Thomas, mijn eerste kat

Het was een oranje kater die mij trouwe vergezelde naar school en me ook weer stond op te wachten als ik uit school kwam. Ik had hem op straat gevonden op de vliegbasis Deelen, waar we toen woonden in een omgebouwde soldatenbarak.

Klein Heidekamp 10

Ik wilde de kat graag houden, maar dat mocht alleen als ik eerst alle omwonenden langsging met de kat en ging vragen of hij niet van iemand anders was. Ik wist al lang dat het een zwerfkat was. Alle kinderen waren bang van het dier, maar ik nam hem toch in mijn armen en deed wat me gevraagd was door mijn stiefvader. Niemand eiste het dier op en toen mocht ik hem houden. Maar eerst moest ik van mijn stiefvader zand gaan scheppen voor een kattenbak. Het vroor die dag. Dus het was een hels karwei voor een kind van 7 jaar om voldoende zand te scheppen voor een kattenbak. Maar het lukte me en die nacht mocht de kat ook bij me slapen in een poppenbed. Thomas bleef die nacht niet in zijn poppenbed liggen, maar kwam gezellig naast me in bed spinnen. Wat een heerlijke ervaring was dat.
Helaas duurde dit niet lang, want de volgende nacht mocht hij niet meer bij me slapen, omdat dit niet hygiënisch zou zijn. Ik bleef wel voor Thomas zorgen en bestudeerde de hele dag zijn gedrag. Wat was ik geboeid door zijn sierlijke lijf, hoe hij zich bewoog en hoe hij zich waste, Ik kon alles met hem doen. Ik kon hem als een bontje om mijn nek hangen en dan bleef hij ook hangen. Dat had ik gelezen in het boek Thomasina van Paul Gallico. Daar werd een oranje poes in beschreven die ook als een bontje om de nek van haar baasje bleef hangen. Maar dat bleek een vrouwtje te zijn en daarom werd zij Thomasina genoemd.
Mijn kat was wel een kater en nog niet gecastreerd. ’s Nachts moest hij in de keuken blijven, waar hij via de deur die op een kattenketting stond in en uit kon. Regelmatig ving hij ’s nachts vogeltjes, waarvan de restjes in de keuken verspreid lagen. Die moest ik uiteraard opruimen. ‘Het is jouw kat’. Soms moest Thomas overgeven, haarballen. Uiteraard waren die ook voor mij om op te ruimen. Ik vond het niet erg. Ik was gek op Thomas. Ik speelde veel met hem. Soms legde ik hem in mijn poppenwagen en dan bleef hij gewoon liggen en kon ik met hem wandelen. Als ik hem maar melk liet drinken uit de poppenmelkfles. Dat vond hij heerlijk. Soms trok ik hem een groen wollen vestje aan, wat hij ook prima vond. Het stond prachtig bij zijn oranje vacht.
Op een goed moment moesten we weer verhuizen. We zouden naar de vliegbasis Rheindahlen in Duitsland verhuizen en dan kon Thomas niet mee, want die zou dan eerst in quarantaine moeten. Voordat we gingen verhuizen gingen we een maand met vakantie en Thomas werd alvast weggebracht. Naar een boer, 30 kilometer verderop. Hij zou het daar goed hebben, verzekerden mijn ouders me. Maar ik was ontroostbaar. De hele vakantie kon ik alleen maar aan Thomas denken.
Toen we terugkwamen van vakantie zat tot onze verrassing Thomas voor de deur. Ik werd gek van blijdschap. Van de de militairen uit de officiersmess die tegenover onze barak was gelegen hoorden we dat Thomas al een paar dagen na ons vertrek was teruggekeerd en elke dag rond ons huis had rondgescharreld. Hij kreeg eten van de koks van de officiersmess.

officiersmess

Gelukkig mocht ik Thomas alsnog meenemen naar Duitsland. We hebben hem meegesmokkeld onder de bank van de auto. In Duitsland was mijn school op loopafstand en daar kreeg Thomas de gewoonte om met me mee te lopen naar school en terug.. Ik bleef gek op hem en kon mijn ogen niet van hem afhouden. Zag hoe hij vriendschap kreeg met een klein siamees katje van de buren. Hij leerde het katje jagen en trok veel met het beestje op. Het katje had de rare gewoonte om uit het raam te springen van de eerste verdieping. Als een zweefvliegtuigje vloog hij dan naar beneden en kwam op zijn pootjes terecht. Tot het een keer mis ging en hij niet goed terecht kwam. Hij was toen dood. En Thomas heeft nog weken om hem getreurd.
Overal in de omgeving werden oranje katjes geboren. Jonkies van raskatten en de mensen waren niet blij met de rode bastaardjes. Daarom werd Thomas gecastreerd. Sindsdien was het een veel minder leuke kat, die meer sliep en minder ondernemend was. Thomas is uiteindelijk overleden in Eindhoven. Hij had een leverafwijking en droogde op helemaal uit. Ik heb nooit meer zo een kat gehad als hij.

ons huis in Eindhoven

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *