Mijn lieve broer Hans

Olieverf 30 x 40, gesigneerd met fout jaartal 😉 Vergat even dat het alweer 2021 is

Laatst ging ik naar de speeltuin met mijn kleindochter, zij met haar fietsje zonder zijwielen. Het begon te miezeren, maar zij had het zo naar haar zin dat we alsnog verder liepen naar een andere speeltuintje in haar buurt. Een moeder met twee kleine zoontjes liep met me mee. Ondanks de regen gunde zij haar zoontjes ook nog wat meer pret. Het ging harder regenen en die moeder ging naar huis. Maar ik liet me overhalen om te blijven. Ik schuilde even onder een boom, wat niet erg hielp. Mijn sportschoenen waren doorweekt, maar het kon me niets schelen. Later werd het weer droog en droogden we langzaam weer op, terwijl mijn energieke kleinkindje haar ‘moves’ op de fiets liet zien. Rijdend vanaf een helling en dan heel goed ook weer remmend. Ik filmde het op mijn mobiel. Ineens hoorde ik een dreigend gesis vlak achter me. Een zwanenechtpaar met vier opgeschoten jongen was opzij van de speeltuin aan het eten van de plantjes tussen het gras. Ze waren inmiddels verder opgeschoven en wilden verder eten in de speeltuin. Ik stond kennelijk in de weg. Ik schrok en keek om, waar ik de sissende zwaan vlak achter me zag. Ik deed haastig een flink aantal passen naar voren en zei: ‘Sorry, zwaan’. Ik was blij dat ik er als 70-jarige zonder kleerscheuren en verwondingen vanaf kwam.

En dat deed me terugdenken aan heel vroeger, toen ik nog maar drie jaar oud was en met mijn anderhalf jaar oudere broer in een speeltuin In Vught was. We waren er met zijn tweeën heengegaan zonder onze moeder (dat kon toen nog; we waren de hele dag buiten zonder moeder). Het regende en ik had het eigenlijk niet zo naar mijn zin, weet ik nog. Alles was nat en er viel weinig te spelen. Maar Hans had het wel naar zijn zin, want hij was aan het spelen in een ‘vliegtuig’ dat op het speelterrein stond. Je kon daarin zitten en dat vond hij wel leuk. Op een goed moment kreeg hij honger en vroeg hij mij of ik even naar huis ging om boterhammen voor hem te halen. En dat deed ik. Want ik was gek om mijn grote broer en keek erg naar hem op. Toen ik thuis kwam, was mijn moeder een beetjes boos op Hans. Ze zei: ‘Hansje, hoe kon je nu je kleine zusje in haar eentje over het (onbewaakte) spoor naar huis laten gaan voor brood’. Dat was Hans, mijn lieve broer. Ik was dol op hem, maar hij had het niet in zich om me te beschermen tegen gevaren. Dat moest ik zelf doen. Alsnog zijn er weinig mensen van wie ik zoveel heb gehouden als van mijn broer. Ik mis hem. Hij krijgt een lijst en hij komt in de woonkamer te hangen.