Bang dat mensen boos op me zijn als ik voor mezelf opkom

Eindelijk had ik tijd om de houten onderzettertjes, waarop Ahmad bloemetjes had getekend met pyrografie, in te vullen met kleur door middel van olieverf. Tevreden ben ik nooit. De kleuren in de natuur zijn ongeëvenaard mooi en vrijwel niet na te schilderen. Dus ik deed maar wat. Toch zijn ze wel leuk en een stuk minder saai dan ze waren. Als de verf helemaal droog is, krijgen ze een transparante vernislaag.

Als ik ’s nachts een plasje moet doen, kijk ik vaak even naar de raamdecoratie die Ahmad het laatst maakte van tiffany. Tegen de achtergrond van het lamplicht van de lantaarnpalen in onze straat krijgt de decoratie een mooie en mysterieuze uitstraling, nog mooier dan overdag.

Gisteren heb ik toch de buurvrouw gebeld. Ik wilde weten hoe de vlag erbij hing. Was ze boos op me door mijn aankondiging dat ik mijn zorg voor haar ging minderen en zoveel mogelijk beperken tot de boodschappen of was ze o.k.? Ik betrap me er steeds op dat ik bang ben voor de reactie van mensen als ik mijn grenzen stel. Meestal is dat ten onrechte. In het verleden merkte ik juist vaak dat mensen daarna met meer respect met me omgingen. Maar de angst voor afwijzing en woede zit diep in me. Ik had geen rust voordat ik wist wat haar reactie was. Dus ik belde haar….

Ze deed ‘normaal’ tegen me aan de telefoon. Maar dat zegt niet veel. Ik heb gezien dat ze ook tegen mensen over wie ze juist nog tegen mij heeft zitten klagen heel normaal doet. Meestal begint ze, als iemand komt of belt, direct te kletsen over zichzelf en kennelijk doet het er dan voor haar niet veel toe wie haar toehoorder is. Ze had geen boodschappen nodig, zei ze, maar ze had wel een paar enorme kartonnen dozen voor mijn papierbak. ‘Kan ik die ook maandag meenemen als ik boodschappen ga doen en dat je ze nu even wegzet in een hoekje?’ vroeg ik haar. Nou, ze stonden wel enorm in de weg en dat was geen gezicht. Dus ik beloofde haar de dozen over een half uurtje op te halen. Bij binnenkomst liet ze me drie azalea’s zien die ze in de keuken had gezet. Ze waren nog in bloei maar bijna uitgebloeid. Ze gooit ze dan altijd weg en bestelt dan nieuwe bij een florist. Een paar keer heb ik de oude meegenomen en in mijn tuin gezet. Ze leven daar vrolijk verder en komen ook opnieuw in bloei. Maar elke paar weken azalea’s planten in mijn tuin wordt wat veel, dus ik bedankte haar ervoor. Ik zag dat ze dat jammer vond, want nu bleef ze ermee zitten. De ‘enorme’ dozen zie ze had staan bleken een paar in elkaar geplaatste kartonnen doosje te zijn van in totaal misschien 50 x 30 cm. Ik bleef beleefd even zitten en nam de doosjes mee. ‘Als je een boodschappenlijstje hebt, bel me dan maar,’ zei ik haar en ik vertrok.

‘Je had haar niet moeten bellen,’ zei Ahmad toen ik terugkwam. ‘Doe ik ook niet meer,’ zei ik. ‘Ik weet nu dat alles nog in orde is.’ Maar ik voel wel dat er iets veranderd is. Ik zie haar nu met andere ogen. En zij mij misschien ook.

Genieten in de tuin met een boek van Benedict Wells

‘After the rain’

Allemaal shabnams op de bladeren 🙂

Nu voel ik pas echt het verschil tussen mijn situatie nu en de situatie (met mijn niet aflatende zorg voor de buurvrouw) hiervoor. Ik voel me zo bevrijd. Af en toe denk ik wel aan haar en hoe het was, toen ik vrijwel elke dag wel drie keer een half uur tot een uur bij haar zat en me gedroeg als een soort mantelzorger. Mijn hele leven stelde ik op haar in. Ik deed mijn eigen dingetjes in de tijd die ik overhield naast de zorg voor haar, maar dat kwam meestal neer op het hoognodige. Voor mijn hobby’s had ik geen tijd meer en ook mijn kinderen zag ik weinig. En nu heb ik me deels van die enorme zorg bevrijd, maar het voelt nog als een klein trauma, al lijkt dat misschien overdreven voor de lezer.

Ik vergelijk het met het voorbeeld waarin je misselijk bent en bijna moet overgeven. Bij elke golf van misselijkheid komt je dan vaak het eten voor de geest dat verkeerd gevallen is of dat misschien niet meer vers was. Dat eten is dan waarschijnlijk de oorzaak van je misselijkheid. Ik heb de afgelopen jaren in toenemende mate een overdosis buurvrouw gehad. Dat is gekomen door allerlei omstandigheden. Haar zoon kreeg corona, waarvan hij langdurig ziek bleef en daarna moe. Zijzelf ging achteruit door de wond die maar niet dicht ging en de in de steeds vervelendere behandelingen die ze daarvoor kreeg. En ik, die begonnen was met in het begin alleen boodschappen te doen voor haar, liet me steeds meer in met verdere zorg voor haar. Mijn drijfveer was medelijden met deze vrouw, die er zo alleen voor leek te staan.

En nu tril ik als het ware nog een beetje na. Ahmad zegt dat hij aan mijn gezicht kan aflezen dat ik nu veel meer ontspannen ben. En dat is ook zo. Ik schilder weer en ik heb het gevoel of ik nu weer tijd heb voor mijn eigen leven. Mijn kinderen zijn ook blij met de nieuwe situatie. Mijn directe omgeving maakte zich al langer zorgen over mij dan ik. Zelf werd ik pas echt wakker, doen ik op een dag mijn tasje vergat en mijn sleutelbos tot twee keer toe in de deur liet hangen. Toen begreep ik dat ik niet meer gefocust was door stress.

Ik heb afgelopen maandag nog boodschappen gedaan voor de buurvrouw. Het kan zijn dat ze inmiddels weer wat levensmiddelen nodig heeft. Maar ik bel haar niet. Ze kan mij bellen om te vragen om meer boodschappen. Ik wacht het af. Het kan zijn dat ze me niet meer belt. Dat kan dan zijn omdat ze me niet meer wil belasten en dat haar zoon het al overneemt van mij of omdat ze boos is, omdat ik heb gezegd dat ik mijn zorg voor haar wil minderen. Ik heb zoveel verhalen van haar gehoord over ander mensen in haar leven die in haar beleving dingen fout doen, dat ik het voor mogelijk houdt dat zij hetzelfde nu ook doet tegen anderen over mij. Ik heb haar gezegd dat ik tot oktober de boodschappen voor haar wil blijven doen. Als zij daar geen gebruik van wil maken om wat voor reden dan ook, dan zij het zo.

Ik ben nu bezig met het afschilderen van haar portret.

Corona verspreidt zich

Het was te verwachten, dat er een kans was op besmetting tijdens de trouwpartij afgelopen vrijdag. Er waren zoveel gasten en er werd veel geknuffeld en omhelsd. Om maar niet te spreken van de drukte op de dansvloer. Ik had me voorgenomen niet veel te gaan dansen, maar toen ik de muziek hoorde kon ik niet blijven stilzitten. Dus ik danste me ook in het zweet te midden van andere enthousiastelingen.

Ik weet niet hoeveel mensen zijn ziek geworden na het feest, maar mijn zoon was helaas één van hen. Hij ligt met spierpijn, koorts en andere coronaklachten in zijn bed uit te zieken. Hij heeft zich getest en het was inderdaad corona. Ik hoop dat hij snel hiervan zal herstellen. Ik had graag naar ze toe willen gaan morgen, maar angst voor besmetting houdt me tegen.

Maandag is mijn lief jarig. Ik geef hem als cadeau een minivakantie. En we hopen woensdag 6 juli te vertrekken en terug te keren op 9 juli. Ik heb voor deze natuurman een huisje in de natuur geboekt. In mijn geliefde Brabant. Hij was daar ook een keer, om zijn digiD te activeren bij een gemeente daar en hij vond Brabant ook prachtig. Dit is het huisje dat ik vond op natuurhuisje.nl. Er zitten ook twee fietsen in het pakket. Dat wordt genieten van de mooie omgeving inshaallah. Maar daarom probeer ik nu besmetting te vermijden.

Ontbijten in de ochtendzon

Hoe heerlijk is dat, om met kleine slokjes je enorme kop met koffie te kunnen drinken en daarbij een broodje te eten in het ochtendzonnetje, uitkijkend op de bloemetjes en de vlinders en de bijtjes.

‘Dit is rijkdom,’ zegt mijn liefste. En ik bevestig dat.

Ik geniet enorm van de tijd die ik nu ineens overhoud, nu ik me niet meer 24/7 bezig houd met de buurvrouw. Ik besef nu dat ik daarin enorm was doorgeslagen. Als ik niet bij haar was, dan was ze (te) vaak in mijn gedachten. Heeft zij wel voldoende vitamines? Voelt ze zich alleen, wanhopig, bang? Ik maakte me druk om haar alsof ze mijn moeder was. Nu nog heb ik de neiging om weer in die valkuil te vallen, maar ik houd me in en ik ga zo verder met het beschilderen van de onderleggertjes.

We zijn dit jaar zo blij met alles was groeit en bloeit in onze tuin, dat ik elke dag een foto wil plaatsen in mijn weblog van wat wij allemaal mogen zien hier.

Hier is er nog één:

In voortuin

Topfotograaf voor bruiloften

Marnix de Stigter is een steengoede bruiloft-fotograaf. Hij stuurde mijn dochter alvast een voorproefje van de talloze foto’s die hij schoot van de bruiloft, vanaf de voorbereidingen in hun huis tot aan het einde van het feest. Ik zag hem de hele dag doorlopend foto’s schieten.

Ik wil er hier enkele delen:

Voorbereidingen in hun huis
Ik mocht de sluier aangeven
Bruidegom haalt zijn bruid op
fotoshoot in Rotterdam
Bruid wordt weggegeven door haar twee zoons
Vader van de bruidegom
Iedereen ging los!
Wauw!

Uitgerust en probleem opgelost 😌

Vannacht heb ik heerlijk geslapen en vandaag was ik vol energie. Dan ga ik als een turbo.

Buurvrouw had het boodschappenlijstje al klaarliggen (een goede verstaander heeft maar een half woord nodig en zij is bepaald niet achterlijk). Ik legde haar nog eens uit dat ik haar zeker niet in de steek ga laten, maar dat ik mijn diensten voor haar en de bezoekjes alleen efficiënter ga indelen. Ze begreep me dit keer heel goed. ‘Ik moet je ook niet overlopen,’ zei ik. ‘Dat is alleen maar te druk voor jou en mij.’ En toen bekende ze dat ze er soms echt last van heeft als bepaalde mensen (natuurlijk ben ik dat niet, maar een andere buurvrouw 😉) haar bombarderen met bezoek en maar blijven zitten. Zij heeft haar dingen te doen (vooral strijkwerk) en kan niet zoveel gestoord worden. Precies!

Het idee om naar een bejaardenwoning te gaan staat haar absoluut niet aan en dat zal ze ook nooit willen. Ondanks de trap wil ze hier blijven wonen tot het einde van haar dagen. Ik denk dat dat alleen maar gerespecteerd moet worden als haar keuze. De zuster kwam langs voor haar wond en deze zag er niet heel slecht uit en is sowieso niet ontstoken. Er is nog hoop dat de wond uiteindelijk dicht gaat.

Alles pais en vree en ik heb meer tijd gekregen voor mezelf.

Ik besef ook en ik bekende haar dat ikzelf degene ben die in toenemende mate veel werk naar me toe heeft gehaald door te snel eruit te flappen, als bijvoorbeeld iemand haar belooft iets te doen en het alsmaar niet doet, dat ik het dan wel even doe voor haar. Maar nee dus, ik moet geen werk naar me toetrekken, als een ander het laat afweten. Dat ik dat tot op heden wel deed is mijn eigen fout. Vandaag vertelde ze me dat de buurvrouw boven haar beloofd heeft sloffen voor haar te kopen, maar zij heeft dat nog niet gedaan. Ik zei haar: ‘Bijna wilde ik je zeggen dat ik de sloffen wel ga kopen, maar ik weet me nu in te houden’. ‘Dat moet je ook niet meer doen,’ zegt de Haagse, bijdehante schat. ‘F. moet dat voor me doen.’ De buurvrouw en ik begrijpen elkaar weer.

Blij loop ik naar huis. Ik heb een hele week van vrijheid voor me.

Nagedacht

Goedemorgen!

Vannacht sliep ik weer weinig. Eenmaal wakker om 3 uur in de nacht kon ik de slaap niet snel vatten. Te veel gedachten tolden door mijn hoofd. Meestal kan ik die mallemolen van gedachten wel stopzetten, maar dit keer lukte me dat niet. Ik had genoeg om te overdenken.

Heb ik in mijn opgewondenheid en blijheid geen stomme dingen gezegd tijdens de bruiloft, toen ik sprak met zoveel mensen? Het meeste dat ik gezegd heb kwam wel door mijn keuring, maar was ik niet te openhartig? Ben ik niet vergeten de bruidegom te feliciteren in alle drukte? Enz.

En natuurlijk waren er gedachten aan de buurvrouw. Ineens kwam een idee in me op. Zij zit al jaren opgesloten in haar huis door een niet dichtgaande wond aan haar voet vanwege één stomme trap drie ze af moet om naar buiten te kunnen. Het is maar een kleine trap, want ze woont net iets boven de begane grond, maar het is wel een trap. Zelfs al zou haar wond herstellen en netjes dicht gaan, dan kan zij nóg niet die trap af met haar rollator in haar handen. En als dat wel zou lukken en ze zou zelf haar boodschappen doen, dan zou ze nooit met haar boodschappen en de rollator de trap op kunnen. Ze is in al die jaren nooit helemaal hersteld van haar gebroken heup, omdat ze niet heeft kunnen revalideren.

Zou ze daarentegen in een bejaardenwoning met een eigen badkamer en keukentje wonen in een gebouw met lift, dan kon ze wel naar buiten en zelf haar boodschappen doen en deze op haar rollator meenemen. Ook al zou ze in een rolstoel zitten, dan kon zij nog naar buiten. Nu wil ze van haar spaargeld nieuwe vloerbedekking en nieuwe gordijnen aanschaffen voor in haar huis, maar zou het geen beter idee zijn als ze van dat geld een scootmobiel kocht? Dan kan ze overal heen. Zij denkt nu dat weggaan uit de woning die ze nu bewoont voor haar het einde zal betekenen, maar ik denk dat het een nieuw begin voor haar kan zijn. Ik kan me voorstellen dat ze niet naar een verpleeghuis zou willen met alleen een bed en een kastje, maar een aanleunwoning met daarin haar dierbaarste spulletjes is wat anders. Ze zou in zo een woning veel hulp krijgen, minder aan haar huis hoeven poetsen en ze zou eindelijk zelfstandig naar buiten kunnen, wat haar vanuit haar huidige woning met de trap nooit zal lukken. Ze verzet zich nu koppig tegen het idee om te verhuizen en dat begrijp ik wel, omdat het lijkt alsof ze daarmee aan zelfstandigheid gaat inboeten. Maar het tegendeel is waar. Omdat zij nu ‘gevangen’ zit in haar huis en niet om kan gaan met internet (waarop ze anders eventueel boodschappen zou kunnen bestellen) en geen boodschappen wil pinnen, is zij afhankelijk van haar zoon die geld voor haar pint en komt brengen en van mij om met dat geld haar boodschappen te doen. Dit kan zij als zij in een flat met lift woont allemaal zelf. Ze heeft in zo een kleinere woning minder werk, woont dichter bij haar zoon (in Rijswijk) en kan naar buiten wanneer zij wil. Eureka!

Ik wilde eerst vandaag naar haar toegaan om haar gerust te stellen en te zeggen dat ik haar heus niet in de steek ga laten, maar dat ik op een efficiëntere manier de dingen voor haar wil doen om zo meer tijd voor mezelf over te houden. Ik vond het zielig dat ze misschien in de rats zat over het eventueel wegblijven van mijn verdere hulp. Maar ik ben toch niet gaan praten. Laat zij ook maar even nadenken. Ik héb immers gisteren al gezegd dat ik haar heus nog wel ga helpen maar dat ik alleen mijn bezoekjes aan haar wil minderen.

Morgenochtend zal ik haar bellen en vragen of ze al een lijstje heeft gemaakt van haar boodschappen en als dat zo is ga ik naar haar toe. Ik haal de boodschappen en zal haar proberen duidelijk te maken wat ik wel en niet voor haar kan doen. Als het eventueel ter sprake komt zal ik haar ook de voordelen laten zien van een andere woning met lift. Maar ik zal voorzichtig zijn met dat idee en het niet te snel naar voren brengen. Alles op zijn tijd…

Vandaag had ik een heerlijke rustige zondag. Ik heb lekker wat bloemen geschilderd op de onderleggertjes, lang met mijn schoondochter kunnen napraten over de bruiloft en me geen kopzorgen gemaakt of de buurvrouw wel goed at. Ik ben zélf bijna een kilo afgevallen in de afgelopen week van alle stress🥴.

Verbintenis met anderen

Toevallig las ik vandaag via een link op twitter dit bijzonder lezenswaardige artikel met de letterlijk geciteerde woorden van een psychiater over wat er in onze maatschappij ontbreekt aan het welzijn van mensen: de werkelijke verbintenis met anderen. Hij noemt dit zelfs de echte crisis van deze tijd.

Ik had net thee gedronken na een flinke siësta van bijna twee uur diepe slaap. Ik was vandaag uitgeput, na twee nachten van te weinig slaap, eerst van een soort zenuwen voorafgaand aan de bruiloft van gisteren en afgelopen nacht vanwege het late uur waarop wij eindelijk in bed lagen, na een mooie maar zeer intensieve dag met veel emoties en veel verbintenis met anderen. Ik was verrast hoeveel mensen me benaderden en hoe fijn dat contact was. Het waren goede vrienden van het bruidspaar, die heel blij waren voor mij en mijn dochter dat ons contact nu weer zo goed is na een paar jaar van onmin door een kink in de communicatie. Ik kende een paar van die mensen al uit eerdere contacten maar sommigen ook niet, maar er was direct verbintenis. Het hele feest, met een flink aantal gasten, was er één van verbintenis over en weer. Je kon zien hoe innig en direct de mensen met elkaar communiceerden en de liefde en vriendschap onderling was voelbaar.

Hoe anders was dat vandaag voor mij, toen mijn buurvrouw me belde op een moment voorafgaand aan mijn enorme siësta van vandaag, toen ik nog zo uitgeput was dat het me wat duizelde. (Het was geen kater, want wij drinken geen alcohol)

Zij vroeg me of ik vandaag nog boodschappen ging doen en daarop zei ik ‘nee’. Ik vertelde haar dat ik erg moe was na gisteren. (N.B. Ik had afgelopen woensdag speciaal heel veel boodschappen voor haar gehaald zodat ze even vooruit kon) Ze toonde weinig begrip voor mij, maar liet eerder haar teleurstelling doorschemeren. ‘Ik heb je toch een paar dagen met rust gelaten?’ Het was waarschijnlijk nieuw voor haar dat ik niet direct in de houding stond om haar diensten te bewijzen. Ik vroeg haar of het niet kon wachten tot maandag. Wat had zij dan dringend nodig? Daarop kon zij niet direct een antwoord geven. Ik zei haar dat ik sowieso wat wil minderen met mijn bezoekjes aan haar, omdat de tijd die ik aan haar besteed de laatste tijd erg is toegenomen, meer dan voor mij goed is. Ik merkte dat ik van haar kant weinig begrip kreeg. Ze bekeek het allemaal van haar kant en zag niet mijn perspectief, ook al probeerde ik het haar uit te leggen. ‘Ik kom de laatste tijd niet meer aan mijn eigen leven toe.’ Het was geen prettig gesprek, maar ik probeer het me niet te veel aan te trekken.

Maandag wil ik er verder met haar over praten. Ik heb haar gezegd dat als zij maandag het boodschappenlijstje heeft klaarliggen, dat ik het dan zal komen halen en dat ik dan die boodschappen voor haar zal doen.

Grenzen stellen is moeilijk voor mij. Altijd geweest. Als ik terugkijk besef ik dat ik steeds meer ruimte voor mezelf heb prijsgegeven voor haar en die heeft zij gretig ingenomen. Nu is het moeilijk de ruimte terug te pakken. Ik merk dat de verbinding in ons contact vooral van mijn kant is geweest. Ik heb me alle jaren erg in haar situatie ingeleefd en heb veel voor haar willen klaarstaan. Maar nu ik wat ruimte voor mezelf wil terug eisen, merk ik dat ze de paar activiteiten die ik naast mijn diensten aan haar heb ondernomen, zoals de ontmoetingen met mijn vrienden aanvoert als reden dat ik nu moe zou zijn. Kennelijk moet ik in haar beleving de dingen die ik voor en met anderen doe maar beperken om meer energie over te houden voor haar. Dat is in mijn ogen niet rechtvaardig.

Mijn zwakke plek is medelijden. Zij heeft die wond die niet dicht gaat. De vacuümpomp en de plastische chirurgie hebben niet aangeslagen. De wond doet veel pijn en ettert enorm. Ze is bang dat ze 10 juli te horen zal krijgen dat de voet eraf moet. Ze ‘dreigde’ vandaag weer dat ze dan euthanasie gaat plegen. Ik begrijp haar angst en ook haar onwil om de consequenties van haar hulpeloosheid onder ogen te zien. Ze wil niet naar een bejaardenhuis, ook al is dat in de buurt van haar zoon in Rijswijk en kan deze haar dan vaker zien en krijgt ze daar de hulp die ze nu ontbeert en die ik voor haar opvang. Misschien moet ze toch afscheid nemen van het leven in haar huis met haar spullen die ze de hele dag loopt te poetsen en de kleren en handdoeken die ze elke dag wast en strijkt. Ik bedacht wat ik zelf zou doen in haar plaats. Ik zou alleen mijn dierbare spullen meenemen en vertrekken naar een plek waar ik hulp zou kunnen krijgen. Soms moet je onder ogen zien dat het niet meer gaat 😢. Ik ben nu die pleister op die etterende wond. Hoe lief ik haar ook vind als mens en hoezeer het me ook pijn doet, ik moet ook aan mezelf denken.

N.B. Vandaag bekende Ahmad mij dat hij een app naar mijn jongste zoon had gestuurd dat hij zich zorgen maakte over mijn diensten voor de buurvrouw. Hij heeft hem gevraagd om met me te praten en mijn zoon op zijn beurt belde zijn zusje en zo is het gekomen dat mijn familie ineens in rep en roer was om mij te redden van mijn ‘redderssyndroom’. Daarom kreeg ik op één dag ineens telefoontjes van zowel mijn jongste dochter al van mijn zoon met het dringende advies om mijn activiteiten te minderen cq totaal te staken. Ik kies voor minderen, maar ik merk dat dit zelfs al op weerstand stuit bij de buuf.

Uitje Scheveningen met oude vriend

Hij stond er al, bij de halte van het Kurhaus, mijn vriend uit vroegere tijden en tot op heden, Theo. Hij was één trammetje voor mij aangekomen en stond gelukkig maar enkele minuten te wachten. Toen ik hem leerde kennen op de boot naar Suriname in 1971 zag hij en anders uit dan tegenwoordig, maar dat wist ik al, omdat ik hem al vaker heb teruggezien.

Zo zag hij eruit in 1971 en nog veel jaren daarna
Nu ziet er er zo uit, maar het is nog steeds Theo.
Monique (sinds 1993 Shabnam) 1971 op de boot naar Suriname (foto uit de Panorama in de ‘veel liefs galerij’😨)
En Shabnam nu. Wat gebeurt er toch allemaal met ons in het verloop van de tijd 😆

Als mensen jong zijn, zie je vaak een glimlach vol hoop en verwachting op de gezichten. Een jong persoon kijkt uit naar een toekomst en staat niet zo vaak stil bij de eindigheid van het leven. Een jong persoon met een onaardig karakter kan alsnog een heel aardig gezicht hebben, omdat levensgebeurtenissen en de reacties van die persoon daarop nog niet zozeer in het gezicht gegrift zijn als in het gezicht van een ouder persoon. Zo vaak zie ik oude mensen met een intens melancholiek gezicht en groeven van verdriet en teleurstelling. Ook zie ik weleens verbittering en een zure, misprijzende trek op een mond van een oudere, die permanent in het gezicht lijkt te zijn geboetseerd. Hoe ouder iemand wordt, hoe gemakkelijker het gezicht van die persoon te lezen is.

De veroudering van Theo en mij na 50 jaar lang ieder een eigen leven, elk met een andere partner en met onze eigen zorgen, mocht hem de pret van ons contact niet drukken. We konden nog altijd fijn en vrijuit praten met elkaar. Het mooie is dat je niet alleen oud wordt, maar dat je omgeving dat ook doet. We brachten uren door op het strand, lopend en met onze kont in het zand en in een strandtent. Pas om 17.30 gingen we in dezelfde tram huiswaarts. Theo stapte uit bij Den Haag CS en ik kon tot het eindpunt van de tram blijven zitten. Eenmaal thuis was ik blij mijn liefste weer te zien.

Oprechte mensen

Vanmorgen bracht ik het laken bij de buurvrouw. De lieverd was verrast dat ik het gestreken had, want dat had echt niet gehoeven.

Met de inleidende woorden dat ik iets met haar wilde bespreken begon ik over het probleem dat ik had met mijn ‘naamloosheid’. Ik zag haar lief en begripvol naar me kijken en ze reageerde op mijn woorden zonder enig defensief gedrag. Daardoor voelde ik me direct op mijn gemak. ‘Eigenlijk is je naam helemaal niet zo moeilijk,’ zei ze ook. ‘Maar ik noem je niet vaak bij de naam.’ En ‘had me maar gebeld, dan had je er niet mee hoeven blijven lopen’. Maar zo erg was het nu ook weer niet. ‘Weet je wel hoe bijzonder het is dat een buurvrouw zomaar dingen voor je doet?’, zei ze ook nog. ‘Je moest eens weten hoe hoog ik daarover opgeef.’

Ik voelde zoveel begrip en oprechtheid van haar kant. Zij is zelf iemand die naar mensen toe heel goed haar gevoelens kan uiten over situaties en soms mensen ook in klinkklare taal de waarheid kan zeggen. Ik zag dat ze het waardeerde dat ik dat nu ook tegenover haar een keer deed. Het was ook direct goed. Probleem opgelost.

Wat een kanjer van een vrouw is het toch. Maar de wond in haar voet doet helse pijn en vanmorgen, toen de verpleging de wond opnieuw kwam verbinden, zag de wond er niet goed uit. Er komt pus uit. Over 10 dagen heeft ze een controle afspraak bij de chirurg.

Morgen eindelijk iets over het weerzien met mijn vriend. 😉