Campo

Om wat moois te zien hoef je meestal niet ver weg te gaan. Dat is hier al net zo als in Den Haag. Gisteren was het lekker weer. Om de hitte van de middagzon voor te zijn gingen we vroeg op pad voor een wandeling op één van de heuvels vlak bij Alhaurin de la Torre. Vanaf ons dakterrasje kunnen wij die heuvels zien en vanaf de heuvel kunnen wij Alhaurin de la Torre zien liggen. Bijna bovenaan de heuvel is een bron met heerlijk koel en zuiver water.
We lopen de hele afstand naar boven en ik voel nog niets aan mijn geopereerde voet. We zien dat we vanaf de bron nog verder kunnen lopen. ‘Dat wil ik een volgende keer doen’, roep ik enthousiast. ‘Dan nemen we koffie en broodjes mee.’ Na wat water gedronken te hebben, keren we terug naar het autootje, de 7 kilometer terug die we zo ongemerkt zijn geklommen. Als we bijna bij de auto zijn heb ik ‘geen voeten meer’. Thuisgekomen ben ik volledig uitgeteld. De napijn in mijn voet duurt tot in de volgende ochtend.
Toch wil ik een andere keer nog wat verder lopen, denk ik alweer, nu ik hersteld ben. Ik ben benieuwd welk uitzicht we hebben vanaf de andere kant van de heuvel. Waarschijnlijk Alhaurin Grande. Uit de mond van één van de vele fietsers vingen we op, dat je over de heuvels ook kan fietsen of wandelen tot Marbella. Dat is voor de ‘dye hards’ onder ons, zonder geopereerde voeten. Of voor mannen en vrouwen met ballonkuiten van het fietsen.

Praatje maken


Hier maken mensen niet zo gemakkelijk een praatje met je als in Den Haag. Althans, dat dacht ik tot nu toe.
Gisteren zou Ahmad koken. Er stond een speciale visssoep op het menu. Van de rest van de vis met de grote gemene tanden zou hij nog een ander gerecht maken. Het ontbrak hem aan citroenen.
‘Ga jij die even kopen?’ vraagt hij me. ‘Dat vind ik eng’, grap ik. Maar werkelijk krijg ik een beetje de creeps bij het idee dat ik in mijn eentje naar de winkel moet, zo helemaal ‘in den vreemde’. Ik ben gewend bij elk uitje hier aan Ahmad vastgeplakt te zitten. Arm in arm doorkruisen wij stad en land. Het is raar om ineens in mijn uppie naar een winkel te gaan.
Gewapend met sleutel en geld ga ik erop uit. Naar het groentemannetje vlakbij, waar altijd dat lieve hondje voor de deur zit. Zij zit daar altijd heel rustig, kijkt naar alles wat voorbij komt en blaft nooit. Zulke rustige hondjes zijn zeldzaam en ik heb haar al diverse keren gefilmd en en één keer gefotografeerd, omdat ik haar schattig vind.
Het is al aardig warm in de zon en toch zie ik het hondje zich warmen in de zon voor de deur van de groentezaak, als ik de winkel binnen loop. Ik pak twee grote citroenen die eruit zien of ze zo van de boom komen en loop ermee naar de toonbank. De groentevrouw is bezig met haar telefoon, maar maakt zich direct daarvan los om mij te helpen. Ik kijk even in de richting van haar lieve hondje en dan begint zij spontaan een gesprek met mij. Dat het hondje graag in de zon ligt. ‘Maar het is al best warm’, zeg ik, voor mij al te warm in de zon. ‘Als ze het te warm krijgt, komt  zij naar binnen en gaat ze languit op de koude stenen vloer liggen’, vertelt de vrouw. Verder is het diertje dol op groenten! Ze eet groene paprika, komkommer en wortelen. ‘De wortel houd ze vast tussen haar twee voorpootjes om deze zo op te knabbelen’, vertelt de vrouw lachend. Ik zie het voor me. Ik kijk naar de vloer en zie inderdaad een schoteltje staan met groenterestjes. Wat een heerlijk dier! ‘Rauw vlees hoeft ze niet. Een stukje gekookte ham of een beetje gegrilde kip wil ze soms nog wel eens eten, maar verder echt liever groente.’ Wat een een geweldig beest, helemaal zen dus! ‘Ze is ook zo rustig’, zeg ik. ‘Altijd zie ik haar zo tevreden zitten en ze blaft tegen niemand.’ ‘Ja, ze is echt heel lief’, beaamt de vrouw. ‘Iedereen mag haar ook aaien, als het maar zachtjes gebeurt. Ze houdt er niet van als kinderen te wild met haar doen en haar bijvoorbeeld bij haar lurven willen beetpakken. Dan loopt ze stilletjes naar achterin de winkel.’
‘Ze blaft alleen weleens in de nacht als ze een raar geluid hoort.’ Ik hoor haar aan met gretige oren, die alles willen weten over dit bijzondere dier. ‘Maar als ik dan op het geluid af ga, dan loopt zij achter mij en niet voor me uit’, gaat de vrouw lachend verder. ‘Zo is het, nietwaar Princesa?’, roept zij naar het hondje dat direct opkijkt. ‘O, Princesa heet zij dus’, zeg ik vertederd.
Onderweg naar huis bedenk ik me dat het waarschijnlijk niet aan de mensen ligt dat Ahmad en ik hier zelden een praatje maken. Het ligt gewoon gedeeltelijk aan mij. Als ik de kans krijg, praat meestal ik tegen alles dat beweegt. Maar dat doe ik minder als ik met Ahmad ben. Spanjaarden zijn net zo praatgraag als Hagenezen. Je moet alleen even hun motortje starten.
Ik loop vandaag met Ahmad naar de Mercadona en vertel hem wat ik geschreven heb in dit blog. En alsof Ahmad nu ook aangemoedigd is, praat hij daarna onderweg ook een paar keer met mensen op straat. Een praatje maken kan hier dus ook best. Mensen willen best praten en zijn inmiddels een beetje gewend aan onze aanwezigheid in dit dorp.

Lagos

En dan zijn we toe aan het laatste uitstapje van onze minitrip. Dat gaat naar Lagos. Onderweg van Silves naar Lagos zien we het weer al opklaren.
Vervolgens hebben we het geluk dat de zon net even schijnt als we met een bootje langs de kust varen om de prachtige rotspartijen en grotten langs de kust van nabij te bekijken.
Het tochtje naar de Algarve is ons zo goed bevallen dat we na thuiskomst direct alweer een nieuwe trip hebben geboekt naar de Sierra de Cazorla, een mooi natuurgebied. Het is nog niet zeker of dat zal doorgaan, omdat dit afhangt van het aantal overige aanmeldingen.

Silves

Het heeft in de nacht al flink geregend en dat zal hopelijk schelen voor de dag die komen gaat. Er is afgesproken dat we om 8.45 de koffers alvast in de bus zetten. Dan volgen twee uitstapjes naar Silves, respectieveljk Lagos. Daarna zullen we terugkeren naar het hotel om te eten. Vervolgens vertrekken we rond 14.30 naar Malaga.
Er spat nog wat regen tegen de ruit als we richting Silves vertrekken. Voor de geïnteresseerde lezertjes, hier kun je meer lezen over de geschiedenis van deze plaats. Al van verre zie je bij binnenkomst in Silves, hooggelegen, een rood zandstenen kasteel verrijzen. Toch een monument dat de aardbeving voor een groot deel heeft overleefd……
Dat kasteel bezoeken wij vandaag en het is de moeite van het bekijken waard. Uitkijkend vanaf de kantelen over de heuvels en dalen rondom, besef je hoe strategisch dit kasteel gelegen is en hoe makkelijk het moet zijn geweest om vanuit deze burcht de omgeving te domineren. Het plaatsje Silves zelf ademt rust, wat waarschijnlijk mede komt door het nog wat druilerige weer.

Albufeira

Het klinkt exotisch en de plaats heeft een geschiedenis. Alleen daar is op het oog weinig van terug te vinden, zoals eerder gezegd vanwege de aardbeving in 1755. De plaats oogt welvarend en dat is o.a. te danken aan het toerisme. Er zijn mooie stranden en er is een druk uitgaansleven. Als je daarvan houdt is dit ’the place to be’.
Tegen de schemering keren we terug naar het hotel en dan zien we al donkere wolken verschijnen die regen aankondigen zoals de weerberichten voorspelden. Maar onze dag kan al niet meer stuk.

Faro

De tweede dag is een geluksdag voor ons met veel mooie momentjes. Herken je dat? Zo een dag dat je als het ware non stop in een opperbeste stemming verkeert. Dat je op je best bent en daarom vaak de liefde herontdekt.
Ons eerste uitstapje is naar Faro. De bus stopt naast een plein waarop een overdekt klein marktje staat en een rond muziekpodium. We slenteren wat rond, eerst achter onze gids Victoria aan, in de richting van een stukje stadswal, dat de aardbeving heeft doorstaan en overeind is gebleven. Gelegen langs een ría (getijrivier). Een riviermond met zout water, dat dagelijks een paar maal stijgt en daalt onder de invloed van eb en vloed. Zulke riviermonden zie je veel in de Algarve.
NB In 1755 is er een grote aardbeving geweest in Lissabon en die heeft schade aangericht in de wijde omtrek. Zodoende is er in de Algarve nauwelijks een historisch monument te bewonderen.

We blijven even hangen bij de ría. Met een behaaglijk zonnetje op de rug te staren we over de grote watervlakte. In de verte enkele eenzame vissers op zoek naar zeediertjes, bootjes en talrijke vogels. Ooievaars komen hier veel voor. Regelmatig vliegt er een vliegtuig laag over, dat landt op het nabije vliegveld.
Dan gaat de kudde richting de kathedraal, een bescheiden wit kerkgebouw. Aan de toren kan je zien dat het ooit eerder een moskee was, zoals zoveel kerken in het vroegere al Andalus, waarvan de Algarve ook deel uitmaakt. Ahmad en ik gaan ons weegs, een beetje dromerig als pas verliefden.
NB De bouwstijl in de Algarve heeft een geheel eigen uiterlijk, waarin zowel Moorse, gotische als Noord Europese invloeden te herkennen zijn.
Op het overdekte marktje koopt Ahmad voor een prikkie twee paar heel mooie oorbellen voor me. Ik hang direct een paar daarvan aan mijn oren. Dan zie ik een omaatje zitten achter gehaakte babyslofjes en jurkjes. Ik val voor een turquoise jurkje, waarin ik mijn laatste kleinkind, de kleine ‘bollie’, in mijn gedachten al kan zien stralen.
Op een bankje gezeten zeg ik tegen Ahmad dat ik me net zo gelukkig voel als een tijd terug in Cordoba. Hetzelfde vredige gevoel.
Die tevredenheid en rust blijft hangen als we terugkeren in het hotel, waar we op ons gemak kunnen eten en daarna een paar uurtjes voor onszelf hebben, terwijl de batterij van mijn camera aan het opladen is.
NB Het personeel in het hotel is relaxed en aardig. Het is grappig om te merken dat Portugezen heel goed Spaans verstaan. Ook als zij Portugees terug praten kunnen wij dat grotendeels wel begrijpen. Hun taal klinkt mij heel zangerig en vrolijk in de oren.

Zo een reisje met zijn allen

Een minitrip met een volle bus met overwegend Spanjaarden en een paar noorderlingen……
In de ochtend voor vertrek merkt Ahmad dat hij koorts heeft en keelpijn. Hij gloeit als een warme kruik en hij heeft daarbij nog een vervelende koppijn. Kortom hij is ziek. We halen paracetamol en ibuprofen om de ziekte wat te onderdrukken en hopen dat het toch een fijne reis zal worden.
De heenreis
We staan op tijd te wachten bij de bushalte aan een rotonde in Torremolinos. We hebben ons autootje geparkeerd langs de weg in een rustige wijk verderop en daar staan we dan met 1 koffertje en 2 tasjes. 14.10 Is het al (de afgesproken tijd), maar geen bus. Althans niet de onze. Wel een paar lijndiensten. Een schoolbus met kinderen en een bus, waarop te lezen staat dat men een ticket kan boeken voor vervoer naar de haven en de boot naar Tanger. ‘Nee, dank u.’ Wij hebben onze buik vol van Marokko na ons reisje naar Fez.
Het is inmiddels14.40 en nog geen bus…..We bellen naar het ons opgegeven noodnummer. Worden netjes teruggebeld. Er is een ongeluk gebeurd op de weg en daarom zal de bus later aankomen. Zou dat echt waar zijn?, vragen we ons wantrouwig af. We moeten duidelijk nog in vakantiestemming komen en lang staan op een winderige hoek met het vooruitzicht van een busreis van ongeveer 6 uur draagt daar niet aan bij.
Hèhè, daar komt de bus. ‘Wij zijn zeker Beatrice….en……’, vraagt de vrouw die is uitgestapt. ‘Nee’, antwoord ik vrij zuur. ‘We zijn…..’ We stappen in en zien dat er een paar mensen in de bus zitten, die in Fuengirola zijn ingestapt. Zij kijken ons vriendelijk aan. Onze gereserveerde plaats blijkt er één te zijn op de achterbank in de hoek. Slechts via een klein hoekje opzij kunnen wij naar buiten kijken en we zitten precies op de ronkende motor in de achtersteven, die voortdurend op en neer deint tijdens het rijden. Dat belooft niet veel goeds. Zeker niet om geslaagde beelden te kunnen filmen.
We rijden naar Malaga, waar we een lange rondrit maken langs diverse haltes om de rest van het gezelschap op te pikken en pas een dik uur later gaan we op weg naar Sevilla. Jawel! Voor de derde keer deze week naar Sevilla, want daarlangs gaat de weg vanhier naar de Algarve. Ik film weinig van het me inmiddels bekend geworden landschap. Daarna volgt de provincie Huelva met haar vruchtbare akkers. Huelva lijkt qua landschap wel enigszins op Sevilla. Dan passeren we een rivier, die de grens vormt tussen Huelva en Portugal. Daarna zie je direct dat het landschap wat natuurlijker wordt, minder geordend. Zie je bijvoorbeeld in Andalusië de olijfbomen netjes geplant in rijtjes, dat is in Portugal anders. De bomen groeien er weelderig door elkaar en je kan boomgaarden aantreffen met verschillende boomsoorten. Amandelen en olijven en daartussen braakliggend terrein. Op onverwachte plaatsen groeien wilde bloemen in vele kleuren. De grond ziet er vaak rood van de bauxiet, wat ook een mooi gezicht is, vooral als je langs ‘afgehakte’ stukken aarde komt, waarin de je de diverse grondlagen goed kan zien. Ik droom er een beetje bij weg en baal dat ik bijna niets van dat moois kan vastleggen, omdat ik maar kan filmen via een klein kijkgaatje opzij en dingen dikwijls te laat opmerk. Bovendien schud ik met mijn camera achterin de bus als een malle.
Voorin neemt de hostess/gids af en toe de microfoon ter hand en vertelt ons wat er links en rechts te zien is. Daarbij vertelt ze ook anekdotes uit de geschiedenis, waarbij Ahmad dikwijls zijn hoofd schudt (omdat hij het niet eens is met haar versie van de geschiedenis). Schuin voor ons zit een Duitse vrouw, die voortdurend kauwgom kauwt maar ondanks die beweging haar mond nog meer moet roeren. Ze praat en lacht non-stop en ik balanceer tussen twee gedachten. Haar vriendelijk vragen of zij 5 minuten of langer haar mond wil houden of haar een rechtse hoek geven.
Aan de huizen in de Algarve vallen mij de leuke schoorstenen op. Het zijn kleine, mooi afgewerkte torentjes. Ook valt me onmiddellijk op dat daar geen tralies voor de ramen zijn, zoals in Spanje. Kennelijk heeft men er meer vertrouwen in de mensheid. Overal zie je verder dat de stoepen belegd zijn met kleine kinderkopjes. Dat is heel netjes gedaan en het ziet er stevig en duurzaam uit.
Als we eindelijk om 10 uur (in Portugal is het dan pas 9 uur, want daar hebben ze geen zomer- en wintertijd. Wat een verstandige mensen!) in het hotel aankomen, blijkt dat het een all inclusive vakantieresort is. We krijgen allemaal een kanariegeel plastic bandje om onze pols bevestigd en dat betekent dat vanaf dat moment alle eten en drinken voor ons daar gratis is.
Op advies van de onze hostess/gids laten we de koffers even staan en gaan we eerst eten. Er is een flinke variatie aan wat je kan eten. Een beetje moe een aangeslagen van de reis nemen we mondjesmaat van de rijkelijke dis. Om ons heen zien we opgetogen mensen af en aan sjouwen met flessen wijn en volgeladen borden.
Over ons verblijf en de tripjes vertel ik in volgende stukjes.
De terugreis
Mensen moeten altijd even aan elkaar wennen. Ik herken dat van vroeger op school. Telkens als ik van school moest veranderen wegens de zoveelste verhuizing, zag ik de kinderen in de klas aanvankelijk als een vreemde groep soortgenoten. Op het eerste gezicht had ik er meestal niks mee. Maar als ik een tijdje in een klas zat, dan wende ik aan de gezichten en aan de manier van doen van de kinderen. Ik ging me steeds vertrouwder met ze voelen.
Dat had ik ook met de groep mensen tijdens deze reis. In ieder geval met de mensen die bij ons in de buurt zaten in de bus. De Duitse vrouw ging ik zelfs aardig vinden en haar voortdurende gepraat en gelach stoorde me al niet meer op de terugweg. Integendeel. Ze was eigenlijk heel behulpzaam en geïnteresseerd in alles om haar heen. Dat de gids (Victoria) een wat zeurderige, monotone stem had stoorde me ook niet meer op de terugweg. Ik had gezien dat zij ook heel aardig was en gemoedelijk, als een soort herderin voor haar schaapjes. Ahmad had een kort gesprek met haar over de geschiedenis en dat verliep ook goed. De bus zat mutjevol. Tot de laatste plaats was gereserveerd en toch verliep de reis zonder moeilijkheden, gezeur of drama’s. Iets dat Victoria had ervaren als heel positief en bijzonder. Bij het afscheid gaf ze me kusjes op beide wangen.
Conclusie: Ook al is zo een busreis wat betreft het ‘heen- en terug gebeuren’ zwaar, (zeker op de achterbank!), we vinden het zeker de moeite waard en zullen vaker gaan.  Hier volgen de povere beelden van de heen- en terugreis.

Reizen

Twee dagen achter elkaar reden we dus op en neer naar Sevilla. Tussen deze twee lange autoritten kwamen we hier maar één keer buiten. Dat was toen we de korte wandeling maakten met Miguel op zondagochtend. Daarna reden we direct weer naar Sevilla. Onderweg begon het al te regenen. In Arrahal zochten we nog even die dame op die ze kenden uit hun jeugd. Daarna reden we door naar San Juan de Aznafarache, de verpauperde buitenwijk van Sevilla. Door de regen zag het er daar nog triester uit dan normaal. Na hen thuis afgezet te hebben reden we onmiddellijk weer terug naar Alhaurin, waar het zondag nog redelijk weer was gebleven. Ik was blij vanuit ons huis de vertrouwde paarden weer te zien, die zich zo mooi aftekenen tegen de horizon. Ze staan er niet altijd, maar als ik ze daar zie, dan stelt me dat op de één of andere manier gerust.
Gisteren was het hier dus noodweer en toen Ahmad Ramona belde, vertelde zij hem huilend dat Miguel een onrustige nacht had gehad en dat hij nauwelijks geslapen had. Hij bleef, ook toen hij thuis was, alsmaar zeggen dat hij naar huis wilde. Ze werd er helemaal gek van. Ze wil deze week naar de dokter gaan met hem om te vragen om meer rustgevende medicatie voor hem. Ze zijn allebei al aan de kalmerende middelen en antidepressiva, maar misschien heeft Miguel nog wat meer nodig, denkt ze.
Vandaag bedacht ik me dat ik meen gezien te hebben dat Miguel al het redelijke denken verloren heeft, maar dat hij nog wel de non-verbale taal van de liefde begrijpt. Als Ramona huilt, troost hij haar met kusjes. Daarom denk ik dat deze non-verbale taal mogelijk de enige ingang is voor Ramona om nog contact met hem te hebben.
Vandaag gingen Ahmad en ik voor het eerst weer naar yoga. Bij het ontspannen na afloop krijg ik meestal ideeën, noem het inspiratie.
Ik stelde me voor wat ik zou doen als Ahmad er zo aan toe was als Miguel. Ik zou heel vaak een muziekje opzetten en ik zou dan met hem gaan dansen, hem dicht tegen me aan houdend. Verder zou ik hem veel knuffelen en bij de hand nemen en een soort dagritme voor hem maken. Een wandelingetje door de buurt, dan weer thuiskomen en samen op de bank zitten. Tv voor hem aanzetten als ik ga koken, etc. Ik zou de leiding nemen wat betreft het dagprogamma en hem heel veel het gevoel geven dat ik nabij ben, letterlijk. Ik, moeizame knuffelaar, zou in dit geval mijn toevlucht zoeken tot juist veel knuffelen en weinig zeggen. Omdat er naar mijn idee geen andere mogelijkheid is om contact te krijgen met iemand bij wie zo een groot deel van de hersenen het niet meer doet.
Maar ja……de beste stuurlui staan altijd aan wal.

De bruiloft

Terwijl het hier ongelooflijk rotweer is, een zware regenval bij een stormachtige wind, ben ik het filmpje van de bruiloft aan het uploaden. Intussen schrijf ik dit stukje. Het is een geluk dat de bruiloft zaterdag was en niet gisteren of vandaag, want gisteren regende het al in Sevilla en vandaag regent het daar ook de hele dag. Dat had tijdens de bruiloft zeker niet zo moeten zijn, want het feest speelde zich grotendeels in de buitenlucht af.
Verder ben ik ook blij dat Ramona en Miguel niet gebleven zijn, want qua weer hadden ze het niet slechter kunnen treffen. Het is zulk slecht weer, dat we zelfs geen zin hebben de deur uit te gaan voor boodschappen. Ze zouden er echt niets aan gehad hebben om nu hier te zijn.
Ahmad heeft een broer en twee zussen. Zijn broer Manolo noem ik de ‘Onassis van de familie’. Ik vind hem een beetje op Onassis lijken en hij gedraagt zich ook als die rijke scheepsmagnaat. Hij is met een rijke vrouw getrouwd en heeft een wat luxer leven gehad dan de rest van zijn familie. Hij woont in een mooi huis in Arahal.
Manolo heeft vier kinderen, twee meisjes en een jongen. Eén jongen en één meisje daarvan vormen een tweeling. De mannelijke helft van de tweeling zou zaterdag trouwen. Hij is de laatste van de kinderen die nu getrouwd is. De rest was al getrouwd en allen hebben ze dat in stijl gevierd.
We hebben afgesproken bij het huis van Manolo om 12.30. Daar zou hij zijn met zijn familie na afloop van de huwelijksplechtigheid in de kerk. Het stukje kerk hebben wij overgeslagen met het excuus dat we van ver komen. Als we Arahal binnen rijden, het geboortedorp van Ahmad en nu nog steeds de woonplaats van Manolo, zie ik mensen wantrouwend naar mijn autootje met het voor hen vreemde kenteken kijken. Ze zijn hier duidelijk minder vreemdelingen gewend dan de mensen in Alhaurin. Ik vind de blikken niet erg vriendelijk. Als we aankomen bij het huis van Manolo, is hij daar nog niet. Dus wij wandelen richting kerk. De atmosfeer in het dorp benauwt me behoorlijk en ik ben blij dat ik er niet woon. ‘Ik heb me hier ook nooit echt thuis gevoeld’, vertrouwt Ahmad me toe. Het is een enorm gesloten gemeenschap van mensen die erg veel op elkaar letten. Bij de kerk aangekomen zien we een bont gezelschap dat net uit de kerk gekomen is. Ik zie vrolijke hoedjes en jurken in felle kleuren. Men kletst wat met elkaar en maakt zich klaar voor vertrek naar het feest. Dat zal gehouden worden in cortijo ‘Los Arenales’. Daar worden stieren gefokt en gekeurd die later worden gebruikt voor stierengevechten. De dieren worden geselecteerd op de mate waarin ze ‘bravo’ zijn. Alleen de meest dappere en vechtlustige stieren worden uitgekozen om te vechten in de arena, een voor de dieren hopeloze strijd die eindigt met veel pijn en de dood. In Catalonië is deze misselijke manier om met dieren om te gaan nu verboden, maar hier in Andalusië nog niet.
Aan de stierfokkerij is ook een uitspanning verbonden, waar feesten georganiseerd kunnen worden met een pittoresk en typisch Spaans karakter.
We gaan naar het huis van Manolo, waar de familie zich verder voorbereidt op het feest dat gaat komen. We mogen van Manolo een kijkje nemen in zijn prachtige huis. Dan rijden we mee richting ‘Los Arenales’ te midden van een kleine stoet auto’s.
Ahmad is blij dat hij zijn neven ziet, met wie hij een geschiedenis deelt van op het land werken. Ik zie dat hij vooral veel met die neven praat en wij zitten later toevallig ook met hen aan tafel. Ik hoor van de vrouwen dat Ahmad (Francisco) vroeger wel een heel aparte was. Hij had revolutionaire ideeën in de tijd van Franco en bracht de plattelandsjongeren bijeen om te strijden voor hun belangen. Dat betekende heel wat voor de dorpelingen. Ze vinden allemaal dat Ahmad er goed uitziet en menen te zien dat ik hem gelukkig maak. Ze zijn daar blij om. Ik merk dat ik me bij deze mensen wel direct op mijn gemak voel. Kennelijk moet je ze gewoon wat nader leren kennen. Ik vind het leuk dat Ahmad nu wat meer praat dan gewoonlijk, vooral met een neef (Pepe) die nog steeds een boerderij bezit met veel dieren. Hij nodigt ons uit vaker naar Arahal te komen en hem dan op te zoeken.
Er komt ongelooflijk veel eten en drinken langs (tapas), terwijl we op het zand (vandaar de naam los arenales!) staan te partyen. Ik kijk om me heen en schiet zoveel mogelijk filmclipjes tot helaas mijn batterij op is. Dan film ik verder met mijn telefoon en pas aan tafel heb ik het geluk bij een stopcontact te zitten, zodat ik mijn camera een beetje kan opladen. De beelden, niet van topkwaliteit, volgen hieronder. Het is raadzaam het fimpje in niet al te groot formaat te bekijken.