Er zijn veel manieren om naar een schilderij te kijken

Kent de lezer Project Rembrand? Dat is een schilderwedstrijd voor amateurschilders. Het betreft een serie, waarin een selectie van 15 amateurschilders in elke aflevering les krijgen en tekeningen, etsen of schilderijen maken. Hun werkstukken worden daarna beoordeeld door een publieksjury van enkele mensen en uiteindelijk wordt een definitief oordeel gegeven door twee vakmensen. Telkens moet er één schilder, die volgens de twee vakmensen het minst goed gepresteerd heeft, weg. Uiteindelijk blijven er vier schilders over, die als afronding van al hun lessen, die op tv te zien waren, thuis hun ‘meesterwerk’ mogen maken. Daarover kunnen zij langer doen dan over de schilderijen tijdens de lessen, die te zien waren op tv. Het als beste beoordeelde thuis geschilderde werk zal tentoongesteld worden in het rijksmuseum in Amsterdam.

Ik wist niets van deze serie af, tot ik laatst toevallig in het einde van de laatste aflevering van het tweede seizoen terechtkwam. Ik zag toen nog net hoe er gekozen moest worden door de vakjury tussen de twee als beste beoordeelde schilderijen. Dat waren die van Alfredo en Wolf.

Schilderij van Alfredo
Schilderij van Wolf

Tot mijn verbazing won Wolf. Als ik nu terugkijk en de schilderijen opnieuw bekijk, is mijn verontwaardiging iets minder. Ik besef dat er veel manieren zijn om naar een schilderij te kijken. Dit project heette niet voor niets Project Rembrand. Het was de bedoeling dat de schilders tijdens de lessen leerden kijken en schilderen in de geest van Rembrand (de meester van licht en donker en het verhaal in een schilderij).

Ik vind het schilderij van Alfredo veel mooier en technisch bekwamer geschilderd, terwijl het daarbij zeker een verhaal vertelt. Daarentegen stoor ik me aan de foutief geschilderde ribben in het schilderij van Wolf en het schilderij heeft voor mij geen overtuigend verhaal, dat mij als kijker raakt. Maar er is wel gewerkt met licht en donker en een actueel thema als de corona zit erin. (n.b. Wolf kreeg corona tijdens de cursus en was daarbij ook nog aan het verhuizen, terwijl het schilderen moest doorgaan en dat heeft hij hier verbeeld). Alfredo toonde ons een hem bekende man, die veel heeft meegemaakt in zijn leven en zich daardoor is gaan verwaarlozen. Maar op zijn gezicht zie je de uitdrukking van een man die geestelijk niet te breken is. Hij wordt gezien door een hondje, maar niet door de voorbijgangers om hem heen. Ik vind het een prachtig beeld en zeker ook actueel. Ik zou deze hebben gekozen. Voor mij was dit het ‘meesterwerk’.

Uit nieuwsgierigheid ben ik daarna de voorgaande afleveringen van seizoen 2 terug gaan kijken op NLZiet. En nu kijk ik naar seizoen 1. Ik vind het een heel mooie serie. Goed gepresenteerd en met opbouwende lessen en kritiek. Plaatsvervangend leer ik veel van de aanwijzingen, die gegeven worden aan de schilders tijdens hun werk en ook leer ik van de kritiekpunten en de punten van waardering, die gegeven worden door de leraren en de twee juryleden. Ik kijk nu ook anders naar de schilderijen, die ik zelf maakte. Zie heel duidelijk de plus- en vooral minpunten.

Maar wat ben ik blij dat ik niet in de schoenen sta van deze dappere schilders. Het zal je maar gebeuren dat je daar staat bij je schilderij en dat dit voor de ogen van een heel publiek en voor nog meer tv-kijkers wordt beoordeeld en soms een beetje afgekraakt door twee belangrijke kunstcritici. En dan moed houden en de kritiek ter harte nemen om met goede moed van een volgend schilderij een beter product te maken. Sommigen zie je de moed verliezen en zich daarna gelukkig weer herpakken of niet. Anderen blijven opgewekt en schilderen vrolijk verder. Ik vind het keigoed van ze. Ben benieuwd wie er in het eerste seizoen gewonnen heeft en of ik het daar wel mee eens ben.

Onze taxi-chauffeur en vriendin is gisteren overleden

We lieten ons altijd door haar naar en van het vliegveld in Malaga brengen, deze stoere en lieve meid. Zij was de enige vrouwelijke ’taxista’ in Alhaurin de la Torre in die tijd. En ze viel als jonge vrouw met blonde haren op tussen al die mannen in het rijtje taxi’s.

We hadden fijne gesprekken met haar tijdens onze ritten met haar en groetten haar altijd als we langs de taxi-standplaats liepen op weg voor boodschappen. We vroegen haar een keer te eten en dat was heel gezellig. We hadden een fijn en open gesprek, waarin zij vertelde over hoe zij dacht over levensvragen e.d. Zij nam ons een keer mee naar een yogales bij een ex-monnik in de heuvels achter het dorp. Zij had heel veel aan zijn lessen. Wij vonden de les wat minder en keerden daar ook niet meer terug. Maar dat maakte niet uit.

Zij was degene die me naar de eerste hulp bracht, toen ik plotseling hevige buikpijn kreeg en Ahmad er niet was, omdat hij al in het ziekenhuis lag. Ze bleef naast me totdat de oudste dochter van Ahmad haar kwam aflossen. Toen ze me zo zag lijden, zei ze: ‘Es forte’. ‘Si, es forte,’ zei ik nog en ik zag hoe ze met me meeleefde, terwijl ze mogelijk op dat moment al wist dat ze zelf kanker had.

Nadat Ahmad en ik uit het ziekenhuis waren ontslagen, kwamen we haar nog een keer tegen op straat en vroeg ze, zoals haar gewoonte was, heel belangstellend naar onze gezondheid. Ze zag er mooi, maar wat mager uit. Ze reed ons ook nog naar het vliegveld in december van het jaar 2018. Dat is de laatste keer dat we haar zagen. Ik zat naast haar voorin de auto. Ze vertelde me dat haar broer, die muziekproducer was en jaren met zijn vriendin in Amsterdam woonde, weer bij hun ouders woonde en geen werk had. Hij was depressief, omdat het uit was met zijn vriendin en daarom had hij Amsterdam en zijn werk daar verlaten. Verder was één van haar honden, een heel lief dier (ze liet me een foto zien), een paar dagen daarvoor overleden. Ik wist niet hoe ik haar kon troosten. Besefte dat zij en haar ouders heel veel verdriet moesten hebben in die dagen, zo net voor de kerst.

Toen we terugkeerden in het februari 2019, kregen we te horen dat zij ziek was en ons niet kon ophalen van het vliegveld. Onze andere taxi-chauffeur, Manolo, die ons kwam halen, vertelde dat zij kanker had. Zijzelf stuurde ons nog één bericht later dat ze ziek was, met een foto van haar in het ziekenhuis.

Later hoorden we van Manolo dat zij zeker niet meer zou terugkeren als ’taxista’. Het ging niet goed met haar en er was grote kans dat ze niet beter zou worden.

Zij wilde niet in Alhaurin de la Torre blijven. Ze ging met haar ouders naar Granada. Ze vond het vervelend om oude vrienden tegen te komen en wilde rustig met de hond kunnen wandelen zonder te hoeven praten over haar toestand. Manolo stuurde vandaag een bericht dat ze gisteren is overleden, na twee jaar ziek te zijn geweest en allerlei behandelingen te hebben ondergaan.

Lieve Nati. Moge jij rusten in vrede. Je was zo een sterke, lieve en positieve vrouw. Wij zullen je niet vergeten. En mogen je ouders en je broer veel gesterkt worden om dit grote verdriet te dragen.

Ik teken elke dag een gezicht

En wel mijn eigen gezicht. Tenminste zo noem ik dat zelf. Elke dag, na het sporten op de hometrainer, teken ik even mijn gezicht bij. Het kost me maar een paar minuten en op jaarbasis erg weinig geld. Wat ik daarbij gebruik is wenkbrauwpotlood, oogpotlood, mascara en lippenstift. Fluitje van een cent.

Dus ik maak mezelf elke dag even op, of ik nu ergens heen ga of niet. ‘Even een gezicht tekenen,’ noem ik dat zelf. Het wordt zeer gewaardeerd door de man naast me. Maar ik denk eigenlijk dat ik er zelfs mee door zou gaan als ik alleen was. Het geeft mij een beter gevoel als ik mijn oude hoofd een beetje bijteken. Dus daarom doe ik dat.

Het zijn de kleine dingen die het doen?

Ja, dat is echt zo, wat mij betreft.

Bijvoorbeeld gisteren: Ik zou boodschappen doen voor mijn overbuurvrouw en ik zou haar bellen. Dus ik bel, maar zij neemt niet op, wat raar is, want zij is altijd thuis. Verschrikt kijk ik vanuit mijn keukenraam naar haar ramen. Ik zie niet het vertrouwde lichtje branden achter haar keukenraam. Ze zal toch niet naar het ziekenhuis zijn vervoerd om het één of ander of nog erger. Ik stuur de buurvrouw naast me (die de overbuurvrouw ook kent) een bericht. Weet zij hier misschien meer van? Maar ik krijg geen antwoord. Dan loop ik naar de portiekflat van mijn overbuurvrouw. Ik zie haar niet zitten op haar vertrouwde stoel bij het raam. Vervolgens bel ik aan, maar zij doet niet open. Dan tuur ik de straat af en ja hoor! Een zucht van verlichting. Ik zie haar heel in de verte lopen naast haar fysiotherapeut achter haar rollator. Ik herken haar aan haar lila jas. O, wat een opluchting. Natuurlijk, denk ik dan. Het is donderdagmiddag en dan wandelt de fysiotherapeute een half uurtje met haar om haar heup te trainen, die zij nu al bijna anderhalf jaar geleden gebroken heeft. Ik ben blij te zien dat er niets aan de hand is met haar en dat ze gelukkig niet naar het ziekenhuis is afgevoerd.

Ander voorbeeld gisteren: laatst heb ik een filmpje geplaats van de vogeltjes, die bij ons in de tuin komen eten. Het zijn tot ons genoegen steeds meer kleine vogeltjes en we zien steeds meer soorten. De meeuwen, die hier lange tijd de boventoon hebben gevoerd, zien we steeds minder. Ik weet niet waar dat aan ligt. Maar ik ben er blij mee. Een vaste gast in onze tuin was de bonte specht. Tot we die ineens een dikke week niet meer zagen. Wat zou er zijn gebeurd? Had hij een beter adresje gevonden om te eten of was hij er niet meer? Opgegeten door een groter dier misschien of gewoon gestorven van ouderdom? We vroegen het ons af. En ja hoor, gisteren zagen we de bonte specht ineens weer aan het vetbolletje hangen, dat aan een tak in onze tuin hangt. Opluchting en blijdschap ook hier. We hadden de specht gemist.

En vandaag: ik sta voor de kassa bij de Jumbo op mijn beurt te wachten. Ik zie een klein meisje heel gelukkig kijken terwijl ze een paar dingen afrekent. Dan vertelt ze ineens spontaan aan de kassière dat ze de dingen die ze afrekent heeft gekocht voor haar broertje (ik kan vanuit mijn positie niet precies zien wat voor artikelen het zijn). En dat hij die al voor zijn verjaardag wilde, maar dat zij toen geen geld had om het te kopen, maar nu wel. En daarom heeft ze het nu alsnog gekocht. ‘O ja,’ zegt de kassière. ‘Wat leuk. En hoe oud is je broertje?’ ‘Zeven jaar,’ is het antwoord. ‘En jij?’ ‘Tien.’ ‘Nou, dat is echt lief van jou, hoor. En je haar zit trouwens ook mooi,’ complimenteert de kassière. ‘Dat zie je tegenwoordig niet zo vaak meer,’ vervolgt de kassière tegen ons, wachtenden in de rij. Er wordt instemmend geknikt. ‘Zeker,’ zeg ik, terwijl ik nog nageniet van het stralende gezicht van het meisje, dat van haar eigen geld wat kocht voor haar broertje en daar zichtbaar gelukkig mee was. Zulke kleine dingen ontroeren me en maken mijn dag goed.

Twee van de vier pakketten zijn ‘zoek’ geraakt

Laatst schreef ik over pakketten die bij mij niet aankwamen. Dat zal je net zien. Ben ik een persoon die niet vaak dingetjes bestelt via internet, moet het net mij overkomen dat áls ik dat dan toch een keer doe, dat ze dan bij mij dan niet aankomen.

Uiteraard ben ik erachteraan gegaan. (‘Ge hèd betaold en ge zult oewen lol hebben,’ zoals de moeder sprak tegen haar kind, dat in de speeltuin niet op de glijbaan wilde, omdat die kletsnat was van de regen).

Het kostte best moeite. Ik moest mailen met vermelding van ordernummer en dat soort zaken en als die gegevens al een tijd geleden verzonden zijn, vereist dat zoekwerk. Ik word daar best kriegel van. Van de leverancier van één pakket kreeg ik antwoord dat mijn pakket was zoekgeraakt in de drukte. Ze stuurden me een nieuw pakket op met dezelfde inhoud, dat keurig en snel geleverd werd door DHL.

Over een ander pakket van een andere leverancier, dat ook al een maand onderweg is, kreeg ik vandaag het antwoord dat het eveneens is zoek geraakt. Ze hadden een kleiner transportbedrijf ingehuurd voor het verzenden van mijn pakket en dat bleek lang niet zo betrouwbaar te zijn als de grote jongen PostNL. Er zou daar zelfs een ‘vrachtwagen zijn uitgebrand met alle pakketten erin’. Uiteraard zouden ze voortaan dit bedrijf niet meer inhuren. En ik kreeg een tegoedbon van 5 eurootjes voor het ongemak. Ik kon kiezen of ik mijn geld terug wilde of mijn bestelling alsnog opgestuurd wilde krijgen. Ik koos voor het laatste. Die bestelling wordt nu opnieuw opgestuurd via PostNL.

En dan is er nog een pakketje dat helemaal uit China komt. Het is al in Nederland aangekomen volgens de Trace Code, maar het wacht al sinds 30 november op verdere distributie. Als ik het 20 december nog niet heb, mag ik weer een mail sturen waar het blijft, zo is me verteld.

Karamba, wat een gedoe. Ik kan nog beter kilometers rijden en de spullen ophalen in een winkel, die nu overigens gesloten zijn.

Ik ben best goed van vertrouwen. Maar nu heb ik toch de indruk dat er enige misbruik is gemaakt van de chaos en drukte die er was, en nu misschien nog is, bij de pakketservice. Dat kwam in het nieuws. En hoe makkelijk is het om daar misbruik van te maken en pakketten te laten ‘verdwijnen’, of liever achterover te drukken. Stelletje dieven.

Ik ben niet de enige die achter haar pakketjes aan moet gaan, omdat ze niet aankomen. Ik hoorde dat ook van mijn kinderen. Mijn schoonzoon kreeg zelfs een pakket bezorgd dat al opengemaakt was. Hij keek erin en zag dat de inhoud er niet meer in zat. Alsnog vroeg de bezorger, die daarbij was blijven staan, of hij wilde tekenen voor ontvangst. Dat deed hij natuurlijk niet. Het moet niet gekker worden?.

Ik ben een pleaser

En ik kan ervan wakker liggen als ik iemand gekwetst heb of denk te hebben. Dat geldt op allerlei gebied. Natuurlijk heb ik wel eens ruzie met mensen, maar ik moet zeggen dat dit steeds minder wordt en zelfs bijna niet meer voorkomt met het vorderen van mijn leeftijd. Hoe ouder ik word, hoe minder belangrijk het voor mij is om ‘mijn gelijk’ te krijgen. Ik lijd dus een leven met weinig conflicten en mijn huisje is er één van ‘pais en vree en wel tevree’.

Maar tot in de kleinste details kan ik ermee zitten en er soms zelfs onrustig van slapen, als ik de gedachte krijg dat ik iemand misschien (al dan niet onbedoeld) gekwetst heb. Datzelfde geldt ook voor de stukjes die ik schrijf in dit weblog. Ik schrijf in mijn weblog wat ik denk en voel en soms doe ik dat ook met een ironisch tintje, dat mogelijk niet altijd door iedereen begrepen wordt.

Aan de ene kant denk ik: ‘We leven in een land van ‘vrije meningsuiting’ en ieder mag zeggen wat deze denkt en voelt. Dat doe ik in dit weblog. Het is mijn domein, waarin ik mag blijven schrijven, zolang ik jaarlijks de rekening maar betaal aan de webhost. Als ik sterf, zal dit privé-krantje met mij verdwijnen van deze wereld. Ik kan denken: ‘Is een lezer het niet eens met mij of voelt deze zich beledigd, zeg het dan gerust. Men kan reageren op wat ik schrijf of zelf een weblog beginnen’.

Maar zo gemakkelijk ligt het voor mij niet. Ik wil helemaal niet dat iemand zich naar voelt of onbegrepen of miskend of wat dan ook door wat ik schrijf. Maar mocht dat wel zo zijn, zeg het dan alsjeblieft, lezer. Dan kunnen we daarover praten en er allebei van leren. Waar ik moeite mee heb is als eventuele onvrede over wat ik schrijf in de lucht blijft hangen.

Intussen ga ik maar gewoon door met te zijn wie ik ben, want iemand anders ben ik niet. ?

‘Shabnam de pleaser’, at your service.

De konijnen hebben nog een mooi leven

Het begon niet zo vrolijk. Toen we de dochter van mijn lief opzochten, zag ik twee konijnen ineengedoken zitten in een hok. De konijnen waren bedoeld voor consumptie en niet als huisdieren. Het betrof een mannetje en een vrouwtje, oftewel een rammelaar en een moer. Het was de bedoeling dat de twee zich ook zouden voortplanten. En konijnen hebben niet voor niets de naam dat zij dat zo snel kunnen.

Ze leven al lang niet meer in een hok, maar eten nu samen met de kippen en ze lopen verder vrij rond op het hele terrein. En ja, ze hebben ook al kleintjes, maar die heeft de moer wijselijk verstopt. De kleine konijntjes komen alleen ’s nachts naar buiten om even te spelen om daarna weer snel onder de grond te verdwijnen. De ingang van de de tunnel met het nest is verborgen. Er zijn dus geen foto- en filmbeelden van de kleintjes.

‘Weet je dat de rammelaars om concurrentie bij het paren te voorkomen de balletjes proberen af te bijten van hun eigen jongen?’ vraagt Ahmad. Nee, dat wist ik niet. Wat gruwelijk. ‘Ik heb daarom gezegd dat ze de mannetjes apart moet zetten, als deze zich boven de grond gaan vertonen,’ vervolgt Ahmad. En dat gaat ze ook doen. Maar voor alsnog hebben deze konijnen een mooi leven. En natuurlijk laten de kleine mannetjes niet zo gemakkelijk hun balletjes eraf bijten door hun pa.

Ik heb een filmpje gemaakt van de naar ons gestuurde beelden van de konijnen. Helaas waren het geen beelden van topkwaliteit. Toch wel leuk om ze te zien spelen.

Bir Baskadir, een Turkse serie op Netflix

Ik heb in de google vertaalmachine proberen te vinden wat de woorden betekenen, maar werd daar niet wijzer van. Sinds een paar dagen bekijk ik deze serie onder het fietsen met veel belangstelling. Ik vind het een mooie serie met prachtig camerawerk, acteerwerk en een invoelbare problematiek.

Voor mij geeft het goed de tegenstelling weer tussen geïnstutionaliseerde tradities en moderniteit. De inhibities die mensen vertonen. Hoe deze, na het lange tijd niet durven uitspreken van gevoelens en gedachten, kunnen uitmonden in een emotionele uitbarsting. Aan de ene kant de traditionele moslimgemeenschap, waarin bepaalde gevoelens en uitingen daarvan, die niet stroken met het geloof, worden afgekeurd en daarom verdrongen. Aan de andere kant een ‘moderne’ psychiater, die beroepshalve haar vooroordelen tegenover de gevoelens van iemand met een hoofddoek moet verbergen. Zij komt er plotseling achter dat zij helemaal niet gelukkig is, de hele dag zittend in die kamer en luisterend naar de verhalen van haar patiënten, waarop zij van zichzelf op een bepaalde manier moet reageren (als een robot). Met haar wanhopige pogingen om jong te blijven via yoga en meditatie en het steeds eenzaam thuiskomen.

Er gebeurt nog veel meer en een en ander is heel overtuigend en invoelbaar gespeeld. Het mooie van deze serie is voor mij dat mensen in een dialoog werkelijk naar elkaar luisteren. Dat zie je veel minder in ‘westerse’ series, waarin mensen veelal direct en reflectief op elkaar reageren. De muziek die in deze serie voorkomt vind ik mooi en sommige uitspraken die gedaan worden vind ik prachtig en beeldend en ze blijven me bij. Zoals iemand die zegt in de ochtend met enige tegenzin wakker te zijn geworden uit een droom. Hij had graag ‘in de droomwereld willen blijven hangen, zoals wasgoed, wapperend aan de waslijn’.

Ook de kinderen in de serie vind ik speciaal. Ze zijn niet druk, maar rustig en opmerkzaam. Observerend. Het doet me denken aan de kinderen die ik zag in de tijd dat ik in Ebbotabad in Pakistan woonde. Die kinderen konden uren rustig spelen met bijna niks of gewoon kijken naar wat hun moeder aan het doen was, als deze aan het werk was.

Zelf was ik ook zo een kind, zwijgzaam en observerend. Vandaar dat ik nog veel weet uit mijn heel vroege jeugd. Ik ben pas later veel gaan praten, omdat mijn moeder dat wilde.

Het zou zo mooi zijn als we de spiritualiteit van het oosten en de tolerantie en vrijheid van meningsuiting in het westen konden verenigen. Zover zijn we nog niet, maar het zou kunnen als we werkelijk voor elkaar zouden openstaan in onze multiculturele samenleving.

Boomers zijn niet populair

Vroeger hoorde je Gert Timmermans zingen: ‘Ik heb eerbied voor jouw grijze haren’. Maar nu hoor je dit soort liederen niet vaak meer. Wel wordt er af en toe gesproken over ‘boomers’ in de media en dat is zelden op een positieve manier. Alsof het een soort plaag is. Ik zie dan allemaal fietsers op ebikes voor me, met geverfde en dus niet meer grijze haren, en met hetzelfde jasje als hun partner en op de dezelfde fiets. Boomers die er irritant vaak op uit gaan en straten, bossen en stranden bezetten met hun teveel aan vrije tijd en hun onverzadigbare behoefte aan ‘uitjes’. Boomers die afbetaalde koophuizen bezet houden, die zij voor een prikkie hebben gekocht in de guldentijd. Boomers, die heel oud worden en tientallen jaren genieten van pensioenen, die jongeren later niet meer zullen krijgen. Boomers die over een aantal jaren ongemakken zullen gaan vertonen en dan de gezondheidszorg nog duurder zullen maken dan deze nu al is. Irritante oudjes!

Ik overdrijf een beetje. Neem het niet te serieus, lezer!

Ik ben zelf een boomer, die probeert gezond te blijven door dagelijks 10 km te fietsen op een hometrainer. Dan kijk ik naar NLZIet of Netflix. Op dit moment kijk ik naar een Turkse serie. Dat zijn series die me meer trekken dan Amerikaanse. De muziek die erin wordt afgepeeld vind ik ook vaak prachtig. Vandaag las iemand in deze serie iets voor, wat hij had gevonden in zijn Turkse facebook. Het ging over boomers. Dat dit een generatie is, die nog gewend is geweest om dingen die kapot gaan te repareren, zoals kleding en andere spullen. Dat deze ‘boomergeneratie’ dit niet heeft kunnen doorgeven aan de generatie die daarop volgde. Want die generatie dacht, ten onrechte, dat dit repareren van kapotte spullen en kleding voortkwam uit gierigheid of mitsplaatste zuinigheid. Men zag niet meer in dat er ook nog zoiets bestaat als verspilling van nog bruikbare spullen. Het was een generatie die telkens nieuwe spullen en kleding kocht. En daarna kwam een generatie, die nog verwender was en steeds meer wilde en meer betekenis hechtte aan nemen dan aan geven.

Ik denk dat de hierboven staande weergave van de boomer en van de generaties erna een versimpeling en generalisatie is van de feiten, evenals mijn schets van de boomer, zoals gezien door de jongere generatie, daarboven.

Maar ik herken mijzelf wel heel erg in de ‘recyclingpolitiek’ van mijn generatie. Ik ben altijd een recycler geweest en zal dat ook altijd blijven. En dat is onafhankelijk van het geld dat ik bezit. Ik koop liever mooi tweedehands spul dan lelijk nieuw spul en ik gooi niets weg en vervang niets, als het nog goed is, bruikbaar en niet versleten of kapot. Dat verbaast mijn kinderen weleens. ‘Ma, dat hoeft toch niet.’ ‘Jawel, van mij wel, want zo voel ik mij goed. Met mijn spullen en kleding van tientallen jaren oud.’ Als ik er niet meer ben, dan mag men zelf weten wat men daarmee doet.