Elleboog

Vandaag ging ik voor controle van mijn op 3 juni geteisterde en op 7 juni geopereerde elleboog.
Ik wordt altijd een beetje verdrietig en timide in de omgeving van een ziekenhuis. Lopend langs enge borden die verwijzen naar afdelingen waar mensen niet voor hun plezier naartoe gaan, maar omdat ze lijden aan iets. Het doet me huiveren en beseffen hoe fragiel de mens is, jong en oud.
Eerst moest ik langs de afdeling radiologie voor het maken van twee foto’s en daarna mocht ik naar de afdeling orthopedie. Het ging allemaal verrassend snel en soepel. Ik hoefde niet urenlang te bladeren in beduimelde bladen van een paar jaar terug. Voor ik het wist werd ik geroepen door dr. van der Velde, die me overigens niet geopereerd heeft.
Ik zie direct bij binnenkomst de foto’s van de binnenkant van mijn linkerarm. Tjongejonge, wat een ijzerwerk! Het is geen klein kapje, maar een enorm traliewerk dat een flink stuk van mijn onder en bovenarm bedekt. Ik zie een flinke schroef, die niet onderdoet voor de schroeven die ik in december van het afgelopen jaar kreeg in mijn rechtervoet. Geen wonder dat ik ook na deze operatie flinke pijn had!
‘Het is mooi genezen’, zegt van der Velde. De beide botstukken van de elleboogkap zitten goed vast. Helaas zat er ook een scheurtje wat dieper ‘wat ze liever niet hadden gezien’. Dat is nog niet hersteld, maar zal op den duur wel herstellen. Het heeft wat meer tijd nodig.
Het is nu tijd om te beginnen met oefenen. Buigen en strekken van de arm zover ik kan. Als ik dat nu niet doe, zal het later niet meer mogelijk zijn om de stijfheid van de arm tegen te gaan. Ok, I’ve got the message. Als de dokter zegt dat ik moet buigen en strekken, dan ga ik dat zeker doen!
Helaas is mijn kraakbeen ook beschadigd door de klap en dat zal niet meer herstellen. Het kan zijn dat ik daar later artrose aan ga overhouden. Maar het hoeft niet zo te zijn. De dokter kan helaas niet zien of dit wel of niet zal gebeuren in zijn glazen bol.
Blij dat ik weer naar huis mag fietsen, verlaat ik het hospitaal. Niet al te somber, maar ook niet bijzonder blij. Het had erger gekund, maar het had ook beter gekund. Het ongeluk had ook helemaal niet kunnen gebeuren. Maar het is gebeurd. Ik moet ermee ‘dealen’.
In Ahmad’s ogen ben ik een soort brokkenpiloot. 😉

Landje pik

Laatst verraste Ahmad mij door te zeggen dat hij overweegt in Nederland te blijven wonen. Wat is er gebeurd met de man die in 2008 nog zei dat hij terug moest naar zijn ’tierra’? Zijn wens is vervuld. Na veel gezoek (‘waar dan in  Andalus?’) en gedoe met huizen die verkocht moesten worden kreeg hij een plekje op zijn vertrouwde Andalusische grond. Het was niet helemaal zoals hij gedroomd had. Zijn droom was een huisje met wat grond, waarop hij een rozentuin wilde aanleggen voor mij. Dat was niet te realiseren. Het werd een atico (huisje met dakterras).
En nu liet Ahmad zich ineens ontvallen dat hij ook best voor altijd in Nederland zou kunnen wonen, zeker als één van ons of wij allebei ziek zouden worden. ‘Wat ik nodig heb is werken met mijn handen in de aarde’, verzuchtte hij.
Dat kan niet in Spanje, waar je, als je een ‘huisje met een stukje grond’ hebt nooit weg kunt, omdat mensen dan zo in je huis zijn om alles wat ze kunnen weg te roven. Wij kennen diverse mensen die een huis buiten hebben in Spanje en deze mensen moeten altijd om de beurt met vakantie en hebben meestal een aantal grote honden om zich te beveiligen tegen indringers. Wij hebben geen behoefte aan bezit dat we met hand en tand moeten verdedigen.
Dus restte het idee van een stukje grond in Nederland. Ik dacht direct aan een volkstuintje, waarop Ahmad groente kan verbouwen en wat hij maar zou willen. En toen…….kregen we een ander idee. Onze buurman heeft al een flink aantal jaren geleden zijn schutting een stuk naar achteren gezet. Achter onze tuin is namelijk een stukje openbaar terrein met lelijke struiken, die onderhouden dienen te worden in opdracht van de woningbouwvereniging. Het onderhoud blijft nogal achterwege en de struiken zijn een broedplaats geworden van ratten en ander ongedierte.
We hoefden niet langer na te denken. Na overleg met de buurman, die zelf ook van plan is zijn schutting nog een klein stukje meer naar achteren te zetten dan hij nu al gedaan heeft, ging Ahmad aan het werk. Het was een beetje eng, omdat hij toch iets illegaals deed. We werden daar allebei wat zenuwachtig van. De struiken die hij wegrukte waren niet ons eigendom, maar van de gemeente. Bovendien schijnt er hier volgens onze buurman een buurtbewoner te zijn, die zich graag met andermans zaken bemoeit. Hij zou best de woningbouwvereniging kunnen bellen om Ahmad’s activiteiten te verklikken. Daarom werkte Ahmad zo snel mogelijk door om de omheining snel gereed te hebben, zodat het karwei niet meer dan noodzakelijk de aandacht van voorbijgangers trok. Tijdens zijn werk kreeg hij commentaar van onze achterburen. Hun reacties waren alleen maar positief: ‘Mooi werk!’ ‘Wat een karwei, zeg. Goedzo! Mooi gedaan.’ Die reacties stelden ons wel gerust. Zij zijn degenen die tegen onze schutting zullen moeten aankijken.
‘Ik ga hier een rozentuin voor je maken’, heeft Ahmad me beloofd.

 

Nostalgisch uitstapje

We hebben weer van die dagkaarten gekocht bij het Kruitvat, waarmee je in het weekend onbeperkt door Nederland mag crossen met de trein. Een goedkope manier om van Den Haag naar Heerlen te gaan, als je geen auto tot je beschikking hebt. We komen langs Rotterdam, Breda, Eindhoven, Roermond……Overal heb ik herinneringen. Het landschap van ‘onder de rivieren’ is me zo vertrouwd.
Mijn vader en zijn vriendin Els staan ons al op te wachten bij de lift op de twaalfde verdieping. ‘Dit is wat er van me over is,’ grapt mijn vader. ‘Maar je staat nog kaarsrecht,’ zeg ik terug. Ik merk dat ze allebei moeilijker lopen. Mijn vader heeft nu last van evenwichtsstoornis en loopt met een stok en Els heeft sinds kort last van haar hartklep, naast alle andere lichamelijke klachten die zij al had. Gisteren nog was zij zo duizelig dat zij naar de dokter moest, vertelt zij. Het is haar niet aan te zien. Zij oogt blozend en haar woordenstroom is niet te stuiten. Mijn vader zit erbij en lijkt ernaar. Ik zie dat hij wel goed let op wat er gezegd wordt en dat hij alles nog goed verstaat.
We krijgen een kopje thee en een gebakje, zittend aan de eettafel. Mijn vader zet de thee en komt bevend met de theepot aandrentelen. Ze willen geen van beiden hulp van mij. ‘Ik kan nog uitstekend alles zelfstandig doen,’ zegt mijn vader stellig. Els vindt van niet en volgens haar is pa dementerend.’Dat was te zien in je hersenscan,’ zegt ze. ‘Daar waren lege plekken te zien.’ ‘Misschien waren het gebieden die niet zo belangrijk zijn,’ opper ik voorzichtig, als ik aan mijn vaders gezicht zie dat hij dat maar vreemd vindt. Volgens hem mankeert hij niets. Zeker is wel dat zijn energiepeil en evenwichtsvermogen sterk beginnen af te nemen. Maar hij maakt nog elke dag zelf zijn ontbijt met een eitje, zoals hij ons laat weten. Voor de zekerheid komt er nu iemand om hem te douchen. En er is hulp in de huishouding. Een sociaal werker houdt een vinger aan de pols om te monitoren of het nog goed gaat met mijn vader. ‘Voor mij is het nu te veel om die verantwoordelijkheid alleen te dragen,’ zegt Els. ‘Ik trek me steeds meer terug van alle regelzaken.’
“Oud zijn is niet prettig,’ zegt mijn vader. ‘Wat mij betreft hoeft het niet meer en ik wil graag sterven.’ Het liefst wil hij sterven in zijn slaap. Hij heeft aan Els gevraagd of zij dat niet aan Onze Lieve Heer kan vragen. ‘Maar dat is ook wat moois,’ moppert Els voor de grap. ‘Je hele leven doe je er niks aan en nu moet ik het voor je opknappen door een goed woordje voor je te doen.’ Ze zegt het in het Limburgs en vertaalt het voor mij, wat niet nodig is. Ik heb als kind op school gezeten in Well en het Limburgs klinkt nog vertrouwd in mijn oren.
We vertrekken om 13.00 uur, zodat het niet te vermoeiend is voor mijn vader en zodat zij kunnen gaan eten. ‘Niet stiekem overlijden in je slaap,’ zeg ik, als ik hem omhels ten afscheid. ‘Ik kom gauw weer langs om je weer te zien.’ ‘Dat zal ik heel fijn vinden’, zegt hij warm. Ze zwaaien ons uit bij de lift.
Vervolgens gaan we naar Maastricht met het plan daar op ons gemak wat rond te lopen. We hadden er niet op gerekend dat het zo druk zou zijn. In een wat vochtige hitte banen wij ons een weg te midden van een enorme menigte. Het Vrijthof blijkt afgezet vanwege een naderend concert van André Rieu. We vluchten naar een achterliggende oude buurt, waar we even kunnen dwalen door rustige straten. De bouwstijl en de enorme ijzeren hekken voeren mij in mijn herinnering terug naar mijn jeugd op school tussen de nonnen in Limburg en Brabant.
Met vermoeide voeten laten we ons weer in een trein zakken die ons rechtstreeks terugvoert naar Den Haag via Eindhoven, Den Bosch en Utrecht, waar ik ook veel herinneringen heb liggen. Aan mensen die nog leven, maar ook aan het gezin waaruit ik kom en waarvan niemand meer in leven is.
https://youtu.be/RAFh9V08-Ck
 

Herstellen

Gisteren even naar de Gamma en naar Hornbach gefietst en daarna was ik alweer moe. Eergisteren naar de fysio. Ze was wat aan het kneden in mijn gewonde en nog wat blauwe armpie, hetgeen zo goed voelde dat ik er zowaar een beetje slaperig van werd. Ik vertoon en goede ontspanning en het herstel lijkt voorspoedig te verlopen, liet ze me weten. Maar op mijn leeftijd duren die dingen wat langer. Dat is iets dat ik niet graag hoor. ‘Hoe komt het dat ik zo moe ben, op het lamlendige af, en dat ik afval, terwijl ik normaal eet?’ zeur ik. Dat is omdat er veel energie gaat naar het herstel van de elleboog. ‘Het lichaam moet alle zeilen bijzetten en dat kost energie.’
O, dus ik heb een geldig excuus voor mijn luiheid en het feit dat ik deze heilige maand niet vast. Het is dus ook niet erg dat ik het liefst languit naar series lig te kijken. Dat is goed om te weten. Boek, weblog en filmpjes zet ik even opzij. Voorzichtig doe ik alweer afwasjes, kook ik af en toe en hang en vouw ik wasjes. Ook fiets ik alweer. Daarbij laat ik het voorlopig. Straks even naar Kijkduin, kijken naar activiteit van anderen vanaf de zijlijn……Misschien toch wat filmen en dan een patatje met….Is het leven niet verrukkelijk?

hoi

Daar ben ik weer. Het is niet zo dat ik niet in staat was in mijn weblog te schrijven of een filmpje te plakken. Ik was gewoon lui. Liever lag ik languit op de bank te kijken naar een serie op Netflix. Het verraderlijke van Netflix is dat een serie automatisch verder gaat op je scherm als je niets doet, zodat het heel verleidelijk is om aflevering na aflevering te blijven kijken. Voordat je het weet ben je alweer een paar uur verder in de tijd.
Maar het was wel goed voor mijn arme armpje, dat nog wel de nodige rust moet krijgen. De fysiotherapeute heeft me aangeraden beweging af te wisselen met rust. Ik heb de rust wat laten zegevieren, omdat de elleboog nog heel gevoelig is..
Vandaag zijn er mannetjes aan het werk in mijn huis. Of zeg maar mannen, want ze zijn minstens 1.90 meter lang. Het hele huis oogt als een chaos, want ze zijn overal tegelijk aan het werk om in twee dagen CV aan te leggen.
‘Ik houd van mannen die constructieve arbeid verrichten’, zeg ik tegen Ahmad, terwijl we, gebruikmakend van een momentje dat we nog gas en water hebben aan een broodje met koffie zitten. ‘Dat zijn de mensen die onze wereld draaiende houden.’ ‘Dat klopt’, zegt Ahmad. ‘Het zijn niet de bankiers en de regenten die de wereld waarin we leven in stand houden, want zij werken met illusionair materiaal. Geld berust op fictie en wordt niet langer ondersteund door gouden staven of arbeid. Wij blijven in leven dankzij de mensen die zaaien en oogsten en bouwen. Als deze mensen het werk zouden neerleggen, zou de wereld instorten. De werkende klasse is zich niet bewust van de macht die zij eigenlijk heeft.’
Inderdaad. Als de boer het zou vertikken om zijn koeien te melken en de arbeiders in de fabriek massaal het werk zouden neerleggen, dan hadden alle rijke omes en tantes niets te eten en zouden de winkels leeg zijn. Vandaar waarschijnlijk dat ik van kinds af aan rustig word als ik mensen fysieke arbeid zie verrichten. Zij zijn mijn helden.
Momenteel zijn er drie helden aan het werk en ik zit dit berichtje te typen onder het oorverdovend lawaai van hun drilboor. Er moeten flinke gaten geboord worden. Tijdelijk is er geen water en geen gas. Ik heb net gebruik gemaakt van het laatste restje in het toiletreservoir om mijn behoefte te kunnen doen. Ik hoop dat de mannetjes het even ophouden.
Op mijn andere pc is een filmpje in de maak.
Het filmpje is inmiddels klaar.
https://youtu.be/OZ_jsHR4GjY

Voortaan alles in 1 weblog

Goed nieuws. Geen gezoek meer naar wat de link ook alweer was. Voortaan alle stukjes in één weblog, dat gewoon mijn naam draagt. Ook alle oude artikeltjes uit gotas de rocio zijn netjes op datum in dit weblog geplaatst, zodat ik het oude weblog voor altijd kan laten verdwijnen.
Denk nu niet dat ikzelf zo slim was om dit voor elkaar te krijgen. Dat heeft mijn autodidacte computerwizard Ahmad voor me gedaan. Ik kon alleen maar verbaasd over zijn schouder meekijken hoe hij dat fikste. Het moeilijkst bleek nog het vervangen van de foto op de header. En nu nog proberen de lettertjes wat groter te krijgen. Ik houd van klaar en helder en groot.

So good to be home

Zo blij was ik om weer in het groene groene knollenland terug te zijn. Op 1 juni kwamen we aan in de namiddag en op twee juni sprong ik met veel plezier op mijn ijzeren ros om wat boodschapjes te halen. Het begon te regenen, maar zelfs de heerlijk heldere regen maakte me blij, om maar niet te spreken van alle kleurrijke vogels die ik weer zag rondvliegen in mijn wijk.
Ook op 3 juni maakte ik een mooi fietstochtje naar mijn kappertje. Opgelucht was ik dat mijn haar weer was gekort. Dezelfde middag nog ging ik met Ahmad op stap, ieder op de fiets, om te kijken naar winkels voor tiffany en glas in loodbewerking.
Ik werd ingehaald door een Sjonnie, die me afsneed met zijn ebike. Hij dacht er wel langs te kunnen, maar had niet gerekend op een boom aan de linkerkant van het fietspad. Voor ik wist wat er gebeurde, zat ik op de grond naast mijn fiets met een ontiegelijke pijn in mijn linkerelleboog. Ondertussen stond Ahmad achter me tegen mijn hoofd te drukken. Hij probeerde als Jantje op de dijk met zijn blote handen het gat in mijn hoofd te dichten, waaruit rijkelijk bloed vloeide. ‘Kunt u misschien opstaan’, vroeg een fietsster, die het kennelijk niet zo fijn vond dat ik nu het fietspad blokkeerde. ‘Nee, ik blijf liever zitten’, was mijn gelaten antwoord. Een andere vrouw hoorde ik boos schreeuwen naar Sjonnie, die me zoeven zo geruisloos had aangereden met een snelheid van ongeveer 30 km. ‘Ik heb het wel gezien, hoor, Ik ben getuige,” hoorde ik haar zeggen, waarop Sjonnie nogal laconiek reageerde. ‘Kan gebeuren toch?’ Sjonnie bleef er wel bij en belde zelfs 112.
In no time stonden er twee ambulancebroeders naast me die me in de ambulance tilden op een draagbaar. Even later kreeg ik in de ambulance bezoek van twee agenten. Of ik nog wist wat er gebeurd was. Jawel, dat wist ik. Ook Sjonnie werd ondervraagd en bekende schuld. Hij bleef erbij tot de ambulance wegreed. Een vrouw die woonde in de straat van het ongeval kwam ook even bij me buurten in de ambulance. ‘Ik heb net met je man gesproken, hoor,’ zei het goede mens. Halleluja, ze was verpleegster geweest en ze sprak Spaans, omdat ze 7 jaar in Spanje heeft gewoond. ‘De fietsen kunnen zolang bij mij in de tuin blijven staan en je man gaat lekker met je mee in de ambulance. En wee jullie gebeente als jullie mij niet bellen als jullie klaar zijn in het ziekenhuis. Ik kom jullie halen en breng jullie thuis. De fietsen breng ik later wel.’ Holy lord, vanwaar kwam deze engel?
Onderweg naar het ziekenhuis kreeg ik direct een infuusje voor de pijn, die ik waardeerde met een dikke 9. In het ziekenhuis werd ik met gezwinde pas een onderzoeksruimte ingereden, waar men mij volledig onderzocht op mogelijk ‘overig letsel’ naast de helse elleboog. Mijn nek kon gebroken zijn (dat schijn je vaak niet te voelen) en er kon hersenletsel zijn cq overig inwendig letsel. Ik kreeg een complete foto-shoot van alle delen van mijn karkasje, alsmede een scan. Toe maar! Gelukkig werd ik daarna uit mijn onzekerheid verlost omtrent het eventuele nekletsel. Dat had ik niet. Wel een vervelende elleboogfractuur, die niet zonder operatie kon genezen. De gaatjes in mijn hoofd konden geplakt worden.en ik kreeg voorlopig even gips van oksel tot net over mijn duim. Na een tijd wachten in de wachtkamer, een flinke tijd, want dit was het enige dienstdoende ziekenhuis vandaag vanwege het installeren van een nieuw computersysteem in de overige ziekenhuizen.Je hebt namelijk Haga en Haaglanden. Ik kon niet terecht in Haga, net als alle andere gewonden.
Enfin, uiteindelijk, na vele uren, hoorden we dat ik waarschijnlijk op 7 juni geopereerd zou worden aan de elleboog. We belden onze engel en terwijl wij op een stoepje zaten te wachten op haar komst, leken we net twee junks. Ik met mijn aan één kant nog bebloede hoofd en met vlekken op mijn kleding. Ik had nog het dringende advies meegekregen dat ik mijn haren minstens 36 uur beter niet kon wassen.
De moraal van dit verhaal:
Mijn oma zei altijd: ‘Je kunt het niet knippen met een schaartje.’ Waarmee zij bedoelde dat je het leven niet kan ‘uitknippen’ en ‘modelleren naar je wensen’. Soms moet je dingen nemen zoals ze komen. In ons geval betekende dat: voorlopig niet samen kunnen fietsen. Ahmad zou weer voor mij moeten gaan zorgen. Een ‘one-armed bandit’ kan heel weinig. Niet meedoen aan de ramadan, in ieder geval zolang ik onder de dope zit van de pijnstillers.
‘Maar…..’, zei het handje dat gauw gevuld is. ‘Er komen altijd weer andere tijden.Het had veel erger kunnen zijn.’
Dinsdag mogen de hechtingen eruit. Wie weet kunnen we nog een stukje mee vasten en kan ik al snel weer fietsen.
https://youtu.be/yN3YDieBmuU
 

Geloof en religie

Hebben jullie even? 😉
Gisteren keek ik een tv-programma terug van de evangelische omroep, dat heet ‘adieu God’. In dit programma worden mensen geïnterviewd die zijn opgegroeid met een religie en in de loop van hun leven het geloof hebben afgezworen. Gisteren kwam er een voor mij interessante gast aan het woord, Arthur Japin.
Hij maakte een onderscheid tussen geloof en religie. God in de betekenis zoals de religies die eraan geven heeft hij afgezworen, maar hij gelooft wel in liefde en vergeving en proberen in al je gedrag een ander niet te beschadigen. Dit heeft hij volgehouden vanaf zijn jeugd en ondanks dat hij geen prettige jeugd had (zijn ouders hadden een gewelddadige relatie en op school werd hij gepest), heeft hij op zijn 18e jaar een voor hem belangrijk besluit genomen, dat zijn verder leven bepaald heeft. Hij besefte dat hij hij boos kon zijn en rancuneus om wat hem was overkomen, maar daarnaast zag hij een andere mogelijkheid. Hij kon zich ook verplaatsen in de mensen die elkaar en hem dingen aandeden en ervoor kiezen ze te willen begrijpen. Dat deze mensen hadden gehandeld op een manier zoals zij alleen maar konden, gezien hun verleden of omstandigheden. Hij besloot mensen te vergeven.
Maar hij moet niets hebben van religie, zodra het een stelsel van regels wordt aangaande wat wel en niet mag en wat moet. Dan wordt het dwangmatig en liefdeloos en daar heeft hij niets  mee. Ook het oordelen over anderen ziet hij als iets menselijks en kleinzieligs. Hij kan zich er niet in vinden dat God zo naar mensen zou kijken.
Ik herkende veel in Arthur Japin en vond ook zijn gezicht buitengewoon sympathiek en ontspannen. Ik heb wat van hem geleerd. Wat hij zei heeft me aangezet tot nadenken over mijn eigen positie in deze discussie omtrent geloof en religie.
Als kind besefte ik al heel vroeg dat er een hogere macht bestond, iets dat ik niet kon definiëren, maar wat ik wel voelde in alles wat ik zag en meemaakte om mij heen. Ook al ontkenden mijn ouders glashard het bestaan van een god, ik werd daardoor niet van mijn overtuiging afgebracht.
Vervolgens kreeg ik de behoefte om mijn godsbesef te plaatsen in één van de bestaande religies. Ik ging met een vriendinnetje naar de katholieke kerk, maar begreep niets van de rituelen. Deze riepen bij mij eerder weerzin dan herkenning op. Ik ging als student naar de domkerk en liet me overspoelen met donderpreken, waarna ik mistroostig weer het zonlicht in stapte. Ook de gedachte dat wij in principe zondig zijn en verdoemd riep bij mij totaal geen herkenning op. Waar was de liefde en het erbarmen? Konden mensen werkelijk geloven dat er een bijzonder vredelievend en tolerant persoon aan het kruis genageld moest worden om op te draaien voor de zonden van de gehele mensheid? Heel naïef kwam die gedachte op mij over. Nee, ik was ervan overtuigd dat wij wel degelijk verantwoordelijk zijn voor onze intenties en daden.
Ik zocht naar overeenkomsten tussen de diverse geloven en meende dat die dan misschien een kern van waarheid konden bevatten, maar nergens voelde ik me zo thuis dat ik me ‘er in wilde storten’.
Tot ik in aanraking kwam met de islam. De eerste keer was dat via een programma op de VPRO. Ik hoorde het azan (oproep tot het gebed) en zag mensen bidden naar één punt. Het ontroerde me mateloos, zonder dat ik begreep waarom. Het was zomer en ramadan en aan de overkant van het kraakpand waarin ik toen woonde bevond zich een groep ‘gastarbeiders’ (zoals die toen nog genoemd werden). Als het donker werd dacht ik aan hen: ‘O, nu gaan ze pas eten. Wat hebben deze mensen veel over voor hun Schepper. Wat een liefde moet je bezitten om dit een maand vol te houden.’
Ik besefte toen nog niet dat de islam een stelsel van regels is dat kinderen in islamitische landen met de paplepel wordt ingegoten. Mensen vasten veelal niet uit liefde maar uit angst. Angst voor Allah en de hel en angst voor de buren, die nauwlettend in de gaten houden of je inderdaad niets eet gedurende de dag. Dat zag ik toen nog niet.
Ik kwam weinig in contact met moslims en hoe ze dachten en leefden, maar las wel de Qur’an. Ondanks de passages die ronduit vrouwonvriendelijk zijn en de passages over geweld en oorlog en hellevuur en hemel (waarvan dan een beeld wordt geschetst dat vooral voor mannen aantrekkelijk is) werd ik toch bekoord door dit boek dat door moslims als heilig wordt gezien. Ik zag alleen het mooie in dit boek (dat er zeker ook in zit!) en voor de wat wredere en vrouwonvriendelijke passages kneep ik een oogje dicht. Zo primitief kon Allah in mijn ogen toch niet werkelijk denken. Dit moest vast geplaatst worden in de tijd waarin het boek ontstaan is.
Ik was ervan overtuigd dat ik moslim wilde worden. Dit was het geloof waarin ik mezelf herkende. En ik wilde het zo goed gaan doen als ik kon.
Ik had de pech dat ik vervolgens terecht kwam in een milieu waarin men de meest achterlijke interpretatie van islam hanteert, de wereld van de Pashtun, het grensgebied tussen Pakistan en Afghanistan. Ik trouwde met een ongeletterde Pathan en meende dat dit niet uitmaakte, ook al had ik zelf net mijn studie psychologie afgerond. Immers de profeet was ook ongeletterd.
Jaren gingen voorbij waarin ik mijn geloof zo goed als ik kon beleed. Intussen had ik een echtgenoot die niet vastte niet bad, maar mij wel confronteerde met de misogyne opvattingen uit zijn achterlijke thuisland. Ik durfde lange tijd niet te scheiden, omdat er immers in de Qur’an stond dat Allah niet hield van scheiding. Ik zat gevangen in een keurslijf van regels waar ik geen voeling mee had. Maar ik vond gek genoeg wel troost bij de gedachte aan de genade en liefde van Allah. Dat sleepte me door 16 jaar ellende heen met een schizofrene man wiens waanbeelden steeds absurder werden. Tot ik uiteindelijk besloot definitief te vertrekken.
Ik bleef moslim, ook toen ik gescheiden was, maar voelde me totaal niet verbonden met andere moslims. Ik kreeg steeds meer moeite met de intolerante uitstraling van de islam als religie. Bijna wilde ik van mijn geloof vallen, tot ik in aanraking kwam met het soefisme binnen de islam. Daar vond ik veel terug van de reden waarom ik me lang geleden had bekeerd tot de islam. De liefde, het zoeken naar de fout in jezelf in plaats van in de ander, het niet oordelen. Het je willen overgeven aan de wil van Allah, die voor mij Liefde en Vergeving symboliseerde.
En  nu…..ben ik opnieuw teleurgesteld, want ook bij de soefies zie ik die starheid en het alleen maar zoeken naar ‘soortgenoten’. De zelfgenoegzaamheid dat zij het ‘bij het rechte eind hebben’. De machtspelletjes van mannetjes die allemaal voor een soort sheikh willen spelen. Het verheerlijken van ‘de sheikh’ als een soort sinterklaas die al je problemen voor je zal wegnemen.
Ik kan er niet in meegaan en voel me er niet meer thuis, evenmin als bij de ‘gewone’ moslimgemeenschap die steeds meer salafistische trekken begint te vertonen. Saoedi Arabië heeft al veel geld besteed aan het bestoken met salafistische propaganda van een groot deel van de moslimgemeenschap over de hele wereld. Rigiditeit, starre regels en een totaal verdwijnen van liefde. Een godsdienst gebaseerd op angst.
Ik ben teleurgesteld.
Ik heb in 1978 mijn godsbeleving geplaatst in een kader, de islam. ‘Was het nodig?’, vraag ik me nu af. Kennelijk wel, want anders had ik het toen niet gedaan. Ik kan niet weten hoe mijn leven was gelopen als ik mezelf niet op jonge leeftijd had onderworpen aan een stelsel van regels waarmee ik niet was opgegroeid. De liefde en het godsbesef had ik al en dat zou  ook zeker wel zo gebleven zijn.
En waar sta ik nu? Ik bemerk bij mezelf al geruime tijd een frustratie. Kon die lange tijd niet plaatsen, want ik ben van nature een zonnig mens. Ik meende het te moeten gooien op mijn kwalen en pijnen van de laatste tijd. Maar dat kan ik niet staande houden. Ik heb in het verleden ook daarvan mijn deel gehad en het ontmoedigde me nooit en benam mij niet de veerkracht en het vertrouwen. Ongevraagd krijg ik de laatste tijd vaak flashbacks (herinneringen uit mijn verleden die zich dan helder als glas voor mijn ogen afspelen), meestal van minder prettige aard. Ben ik dan boos op de mensen die mij dingen hebben aangedaan?
En nu kom ik weer bij wat ik van Arthus Japin gisteren heb horen zeggen. Hij heeft (zij het gedurende kortere tijd dan ik) ook een aantal nare ervaringen met mensen opgedaan. Hij wist dat hij daarover boos kon zijn, maar dat hij dat dan zijn leven lang niet meer zou kunnen afleggen. Hij besloot te vergeven en zich te verplaatsen in de daders. Datzelfde heb ik ook lange tijd gedaan (wat betreft mijn ouders en mijn ex). Waarom zou ik dat nu ineens niet meer kunnen?
Er zit mij iets anders dwars, dat veel dieper gaat. Ik heb me bekeerd tot de islam en kwam daarbij in aanraking met een stelsel van strenge regels. Ik heb me eraan gehouden en daarvan heb ik geen spijt. Maar voor mij is het volgende een desillusie: Te lang heb ik de interpretaties van de Qur’an van medemoslims (soefies en niet-soefie) voor zoete koek aangenomen. Ik durfde bepaalde dingen niet ter discussie te stellen, niet in mezelf en niet tegenover anderen. Er rust namelijk een enorm taboe op. Daar heb ik spijt van. Ik voel me wat dat betreft als het ware ‘in de mailing genomen’, maar moet daarvoor ook de verantwoording dragen.
Nu heb ik een groep gevonden op facebook, waarin moslims en ex-moslims openlijk uitkomen voor hun twijfels aangaande de Qur’an en vooral de hadith. Sommigen hebben hierdoor hun hele geloof aan de kant gezet en noemen zich nu atheïsten. Ik kan me dat voorstellen, omdat deze mensen dikwijls opgegroeid zijn in een land waarin men zegt dat als je twijfelt aan ook maar één zinnetje in de Qur’an, dat je dan geen moslim meer bent. Dat idee nemen zij dan weer wel klakkeloos over (!). Het is net als met christenen die niets meer willen weten van de strakke dogma’s van de kerk. Zodra ze daarvoor uitkomen worden ze door christenen gezien als afvalligen en gaan ze zelf ook geloven dat ze ‘ongelovigen’ zijn. Ze gooien dan als het ware ‘het kindje met het badwater weg’. Het hele geloof gaat overboord.
Ik vind dat jammer voor die mensen, want het kan best zijn dat zij eigenlijk diep gelovig zijn, misschien wel geloviger dan de mensen die in naam een religie (wat deze ook moge zijn) aanhangen.
Daarom voel ik voor de tweedeling geloof en religie. Je kan gelovig zijn zonder een religie aan te hangen. Maar je kan ook een religie aanhangen zonder gelovig te zijn (uit angst) en je kan een religie aanhangen en gelovig zijn. Dat laatste heb ik de afgelopen bijna 40 jaar gedaan.
En nu?
Ik ben nog steeds gelovig en noem mezelf dus moslim. Ik wil me overgeven aan de wil van Allah (God). En Allah symboliseert voor mij Liefde, Genade en Verdraagzaamheid. Ik blijf bij wat mijn moeder vroeger al zei, als ik discussieerde met mijn stiefvader over het al dan niet bestaan van een god. ‘Het gaat er alleen maar om dat je een ander niet aandoet wat je ook niet zou willen dat een ander jou aandoet.’ Dat zegt Arthur Japin ook. Hij wil een ander niet beschadigen en denkt daarom na voor hij iets zegt of doet.
Ik voel me niet langer verbonden met medemensen die zichzelf moslim noemen, omdat er grote verschillen zijn in hoe ik nu denk en hoe de meeste van hen denken. Ik blijf wel bidden en vasten in de ramadan. Omdat ik weet dat dit mij goed doet en uit trouw aan een belofte die ik ooit deed. Het laatste oordeel is aan Allah.