Ontmoeting met mezelf

Het gebeurt telkens weer tijdens de ramadan. In deze maand kom ik steevast mezelf tegen en zo ook nu weer. Die ontmoeting is niet altijd zo prettig. Het is niet leuk om plotseling oog in oog te staan met mijn eigen tekortkomingen. Ik wil de lezer niet belasten met mijn privé jihad tegen mijn nafs (ego). Kan alleen maar zeggen dat ik na bijna 64 jaar in leven te zijn nog steeds verrast ben bij wat ik allemaal tegenkom in mezelf. Ik vergelijk die ontdekkingstocht met een ui. Die heeft verschillende lagen en telkens als je een laag eraf pelt kom je weer een nieuwe laag tegen. Wanneer kom ik bij de kern? Wanneer zal ik zoveel geleerd hebben van mijn fouten en onverstandige beslissingen dat ik alle lagen heb kunnen weg pellen en wordt ik eindelijk de persoon die ik behoor te zijn en waarover Allah tevreden kan zijn? Zal ik dat punt ooit bereiken?
De tijd is voorbij dat ik me verontschuldigde door aan te voeren wat ik heb meegemaakt in mijn jeugd en wat andere mensen fout gedaan hebben met mij in mijn leven. Ik kan andere mensen niet veranderen noch mijn eigen verleden. Kan alleen maar kijken hoe ik nu reageer op dingen en daarin mezelf proberen te  verbeteren. Hoeveel gewoonten en ingesleten patronen zijn er niet in mijn gedrag geslopen. Reactiepatronen die te maken hebben met overlevingsstrategieën uit mijn verleden. Patronen kunnen doorbroken worden. Maar dan moet ik ze eerst ontdekken en dat kan ik alleen door eerlijk naar mezelf te kijken en de feedback te overdenken die ik van anderen krijg. Elk jaar weer tijdens de ramadan  voel ik een onzichtbare steun die mij helpt in dit proces een klein stapje verder te komen. Daar moet ik dan weer een jaar mee verder, tot de volgende ramadan.
Wat een mooie tijd van bezinning.

Allah heeft geen partners

Dat blijkt duidelijk uit veel verzen in de Qur’an, zoals ook de volgende twee verzen:
Sura 7

( 196 )   Indeed, my protector is Allah, who has sent down the Book; and He is an ally to the righteous.
( 197 )   And those you call upon besides Him are unable to help you, nor can they help themselves.”
Hier wordt verwezen naar de beelden van afgoden die de heidense Arabieren in de tijd van de tijd dat de Qur’an werd neergezonden aanbaden. Maar hetzelfde geldt natuurlijk ook voor mensen die wij eventueel om spirituele hulp vragen naast Allah, zoals soefisheikhs. Hoe wijs deze mensen ook zijn, het blijven mensen en dus dienaren van Allah de Almachtige en zij kunnen niets uitrichten zonder Allah. Als we voor Allah staan op de dag der opstanding dan zijn we alleen en dan zullen onze medemensen ons niet baten, noch onze rijkdommen noch onze kinderen en andere familieleden. Dat staat vaak genoeg beschreven in de Qur’an.
En hier hebben de tegenstanders van het soefisme wel een punt. In de soefisme tariqats lijkt het er vaak op dat de volgelingen van een sheikh de sheikh vereren en aan de sheikhs bovennatuurlijke macht toeschrijven. Het kan best zijn dat zij deze ook bezitten, maar voor aanbidding en het vragen om hulp moeten we bij Allah Zelf zijn en daar geen tussenpersonen tussen plaatsen die voor ons ‘een goed woordje’ zouden moeten doen bij Allah. Nergens staat beschreven in de Qur’an dat wij dat zouden moeten doen. Nee, Allah is dichterbij dan onze halsslagader en Hij hoort het gebed van de smekende. Allah is de Ene en Hij heeft geen deelgenoten!
Een soefisheikh is een murshid (d.w.z. een leraar), die de murid (leerling) kan helpen om een betere dienaar van Allah te worden. Maar nooit meer dan dat. Wij moeten een sheikh niet vereren, want alleen Allah heeft daarop recht. Wij kunnen wel luisteren naar de wijze levenslessen van een sheikh en nog belangrijker: ze vervolgens ook in praktijk brengen. ‘Listen en obey’. maar daarmee houdt het op. De sheikhs leren ons een goede ‘adab’. Goede omgangsvormen met de wereld om ons heen te dienste van Allah. Dat is waar het om gaat.
Zelfs de profeten hebben nooit gezegd dat we hen zouden moeten vereren. Zij kwamen in alle tijden dat de mens bestaat als boodschappers om de mensen eraan te herinneren dat wij door Allah zijn geschapen en tot Hem zullen terugkeren en dat dit aardse leven niets anders is dan een test. Enkelen van hem lieten geschriften na, die alle heilig zijn, zoals de Tora, de psalmen en de evangeliën en het laatste heilige boek is de Qur’an, het sluitstuk van al deze geschriften. Het enige heilige boek dat in de loop der tijden nooit veranderd is door mensen.
Het richtsnoer voor ons handelen is en blijft de Heilige Qur’an, het Woord van Allah Zelf. Hieruit putten ook de soefisheikhs als zij ons onderwijzen en trainen.