Woningnood

Er is een tekort aan huizen in Nederland en sommigen geven daarvan de schuld aan de instroom van asielzoekers.

Maar naar mijn weten is deze woningnood niet nieuw. Hij bestond al in de 70er jaren. Niet voor niets gingen mensen toen leegstaande panden kraken.

In mijn vroege jeugd merkte ik niet zoveel van dit tekort aan huizen. Aangezien mijn stiefvader beroepsmilitair was kregen we vrijwel altijd bij elke verhuizing een woning toegewezen op de vliegbasis waar hij ging werken. In Duitsland waren dat geheel ingerichte woningen (met serviesgoed en al) in een bosrijke omgeving. Op de vliegbasis Deelen woonden wij in een barak waar voorheen soldaten in gehuisvest waren. De woning was niet aangepast voor ons als gezin. We hadden daar drie WC´s naast elkaar en het huis bestond uit een lange gang met te veel kamers en een keuken. Het was voor mijn broer en mij ideaal om verstoppertje te spelen. Om de barak heen was natuur en daar huppelden eekhoorntjes en konijnen rond.

Toen we naar Eindhoven verhuisden werd het wat lastiger. Mijn stiefvader kreeg toen niet direct een woning en daarom trokken we enige tijd in bij zijn moeder, die woonde in een houten woning genaamd ´ons houten kasteel´. Daarna woonden we een tijdlang in een prefab houten woning die te klein was voor vier gezinsleden maar uiteindelijk kregen we een leuke eengezinswoning in een wijk die het ´witte dorp´ genoemd werd. Dat sloeg niet op de huidskleur van de mensen, maar op die van de woningen.

Toen ik uit huis ging en naar Utrecht vertrok, aanvankelijk om bij de Spoorwegen te gaan werken, was het heel moeilijk om een kamer te vinden. Ik vond een klein hokje op twee hoog in een zijstraatje van de Oude Gracht. Ik kon daar niet koken en douchen (moest daarvoor naar een badhuis en naar de mensa). Naast mij woonde nog een jongen. We waren slechts gescheiden door een dunne wand. Als hij een scheet liet kon ik het horen. Gelukkig was hij verder rustig.

Later vond ik een grotere kamer in de wijk Lombok. De kamer was op het noorden en ik had alleen een butagaskacheltje. In de avond ging ik vroeg naar bed om de kou niet te voelen. Ik moest het keukentje op de overloop delen met een heel dominante meid die alle keukenkastjes voor zichzelf gereserveerd had en bij mijn aankomst al aankondigde wanneer zij kookte en de keuken dus niet toegankelijk was voor mij. Ik liet dat over me heenkomen, zultje dat ik toen nog was. Het duurde niet al te lang. Na een koude winter en een zomer werd ik eruit geknikkerd, omdat mijn hospita een baby kreeg en de ruimte nodig had.

Toen heb ik me met mijn toenmalige vriendje aangesloten bij de groep krakers waar mijn broer deel van uitmaakte. Mijn broer woonde op 1bis met die krakers en dat huis was al enigszins bewoonbaar. Nummer 1 stond nog leeg maar was in een verschrikkelijke staat. Daar trokken wij in. Het heeft wel een tijd geduurd om die benedenwoning annex café met bar bewoonbaar te maken. Het bleef ook daarna behelpen, maar het was te doen.

Ik was intussen psychologie gaan studeren Dat ging ik doen vanuit de gedachte dat ik mensen wilde helpen. Ik was informatrice bij de NS maar ik wilde meer kunnen doen voor mensen dan reizen uitstippelen. Als er een ´gastarbeider´ bij de balie kwam met een papiertje en daarop een adres en de man sprak geen woord Nederlands, dan wilde ik het liefst met hem meelopen om hem de weg te wijzen. Ik merkte al snel dat ik niet paste tussen de andere informatrices en dat ik andere dingen wilde met mijn leven.

Als student kon ik me inschrijven voor een studentenflat. Dat heb ik gedaan en na jaren was ik eindelijk aan de beurt voor een kamer in een studentenflat, gedeeld met negen andere meiden en later in een gemengde (d.w.z. jongens en meisjes bij elkaar) ´viereenheid´.

Later ging ik weer terug naar het kraakpand waar inmiddels een plek vrij was gekomen op 1bis.

Toen al was er woningnood, ook al was het aantal inwoners in Nederland een stuk lager dan nu. Maar er was een tekort aan huizen, zowel voor kamerbewoners als voor gezinnen. Ook toen moesten mensen met een laag inkomen jaren wachten op een sociale woning. Een verschil met nu was dat de koophuizen goedkoper waren en veel mensen hebben daarvan geprofiteerd door toen een huis te kopen. Er waren ouders die hele panden opkochten om daar hun studerende kinderen in te huisvesten en de rest van de kamers te verhuren, een goede investering.

Ik heb als bijbaantje een tijdje bij huisvesting gewerkt en zag toen al mensen wanhopig en nijdig worden aan de balie omdat ze geen huis kregen. Ik zag zelfs een keer een man over de grond rollen van frustratie.

Wat wil ik zeggen met dit lange verhaal? Dat woningnood niet iets nieuws is in Nederland. Het is een oud probleem en de oorzaak ligt niet bij het aantal inwoners dat we hebben of de instroom van buitenlanders. Het ligt aan het beleid. Wat daar precies aan schort weet ik niet, maar er is een permanent tekort aan woningen voor alle typen huishoudens. Al jaren!

Dakloos

De woningnood is hier lang niet zo groot als in Nederland. Huizen zijn te koop voor veel minder geld dan in Nederland. Daar staat tegenover dat het gemiddelde inkomen van de Spanjaard veel lager is dan dat van een inwoner van Nederland. Het is daarom voor buitenlanders aantrekkelijk om in Spanje een huis te kopen. Als iemand zijn huis voor een goede prijs kan verkopen in Nederland, dan kan deze met wat geluk een huis in Spanje kopen dat twee keer zo groot is en met veel meer grond. Vandaar dat dit ook veel gedaan wordt.

Maar voor de gemiddelde Spanjaard die nog geen eigen huis heeft is het niet zo gemakkelijk een huis te kopen, ook al lijkt de koopsom naar de maatstaven van de noorderling belachelijk laag. Zo laag is de koopsom eigenlijk niet meer, zeker in de grote steden of aan de costa´s, want daar zijn de bedragen voor huur of koop van een huis ook hoog en dat wordt steeds erger. Hier in de provincie Malaga zijn de prijzen van de woningen enorm gestegen.

Net als in Nederland heb je in Spanje ook sociale woningen, maar dat zijn er verhoudingsgewijs in vergelijking met het aantal woningzoekenden veel minder dan in bijvoorbeeld Nederland, waar toch ook al jaren een tekort is aan deze categorie woningen. Daarbij komt dat in Spanje deze woningen steeds meer worden afgebroken om plaats te maken voor andere woningen die meer opbrengen. In de oude binnenstad van grote steden als Madrid en Malaga worden sociale woningen regelmatig gesloopt om plaats te maken voor andere bebouwing. Datzelfde gebeurt in Nederland ook, maar daar is men wel zo correct om mensen een andere woning aan te bieden en daarnaast zelfs verhuiskosten. Zo niet in Spanje! Daar worden mensen zonder pardon op straat gezet als hun huis plat gaat. Dat geeft heel schrijnende situaties te zien. Oude mensen en zelfs gehandicapten staan ineens op straat.

Alhaurin de la Torre is een welvarend dorp, dat je bijna geen dorp meer kan noemen, omdat de plaats enorm is gegroeid door de vele buitenwijken (urbanizaciones). Als wij gaan wandelen vanuit het oude centrum waar wij wonen, dan kunnen we kilometers lopen binnen de bebouwde kom. Veel mensen die in Malaga werken hebben in de buitenwijken een woning.

Maar dakloosheid bestaat hier ook. En huizen worden hier gekraakt, ook al mag dat officieel niet. Als het huis door niemand wordt opgeëist dan wordt er weleens een oogje dicht gedaan. Een voorbeeld van zo een kraakpand is dit huis.

In 2014 was dit pand nog te koop en onbewoond. Dat is heel lang zo gebleven.
Maar sinds een tijd (ongeveer een jaar) ziet het pand eruit of het bewoond wordt

En dat blijkt te kloppen. Laatst zagen we een man voor het huis bezig grote plastic 5 liter- flessen in een karretje te laden. Eerst begreep ik niet wat hij deed. Zou hij ze verzamelen voor statiegeld? Maar hier is nog geen statiegeld op dergelijke flessen. Boven op het balkon stond een zwartharige vrouw naar hem te kijken. Ze zag eruit als een ´gitane´. Omdat ik zo keek en zij naar me terugkeek zwaaide ik naar haar en zij zwaaide terug. ´Woon je in dit huis?´ vroeg ik haar. Ahmad naast me zei zachtjes: ´Dat moet je niet vragen.´ Maar zij antwoordde me gewoon en zei: ´Ja, ik woon hier.´ ´Goed gedaan,´ riep ik en ik zwaaide nog ten afscheid. De man had naast de vele lege flessen ook een stuk tuinslang bij zich in het karretje. Toen ik verder liep en ging nadenken, begreep ik dat hij de flessen had ingeladen om water te gaan halen bij de bron in het dorp, waar je gratis goed drinkwater kan tappen. De slang diende natuurlijk om snel de flessen te kunnen vullen zonder ze stuk voor stuk te hoeven optillen.

Vandaag vraag ik Ahmad: ´Schaamde jij je dat ik gewoon vroeg aan die vrouw of ze daar woonde?´ ´Nee,´ antwoordt hij. ´Ik schaamde me niet. Maar het had gekund dat zij iets zou antwoorden als ´´wat gaat jou dat aan?´´ Maar dat gebeurde niet, want het was een open persoon.´ ´Ja,´ zeg ik. ´Dat had zij kunnen zeggen en dat zou ik ook geaccepteerd hebben, want daar heeft ze dan gelijk in.´ Het gaat me natuurlijk niets aan.

Als ik er later over nadenk dan besef ik dat ik de vraag stelde vanuit een open invalshoek en dat zij dat waarschijnlijk ook zo heeft opgevat. Ik heb zelf ooit een woning gekraakt als student, waarin ook geen elektriciteit en water was en ik weet hoe je dan kan afzien maar nood breekt wetten. Dat ik zei: ´Goed gedaan´ kwam uit mijn hart.

Nog een leegstaand pand, maar in een betere buurt. Dit huis zal moeilijker te kraken zijn.