Nastaar bij een mondige patiënt

Afgelopen woensdag moest ik om 7 uur in de ochtend in het ziekenhuis zijn. Daar werd ik om 7.15 binnengeroepen om plaats te nemen op een soort tandartsstoel. Ik kreeg verdovende druppels in mijn oog en lag daarna een uur te wachten tot de dokter kwam. Ik was zijn eerste patiënt. Om 8.15 uur werd ik eindelijk naar de dokter gereden in mijn luie stoel, inmiddels helemaal ZEN, maar ook wat ongeduldig en rillerig van de koude. De operatie verliep heel anders dan de eerste bij een invaldokter. Zij gebruikte een techniek waarbij het oog totaal gedemobiliseerd wordt. Een verdoving tot achterin het oog, waardoor je ook even blind bent aan het te opereren oog. Op zich wel relaxed, maar ik moest naar huis met een verband voor één oog. Dat werd er de volgende dag pas afgetrokken en toen merkte ik dat ik nog zeer wazig zag met het geopereerde oog. Heet oog was bovendien knalrood en enorm pijnlijk.
Zo niet afgelopen woensdag. Tijdens de operatie had ik nog ‘zicht’, maar het gekke is natuurlijk dat er wel een lens in je oog wordt vergruisd en dat daar een nieuwe kunstlens voor wordt geplaatst. Wat zie je dan? Wel, je ziet veel licht en dat licht blijft ook. Blauwig en wit licht en daarbij merk je ook dat er iets uit je oog wordt weggeslurpt en dat er iets nieuws binnen komt schuiven van links. Ondertussen hoor je een apparaat veel geluiden uitstoten en er komt zelfs een vrouwenstem uit het apparaat die in het Engels nummers opnoemt van çoördinaten of iets dergelijks. Heel futuristisch allemaal. Het gaf me het idee plaats genomen te hebben in een ruimteschip. Af en toe werd er een verkoelende plens water in mijn oog gegoten, wat weldadig aanvoelde. Na de operatie kreeg ik een doorzichtig kapje op het geopereerde oog geplakt en kon ik met een redelijk zicht naar huis fietsen.
Ik moest het kapje ophouden tot de volgende dag en dat deed ik ook braaf. Op het moment dat ik het weghaalde merkte ik dat ik meteen een fantastisch zicht had in de verte met het zojuist geopereerde oog en het oog was totaal niet rood. Ik had ook 0,0 napijn. Wat heerlijk was dat!
Ik moest de dag erna direct bij de oogarts zijn voor nacontrole. ‘Ziet er goed uit’, constateert hij. ‘Het is fantastisch!’ roep ik uit. ‘En ik maak me ook geen zorgen om dit oog, maar wel om mijn nu 7 weken geleden geopereerde andere oog. Ik heb van die operatie veel napijn gehad en ik heb met mijn rechteroog een veel minder zicht dan met mijn linker. Is dat normaal?’ De dokter, een man van weinig woorden, maar snelle actie, kijkt nu ook even naar het andere oog. ‘U hebt last van nastaar. Maar dat is gemakkelijk te verhelpen met een laserbehandeling. Dan wordt het ‘vieze’ schoongemaakt. Het is een kleine en pijnloze ingreep.’ Het klinkt me aanlokkelijk in de oren. Stel je voor dat mijn andere oog ook zo fantastisch gaat zien als het linker. Ik vertel de dokter dat ik 14 maart alweer vertrek naar Spanje. Zou het voor die tijd kunnen gebeuren? Het kan nu meteen, zegt de dokter bereidwillig. Hij zet wat noodzakelijke aantekeningen in zijn pc en druppelt de bekende druppels in mijn oog die de pupil dienen te verwijden. En dan mag ik naar kamer 8. Inwendig uitgelaten loop ik erheen. Er zitten daar al wat mensen te wachten. Dan komt de dokter eraan. ‘Het zal toch vandaag niet gaan,’ zegt hij spijtig. De laser-kamer is bezet door een andere oogarts en dat had hij zich niet gerealiseerd. ‘We moeten er toch een nieuwe afspraak voor maken. Sorry.’ ‘Maar u heeft al gedruppeld.’ zeg ik wat verschrikt. ‘Dat geeft niets,’ stelt hij mij gerust.
Ik krijg een afspraak voor de laser-bahandeling op 9 februari a.s. In de felle zon fiets ik naar huis, mijn rechteroog met de wijd opengesperde pupil, die veel licht binnen laat, beschermend tegen het gevaarlijke tegenlicht.
Vandaag google ik wat nastaar is en hoe het behandeld wordt en wat de risico’s zijn. Inderdaad met laser en met weinig risico, maar er staat wel bij dat eerst moet uitgesloten worden dat de oorzaak van het slechtere zicht niet een macula oedeem is. Anders kan de straling het zicht juist helemaal verslechteren. Ik wordt er een beetje bangig van. Het zijn verdorie wel mijn ogen waar we het hier over hebben.
Maar ik besluit me neer te leggen bij de diagnose van de dokter, een ervaren man die vast wel weet wat hij doet. Op hoop van zegen…Ik zal mijn zorg voor de zekerheid wel aankaarten bij hem voor hij begint te laserstralen.
Alles overdenkende besef ik wel dat ik geopereerd ben aan beide ogen, dankzij het feit dat ik een mondige patiënt ben. De dokter stelde eerst voor het bij één oog te laten! En dat hij nu even keek naar mijn andere oog, dat dus echt niet zo goed ziet, is ook dankzij het feit dat ik daarover begon. Als ik al die lieve, volgzame mensen zie zitten in de wachtkamer, vraag ik me af hoe dat zit met de anderen. Durven zij ook hun mond open te trekken en te vragen wat ze willen weten en hun wensen aan te geven? Ik hoop van wel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.