Bangerd

We zouden vandaag naar Benalmadena gaan. Na het ontwaken maken we onze ochtendwandeling.

Als ik de middelbare scholieren naar school zie gaan komt weer de stress van vroeger van proefwerken en examens bij me boven. Wat ben ik blij daar vanaf te zijn…
De dorpelingen zorgen goed voor de talrijke zwerfkatten.
Die houdt ervan het gezellig te maken 😄

Daarna, aan het ontbijt, vraag ik Ahmad: ´Heb jij zin om naar Benalmadena te gaan?´ Hij antwoordt dat hij het voor mij doet, omdat hij denkt dat ik het misschien leuk vind om te kijken in een winkeltje daar, waar ik al een paar keer kleren heb gevonden die ik bij me vond passen.

´Eigenlijk bedoelde ik meer dat ik erheen wilde op mijn verjaardag in oktober, als een soort uitje om die dag speciaal te maken´, zeg ik. Maar ik heb momenteel helemaal geen kleding nodig. ´Wat wilde jij eigenlijk vandaag doen?´ vraag ik hem. Hij wilde de versieringen van glas in lood afmaken, die hij gemaakt heeft voor zijn dochters.

Dit wordt een mobile aan bamboe voor zijn oudste dochter
Voor zijn jongste dochter een decoratie in tiffany van Luna, haar onlangs overleden katje, die samen met haar sliep onder de dekens met alleen het koppie erboven

Even later aan de afwas bedenk ik me dat ik een bangerd ben geworden. Ik ben graag thuis, veilig binnen. Misschien komt het door de lockdown dat ik nu zo goed besef hoe fijn ik het vind om in ons huis te zitten, zowel hier als in Nederland.

Vroeger was ik anders en kon ik vaker drammen dat ik erop uit wilde. Die druk om dat te willen kwam, denk ik achteraf, van buitenaf. En die druk komt dan weer vanuit het vooroordeel dat je meer plezier zou hebben als je veel buitenshuis onderneemt. Alle ongelukken die ik heb gehad waren buitenshuis. Als we die ene dag niet waren gaan wandelen op de berg, had ik mijn heup niet gebroken. Ineens krijg ik ook de angst dat we een ongeluk kunnen krijgen in de auto onderweg naar Benalmadena. Ik zou mezelf dan tot in lengte van dagen blijven verwijten dat het mijn schuld was (als we het al overleven).

Ik loop naar Ahmad en vertel hem mijn gedachten. Hij lacht en troost me en zegt dat ik niet bang hoef te zijn.

Ik besef wel dat je jezelf niet kan verstoppen voor het lot door je op te bergen in een gewatteerd doosje. Maar geluk is zo broos en kan zomaar verdwijnen. Ik wil het lot ook niet onnodig tarten. De woorden van wijlen mijn leermeester sheikh Nazim komen in mijn gedachten. ´Mensen blijf in je huis en ga niet onnodig de straat op´, placht hij te zeggen. ´Vermijd plaatsen waar veel mensen bij elkaar zijn.´ De beste plek is binnenshuis op je bidkleedje. Hij waarschuwde, al een tiental jaren voor de uitbraak van COVID, voor een virus waartegen de mens (die zich oppermachtig waant) geen verweer heeft. Hij zag veel latere gebeurtenissen al aankomen, de opkomst van het salafisme en de onderlinge haat tussen mensen.

En nu voel ik me nu al een aantal jaren perfect gelukkig binnen de muren van mijn huis. Natuurlijk geniet ik ook van buiten zijn en mensen en dieren zien en de natuur, maar ik zie er het nut niet zo van in om al te vaak en onnodig de buitenlucht op te zoeken. Bij het doen van je dagelijkse dingen komt als vanzelf genoeg buitenlucht voor. Je moet sowieso de straat op voor je boodschappen en andere zaken en soms om mensen te ontmoeten of familie.

Vandaag blijven we dus thuis. Ik kan beginnen met schilderen, maar ook daarvoor ben ik nu een beetje angstig. Ik heb al zo lang geen kwast in mijn handen gehad. Schilderangst heet dat. Het komt meer voor. De gedachte dat je er eigenlijk niets van kan en dat het schilderij niet gaat lukken. Maar dat is dan ook het ergste wat kan gebeuren en dat valt reuze mee. Dus vandaag misschien beginnen. Maar eerst nu even fietsen op de mijn ´homie´fiets, kijkend naar het vierde seizoen van ´Snowfall´. Het canvas loopt niet weg.

Voor het eerst echt tevreden met schilderij

Op instagram en You Tube volg ik veel schilders. Daar leer ik van, maar ik wordt er ook weleens moedeloos van. Er zijn zoveel goede schilders die het veel beter doen dan ik. Zij zijn vaak al begonnen op jonge leeftijd, terwijl ik een autodidact ben, die pas begon te schilderen toen zij al 68 jaar was, zonder enige ervaring of kennis van het het vak.

Ik bood mijn schilderwerk een tijdje aan op marktplaats, maar ben daarmee gestopt, omdat er weinig tot geen belangstelling is voor wat ik maak en het me ook niet te doen is om wat te verkopen. Wel wil ik dat mensen graag naar mijn werkjes kijken en er een beetje blij van worden. Maar zelfs dat is niet altijd het geval. Vanuit diverse hoek krijg ik naast complimenten kritiek en wordt er soms zelfs lacherig gedaan over de gelijkenis die ik probeer op het doek te krijgen (portretten hebben mijn voorkeur). Dus laatst besloot ik rigoureus te kappen met mijn werk te plaatsen op marktplaats en ook voor niemand meer te schilderen dan voor mezelf. Als ík er maar goesting in heb.

En toen maakte ik in slechts enkele uurtjes dit zelfportret, waar ik zowaar tevreden over ben. Het is me opgevallen dat tekeningen of schilderijen die snel lukken meestal de beste zijn. In het begin van het karwei is er nog spontaniteit bij het zetten van de penseelstreken. Hoe meer je begint te knoeien met verhoudingen en dergelijke, hoe moeizamer het wordt. Als het niet direct lukt, wordt het meestal daarna ook niks.

Deze vind ik goed gelukt.

Ik heb besloten me er weinig of niets meer van aan te trekken wat een ander ervan vindt. Schilderen is beslissingen nemen en daarachter blijven staan. Ik ben ook gestopt met eerst de figuur te tekenen. Ik schilder direct de contouren met penseel en daarna kijk ik naar de vlakken van donker en licht. Dan kom ik pas op het laatst toe aan de details. Dit heb ik niet van mezelf, maar van YouTube geleerd. En het blijkt te werken en het proces te versnellen.

De foto is een oudje. Hij dateert uit 2006. Ik was toen in Cyprus bij mijn leermeester sheikh Nazim (moge Allah zijn mooie ziel voor eeuwig zegenen) en ik was heel gelukkig. Wat ik daar in mijn hand heb is een miswak.

Gelukkig

De laatste tijd schrijf ik weinig of eigenlijk niet in mijn weblog. Er valt weinig te schrijven. Behalve het feit dat Ahmad en ik zielsgelukkig zijn. Maar dat lijkt me erg saai en misschien zelfs irritant voor de lezer.

Bijna elke dag zeggen we tegen elkaar dat we maar niet kunnen bevatten hoe gelukkig we zijn. Wie had kunnen denken dat twee mensen, die een groot deel van hun leven zo ver verwijderd van elkaar hebben doorgebracht, elkaar nu zo nabij zijn en zich zo op hun gemak voelen bij elkaar.

Op jonge leeftijd (ik was een jaar of 24) maakte ik een tekening met een gedicht erbij. De tekening stelde een vlakte voor met twee bomen, die ver van elkaar verwijderd stonden. Het gedichtje erbij had ongeveer de volgende inhoud: dat wij (de bomen) ver van elkaar af stonden, maar dat onze wortels al samen vergroeid waren en dat onze takken ook naar elkaar toe zouden groeien.

Nu denk ik achteraf: dat waren wij!

We genieten elke dag van alle kleine dingen samen. Opstaan en dan ontbijten met uitzicht vanaf de eettafel op de tuin, waar we vogeltjes zien af en aan vliegen om te genieten van de diverse feestmalen, die aan de bomen hangen. Vervolgens hebben we een soort routine van ‘ieder voor zich bezig zijn’, soms bij elkaar in het ‘atelier’, dan weer afzonderlijk van elkaar. Maar altijd delen we samen de koffie- en maaltijd momentjes. Als we met elkaar praten, hoe verschillend onze taalachtergrond ook is, verstaan we elkaar heel goed. We zijn nog altijd verliefd en daar lijkt nooit een einde aan te komen. We kennen elkaar steeds beter. Elke dag is een geschenk.

Sorry lezer. Meer is er niet te zeggen. Behalve dat ik vervuld ben van een diepe dankbaarheid. Soms zie ik flarden van mijn leven terug en bekruipt me het bijbehorende beklemmende gevoel van gevangen zitten in een heel nare situatie, waaruit ik dacht me nooit te kunnen bevrijden. Dan besef ik dat ik gered ben door een onzichtbare hand.

Al beluister ik de video’s van Krishnamurti en anderen, die niet in een god geloven, niemand kan mij ervan overtuigen dat God niet bestaat. Ik geloof niet alleen maar in God/Allah. Ik wéét dat Allah er is. Dat heb ik op veel momenten in mijn leven mogen ervaren. En dat ervaar ik elke dag. Nu in mijn gelukkig zijn en vroeger in mijn ongelukkig zijn. Toen was Allah troost voor mij. Allah is er altijd, was er altijd en zal nooit sterven.

Hier volgt een saai filmpje bij een saai bericht. Maar iets hoeft niet heel spannend te zijn om gelukkig te maken. Geluk zit in kleine dingen, zoals het horen van een merel die fluit of het ruiken aan een geurige roos, een glimlach van een persoon of een hondje dat kwispelt, wanneer het je herkent. Geluk zit hem in het gewone voor mij. Een leven mogen leiden zonder angst, stress of pijn is al geluk.

Lief dagboek

Waarom schrijf ik eigenlijk? Waarom zet ik mijn wel en wee op het internet? Waarom niet in een papieren dagboek met een slotje? Wil ik dan dat men mijn stukjes over mezelf en anderen leest?

Zo ben ik wel begonnen aan dit weblog. Met de gedachte dat mensen het misschien leuk vonden om mijn schrijfsels te lezen en er wellicht zelfs iets in zouden herkennen van zichzelf. Ook wilde ik toen nog graag delen hoe ik mijn geloof beleef en info geven over de islam als godsdienst, waarin ik me een dertigtal jaren intensief heb verdiept. Maar daarvan is de lol er voor mij al lang af. De beleving van de islam als godsdienst is langzaam maar zeker overgenomen door salafisten, die gesubsidieerd door olielanden als Saoedi Arabië, hun versie van de islam prediken in moskeeën overal ter wereld en mensen de stuipen op het lijf jagen met dreiging van hel en verdoemenis. Ik merk dan ook dat mijn artikelen over islam steeds minder gelezen worden, omdat mensen mij al lang niet meer zien als iemand die enige kennis van de islam als godsdienst zou kunnen hebben. Ze kunnen immers een foto van mij zien in de reacties: een Nederlandse vrouw zonder hoofddoek. Wat zou zo iemand nu kunnen vertellen over islam, als zij niet eens het fatsoenlijke ‘uiterlijke kleed van de moslima’ (zoals zij menen dat dat is voorgeschreven) draagt. Dus nu klikken de meeste lezers snel weg uit de artikelen van deze ‘nepmoslima’. Het is me om het even. Ik heb mijn zegje over godsdienst gedaan en houd verder voor het grootste deel mijn mond over dit onderwerp. Ik hoef er niet zo nodig meer iets over kwijt. Ik ben tot de conclusie gekomen dat het uiteindelijk gaat om daden en intenties. Alle heilige boeken kan je, volgens mij, zien als een leidraad voor het leven. Maar het gaat uiteindelijk om het in praktijk brengen van alle goede raad. En daarin heeft een ieder zijn of haar eigen weg te gaan en daarbij heeft iedereen de hulp van het stemmetje van zijn of haar geweten.

De regels zijn zo simpel en liggen al verborgen in oude gezegden. ‘Wat u niet graag geschiedt, doe dat ook een ander niet’. De tien geboden die Mozes aantrof zijn al een goede aanwijzing van do en don’ts. En daar heeft de bijbel de mooie bergrede van Jezus en andere leerzame voorbeelden aan toegevoegd. De Koran is de ‘ontbrekende steen’, die alle oudere godsdiensten verbindt. Hoeveel instructies heeft een mens nodig? Er is voldoende wijsheid voorhanden. Maar het gaat om de praktijk. En het ‘kleed van devotie’ zit hem niet in een lange boernoes of baard of een hoofddoek van een meter, maar zit hem echt in intentie en gedrag.

Dus daarover ben ik uitgepraat. Er zijn bibliotheken met boeken die meer kunnen vertellen dan ik.

Soms denk ik erover met dit weblog te kappen. Het schilderen (met name van portretten) boeit me veel meer en geeft me nu meer voldoening. Ik houd van concrete resultaten en woorden zijn vluchtig, tenzij ze gedocumenteerd worden. Dit weblog zal sowieso verdwijnen met mijn dood. Woorden die vervliegen in de wind des tijds.

Toch ga ik nog even door met schrijven, omdat het mij goed doet mijn hart te luchten in de ether. Ik heb echt niets te verbergen en dus mag iedereen het lezen. Dat ik het op internet zet geeft mij het gevoel dat ik misschien hier of daar een onbekende vriend of vriendin heb, die het wel leuk vindt af en toe wat van mij te lezen. Een verbindingsdraadje naar de buitenwereld. Want verder zit ik het grootste deel van de dagen in mijn binnenwereld of in mijn kleine kring van geliefden, buren en zeldzame vriendschappen.

Hemelvaartsdag en eid ul fitr (het suikerfeest/einde van de maand ramadan) vielen vandaag samen.

Dat vond ik een mooie samenloop van omstandigheden. Toevallig is mijn zoontje Imran geboren op 4 mei (de dag van de dodenherdenking) en overleden op 8 mei (de datum die in 1986 samenviel met hemelvaartsdag). Op de dag van eid ul fitr is het gebruikelijk graven te bezoeken van overledenen. Aangezien deze dag vandaag ook nog samenviel met hemelvaartsdag kon het geen betere dag zijn om naar Utrecht te gaan om het grafje van mijn zoontje te bezoeken en hem te eren met nieuwe plantjes en gebeden.

Al vroeg vertrokken we naar de begraafplaats Kovelswade, waar Imran begraven ligt op het islamitische gedeelte. Ik vind de Kovelswade een schitterende begraafplaats met een prachtige bosrijke beplanting. De begraafplaats is goed onderhouden en overal zijn kranen met gieters en grafvazen en schepjes voor een ieders gebruik. Het islamitsiche gedeelte is een zonnige weide met een plek om de rituele wassing te verrichten en eveneens gieters en andere benodigdheden voor een ieder. Het was nog heerlijk rustig op de begraafplaats en je hoorde de vogels vrolijk fluiten. Het moet voor hen ook een fijne plek zijn. Aan diverse bomen zag ik nestkastjes hangen.

We bekleedden het grafje met de plantjes die wij gisteren kochten en zetten, zoals altijd, wierrook. Het was heerlijk om even daar te zijn. Al on 11.30 waren we weer thuis.

Wonderlijke belevenis in Mecca

In 1999 deed ik de hadj, de pelgrimsreis, waarvan men zegt dat elke moslim deze moet trachten de verrichten tijdens zijn of haar leven, indien mogelijk.

We gingen in februari 1999 met een grote groep Naghsbandi murids (leerlingen van de Naqhsbandi Sufi Orde) uit verschillende landen van Europa. Het was een low budget reis met bescheiden accommodatie. Overwegend sliepen we in rijen op de grond in huizen die daarvoor ter beschikking werden gesteld door de bewoners. Eerst gingen we met het vliegtuig naar Madrid, waar we ons verenigden met een grote groep murids uit Spanje. Ik weet nog dat we daar op het vliegveld gingen bidden. Een hele vertoning was dat. Daarna vervolgden we onze reis met het vliegtuig naar Damascus. Diep in de nacht kwamen we daar aan, waarna we in een aantal bussen wegreden en gedropt werden in de smalle straatjes rond de dargah bij het graf van sheikh Abdullah ad Daghestani. Ik zie me nog lopen met mijn plunjezak langs de straatjes, zoekend naar een plek waar ik welkom was om mij te slapen te leggen. Overal werd me verteld door andere murids, die al een plek veroverd hadden, dat het vol was. Ten einde raad ging ik uiteindelijk de kleine moskee in en ik vond een plek om te slapen pal naast de graftombe van sheikh Abdullah ad Daghestani. Ik werd ook daar verjaagd door een mannelijk murid, die me verwees naar een trap die omhoog leidde naar een kleine plek, waar vrouwen hoorden te bidden. Rillend van de kou probeerde ik daar in slaap te vallen. Ik had geen deken meegenomen en geen slaapzak. Het was in die tijd in Damascus overdag heel warm en in de nacht behoorlijk koud.

We beleven een tijd in Damascus en bezochten daar een aantal heilige plaatsen en moskeeën waar we gingen bidden en zikr deden en hadra (dat is een soefi-ritueel van aanroepingen, lofzangen en gezongen gebeden dat vaak door broederschappen uitgevoerd wordt). Overal werden we met open armen ontvangen als murids van sheikh Nazim, die erg geliefd was in Damascus.

Vervolgens gingen we met bussen via Jordanië naar Saoedi Arabië. Het is niet eenvoudig om het heilige gebied rond Mecca en Medina binnen te gaan. Je moet een ‘bewezen’ moslim zijn (hetgeen bevestigd moet worden door een moskee). Een vrouw moet begeleid worden door een man (echtgenoot of ander familielid) en als zij die niet heeft kan zij ook ‘beschermd’ zijn door een mannelijke leider van een grotere groep personen. Onze groep van minstens 300 murids had ook een leider, de uit Duitsland afkomstige ‘sheikh’ Hassan. Ik kan me herinneren dat de wachttijd aan de grens van het heilige gebied zeer lang was. De paspoorten van iedereen werden ingenomen en zouden pas worden teruggegeven bij het uitreizen.

We gingen eerst naar Medina, waar zich het graf van de heilige profeet Mohammed bevindt, met naast hem zijn beste vriend Abu Bakr. Alvorens de overigens prachtige moskee in te gaan werden we helemaal gefouilleerd en werd de inhoud van onze eventuele tassen geïnspecteerd. In het geval van de dames werd dit gedaan door zwartgesluierde jonge vrouwen met zwarte handschoenen. Camera’s waren verboden en ook boeken, die beschouwd werden als ‘shirk’, zoals sufi literatuur. Een Koran mocht je wel meenemen. We bleven voldoende lang in Medina om de 40 gebeden, die je in de moskee kan verrichten gedaan te hebben. Ik merkte wel dat veel murids dat niet echt belangrijk vonden en maar wat rondhingen. Ik was daar een braaf meisje (van toen 48 jaar), dat probeerde alles wat heilig was ten uitvoer te brengen. Dus ook vroeg in de ochtend kon je mij, geheel in het zwart, naar de moskee zien lopen. Overdag was de moskee zo vol dat de vrouwen soms buiten moesten bidden, wat niet meeviel onder al die zwarte kledij in de brandende zon. Ik was het meest onder de indruk van de geur die ik rook, toen ik langs de Jannatul Baqi liep. Een heel eenvoudig uitziende begraafplaats, ogenschijnlijk gewoon een zandvlakte. Daar liggen veel heiligen begraven. De geur die ik daar onverwacht rook, toen ik erlangs liep, was onbeschrijflijk lekker. Dezelfde geur heb ik ook later geroken rond de kaaba en op sommige andere heilige plaatsen.

Na Medina gingen we naar Mecca, waar de hadj zou plaatsvinden. We werden met de bussen afgezet in een buitenwijk van Mecca. Daar zouden we logeren in een huizen die door de bewoners tijdelijk verlaten waren (onderverhuurd). Wij sliepen daar ook weer in rijen op de grond, uiteraard de vrouwen gescheiden van de mannen. Ook al was je getrouwd, er was geen gelegenheid om met je man te slapen.

Nu was het zo dat ik al een tijdje me ontfermde over een oudere Pakistaanse dame. Ze deed me een beetje denken aan mijn ex-schoonmoeder. Zij was, schat ik, een jaar of 65 en dat was toen in mijn ogen oud. Ik droeg vaak haar tas, want zij was niet zo gezond. De andere Pakistaanse vrouwen lieten haar links liggen en misschien wel daarom zocht zij haar troost bij mij.

Toen we aankwamen in het huis in die buitenwijk waar we zouden slapen wenkte ze mij. Met een geheimzinnig gezicht zei ze dat ze een verrassing voor me had. Wat dan? wilde ik weten. Maar ze zei alleen maar: ‘Kom nou maar mee. Dan zie je het wel’. Voor ik het wist zaten we in een taxi en na een lange rit door heel veel straten bereikten we het heilige centrum van Mecca, de moskee met in haar midden de kaaba. De vrouw was diep ontroerd dat ze de kaaba zag. Mij deed het niet direct veel.

Enfin, toen we de kaaba gezien hadden moesten we terug naar waar we vandaan kwamen. Maar waar was dat? Zij wist het niet en ik ook niet. Zij had er niet aan gedacht om voor ons vertrek naar het adres te vragen waar we verbleven. Ik, in mijn argeloosheid en doodmoe van het reizen, de hitte en het gedoe om met zoveel mensen zo lange tijd samen te zijn, ook niet. Wist ik veel dat ze me mee ging nemen naar een plek ver weg. Sufkop die ik was.

We stapten weer in een taxi, maar waar moest de man heen rijden? We wisten het niet. De man sprak wel een beetje Engels (wat al heel wat was in dat deel van Arabië, waar veel Arabieren het vertikken om een vreemde taal te spreken), maar hij kon ons ook niet helpen. Er waren op dat moment ongelooflijk veel mensen in Mecca uit alle delen van de wereld voor de hadj. Wij verbleven niet eens in een hotel maar in een gewoon woonhuis in een of andere buurt, maar welke? Mecca is groot! Op een goed moment werd de chauffeur ongeduldig en hij zette ons gewoon ergens af. Wij sjokten in onze bloedhete moslimaplunje langs de weg, totaal niet wetend wat te doen. Het was een angstig moment.

Het lopen bracht ons ook niet verder dus we hielden weer een taxi aan. Zeiden dat hij een beetje naar de buitenwijken moest rijden en ik gaf op gevoel een richting aan. Dat deed hij. We waren allebei behoorlijk radeloos inmiddels.

Maar……ineens zag ik een viaduct dat ik herkende, omdat ik het ook gezien had vanuit de bus toen we aankwamen. ‘Dat viaduct herken ik,’ riep ik uit. ‘Hier links moet de wijk waar we moeten zijn ongeveer liggen. Sla maar linksaf en dan stappen we uit.’ Dat deed hij. En werkelijk. We waren aangekomen in de wijk waar we moesten zijn. Een godswonder, als je je bedenkt hoe groot Mecca is en hoe klein de kans was dat de chauffeur toevallig langs dat viaduct reed, dat ik ook al toevallig eerder had opgemerkt vanuit de bus.

Nog natrillend van de zenuwen en oververhit van de reis kwamen we bij het huis aan waar we moesten zijn.

Vandaag en gisteren kwam deze herinnering steeds in mijn gedachten. Ik zei tegen Ahmad: ‘Als we toen de weg terug niet hadden gevonden, dan weet ik niet wat er van ons geworden was. Verdwaald, zonder geld, zonder extra kleding, zonder paspoort in een stad die vergeven is van de pelgrims. Wie zou ons helpen? En zou de leider van onze groep van 300 man ons actief gaan zoeken en hoe dan?

Ik zie wat me overkomen is die dag en hoe ik daaruit ben gekomen als een godswonder. Ik heb veel van dit soort dingen meegemaakt en dat maakt dat mijn geloof in een een ongeziene Helpende Hand, Allah, God, de Kosmische Wet (hoe men het maar wil noemen) onverminderd groot is en blijft.

Moederdag

Waarom het bestaat weet ik niet. Maar er is ook een vaderdag, een dierendag en zelfs een secretaressedag. Het lijkt onzinnig en cynische stemmen beweren dat het alleen maar in het leven is geroepen om de commercie te spekken, maar ik zie er toch iets moois in.

Toevallig was het vannacht ook de Laylat ul Qadr. Dat is een bijzondere nacht, die veel moslims aangrijpen om de hele nacht veel te bidden. Eigenlijk is de nacht verborgen. Hij zou zich bevinden in de oneven dagen van de laatste 10 dagen van de maand Ramadan. Maar de meeste moslims houden het erop dat het de 27e nacht is van de Ramadan.

Ik heb niet extra gebeden en zelfs ben ik door de tijd voor het ochtendgebed heen geslapen. Maar ik ben opgestaan met een zowel suffig als heel blij en kalm gevoel. Dat heb je soms. Dat je helemaal rustig bent vanbinnen en dat je alles met kalmte doet en dat alles lijkt te kloppen. Vrede in je kop.

Ik weet dat mijn kinders vandaag niet op bezoek gaan komen. Ze hebben het te druk binnen hun eigen gezin en ze worden zelf in de watten gelegd door hun partners en kinders. Heerlijk vind ik dat. Maar we hebben contact gehad via telefoon en app en dat is ook heel wat. Van Miep kreeg ik gisteren twee gebakjes van een goede banketbakker, omdat zij vindt dat ik die verdien. Die gaan de man in mijn leven en ik straks lekker oppeuzelen bij de koffie. ‘Zou jij ook een ontbijt op bed willen?’ vroeg mijn lieverd vanmorgen. Nee, dat hoef ik niet. Ik houd niet van eten in mijn bed en ik voel me al genoeg verwend, zowel door hem (en ik ben niet eens zijn moeder) als door mijn lieve kinderen.

Ik ben gelukkig. En tegelijkertijd dondert het een beetje buiten. Het is 9.40 uur en het onweer dat was aangekondigd voor 11 uur begint hier al. Een zonnige dag gaat het niet worden. Laat de zon dan maar schijnen in je hart. 💖🔅

Over moederdag gesproken. Lees dit leuke artikel over een groot, gelukkig gezin.

Islam en/of cultuur

Misschien is het de lezer opgevallen dat ik de laatste tijd niet meer veel stukjes schrijf over de islam en mijn beleving daarvan. Ben ik nog wel moslim? Jawel, zeker wel. Al vanaf 1978 en dat is het grootste deel van mijn leven. Ik zal ook moslim blijven tot mijn dood.

Waarom voel ik nu minder behoefte om over de islam te schrijven en uit te leggen wat dit geloof voor mij betekent? (Vanuit een behoefte om mensen die niets over dit mooie geloof weten uitleg te geven) Deze behoefte is minder geworden, omdat ik steeds meer merk dat het zinloos is. Op het moment dat ik me bekeerde tot de islam werd dat door mijn omgeving gezien als een dwaling van mijn kant en een vrijwillig terug willen naar een onrechtvaardige man-vrouw verdeling. En heden ten dage is die visie van niet moslims op moslims alleen maar versterkt.

Ik had de Koran gelezen en vond daarin juist alle rechtvaardigheid die ik zocht. In dat mooie boek werd alles bevestigd wat ik al geloofde vanaf mijn kindertijd, tegen het atheïsme van mijn ouders in.

Toen ik later trouwde, schrok ik van de interpretatie van de islam die ik aantrof bij de imam die ons trouwde en later bij mijn schoonfamilie. Ik had de islam al bestudeerd, maar het enige wat de imam mij vertelde als ‘voorlichting’ was dat ik voortaan mijn benen zou moeten bedekken tot onderaan het knobbeltje aan de buitenkant van mijn enkel. Ook zou ik mijn man moeten gehoorzamen en ik zou met hem moeten vrijen wanneer hij dat maar wilde. Drie regels die mij door deze ‘geleerde’ werden opgelegd. Mijn kersverse echtgenoot kreeg geen enkele regel opgelegd. Wel zei de imam tegen hem in vertrouwen dat hij geluk had met mij, omdat ik niet snel zou verouderen. De viezerik.

Ook toen ik later een tijd in Pakistan woonde, was ik geschokt door de benauwdheid en het bijgeloof dat ik aantrof bij mijn schoonfamilie. Ik kan daarvan veel voorbeelden geven. Voor wie daarin geïnteresseerd is zou ik daar een apart stukje over kunnen schrijven. Naïef als ik toen was en als een gelovige die erg mijn best wilde doen, nam ik te veel dingen die me toen verteld werden voor zoete koek aan. Veel moslims belijden hun geloof met angst voor de vergelding van de Schepper als grootste raadgever en dat was in strijd met hoe ik de Schepper en zijn edele profeet had aangevoeld bij het lezen van de Koran. Maar onzeker als ik toen nog was, (mede door mijn jeugd) dacht ik altijd dat anderen die van generatie op generatie al moslim waren het waarschijnlijk beter wisten dan ik.

Ik heb ruim 30 jaar alle boeken gelezen die ik kon vinden over islam en soefisme. Ik heb de Koran diverse keren uitgelezen in verschillende vertalingen. Ik heb Arabisch geleerd om de Koran ook in het Arabisch te kunnen reciteren. Ik las de hadith. Hoe meer ik te weten kwam, hoe meer ik ging beseffen dat ik alleen op de Koran wilde vertrouwen. Ik merkte dat er een enorme discrepantie kan bestaan tussen veel hadith en datgene wat in werkelijkheid wordt voorgeschreven in de koran. Ik merkte ook dat er een groot verschil is tussen islam als geloof en de cultuur van moslim gemeenschappen. Ik schreef daar jaren geleden een stukje over.

In alle jaren daarna bleef ik toch de indruk behouden dat als er in de media geschreven of gesproken wordt over de islam, dat men dan steeds cultuur verwart met islam. En dat is hardnekkig en wordt steeds hardnekkiger. Afschrikwekkende voorbeelden van barbaarse uitwassen in gedrag van mensen die beweren de islam te belijden, maar handelen vanuit politiek belang of vanuit het belang van ‘familie-eer’, krijgen een zo groot deel van de media-aandacht dat het voor een ‘normale’ moslim onmogelijk is daar een andere verhaal tegenover te zetten dat geloofwaardig is voor de massa.

Onlangs schreef Lale Gül een boek in gepeperde taal over haar jeugd in een gezin met ouders uit een een Turks dorp. Zij beschrijft de hypocrisie en de dubbele moraal die gehanteerd wordt in gemeenschappen die afkomstig zijn uit een dorp als dat van haar ouders. Daarbij legt zij ook duidelijk niet de schuld bij de islam als geloof maar wel bij het culturele bijgeloof dat in die gemeenschap gemeengoed is. Dit wordt vervolgens verkeerd begrepen, omdat zichzelf noemende moslims zich beledigd voelen en haar nu met de dood bedreigen alsof zij de islam zelf beledigd zou hebben. Dat is niet het geval. Zij hekelt de angst van haar ouders en andere familieleden voor ‘de ander’ en voor het ‘beschamen van de familie-eer’ en de vrijheden die mannen wel krijgen maar meisjes en vrouwen niet. De hypocrisie met name, die in mijn ogen niets met de islam als mooi geloof te maken heeft. Lale Gül wordt nu in het zadel gehesen als zou zij nu een soort voorvechtster zijn van de anti-islambeweging. Sommigen noemen haar een tweede Hirshi Ali. Terwijl zij alleen maar eerlijk haar jeugd en gevoelens daarbij beschrijft (misschien iets te eerlijk 😉). Nergens beledigt zij Allah. Zij beschrijft alleen maar hoe Allah wordt afgeschilderd (als een soort vergeldende boeman, speciaal tegenover vrouwen) door de mensen met wie zij moet leven.

Als moslims al in verwarring zijn over wie Lale Gül nu werkelijk aanspreekt, haar geloof of haar cultuur, hoe moeten niet moslims dan dit onderscheid maken?

Dit soort gebeurtenissen en deze verwarring, die alleen maar groter wordt, maken dat ik me steeds meer gedeisd houd over mijn geloof. Ik weet voor mezelf nu wel wat ik geloof en waarom en dit maakt in wezen voor een ander niets uit. We gaan allemaal alleen dood.

In het zielenrijk zijn geen grenzen, maar op de wereld maken mensen die.

In het voorgaande stukje laat Ahmad een video zien over een aspect van de geschiedenis van zijn geboortegrond. Hij is iemand, die erg geïnteresseerd is in geschiedenis in het algemeen en vooral die van zijn eigen geboortegrond.

In dat opzicht lijk ik helemaal niet op hem. Ik heb op school altijd een hekel gehad aan het vak geschiedenis. Misschien komt dat wel, omdat ik toevallig een leraar voor geschiedenis had, die de stof op een heel saaie manier vertelde. De mensen in de geschiedenisboeken gingen daardoor voor mij niet echt leven en voor mij betekende een geschiedenisproefwerk alleen maar het uit mijn hoofd leren van droge feiten en jaartallen. Ik was nooit trots op de geschiedenis van mijn land en die van het westen in het algemeen. Ik had eerder een afkeer voor wat ik moest leren over de daden van onze voorvaderen. De verre en oude beschavingen boeiden me meer.

Maar wat me eigenlijk het meeste boeide vanaf mijn kindertijd is het gedrag van mens en dier als uniek individu. In dat opzicht zijn Ahmad en ik dus heel verschillend. Terwijl hij het liefst grotere groepen mensen en hun gedrag bestudeert en met name door de geschiedenis heen, houd ik me het liefst bezig met het bestuderen van individuen. Daarom schilder ik misschien ook zo graag portretten van mensen.

Waarschijnlijk mede omdat ik niet trots ben op mijn geboortegrond, zoals Ahmad dat wél is, voel ik me ook niet echt een Nederlander. Ik heb me altijd een vreemdeling gevoeld, zelfs in het gezin waarin ik opgroeide. Ik dacht meerdere malen in mijn leven dat ik een vondeling was, maar dat niemand me dat wilde vertellen. Het feit dat we om de haverklap moesten verhuizen, vanwege het beroep van mijn stiefvader, werkte ook niet mee om me ‘geworteld’ te gaan voelen in een bepaald gebied. Tot op heden droom ik meestal dat ik ergens ben op voor mij onbekend terrein. Zelden of nooit ben ik in mijn dromen op een plek die ik ken, laat staan met mensen die ik ken. Af en toe duikt er wel een bekende op in mijn dromen. Ik voel me dus een vreemdeling of, wat net zo goed geldt, verbonden met iedereen. Ik kan me druk maken om het leed van een ander mens, die ik niet ken, alsof het familie van me is. Voor mij zijn we eigenlijk één grote familie. Ik merk weleens dat dit niet door iedereen begrepen wordt. De meeste mensen zetten toch hun eigen familie op de eerste plaats.

Ik vind het niet belangrijk op welke plek van de wereld ik geboren ben en opgegroeid. Ik geloof dat ik kom uit het zielenrijk en ook zal terugkeren naar het zielenrijk.

In het zielenrijk zijn geen landsgrenzen en er is geen onderscheid in uiterlijke kenmerken, zoals op de aarde (zoals huidskleur, enz). Ik denk ook dat we er niet voor kiezen om op een bepaalde plek en als kind van bepaalde ouders ter wereld te komen. Zodra we op de aarde komen begint het leven hier en ik zie dat als een test. We komen hindernissen tegen en hebben goede en slechte ervaringen in de wereld. Het enige dat belangrijk is (in mijn ogen) is hoe we daarmee omgaan. En dat doet ieder op zijn/haar eigen manier. Op elk moment maakt de mens keuzes (en dat is het verschil met een dier. Een dier maakt geen keuzes, maar handelt op basis van instinct en leerervaringen). De mens heeft het vermogen na te denken en te kiezen voor gedrag op elk moment. De keuzes die je maakt hebben gevolgen voor het verloop van je leven. Andere mensen, die je tegenkomt op je pad, maken ook keuzes op elk moment en zo ontstaat interactie en reactie. Dat vind ik mateloos interessant.

Met die interesse lees ik boeken, kijk ik naar mensen en bekijk ik ook films en series. Wat voor keuzes maken mensen op elk moment en wat hebben die voor gevolgen? Toen ik in Pakistan woonde en mijn leven deelde met mijn toenmalige schoonfamilie, die leefde onder totaal andere omstandigheden dan ik, op een berg, in een huis van klei, zonder WC, elektriciteit en water, toen merkte ik het volgende. Dat zij niet anders voelden en dachten dan ik. Toen besefte ik dat we allemaal verbonden zijn, waar en hoe we ook wonen. Gewoonten en gebruiken kunnen per land verschillen, maar we hebben allemaal een vel en daaronder zit bloed. We kunnen pijn en vreugde voelen en iedereen heeft een hart. Dat is in deze wereld. Voor mij zijn er geen grenzen tussen mensen en de grond waarop we lopen is een tijdelijk en geleend goed. Over honderd jaar lopen hier weer andere mensen en zijn wij weer terug in het zielenrijk.

‘Ergens iets van vinden’

Het is een uitdrukking die ik de laatste tijd vaak hoor. Het is een nogal vage manier om te zeggen dat iemand ergens een mening over heeft. En meestal wordt dan bedoeld dat die mening een afkeuring is van iets. In plaats van dat ik dus iemand hoor zeggen: ‘hij/zij is het daar niet mee eens’ of ‘hij/zij keurt het af’ zegt iemand nu ‘hij/zij vind daar iets van’. Of als iemand je wil confronteren met een negatieve mening, waarvan hij/zij meent dat je die hebt zegt hij/zij: ‘Ik merk wel dat jij er iets van vindt’.

Dat is iets wat me opvalt en ja, belangrijk is dat niet. Er zijn zoveel manieren van uitdrukken die zomaar ontstaan en een tijd mode worden en waarin men elkaar dan lijkt na te praten. Een ander voorbeeld is de uitdrukking om te laten merken dat je het ergens mee eens bent. Dan zeggen veel mensen nu: ‘Echt, hè’.

Ach ja, de taal is een levend communicatiemiddel dat voortdurend verandert in de tijd.

Maar waar ik het over wil hebben is dat ‘ergens iets van vinden’. Ik betrap mezelf erop dat ik ook van te veel dingen iets vind en ik heb daar zo genoeg van. Ik heb dit al vaker geschreven in dit weblog. Ik wil af van mijn eigen meningen.

Maar zo eenvoudig is dat niet. Iedereen heeft een mening over van alles en sommigen leggen die overal op tafel en anderen zijn er wat terughoudender in om die uit te spreken, maar de mening zit dan wel in het het hoofd van die persoon en je kan dat ook merken en voelen. En ja, iedereen zoekt daarbij vaak ook nog bevestiging. ‘Vind jij dat ook? Ja, hè. Zo fijn dat we het eens zijn.’ Maar wat hebben we eraan? Heel twitter staat vol met meningen en ook in de kranten, op tv en overal waar je internet opent kom je meningen tegen. Ik vind het prima (haha, ook een mening), maar ik wil zelf niet meer meedoen. Lekker alleen maar alles op me af laten komen, indrukken, wat ik zie en hoor, wat ik merk en voel, alles laten binnenkomen…..maar de censuur wil ik eraf! Ik wil niet meer censureren! Omdat ik denk dat ik alleen daarvan doodmoe word en niet van de indrukken zelf. Ik wil gewoon alles doorlaten en het oordeel laat ik aan Allah over. Dat lijkt me zo rustig.

Makkelijk is het niet. Ook een 70 jarige heeft nog een hoop te leren. Maar alleen al het voornemen om ‘nergens meer iets van te willen vinden’ geeft me een weldadige rust. Is dat wat mensen beogen als ze het hebben over mindfulness?