Niets is heilig meer

Al een tijdje denk ik erover om te stoppen met dit weblog. Het wordt nauwelijks gelezen en waarom doe ik het dan? Maar iets maakt dat ik er toch mee doorga. Ik blijf columns schrijven in mijn digitale privé krantje. Ik kan me voorstellen dat wat ik schrijf niet voor iedereen even interessant is. Ik ben een vrouw van 70 en ik kom uit een ‘andere tijd’. Ook al heb ik me altijd al een een vreemde eend in de bijt gevoeld, nu is dat gevoel alleen maar sterker geworden.

Mensen die boeken schrijven over hun bevrijding uit een godvrezend milieu worden op handen gedragen. Er is een nieuwe god die de oude heeft vervangen. De god van het neoliberalisme: ‘vrijheid’. En vrijheid wil dan zeggen: doe wat je wilt, al is het ten koste van mens, dier en milieu. De mens waant zich nu meester van zijn lot. Een mooi uiterlijk is maakbaar. Geld is een virtueel iets geworden, dat onafhankelijk van arbeid verzameld kan worden. Het is in handen van een kleine minderheid. Slavernij is niet afgeschaft, maar heeft nu de vorm gekregen van ‘loonslaaf zonder bescherming met plichten, maar weinig rechten’. De happy few is op tijd op de ‘boot naar welvaart’ gestapt. Degenen die deze boot misten zijn de ‘losers’. Gezondheid, medicijnen, water, de bebossing, landbouw, energie, een dak boven je hoofd, het vervoer per trein of bus, dit alles en nog meer zijn nu in handen van particuliere ondernemers. Winst maken mag en kwantiteit en (over)consumptie worden steeds belangrijker ten koste van kwaliteit.

Ik zie alles wat er nu gebeurt als een ontheiliging. Als niets meer heilig is, dan is alles geoorloofd. Als je het individu voorop stelt en succes, roem en macht belangrijker zijn dan medemenselijkheid en liefde, dan leef je in een jungle van egoïsme.

Klein voorbeeldje (een minivoorbeeldje): mijn buurvrouw (Miep) gebruikt vaak de kleine potjes groente van HAK. Ik kan me nog de reclame herinneren waarin Martine Bijl zei dat je de groenten van HAK moet hebben. Dat zou eerste kwaliteit zijn. Niet meer dus. Miep merkt nu dat de boontjes en worteltjes draden hebben, de bruine bonen te rauw zijn. Dat was een tijd terug nog niet zo. ‘Met lijkt wel of het niet meer met liefde gedaan wordt,’ zucht ze. Inderdaad. Producten met oude vertrouwde merknamen verliezen hun kwaliteit.

Groter voorbeeld. Turkije meent het alleenrecht te hebben op Gods water. Ze hebben een dam aangelegd in de rivieren die vanuit Turkije Syrië instromen. Dat geeft Turkije macht om te bepalen hoeveel water Syrië krijgt. En dat is te weinig. Turkije waant zich de bezitter van deze rivieren.

Zo gaan mensen nu met elkaar om. En er is geen halt aan toe te roepen, omdat ‘vrijheid’ de nieuwe god is. En als je dan zegt: is er geen andere god? Dan vraagt men: welke andere? Net zoiets als die reclame van Heinz ketchup.

Nog een opdracht

Ik had mijn canvas al voorzien van een onderlaag en ik wist al welke achtergrond ik zou kiezen voor het schilderij dat ik in opdracht ga maken. Maar gisteren kreeg ik een nieuwe opdracht. Of ik eerst haar vader wil schilderen op zijn kantoor. Dat schilderij zal in haar kantoor komen te hangen met een lijst. Of ik dat eerst wil maken en daarna pas het schilderij van haar beide ouders.

Ja, dat kan. Ik moet het doen met een foto via de whatsapp, maar de foto is redelijk duidelijk. Het schilderij moet in een vrij groot formaat, 50 x 70.

Ik heb de opdracht natuurlijk aangenomen, omdat ik het de klant gun om een mooie herinnering te hebben aan haar helaas overleden vader. Ik wil het vertrouwen dat ze in me heeft niet beschamen en er echt iets van maken dat zo mooi mogelijk is. En dat geeft toch wel enige gezonde (is het wel gezond?) spanning.

Vanmorgen stuurde ik direct na het ontbijt een mail naar drukkerij Morgenstond om te vragen of de kantoorfoto van vader in A3 formaat kon worden afgedrukt. In de titel van het bericht schreef ik in haast ‘PDF bestand afrukken in kleur’. Ik kreeg als antwoord: ‘Ik zou het wel willen, maar er zit geen bestand bij’. Ik was dus de bijlage vergeten mee te sturen. Dat heb ik alsnog gedaan. Tot zover over ‘een beetje nerveus zijn voor deze opdracht’. Maar goed, ik heb het grote canvas van 50 x 70 inmiddels voorzien van een onderlaag en ga vanmiddag of morgenochtend de fotoafdruk ophalen om na te schilderen.

Waarom doe ik mezelf dit aan? Niet voor het geld in ieder geval. Ik wil echt graag dat iemand blij is met een herinnering aan een overleden persoon of een anderszins geliefd persoon. Daarom ga ik mijn uiterste best doen.

Zelf zou ik wel willen dat ik zo een herinnering had aan mijn overleden zoontje Imran. Geboren op 4 mei 1986 en overleden op 8 mei 1986. Ik heb niet eens een foto van hem en moest uit mijn herinnering dit portretje van hem tekenen om nog een beeld van hem te bewaren. Voor mij zal vier mei altijd in het teken staan van het herdenken van de dood van dit kleine mannetje, dat maar vier dagen in dit leven was.

Imran

We gingen voor een prikkie voor mij

Zoals gewoonlijk gingen we veel te vroeg. De reden was dat ik altijd enige angst heb dat ik niet direct een parkeerplek kan vinden. De route naar de priklocatie wist ik inmiddels, omdat ik die al eens eerder gereden had om de route alvast te kennen. Dit soort dingen deed ik nooit toen ik jonger was. Ahmad ging met me mee, voor het geval dat ik slapjes zou worden van de prik en hij misschien moest terugrijden.

Meer dan een half uur voor de afgesproken tijd arriveerden we op de locatie in ’s Gravenzande. Ik parkeerde 100 meter voor de plaats van bestemming langs de weg, omdat ik al gezien had (bij mijn eerdere verkenningstocht) dat het parkeerplaatsje voor het buurtcentrum (of vroegere kerk?) erg vol was. We moesten langs verschillende controleposten in een niet al te lange rij. Vriendelijke medewerkers van de GGD richtten zich direct tot Ahmad. Kennelijk zag hij er ouder uit dan ik. De rij liep lekker door en niemand vroeg hoe laat onze afspraak was. Dat weten we dan voor de volgende keer.

De prikzuster stelde direct Ahmad op zijn gemak. ‘Gaat u maar zitten, meneer’. Terwijl ik daar toch stond met papieren in mijn hand en gekleed in een shirtje met korte mouwen. ‘Och ja, sorry,’ zei ze. ‘Ik had dat moeten zien. Maar wat gek dat ze niet een afspraak hebben gemaakt voor u allebei tegelijk.’ Dat kon niet meer,’ zei ik. ‘Die tijd was al bezet.’ ‘Meestal doen ze wel een oogje dicht,’ zei de vriendelijke zuster. Aha. Dat weet ik dan ook weer. Vrijdag gaat Ahmad voor zijn eerste prik en op die dag ga ik vragen of we de tweede prik samen kunnen krijgen.

Het prikje stelde niets voor. Het naaldje is zo dun dat het niet eens gaat bloeden. Voor de zekerheid kreeg ik toch een pleistertje. Na het prikje moesten we een kwartier wachten in een wachtkamer. Om te kijken of ik niet beroerd zou worden. Er kwam een rode kruis medewerker langs, die met iedereen een praatje maakte om te vragen hoe men zich voelde. Hij sprak direct Ahmad aan. ‘Hoe gaat het, meneer?’ ‘Goed,’ zei Ahmad.

Eenmaal thuis waren we ruim op tijd voor ons tweede kopje koffie.

Twee opdrachten voor schilderij

Al een tijdje sta ik op marktplaats met een paar van mijn schilderijen. Niet de meest artistieke site om jezelf te promoten. Ik bied daar een paar schilderijen aan die ik wel kwijt wil en ik bied mezelf ook aan om in opdracht portretten te schilderen van dieren en/of mensen.

Vandaag kreeg ik ineens een bericht van iemand voor wie ik een jaar geleden haar schoonvader schilderde. Ik moest me toen nogal haasten met het schilderij, omdat het een verjaardagscadeau moest worden voor iemand. Dat heeft me toen veel stress opgeleverd. Opa moest met zijn kleinkindje geportretteerd, maar in wezen was dat een fantasie, omdat hij al overleden was toen het kindje geboren werd. Ik moest werken met een compositie van verschillende foto’s. Uiteindelijk was ik zelf niet zo blij met het schilderij. Maar nu hoorde ik dat degenen voor wie ik het maakte er wel nog steeds heel blij mee zijn.

olieverf op canvas 50 x 50

Mijn opdrachtgeefster wil nu opnieuw een schilderij van mij en dit keer van haar vader, die helaas pas geleden is overleden. Ik moet dit keer naschilderen van een zwartwit foto van haar beide ouders. En nu wil zij het hoofd van haar moeder en de handen van haar ouders het liefst in een andere positie geschilderd dan op de foto is afgebeeld. Een uitdaging dus weer. Ik vind het een hele eer om dit te mogen doen. Gelukkig had ik net weer een schilderij af en wist ik nog niet goed wat nu te gaan schilderen.

olieverf 30 x 40

Ahmad is blij met zijn portret. Zijn zus wil nu ook een schilderij van mij. Een schilderij van haarzelf met haar overleden man. Ik vind dat heel leuk om te gaan doen en wil dat gaan schilderen als ik weer in Spanje ben.

Al met al geven deze opdrachten mij een beetje moed om verder te schilderen. Niet dat ik dat anders niet had gedaan, maar het is voor mij leuk om anderen blij te maken met mijn werkjes. Als leraar op YouTube kijk ik de laatste tijd veel naar deze paint coach. Hij geeft simpel en duidelijk schilderadvies en eindigt altijd met de bemoedigende woorden: ‘Go get painting!’.

Niets voor niets, hei voor karwei

Zo zit de wereld in elkaar. Mensen doen dingen voor anderen, maar daar zit vaak een kostenplaatje aan. Dat is normaal, vindt men. Voor wat hoort wat. En voor niks gaat de zon op. Ik heb die zakelijke instelling niet. Ik deed veel voor niets in mijn leven. Het salaris dat ik daarnaast ontving voor werk was eigenlijk bijzaak. Je moet leven en dan is wel een zeker bestaansminimum noodzakelijk. Ik werkte uiteindelijk parttime, omdat ik daarmee voldoende verdiende om van te leven. Geld heeft nooit in mijn prioriteitenlijstje gestaan.

En nu ontvang ik een pensioentje en AOW en dat is ook voldoende om van te leven. Wat ik verder doe voor een ander hoeft niet betaald te worden. Als ik iets doe voor iemand, dan is dat mijn vrije keus en dan doe ik dat van harte.

Gisteren verzuchtte de buurvrouw voor wie ik boodschappen haal, laten we haar Miep noemen, dan hoef ik niet steeds te herhalen wie zij is in mijn leven, het volgende. Miep zei: ‘Ik heb al twee dagen niemand gezien of gesproken, terwijl ik weet dat mijn zoon vier dagen achtereen vrij had en dat de kinderen vakantie hebben. Ik zit al twee dagen met een volle vuilniszak, die niemand voor me buiten zette’. En hierna vertelde zij nog wat schrijnende familieperikelen, die privé zijn. ‘Wat is het toch erg om oud te zijn,’ zegt ze. ‘Als je hulpbehoevend bent, zie je ineens zo helder hoe mensen werkelijk zijn en wie er wat om je geeft.’ ‘Als je maar onthoudt dat jij een goed persoon bent,’ zeg ik. Wat anderen doen moeten ze zelf weten, maar jij krijgt wat je verdient, omdat je zelf altijd voor een ander hebt klaar gestaan.

Ik doe makkelijk iets voor een ander zonder te denken aan winst. In mijn werk als trajectbegeleider werd ik door mijn cliënten overladen met cadeautjes waarom ik nooit gevraagd had, omdat ze blij waren met de oprechte aandacht die ik hen gaf. Dat hadden ze nooit meegemaakt bij de psychologen en psychiaters, die ze ook bezochten. Ik heb veel van die spulletjes die ze me gaven nog steeds. Die waardering van mijn cliënten deed me meer dan het salaris wat ik kreeg.

Maar evengoed als ik zelf gratis dingen doe voor anderen, heb ik er ook geen moeite mee om mijzelf gratis te voorzien van boeken en krantenartikelen, gewoon omdat dit kan. Als ik voor elk boek zou moeten betalen dat ik lees, dan was ik nu arm. De boeken die ik schreef zijn ook gratis te downloaden en deze website is ook gratis voor de lezer. Voor mij is dat logisch.

(Leve de bibliotheek 😉!)

Waargebeurde verhalen

Na mijn val gisteren ben ik nog wat beurs, alsof ik een flink pak slaag heb gehad. De aanzet van mijn rechterduim is flink opgezwollen en gisteren bemoeilijkte dat het grijpen van dingen Gelukkig heb ik twee handen. De pijnplek bij mijn knie blijkt links onder de knieschijf te zitten. Er is vanbuiten niets aan te zien en een dikke knie is me bespaard gebleven. Ik liep gisteren nog met pijn, maar stug doorlopen en gewoon blijven fietsen op de hometrainer heeft de beurse plek soepel en warm gehouden. In mijn borst is waarschijnlijk ook een rib gekneusd en dat geeft nog het meeste ongemak. Niet aankomen dan maar.

Daarnaast ben ik nog steeds moe, ondanks nu elke nacht ruim acht uur slaap en af en toe ’s middags nog een half uurtje slapen. Dat is voor mij, die ooit op vier uurtjes slaap per etmaal kon functioneren, niet normaal. ‘Waarom bel je de dokter niet om je bloed te laten onderzoeken?’ vraagt Ahmad. Ik vind dat een beetje gênant. Naar de dokter, omdat je moe bent. Stiekem ben ik ook een beetje bang. Stel dat ik een sluimerende ziekte heb. Daar wil ik toch niets mee. Het lijkt me helemaal niks om een reguliere bezoeker te worden van het ziekenhuis. Maar vandaag vat ik dan toch de moed om de dokter te bellen. ‘We zijn vandaag niet aanwezig,’ hoor ik. Hoezo dan? Het is toch dinsdag. O ja, het is koningsdag.

Ik zit de hele dag afwisselend in het zonnetje en in de schaduw op onze heerlijke loungebank te lezen, terwijl de altijd ijverige man naast me de houten tuinstoelen demonteert, schuurt en behandelt met teakbeschermer. Wat een man is dat toch. Nooit eerder had ik er zo één. Ik lees intussen boek na boek uit. Lale Gül, die ‘ik ga leven’ schreef en nu min of meer zit ondergedoken om agressieve radicalen te ontwijken. Daarna Frénk van der Linden met ‘En altijd maar verlangen’. Ik lees snel. De schrijfwijze van Frénk ontroert me enorm, juist omdat hij nergens sentimenteel wordt. Daarna Annie MG Schmid met ‘Wat ik nog weet’. Haar jonge jaren prachtig beschreven. Ik houd van waargebeurde verhalen. ‘Eigenlijk heeft iedereen wel een verhaal dat de moeite van het beschrijven waard is,’ zeg ik na het ontbijt tegen Ahmad. Hij beaamt dat. ‘Jij en ik hebben ook een heel verhaal als het om ons leven gaat’, zegt hij. ‘Ja, dat is waar, maar ik vind mijn verhaal niet leuk om te vertellen,’ reageer ik. Misschien later, als ik nog ouder ben en herinneringen aan vroeger nog levendiger worden. Als ik dat ooit ga doen, wil ik niet dat het een slachtofferverhaal wordt. Ik wil de feiten gewoon droog beschrijven, omdat dat het meest veelzeggend is. Een beetje zoals Frénk van der Linden. Ik zou willen dat hij meer boeken had geschreven.

Brokkenpiloot

Ik ga vroeg naar de winkels. Op de fiets. Vlees kopen voor vandaag en nog wat boodschappen in andere winkels. Het is heerlijk rustig nog. Ik zie een klein hondje met een jasje aan dat me aankijkt met een vrij hulpeloze blik. Ik glimlach naar het hondje en daarna ook naar haar bazin, die ook glimlacht. Wat fijn toch, dat je soms woordeloos even een warm contact kan hebben met mens en dier, bedenk ik me.

Als ik na het bezoek aan de slager ben overgestoken naar de supermarkten, zie ik een zwerver op een bankje zitten. Hij heeft een grote tas bij zich en zit op een bankje van het zonnetje te genieten. Ik herinner me dat ik 5 euro in mijn zak heb zitten. Zal ik die aan hem geven, vraag ik me af. Mensen die niet vragen worden in de regel door mij niet overgeslagen. Ik kijk nog even om. Misschien vergis ik me. Is hij wel een zwerver of gewoon een armoedig uitziende man met een tas? Terwijl ik omkijk stap ik ook af van mijn fiets, omdat ik moet stoppen voor een hekje waar ik alleen lopend doorheen kan. En ineens lig ik languit op mijn linkerzij naast mijn fiets met mijn fiets op me. Een vrouw met een boodschappenkarretje ziet me liggen. ‘Dit zag ik niet aankomen,’ zeg ik tegen haar, terwijl ik overeind krabbel. Ik merk dat ik gelukkig niets gebroken heb, maar mijn linkerknie heb ik wel erg bezeerd door de klap en ook de duim van mijn rechterhand. ‘Ik zag het gebeuren,’ zegt de vrouw. ‘Je moet zo voorzichtig zijn. Ik zag je al rijdend van je fiets springen. Dat is gevaarlijk. Je moet altijd eerst remmen en dan afstappen. ‘U heeft gelijk,’ zeg ik. Ik bleef haken, terwijl ik afstapte, maar ik maakte ook de fout dat ik intussen aan het omkijken was.’ Ik vroeg me af of ik die man wat geld zou geven. Ik kijk naar de zwerver en zie dat hij met een niet nader te definiëren lach naar me kijkt. Misschien lacht hij me wel uit. Ik beef nog wat na.

‘Eerst maar even wat bijkomen van de schrik,’ zeg ik tegen de vrouw. En ik vervolg, lopend naast mijn fiets, de weg naar de supermarkt. Geconcentreerd doe ik mijn boodschappen. Ik weet dat mijn knie meer en meer pijn zal gaan doen, maar gelukkig heb ik niets gebroken.

Als ik thuiskom, zegt mijn liefste dat hij elke dag dat ik op de fiets ergens heen ga bang is dat ik val. Als ik maar even wat later thuiskom, zit hij hem te knijpen. ‘Voortaan ga je niet meer op de fiets ergens heen,’ zegt hij bazig voor zijn doen. Ik weet dat hij het goed bedoelt. ‘Voortaan maken we wekelijks een grote boodschappenlijst en dan doen we samen de boodschappen met de auto,’ zegt hij. Ik vind dat wel een goed idee. Dan gaan we met twee karren. Eén kar voor de buurvrouw met boodschappen die ik op haar verzoek contant betaal met haar centjes en één kar voor ons, die Ahmad duwt en afrekent met onze pinpas. Kleine boodschappen wil ik voortaan lopend doen. Misschien heeft de buurvrouw een boodschappenkarretje voor me. Maar toch zal ik af en toe nog wel eens de fiets moeten pakken. Ik moet gewoon beter uitkijken!

Achternaam

Mijn kinderen hebben geen achternaam gekregen bij hun geboorte. Dat heeft de volgende reden. Hun vader komt uit het grensgebied van Afghanistan en Pakistan en heeft de Pakistaanse nationaliteit. Dit hoewel hij er zelf prat op gaat dat hij een Pathan is en dat het graf van zijn overgrootpa zich in Kabul bevindt en daar wordt geëerd als het graf van een sufi-heilige ofwel ‘pir’. Het was voor het nageslacht van deze pir (door de pir zelf tijdens zijn leven) verboden dit graf, dat door mensen gezien wordt als als een bedevaartsoord, te bezoeken. De opa van mijn kinderen gehoorzaamde niet en bezocht het graf van zijn vader toch. Hij werd kort daarna verlamd en lag vanaf dat moment in bed zonder nog te kunnen spreken. Kort daarna stierf hij, toen mijn ex nog een baby was.

Na de dood van opa vertrok de jongste van zijn 4 vrouwen (de oma van mijn kinderen dus) met drie kinderen naar Karachi in het zuiden van Pakistan. Zij was bang voor de drie andere vrouwen, die in Peshawar allemaal op hetzelfde terrein woonden met een gemeenschappelijke binnenplaats. De andere vrouwen waren jaloers op haar en konden haar nu wat aandoen.

Een indrukwekkend verhaal, maar de clou van het verhaal is dat er in het gebied waar mijn ex geboren is geen achternamen zijn. Je bent die en die, zoon van die en die, maar een voor- en achternaam bestaat daar niet.

Toen mijn kinderen geboren werden was ik wel op de hoogte van het feit dat mijn ex geen achternaam had. Maar ik dacht dat ik in Nederland gewoon zijn naam kon kiezen als achternaam voor al mijn kinderen. Dat is ook gebeurd. Al mijn kinderen hebben hun vaders naam als tweede naam. Maar wat blijkt nou? (En ik kwam daar pas achter toen mijn kinderen al volwassen waren) Mijn kinderen hebben geen achternaam, maar wel allemaal dezelfde tweede voornaam. Hiermee zijn ze zonder problemen groot geworden. Voor de meisjes, die zelf weer kinderen kregen was het geen probleem, als zij de naam van hun partner gaven als achternaam voor hun kinderen. Voor mijn zoon is het echter wel een probleem. Hoe kan hij zijn kinderen een achternaam geven, als hij die zelf niet heeft? Gelukkig is er een oplossing. Mijn kinderen kunnen allemaal desgewenst hun tweede roepnaam alsnog bij de gemeente laten registreren als achternaam. Ik wil graag dat zij dat ook doen.

Mijn zoon twijfelde nog even of hij de naam zou kiezen van mijn vader (mijn achternaam) of die van zijn vader. Hij neigde ernaar om mijn naam te kiezen. Mijn naam is Theunissen, maar ik voel me net zo min een Theunissen (de naam van mijn biologische vader) als een Elkerbout (de naam van mijn stiefvader). In mijn ogen is er maar één realiteit. Je heet naar de persoon die je vader is (of moeder). Hoezeer je je verwant voelt met of gekoesterd voelt door die persoon doet niet ter zake. Het is de realiteit. Ik ben blij dat hij nu heeft gekozen voor de naam van zijn vader, zoals ik dat heb bedoeld vanaf zijn geboorte.

Het blijft voor mij een ‘dingetje’, die namen. Voor mijzelf zegt mijn eigen naam me niets en deze bepaalt zeker niet mijn identiteitsgevoel. Ik ben te vaak van naam gewisseld om er nog waarde aan te hechten, evenals aan mijn ‘roots’.