals haar man en kinderen. Maar zij kan Andalusië niet vergeten en voelt zich nog steeds Andalusisch. Datzelfde hoor ik ook van een andere dame die al jaren in Barcelona woont. Deze mensen zijn helemaal uit het noorden gekomen voor deze bijeenkomst en verblijven enkele dagen in een hotel om dit te mogen meemaken. Hoe gemotiveerd moet je zijn om dit er voor over te hebben, denk ik bij mezelf.

Aankondigingsposter van de ‘hunta d’ehcritorê en andalú’ (junta de escritores en andaluz). Dit moet een oude foto zijn. De 71-jarige dame met de grijze krullen is de jongedame links op de foto.
‘Maar hoe behouden ze hun cultuur en taal zo goed, als ze al zoveel jaren in het noorden van Spanje wonen?’, vraag ik later aan Ahmad. Ze komen daar bijeen in verenigingen, vertelt Ahmad me. Ze behouden op die manier hun eigen feesten met flamenco en alles wat hun verder verbindt met hun cultuur.
Vluchtheuvel
Zondag is hier altijd een wat saaie dag, net als in de meeste dorpen in Nederland, waar men ook de zondagse stilte nog eert. Vandaag was er wel een procesion te zien (la pollinica zou worden teruggevoerd naar de kerk), maar die hebben we al een keer bekeken in 2013.
Omdat we er toch even uit wilden tussen de buien door, stelde ik voor vandaag te wandelen naar een heuvel, niet ver van ons huis aan de rand van het dorp. Deze heuvel wordt, zoals ook de campo aan de andere zijde van het dorp, gebruikt als vuilnisbelt door mensen die de vele afvalverzamelingspunten niet lijken te kunnen vinden. Maar als je daar een beetje overheen wilt kijken is het een heel aardige plek om even rond te wandelen. Vanaf de heuvel heb je een mooi uitzicht op de luchthaven van Malaga en Malaga zelf. Rondkijkend kun je de blauwe lucht met de daarin dwarrelende wolkenpartijen bewonderen en een groot deel van het omliggende land met haar bebouwing. Spannender kan ik het niet maken 😉