Liedje

De tekst doet me iets en ook het beeld en de melodie. Je lekker laten vallen ‘like a kite in a hurricane’ šŸ™‚. Je door de wind laten leiden….Alles loslaten wat je denkt te weten….want we weten niks. Alleen het moment telt, verleden en toekomst is verbeelding.

Verbintenis met anderen

Toevallig las ik vandaag via een link op twitter dit bijzonder lezenswaardige artikel met de letterlijk geciteerde woorden van een psychiater over wat er in onze maatschappij ontbreekt aan het welzijn van mensen: de werkelijke verbintenis met anderen. Hij noemt dit zelfs de echte crisis van deze tijd.

Ik had net thee gedronken na een flinke siƫsta van bijna twee uur diepe slaap. Ik was vandaag uitgeput, na twee nachten van te weinig slaap, eerst van een soort zenuwen voorafgaand aan de bruiloft van gisteren en afgelopen nacht vanwege het late uur waarop wij eindelijk in bed lagen, na een mooie maar zeer intensieve dag met veel emoties en veel verbintenis met anderen. Ik was verrast hoeveel mensen me benaderden en hoe fijn dat contact was. Het waren goede vrienden van het bruidspaar, die heel blij waren voor mij en mijn dochter dat ons contact nu weer zo goed is na een paar jaar van onmin door een kink in de communicatie. Ik kende een paar van die mensen al uit eerdere contacten maar sommigen ook niet, maar er was direct verbintenis. Het hele feest, met een flink aantal gasten, was er ƩƩn van verbintenis over en weer. Je kon zien hoe innig en direct de mensen met elkaar communiceerden en de liefde en vriendschap onderling was voelbaar.

Hoe anders was dat vandaag voor mij, toen mijn buurvrouw me belde op een moment voorafgaand aan mijn enorme siƫsta van vandaag, toen ik nog zo uitgeput was dat het me wat duizelde. (Het was geen kater, want wij drinken geen alcohol)

Zij vroeg me of ik vandaag nog boodschappen ging doen en daarop zei ik ‘nee’. Ik vertelde haar dat ik erg moe was na gisteren. (N.B. Ik had afgelopen woensdag speciaal heel veel boodschappen voor haar gehaald zodat ze even vooruit kon) Ze toonde weinig begrip voor mij, maar liet eerder haar teleurstelling doorschemeren. ‘Ik heb je toch een paar dagen met rust gelaten?’ Het was waarschijnlijk nieuw voor haar dat ik niet direct in de houding stond om haar diensten te bewijzen. Ik vroeg haar of het niet kon wachten tot maandag. Wat had zij dan dringend nodig? Daarop kon zij niet direct een antwoord geven. Ik zei haar dat ik sowieso wat wil minderen met mijn bezoekjes aan haar, omdat de tijd die ik aan haar besteed de laatste tijd erg is toegenomen, meer dan voor mij goed is. Ik merkte dat ik van haar kant weinig begrip kreeg. Ze bekeek het allemaal van haar kant en zag niet mijn perspectief, ook al probeerde ik het haar uit te leggen. ‘Ik kom de laatste tijd niet meer aan mijn eigen leven toe.’ Het was geen prettig gesprek, maar ik probeer het me niet te veel aan te trekken.

Maandag wil ik er verder met haar over praten. Ik heb haar gezegd dat als zij maandag het boodschappenlijstje heeft klaarliggen, dat ik het dan zal komen halen en dat ik dan die boodschappen voor haar zal doen.

Grenzen stellen is moeilijk voor mij. Altijd geweest. Als ik terugkijk besef ik dat ik steeds meer ruimte voor mezelf heb prijsgegeven voor haar en die heeft zij gretig ingenomen. Nu is het moeilijk de ruimte terug te pakken. Ik merk dat de verbinding in ons contact vooral van mijn kant is geweest. Ik heb me alle jaren erg in haar situatie ingeleefd en heb veel voor haar willen klaarstaan. Maar nu ik wat ruimte voor mezelf wil terug eisen, merk ik dat ze de paar activiteiten die ik naast mijn diensten aan haar heb ondernomen, zoals de ontmoetingen met mijn vrienden aanvoert als reden dat ik nu moe zou zijn. Kennelijk moet ik in haar beleving de dingen die ik voor en met anderen doe maar beperken om meer energie over te houden voor haar. Dat is in mijn ogen niet rechtvaardig.

Mijn zwakke plek is medelijden. Zij heeft die wond die niet dicht gaat. De vacuĆ¼mpomp en de plastische chirurgie hebben niet aangeslagen. De wond doet veel pijn en ettert enorm. Ze is bang dat ze 10 juli te horen zal krijgen dat de voet eraf moet. Ze ‘dreigde’ vandaag weer dat ze dan euthanasie gaat plegen. Ik begrijp haar angst en ook haar onwil om de consequenties van haar hulpeloosheid onder ogen te zien. Ze wil niet naar een bejaardenhuis, ook al is dat in de buurt van haar zoon in Rijswijk en kan deze haar dan vaker zien en krijgt ze daar de hulp die ze nu ontbeert en die ik voor haar opvang. Misschien moet ze toch afscheid nemen van het leven in haar huis met haar spullen die ze de hele dag loopt te poetsen en de kleren en handdoeken die ze elke dag wast en strijkt. Ik bedacht wat ik zelf zou doen in haar plaats. Ik zou alleen mijn dierbare spullen meenemen en vertrekken naar een plek waar ik hulp zou kunnen krijgen. Soms moet je onder ogen zien dat het niet meer gaat šŸ˜¢. Ik ben nu die pleister op die etterende wond. Hoe lief ik haar ook vind als mens en hoezeer het me ook pijn doet, ik moet ook aan mezelf denken.

N.B. Vandaag bekende Ahmad mij dat hij een app naar mijn jongste zoon had gestuurd dat hij zich zorgen maakte over mijn diensten voor de buurvrouw. Hij heeft hem gevraagd om met me te praten en mijn zoon op zijn beurt belde zijn zusje en zo is het gekomen dat mijn familie ineens in rep en roer was om mij te redden van mijn ‘redderssyndroom’. Daarom kreeg ik op Ć©Ć©n dag ineens telefoontjes van zowel mijn jongste dochter al van mijn zoon met het dringende advies om mijn activiteiten te minderen cq totaal te staken. Ik kies voor minderen, maar ik merk dat dit zelfs al op weerstand stuit bij de buuf.

Dag na de bruiloft…..

De voorbereiding in het mooie nieuwe huis van mijn oudste, de ceremonie, het diner met 50 gasten en het feest erna met 135 gasten met dj’s, een steengoede zangeres en trompettist was geweldig om mee te maken. Alles was perfect, soms ontroerend (de woorden van mijn dochter bij haar gelofte), de speech van de ambtenaar (was humoristisch en ontroerend), de hardwerkende fotograaf en filmer van het begin tot het einde, de lieve gasten, de goede sfeer, het enthousiasme op de dansvloer en het weer.

Het speelde zich allemaal af op locatie de Lake House in Bergschenhoek, een heel mooie plek.

Na het bruidspaar uitgezwaaid te hebben om 1.00 uur in de nacht, reed ik moe maar voldaan huiswaarts met mijn liefste.

Foto’s van de topfotograaf volgen nog. Ik schoot zelf ook wat plaatjes met mijn mobiel.

Links het zusje en haar beste vriendin
De bruidegom met mijn jongste zoon

Kortsluiting / te hoge druk op het spanningsnet

Het is er langzaam ingeslopen, dat ik steeds meer tijd ging doorbrengen bij de buurvrouw. Mijn diensten voor haar bestaan uit boodschappen doen, vuilnis buiten zetten, helpen met haar bed (loodzware matrassen omdraaien), eten en soep brengen, en als praatpaal/klaagmuur dienen. Het begon allemaal heel rustig met eens in de week de grote boodschappen en af en toe een kleine dienst daarnaast.

Maar toen zij die vacuĆ¼mpomp kreeg op de wond aan haar voet, waarmee zij de hele dag moest rondsjouwen, terwijl het ding in een tasje aan haar rollator hing, zag ik haar lijden en achteruit gaan. Ze zorgde niet meer voor voldoende warm eten en sliep slecht. Toen is erin geslopen dat ik vaker op een dag even langs ging om te kijken hoe het met haar was en toen ben ik ook begonnen met haar door ons klaargemaakt eten toe te stoppen. Als ik eenmaal binnen ben bij haar, wil zij haar verhaal kwijt en dan laat ze me niet gemakkelijk gaan. Soms sta ik al met een vuilniszak in de hand bij de deur terwijl ze nog met me aan het praten is. Ik wil haar woordenstroom dan niet afbreken.

De laatste weken heb ik opgemerkt dat ik aan veel dingen voor mezelf niet meer toekom. Kon ik vroeger nog naast mijn werkzaamheden voor haar een schilderij afschilderen, daar is nu al lang geen sprake meer van. De dagen vliegen voorbij en ik zie en hoor haar meer dan mijn eigen man, terwijl ik mijn kinderen en kleinkinderen helemaal weinig zie.

Gisteren merkte ik aan een aantal dingen dat de druk op mij nu erg hoog is geworden. Ik deed gisterochtend eerst boodschappen voor onszelf, op de fiets. Appeltje eitje. Na terugkomst daarvan ging ik naar haar voor haar boodschappenlijstje. Het is nu al zover dat zij het lijstje niet voor me heeft klaarliggen, maar dat ik haar moet helpen om het lijstje samen te stellen en op te schrijven. Ik moet daarbij steeds opstaan en in haar voorraadkast en ijskast kijken om te zien wat zij nog wel en niet heeft. Terwijl ik het lijstje opstel dwaalt zij regelmatig af, want ik moet horen wat er allemaal is gebeurd vanaf mijn vorige bezoek tot op heden. Dus met het lijstje ben ik wel een dik half uur zoet.

Na koffie gedronken te hebben met lieve Ahmad ging ik op weg naar mijn auto voor haar boodschappen. Ik kon mijn sleutel niet vinden. Die bleek aan de binnenkant van de deur (achter de tochtdeur) te zitten na veel gezoek. Ik liep naar mijn auto en vergat de boodschappentassen niet. Ik reed naar AH en parkeerde. Bij het uitstappen zag ik (karamba) dat ik mij tasje met haar portemonneetje en mijn rijbewijs etc en de sleutel van mijn huis thuis had laten liggen. Ik terug met mijn ‘waggie’. Thuisgekomen stond ik voor een dichte deur. Glurend door de vitrage zag ik Ahmads fiets wel staan. Hij was al teruggekeerd van zijn ‘pasaito’. Maar hij hoorde de bel niet! Ik liep helemaal om naar de tuin, maar daar zat hij niet. Opnieuw liep ik om naar voren, en ja hoor, hij had opengedaan. Hij was boven bezig geweest met de zoemende slijptol van zijn tiffany en daarom hoorde hij de bel niet direct.

Ik opnieuw weg met mijn tassie. Alle boodschappen voor mevrouw bij elkaar gezocht en betaald met haar portemonneetje. Ook nog gebeld of ze de Ariel in de aanbieding wilde. Dat heet ‘meedenken met de klant’. Dat wilde ze wel. Daarna drie volle tassen ingepakt (waaronder frisdrank, die haar kinderen en de verpleging drinken en die ik mag sjouwen, wat mij altijd een beetje pissig maakt) en met dat alles in een boodschappenkar naar mijn kofferbak gereden.

Ik sta met de klep van de kofferbak nog open in de brandende zon als mijn dochter belt. Ze maakt zich zorgen om mij, belde net Ahmad en hoorde dat ik weer bezig was met mijn diensten voor de buurvrouw. ‘Dit wordt echt te gek, mam, je bent bijna 24/7 met haar bezig. Ahmad vindt het ook. Je moet kappen, want je gaat er zelf aan onderdoor.’ Ik probeer wat nuance aan te brengen. Ik ben er door mijn gehaast en de stommiteit van vandaag dat ik mijn tasje ook nog vergat, wel achter dat ik niet goed bezig ben. Ik voel zelf de druk ook en ik wil zeker minderen met mijn diensten. Ik ben tenslotte niet haar dochter, maar ik doe de dingen voor haar die haar eigen drie kinderen niet voor haar doen.

Als ik de boodschappen bij haar heb ingeruimd in haar kasten en koelkast en haar portemonneetje met de bon op haar tafel heb gelegd, waarbij ik dit keer gelukkig snel weg kan, omdat ze al bezoek heeft van de pedicure, en daarna thuis kom, praat ik erover met mijn liefste. ‘Ik ben niet meer gefocust door alle druk en maak nu fouten. Ik snap wel dat ik moet minderen met mijn diensten voor de buurvrouw. Ik krijg het er zelf nu ook enigszins benauwd van,’ zeg ik. ‘Ik maak me al lang zorgen, maar ik weet dat jij toch doet wat je wil,’ zegt mijn maat voor altijd.

Als Ahmad in de avond de voordeur op het nachtslot wil doen, merkt hij dat dit niet lukt. Hij maakt de deur open en ziet dat ik mijn hele sleutelbos in het slot, dit keer aan de buitenkant van de voordeur, heb laten hangen. Die bos moet er een flinke tijd gehangen hebben, vanaf dat ik soep heb gebracht bij de buurvrouw rond een uur of 17. Gelukkig heeft niemand de sleutels weggenomen!

’s Avonds lig ik net in mijn bedje als mijn jongste zoon belt. Dat gebeurt niet zo vaak. Hij heeft meestal wel iets te melden als hij belt. En ja hoor, na wat praten over andere dingetjes, komt ook hij op het onderwerp buurvrouw. Hij is niet zo extreem als zijn zus. Hij wil dat ik beloof dat ik alleen maar een keer per week boodschappen doe voor haar en verder niet ga buurten bij haar of andere dingen ga doen voor haar. ‘Je moet dat echt beloven, mam.’ Ik beloof het ‘een beetje’. Ik zal mijn best doen en ga in ieder geval minderen, want ik voel de druk zelf ook naast enige woede jegens haar kinderen, die het laten afweten en het waarschijnlijk wel makkelijk vinden dat ik nu veel doe. ‘Mam, ze zal het er wel naar gemaakt hebben,’ zegt mijn dochter daarover. ‘Denk maar niet dat wij jou zo in de steek laten. Wij zullen er zijn om alles voor je toe doen.’ Ik krijg natte ogen van ontroering. Mijn lieve kinderen. Ik voel me zo omringd door liefde. Love is all. En vlak mijn liefste Ahmad niet uit. Mijn grote liefde in goede en slechte tijden. Ik voel me rijk in de liefde en heb genoeg over om uit te delen, maar ik ga wel minderen met mijn diensten voor de ‘buuf’. ā™„

Tijd

Tijd glipt door mijn vingers als zand Je kan tijd maar eenmaal benutten voor iets. Ik zou weleens willen dat het mogelijk was op twee plaatsen tegelijk te zijn. Vooral als mensen aan me trekken. De ‘pleaser’ in mij wil alle partijen tevreden stellen.

Maar ook wil ik heel graag wat tijd voor mezelf overhouden. Bijvoorbeeld om een boek te lezen met mijn benen in de zon of om die onderzettertjes eindelijk eens op mijn gemak te gaan beschilderen met bloemen. Ahmad heeft zijn werk al af. Maar ik moet nog zes van de acht onderzettertjes afschilderen en het portret van de buurvrouw.

Raamdecoratie die Ahmad voor mij maakte van tiffany
Bloemen die Ahmad d.m.v. pyrografie in houten onderzetterjes brandde. Ik moet 6 daarvan nog kleur geven, daarna vernissen met doorzichtige lak.

En dan komt er ook nog bij dat ik merk dat mijn energiepeil niet meer zo onuitputtelijk is als in mijn jongere jaren.

Morgen is er weer een dag. Als de zon schijnt kies ik toch voor zoveel mogelijk met benen omhoog in de zon. Je leeft maar Ć©Ć©n keer. Alles is een keuze.

De campo blijft trekken

Ahmad komt er toch weleens op terug. Op zijn verlangen naar wonen in de campo. We praten erover en over hoe dan praktisch te werk te gaan. Zijn mooie optrekje in Alhaurin de la Torre verkopen en dan in plaats daarvan een ‘finca rustica’ kopen? Het lijkt soms verleidelijk. Lekker dichtbij zijn lieve dochter en haar vriend, bij wie we ons zo fijn voelen en ’s morgens opstaan midden op een heuvel en uitkijken over een dal. Kippetjes op het erf en onze eigen verbouwde groente. Als we naar Nederland gaan kunnen zijn kinderen een oogje houden op het huis en het land.

Reizen per vliegtuig vanaf Sevilla naar Nederland zien we niet als een optie, want er zijn geen directe vluchten en er wordt alleen gevlogen naar Schiphol. Brr. Dan nog liever 313 km rijden naar Malaga en daar op het vliegtuig stappen dat regelrecht in nog geen 3 uurtjes naar Rotterdam vliegt.

Op andere momenten twijfelen we. Misschien is het toch beter het dakhuisje in Alhaurin niet te verkopen en in plaats daarvan een goedkoop prefab huisje te kopen, dat hij op het land van zijn dochter zou kunnen zetten. Dan kunnen we daar naar wens tijd doorbrengen en kan zijn dochter in onze afwezigheid ook gebruik maken van dat huisje. Maar helaas bevindt hun land zich in een beschermd natuurgebied waarop je nog niet eens een tent mag neerzetten, ook al is het je eigen land. Dus dat gaat waarschijnlijk niet.

We blijven erover nadenken. De campo trekt, maar we zijn niet meer de jongste en het hele gedoe van een huis moeten verkopen en een ander kopen is een enorme klus. Ik voel me in het dakhuisje in Alhaurin soms een vogel in een kooitje. We hebben de bergen in de buurt al bewandeld en we kennen de buurt door en door. Maar aan de andere kant denk ik dat we het uitzicht op de Sierra Nevada en de kust van Malaga en de zonsondergangen gaan missen. Het ongezien wonen zonder inkijk met een spectaculair uitzicht, de mooie tegels die Ahmad heeft gemetseld op zijn terras. De nabijheid van het vliegveld van Malaga en de winkels in ons dorp en de dokterspost op loopafstand. Dat zullen we dan moeten missen.

Ik vind het lastig, maar ik zal meegaan met de flow. Wat mijn liefste ook besluit. Ik kan me wel voorstellen dat hij heimwee heeft naar het leven in de natuur waarin hij is opgegroeid. Ikzelf heb mijn jeugd grotendeels doorgebracht in de bosrijke omgeving van militaire vliegbases. Dus ik heb ook een soort heimwee naar de rustige omgeving in mijn jongste jaren. Hoe dan ook. Het is een luxe’probleem’

Hij stuurt me net deze nostalgische foto. Zegt erbij: ‘zo waren wij katoen aan het plukken’ Mijn lieve boerenjongen šŸ˜ Moet je die seƱor op dat paard zien, de slavendrijver. Dat was toen heel normaal, zegt mijn schatje. Gelukkig heeft hij het nu beter.

Deugmens, uitslover!

Op twitter komt weleens het scheldwoord ‘deugmens’ voorbij, meestal uit de zogenoemde ‘rechtse’ hoek. Met deugmensen worden, als ik het goed begrijp, de conformisten bedoeld die zich scharen achter populaire en ‘politiek correcte’ meningen en dan weer afwijzend staan tegenover alles wat van hun mening afwijkt. Ik kan er niet echt wijs uit. Wat sommige mensen rechts noemen zie ik meer als populistisch links en wat links genoemd wordt zie ik als een slimme afleiding van de echte problemen die spelen. Dat de gemoederen verhit zijn en dat mensen elkaar voor van alles uitmaken als ze het onderling niet eens zijn op Twitter is voor mij in ieder geval duidelijk. De tolerantie waar Nederland in de 70er jaren om bekend stond is nu ver te zoeken. Daarin wijken we niet veel af van andere landen. De manier waarop mensen anderen hun mening nu willen opleggen heeft nazi-achtige trekjes en de de ‘vrijheid van meningsuiting’, die nota bene hoog in het vaandel wordt gedragen (bijna als een religie) is ver te zoeken. Je bent hier helemaal niet meer vrij in het uiten van je mening, dat is mijn mening šŸ˜‰. Als je mening afwijkt van die van een ander, dan probeert diegene je via de media onderuit te halen en vaak zonder enig ter zake doend argument, maar misschien alleen door bijvoorbeeld te zeggen dat je een te dikke kont hebt en dat je je domme muil moet houden. Zelfs rijke jongens met een gewichtige naam, die adel vermoedt, gedragen zich in dat opzicht als kleine scheldende kinderen. Ik lees het af en toe met lichte verbazing en bemoei me er verder niet mee. Ik heb nog nooit een tweet geplaatst en ik heb 0 volgers en dat wil ik graag zo houden.

Maar de laatste tijd vraag ik me af of ik misschien een deugmens ben. Niet in de zin waarop deze benoemd wordt op twitter, maar in de letterlijke zin: iemand die graag wil deugen, een braverd. Ik doe boodschappen voor mijn buurvrouw, ren naar haar toe als ze moet huilen en haar ei kwijt moet, breng haar bakjes eten en soep en ik raap zwerfvuil in mijn buurtje. Ik luister geduldig naar een ieder met problemen en ik speel taxi voor wie dat nodig heeft. Vroeger leefde ik voor mijn kinderen en nu dat minder nodig is ben ik beschikbaar voor ieder die van mijn diensten gebruik wil maken.

Als je mij zou vragen: maar wat wil jij dan eigenlijk? Heb jij geen bucketlijst van wensen, reizen die je nog zou willen maken of dingen die je wil meemaken zien of kopen? Nou nee, eigenlijk niks. Helemaal niks. Ik leef al zo lang met het motto ‘u vraagt en ik draai’, dat ik geen enkel ander oogmerk meer heb. Vroeger (toen ik nog geen kinderen had) hield ik van reizen. Ik besteedde daar al mijn spaarcentjes aan. Nu heb ik geen enkel verlangen meer om meer van de wereld te gaan zien. Mijn enige wens is dat ik elke dag wat tijd voor mezelf mag hebben om een boek te lezen of een eind weg te kletsen in mijn weblog. En verder vind ik het oprecht heerlijk om te dienen. Ik word blij als ik een ander blij kan maken of als ik zie dat iemand met verdriet iets opgeluchter oogt als deze bij mij wat heeft mogen spuien. Ik houd van mijn omgeving en de mensen en dieren en planten en spullen die ik tegenkom. Ik speel daar graag een positieve rol in. Meer is het niet. Maar als je het lelijk wilt zeggen dan zou je kunnen zeggen dat ik een deugmens ben, een uitslover. Maakt me niet uit.

Verschillen in populatie

In mijn buurt is het merendeel van de bewoners getint en (laten we het voorzichtig zo zeggen) met in ieder geval een opa of overgrootvader die niet hier geboren is maar in een land rond de middellandse zee of nog verder weg. Dat geeft een mooie mengeling van kleuren op de gezichten die je tegenkomt in de buurtwinkels en op straat. Ik fietste vanmorgen langs een paar scholen (want er zijn er hier veel). EĆ©n daarvan is de islamitische Younos Emre bassisschool. Daarvan weet je al dat daar alleen maar kindertjes van moslims op zitten. Maar er is ook een katholieke basisschool, waarop mijn kinderen hebben gezeten. Die was toen nog wit-zwart gemengd. Dat moet je tegenwoordig zeggen van de woke politie. Andere kleuren zien zij niet en mogen niet genoemd worden, want dat zou discriminerend zijn. Nu zijn de kindertjes op alle scholen hier overwegend getint (sorry, dat zwart wit kan ik niet uit mijn bek krijgen en is volgens mij verzonnen door mensen die in overwegend ‘witte’ buurten wonen). Het zijn kindertjes van allerlei kleur. Maar de blonde ‘witte’ kindertjes zijn hier op de scholen veruit in de minderheid. Ik fietste vandaag langs een schoolplein waar het juist pauze was. Ik zag een minderheid van witte kindertjes in een groepje staan en ergens een meisje alleen naar de spelende kinderen kijken. Verder leken alle kleuren door elkaar te rennen en schreeuwen. De kinderen op de scholen in mijn buurt wennen alvast aan de ‘omvolking’ waarvoor sommigen huiverig zijn. Uiteindelijk worden we allemaal Ć©Ć©n familie en daar ben ik voor.

Hoe anders was het gisteren toen ik een paar kilometer verderop naar Wateringen fietste. Ik ging daar naar de markt om vogelvoer te halen. Ik zag alleen maar wit volk. Hoe is het mogelijk, dacht ik. Het is precies 2 kilometer op de fiets vanaf mijn huis en ik bevond me in een compleet andere omgeving. Hoe krijgen de mensen het daar voor elkaar om zo ‘onder ons’ te blijven? Het leek wel of ik ineens in een dorp in de achterhoek was. Zou het te maken hebben met het al dan niet toewijzen van woningen aan mensen? Hetzelfde zie ik als ik fiets naar de wijk Loosduinen, die iets verder weg gelegen is vanaf mijn buurt (4 kilometer) maar nog wel in Den Haag. Ook daar heb je te maken met een volledig witte gemeenschap.

Ik vertelde gisteren mijn lieve oude buurvrouw over de verrassend witte gemeenschap die ik had gezien die ochtend op de markt en bij de Jumbo in Wateringen. ‘Heerlijk, hĆØ,’ reageerde zij enthousiast. ‘Nou, eerlijk gezegd niet zo. Ik voelde me daar een vreemde eend in de bijt.(N.B. overigens een voor mij bekend gevoel) Misschien komt het doordat ik drie keer getrouwd ben met een buitenlander, maar ik voel me geen echte Nederlander meer.’ Ze knikte begrijpend, hoewel haar wereld een heel andere is dan de mijne. Ondanks dat voelen wij ons met elkaar vertrouwd. En ook went zij steeds meer aan het eten dat ik haar breng in bakjes. De Andalusische soep van Ahmad en mijn nasi. ‘Ik heb zitten smullen,’ zegt ze dan achteraf.

Och ja, dat zijn zo van die dingen die me opvallen. Zouden ze daarom mijn buurt willen platgooien en vervangen door meer en ‘betere’ woningen? Mijn buurt ligt tussen Wateringen en Loosduinen. Misschien willen ze mijn buurt nu weer ‘wit’ maken om niet zo uit de toon te vallen tussen die andere twee buurten. Ik zie wel hoe dat verder gaat. Ze zouden beginnen met het platgooien van de Zichten, om verder te gaan met de Gaarden en tenslotte te eindigen met de Dreven. Het plan was te beginnen met bouwen in de Zichten in 2022. Ik ben laatst even wezen kijken in die wijk en zag dat er nog niemand verhuisd was. Hoe willen ze zorgen voor vervangende woonruimte voor al die mensen die weg moeten, als ze nu al onvoldoende woningen hebben om statushouders te huisvesten, laat staan alle anderen die nu al een urgentie hebben voor een woning? Ik wacht het af.

Mode

Vanmorgen zag ik in mijn nederige buurt een vrouw lopen met een vrij korte rok, waaronder mooie benen uitstaken op hoge hakken. Daarover droeg zij een lange mantel die openwaaide in de wind. Het was een elegante verschijning, die echter misplaatst overkwam in mijn buurt. Waarvoor zoveel moeite? Het was als paarlen voor de zwijnen tussen de andere voetgangers met armoedige jasjes en kreukelige spijkerbroeken onder dikke buiken en de vrouwen met hoofddoeken achter kinderwagens.

De tijd lijkt voorbij dat vrouwen hooggehakt voorbij trippelden in mooie jurkjes. Zelfs al dragen ze een jurkje, wat bijna niet meer voorkomt, dan zie je daaronder sportschoenen of stoere laarzen. Maar de meeste mensen lopen in een spijkerbroek of trainingsbroek en op gemakkelijke schoenen. Ook mannen zie je niet veel in een pak met een stropdas of strik, maar veelal in een sportieve broek met een polootje of trui. Dat is de mode van nu, althans in mijn buurt en datzelfde zie ik ook in mijn andere buurt in Alhaurin de la Torre. Ik vind het prima. Waarom zouden vrouwen nog langer hun voeten verpesten door het dragen van hoge hakken en schoenen met een ongemakkelijke leest. Martelwerktuigjes zijn dat meestal. Sportschoenen met vering zijn beter voor de voeten. Man en vrouw lopen nu in een bijna identiek ‘uniform’. Vrijetijdskleding is de norm.

Ik ben er blij mee. Ik heb een paar spijkerbroeken die ik om en om draag en rokjes en jurkjes blijven bij mij in de kast hangen. Gelukkig heb ik er ook niet veel van en zijn de meeste rokjes tot op de draad versleten, omdat ik ze al meer dan 20 jaar oud zijn en ik ze vroeger veel gedragen heb. Maar ik doe ze nog niet weg. Misschien komt er een tijd dat ik ze opnieuw ga dragen. Voorlopig geniet ik van de simpele dracht die nu gemeengoed is.

Maar vergis je niet. Dat de mode nu universeler is dan voorheen wil niet zeggen dat er geen verschillen zijn. Je hebt trainingspakken, spijkerbroeken en sneakers in diverse prijscategorieĆ«n. De kenner weet waarmee hij of zij van doen heeft. Vooral de diverse sneakers spreken tot de verbeelding. Sportschoenen zijn er voor 50 maar ook voor rond de 450 euro of nog meer en kenners onder elkaar kunnen daar een tijdlang over praten, elkaar foto’s tonend van de laatste modellen, de ‘musthaves’. Datzelfde geldt voor andere ogenschijnlijk eenvoudige kledingstukken. Niet elke spijkerbroek is even geraffineerd van model en ook daarin zijn gradaties. Ik zie dat verschil in spijkerbroeken ook wel. Dus ook al lijkt de mode universeel en wat saai, er zijn alsnog verschillen voor de oplettende toeschouwer. Ik ben iemand met niet veel kleding, maar de kleding die ik heb draag ik graag. Dat kunnen heel goedkoop verkregen kledingstukken zijn, die alsnog mooi ogen. Je moet er oog voor hebben. Wat is het voor een materiaal, welke snit en hoe voelt het aan je lijf. Hoe ziet het eruit in de spiegel. Dat is voor mij de maatstaf om kleding al dan niet te kopen. Al een tijd heb ik ruim voldoende kleding en schoenen. Ik besteed daar weinig of geen geld aan. Want wat ik heb is meer dan genoeg. Ik vind dat er leuk uitzien niet duur hoeft te zijn. Goedkope kledingstukken gaan soms nog langer mee dan de prijzigere varianten. Je betaalt vaak alleen maar voor een bepaald merk of een bepaalde ontwerper, maar soms kunnen kledingstukken van een onbekend merk verrassend mooi zijn. Bekend is niet altijd hetzelfde als mooi. Dat vind ik.

Maar ik ben blij met de nieuwe mode, die ik zie als comfortabel. Misschien wat fantasieloos maar wel comfortabel en dat is naar mijn idee belangrijk. Door de steeds meer op elkaar lijkende dracht van mensen, jong en oud, man of vrouw of onbekend, vallen de verschillen tussen mensen weg en dat zie ik als positief. We zijn toch allemaal Ć©Ć©n familie šŸ˜‰.

Narcistjes kweken

Een paar keer heb ik in dit weblog uit de school geklapt over de behoorlijk Spartaanse opvoeding die mijn broer en mij ten deel viel. Wij ontwikkelden ons tot mensen met bindingsangst en weinig zelfvertrouwen.

Wij groeiden op in de tijd dat ‘je wil nog achter de deur met de bezem’ stond. Je moest gewoon bepaalde dingen doen of juist niet doen. Als je vroeg naar het waarom daarvan kreeg je daarop het simpele antwoord: ‘omdat ik het zeg’. Over de zin van al hetgeen je moest doen en leren kreeg je geen nadere uitleg. Daar zou je nog wel achter komen als je daar rijp voor was. Dat er een groot verschil was tussen de wijsheid van de volwassene en de onwetendheid van een kind (of snotneus) werd zeer benadrukt. De volwassene wist het ten allen tijde beter en hoefde veelal ook nooit een fout toe te geven. Deze mythe werd lange tijd in stand gehouden om het gezag van de volwassene veilig te stellen. Het kind of de jongere was permanent nog niet droog achter zijn oren en naar zijn mening werd niet gevraagd. Gehoorzaam zijn was belangrijk en verder niets.

Via boeken en ander geschreven woord en via de media ben ik er inmiddels achter dat de opvoeding van mijn broer en mij geen grote uitzondering is wanneer je deze plaatst in de tijdgeest van toen. Het was in die tijd normaal. Het af en toe een klap geven of meerdere klappen gold bovendien in die tijd nog niet als kindermishandeling zoals tegenwoordig.

Ik behoor tot de generatie van de boomers, die in de 60er en 70er jaren de autoritaire opvoeding ter discussie stelden, mede dankzij de ‘wetenschappelijke’ onderbouwing van dokter Spock, die een vrijere opvoeding propageerde. Jongeren gingen zich afzetten tegen de oudere generatie door zich anders te kleden, andere muziek te waarderen, te experimenteren met drugs, vrije sex, communes, provo, panden kraken, het witte fietsenplan, dolle mina, flower power en nog meer ludieke acties. Er was een groot onderscheid tussen het ‘estabishment’ en de ‘nieuwe generatie’. Jongeren kregen een grote mond. De volwassene die het beter zou weten werd van zijn troon gestoten door het jonkie. Als jongere stond ik daarbij en keek ernaar. Ik liep er met hippe kleding wat doorheen te fladderen. Het ‘love is all’-idee was me het meest op mijn lijf geschreven. De protesten begreep ik niet zo goed. Ik vond dat je de maatschappij moest veranderen door met jezelf te beginnen. Ik dacht niet ‘links en niet rechts, maar in de kleur van mijn hart’ (Frank Boeijen).

Nu leven we in een heel andere tijd. Door de constante info van internet en het voortdurend met elkaar in verbinding staan via het internet komt er dagelijks een grote hoeveelheid informatie op de mens af. En dat geldt voor jong en oud, dankzij de jonge leeftijd waarop kinderen voor het eerst een smartphone of een tablet in hun knuistjes gedrukt krijgen. Het verhaal dat sommige dingen niet bestemd zijn voor jonge nieuwsgierige kinderoortjes gaat veelal niet meer op. Kinderen kunnen al vanaf jonge leeftijd informatie opzoeken en zo hun leergierigheid bevredigen. Het is voor een ouder bijna onmogelijk om het kinderzieltje af te schermen voor informatie waaraan hun kind nog niet toe is. Dat is aan de ene kant goed, want zo kan een ieder zich snel kennis toeƫigenen over veel onderwerpen. Het verschil tussen kind en volwassene vervaagt steeds meer. Ouders gaan steeds gelijkwaardiger om met hun kinderen, die ze steeds meer beschouwen als kleine mensjes.

Ik vind dat niet verkeerd. Ik heb bij de opvoeding van mijn eigen vier kinderen gemerkt dat kinderen veel kunnen begrijpen en dat het waardevol is met ze te praten. En dat je je daarbij niet heel autoritair hoeft op te stellen om alsnog respect te krijgen. Maar als ik nu om me heen kijk, dan zie ik vaak kinderen bazen over hun ouders. Dat is naar mijn idee ook weer niet de bedoeling. Dat een kind als een lastige werkgever gaat bepalen wat de ouder moet doen. Natuurlijk wil bijna iedere ouder het beste voor zijn kind en het kind gelukkig maken en beschermen tegen onheil en narigheid. Maar tegenslag hoort wel bij het leven. En het kleine prinsesje of prinsje moet dat kunnen ervaren. Het hoeft niet op al zijn wenken bediend te worden. Zo kweek je een narcistje, dat zichzelf ziet als centrum van het universum. Daar lopen er nu heel veel van rond.

Ik zeg niet dat alle narcisten gekweekt zijn door een opvoeding waarin ze teveel zijn verwend. Er zijn narcisten van velerlei soort en door velerlei oorzaak. Genen spelen ook een rol naast opvoeding en ervaringen in het leven. Maar ik zie wel dat het voortdurend centraal stellen van de wensen van kind evenmin een goed opvoeding is als het volkomen negeren van de wensen van een kind of nog erger het systematisch breken van de wil van een kind. Er moet ergens een middenweg zijn. De opvoeder als een welwillende gids, die het leven net wat langer heeft geleefd dan het kind en daardoor het kind aan de hand kan nemen en leiden door het doolhof van het gecompliceerde leven tot aan de volwassenheid. Met als gereedschap eerlijkheid, gelijkwaardigheid en een open communicatie. Ouders zijn ook maar mensen en kinderen zijn kleine mensjes die later grote mensen worden.