Isolatie

Deze mooie en lieve hond, die ik nog nooit heb horen blaffen of janken, zit net als wij in isolatie. Met dat verschil dat hij al in zijn eentje opgesloten zat op het afgeschermde hoekje van een dakterras lang vóórdat de corona-crisis begon. In regen, wind en zon brengt het dier zijn dagen alleen door, met alleen de bescherming van een klein hok tegen kou of hitte. Elke dag kijk ik een paar keer naar hem vanuit ons slaapkamerraam. Wat is hij aan het doen? Ligt hij te slapen? Zit hij geduldig te wachten op de brokken die hij in zijn etensbak krijgt? Of zit hij te knagen aan de kartonnen platen die opgestapeld liggen langs de omheining van zijn kleine verblijfplaats? Soms praat ik tegen hem en vaak kijkt hij naar me terug. Dan zeg ik dat ik meeleef met zijn trieste situatie, maar dat ik niets voor hem kan doen.

Vanmorgen had ik het erover met mijn levensmaatje wat er zal gebeuren als de regelgeving omtrent het huisarrest voor ons mensen wordt opgeheven. Ik zie al voor me dat mensen dan massaal de straat op zullen gaan en dat alle mooie plekken weer vergeven zullen zijn van de mensen. Dat ik dan waarschijnlijk helemaal geen zin zal hebben om me in die mensenmenigte te begeven en dat ik er dan zelf voor zal kiezen thuis te blijven. Dat het eigenlijk al zo lang zo is dat je nergens meer rustig kan genieten van een mooie plek. Overal loketten met intree en lange rijen. De hele wereld lijkt vergeven van toerisme.

A. begrijpt wat ik bedoel. ´Het lijkt erop dat mensen bewust elkaar opzoeken en graag verblijven op plekken waar veel anderen zijn´, zegt hij. Hij heeft daar van jongs af aan een hekel aan gehad. ´Van kleins af aan moest ik niets hebben van grote evenementen als de Semana Santa of de Feries. Als al die mensen bij elkaar kwamen om feest te vieren, pakte ik liever mijn muilezel en reed ik daarop ´s nachts de campo in om te kijken naar de sterren.´ Ik zie het voor me als hij dat vertelt en ik neem me voor dat beeld van hem op een muilezel, rijdend in de nacht of overdag met zijn sombrero, een keer te schilderen.

´Nu begrijp ik ook beter mijn stiefvader,´zeg ik. Als kind wilden mijn broer en ik natuurlijk het liefst kamperen op een camping, waar we konden spelen met andere kinderen. Maar mijn stiefvader koos altijd voor de stilte. Wij brachten onze maandenlange vakanties door op stille plekken in Noorwegen of ergens in de bergen in andere Europese landen. Ik begrijp nu heel goed zijn verlangen naar die rust, ver van mensen en dicht bij de natuur. Het wordt steeds moeilijker die rust nog te vinden op deze aarde.

´Ik hoef niets bijzonders te zien,´ zeg ik. ´Niets waarvoor je in de rij moet staan. Ik ben al blij met een wandeling in de buurt.´ Of in welke buurt dan ook. Ik zie toch overal verrassende hoekjes. En alles verandert telkens door lichtval, het weer of door wat toevallig gebeurt. En zo is er altijd genoeg te zien. Het dagelijkse is mooi genoeg. Als het maar niet te druk is om me heen. Ach ja….

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *