Geloof en religie

Hebben jullie even? ūüėČ
Gisteren keek ik een tv-programma terug van de evangelische omroep, dat heet ‘adieu God’. In dit programma worden mensen ge√Įnterviewd die zijn opgegroeid met een religie en in de loop van hun leven het geloof hebben afgezworen. Gisteren kwam er een voor mij interessante gast aan het woord, Arthur Japin.
Hij maakte een onderscheid tussen geloof en religie. God in de betekenis zoals de religies die eraan geven heeft hij afgezworen, maar hij gelooft wel in liefde en vergeving en proberen in al je gedrag een ander niet te beschadigen. Dit heeft hij volgehouden vanaf zijn jeugd en ondanks dat hij geen prettige jeugd had (zijn ouders hadden een gewelddadige relatie en op school werd hij gepest), heeft hij op zijn 18e jaar een voor hem belangrijk besluit genomen, dat zijn verder leven bepaald heeft. Hij besefte dat hij hij boos kon zijn en rancuneus om wat hem was overkomen, maar daarnaast zag hij een andere mogelijkheid. Hij kon zich ook verplaatsen in de mensen die elkaar en hem dingen aandeden en ervoor kiezen ze te willen begrijpen. Dat deze mensen hadden gehandeld op een manier zoals zij alleen maar konden, gezien hun verleden of omstandigheden. Hij besloot mensen te vergeven.
Maar hij moet niets hebben van religie, zodra het een stelsel van regels wordt aangaande wat wel en niet mag en wat moet. Dan wordt het dwangmatig en liefdeloos en daar heeft hij niets  mee. Ook het oordelen over anderen ziet hij als iets menselijks en kleinzieligs. Hij kan zich er niet in vinden dat God zo naar mensen zou kijken.
Ik herkende veel in Arthur Japin en vond ook zijn gezicht buitengewoon sympathiek en ontspannen. Ik heb wat van hem geleerd. Wat hij zei heeft me aangezet tot nadenken over mijn eigen positie in deze discussie omtrent geloof en religie.
Als kind besefte ik al heel vroeg dat er een hogere macht bestond, iets dat ik niet kon defini√ęren, maar wat ik wel voelde in alles wat ik zag en meemaakte om mij heen. Ook al ontkenden mijn ouders glashard het bestaan van een god, ik werd daardoor niet van mijn overtuiging afgebracht.
Vervolgens kreeg ik de behoefte om mijn godsbesef te plaatsen in √©√©n van de bestaande religies. Ik ging met een vriendinnetje naar de katholieke kerk, maar begreep niets van de rituelen. Deze¬†riepen bij mij eerder weerzin dan herkenning op. Ik ging als student naar de domkerk en liet me overspoelen met donderpreken, waarna ik mistroostig weer het zonlicht in stapte. Ook de gedachte dat wij in principe zondig zijn en verdoemd riep bij mij totaal geen herkenning op. Waar was de liefde en het erbarmen? Konden mensen werkelijk geloven dat er een bijzonder vredelievend en tolerant persoon aan het kruis genageld moest worden om op te draaien voor de zonden van de gehele mensheid? Heel na√Įef kwam die gedachte op mij over. Nee, ik was ervan overtuigd dat wij wel degelijk verantwoordelijk zijn voor onze intenties en daden.
Ik zocht naar overeenkomsten tussen de diverse geloven en meende dat die dan misschien een kern van waarheid konden bevatten, maar nergens voelde ik me zo thuis dat ik me ‘er in wilde storten’.
Tot ik in aanraking kwam met de islam. De eerste keer was dat via een programma op de VPRO. Ik hoorde het azan (oproep tot het gebed) en zag mensen bidden naar √©√©n punt. Het ontroerde me mateloos, zonder dat ik begreep waarom. Het was zomer en ramadan en aan de overkant van het kraakpand waarin ik toen woonde bevond zich een groep ‘gastarbeiders’ (zoals die toen nog genoemd werden). Als het donker werd dacht ik aan hen: ‘O, nu gaan ze pas eten. Wat hebben deze mensen veel over voor hun Schepper. Wat een liefde moet je bezitten om dit een maand vol te houden.’
Ik besefte toen nog niet dat de islam een stelsel van regels is dat kinderen in islamitische landen met de paplepel wordt ingegoten. Mensen vasten veelal niet uit liefde maar uit angst. Angst voor Allah en de hel en angst voor de buren, die nauwlettend in de gaten houden of je inderdaad niets eet gedurende de dag. Dat zag ik toen nog niet.
Ik kwam weinig in contact met moslims en hoe ze dachten en leefden, maar las wel de Qur’an. Ondanks de passages die ronduit vrouwonvriendelijk zijn en de passages over geweld en oorlog en hellevuur en hemel (waarvan dan een beeld wordt geschetst dat vooral voor mannen aantrekkelijk is) werd ik toch bekoord door dit boek dat door moslims als heilig wordt gezien. Ik zag alleen het mooie in dit boek (dat er zeker ook in zit!) en voor de wat wredere en vrouwonvriendelijke passages kneep ik een oogje dicht. Zo primitief kon Allah in mijn ogen toch niet werkelijk denken. Dit moest vast geplaatst¬†worden in de tijd waarin het boek ontstaan is.
Ik was ervan overtuigd dat ik moslim wilde worden. Dit was het geloof waarin ik mezelf herkende. En ik wilde het zo goed gaan doen als ik kon.
Ik had de pech dat ik vervolgens terecht kwam in een milieu waarin men de meest achterlijke interpretatie van islam hanteert, de wereld van de Pashtun, het grensgebied tussen Pakistan en Afghanistan. Ik trouwde met een ongeletterde Pathan en meende dat dit niet uitmaakte, ook al had ik zelf net mijn studie psychologie afgerond. Immers de profeet was ook ongeletterd.
Jaren gingen voorbij waarin ik mijn geloof zo goed als ik kon beleed. Intussen had ik een echtgenoot die niet vastte niet bad, maar mij wel confronteerde met de misogyne opvattingen uit zijn achterlijke thuisland. Ik durfde lange tijd niet te scheiden, omdat er immers in de Qur’an stond dat Allah niet hield van scheiding. Ik zat gevangen in een keurslijf van regels waar ik geen voeling mee had.¬†Maar ik vond gek genoeg wel¬†troost bij de gedachte aan de genade en liefde van Allah. Dat sleepte me door 16 jaar ellende heen met een schizofrene man wiens waanbeelden steeds absurder werden.¬†Tot ik uiteindelijk besloot definitief te vertrekken.
Ik bleef moslim, ook toen ik gescheiden was, maar voelde me totaal niet verbonden met andere moslims. Ik kreeg steeds meer moeite met de intolerante uitstraling van de islam als religie. Bijna wilde ik van mijn geloof vallen, tot ik in aanraking kwam met het soefisme binnen de islam. Daar vond ik veel terug van de reden waarom ik me lang geleden had bekeerd tot de islam. De liefde, het zoeken naar de fout in jezelf in plaats van in de ander, het niet oordelen. Het je willen overgeven aan de wil van Allah, die voor mij Liefde en Vergeving symboliseerde.
En ¬†nu…..ben ik opnieuw teleurgesteld, want ook bij de soefies zie ik die starheid en het alleen maar zoeken naar ‘soortgenoten’. De zelfgenoegzaamheid dat zij het ‘bij het rechte eind hebben’.¬†De machtspelletjes van mannetjes die allemaal voor een soort sheikh willen spelen. Het verheerlijken van ‘de sheikh’ als een soort sinterklaas die al je problemen voor je zal wegnemen.
Ik kan er niet in meegaan en voel me er niet meer thuis, evenmin als bij de¬†‘gewone’ moslimgemeenschap die steeds meer salafistische trekken begint te vertonen. Saoedi Arabi√ꬆheeft al veel geld besteed aan¬†het bestoken met salafistische propaganda¬†van een groot deel van¬†de moslimgemeenschap over de hele wereld. Rigiditeit, starre regels en een totaal verdwijnen van liefde. Een godsdienst gebaseerd op angst.
Ik ben teleurgesteld.
Ik heb in 1978 mijn godsbeleving geplaatst in een kader, de islam. ‘Was het nodig?’, vraag ik me nu af. Kennelijk wel, want anders had ik het toen niet gedaan. Ik kan niet weten hoe mijn leven was gelopen als ik mezelf niet op jonge leeftijd had onderworpen aan een stelsel van regels waarmee ik niet was opgegroeid. De liefde en het godsbesef had ik al en dat zou¬† ook zeker¬†wel zo gebleven zijn.
En waar sta ik nu? Ik bemerk bij mezelf al geruime tijd een frustratie. Kon die lange tijd niet plaatsen, want ik ben van nature een zonnig mens. Ik meende het te moeten gooien op mijn kwalen en pijnen van de laatste tijd. Maar dat kan ik niet staande houden. Ik heb in het verleden ook daarvan mijn deel gehad en het ontmoedigde me nooit en benam mij niet de veerkracht en het vertrouwen. Ongevraagd krijg ik de laatste tijd vaak flashbacks (herinneringen uit mijn verleden die zich dan helder als glas voor mijn ogen afspelen), meestal van minder prettige aard. Ben ik dan boos op de mensen die mij dingen hebben aangedaan?
En nu kom ik weer bij wat ik van Arthus Japin gisteren heb horen zeggen. Hij heeft (zij het gedurende kortere tijd dan ik) ook een aantal nare ervaringen met mensen opgedaan. Hij wist dat hij daarover boos kon zijn, maar dat hij dat dan zijn leven lang niet meer zou kunnen afleggen. Hij besloot te vergeven en zich te verplaatsen in de daders. Datzelfde heb ik ook lange tijd gedaan (wat betreft mijn ouders en mijn ex). Waarom zou ik dat nu ineens niet meer kunnen?
Er zit mij iets anders dwars, dat veel dieper gaat. Ik heb me bekeerd tot de islam en kwam daarbij in aanraking met een stelsel van strenge regels. Ik heb me eraan gehouden en daarvan heb ik geen spijt.¬†Maar voor mij is het volgende een desillusie: Te lang heb ik de interpretaties van de Qur’an van medemoslims (soefies en niet-soefie) voor zoete koek aangenomen. Ik durfde bepaalde dingen niet ter discussie te stellen, niet in mezelf en niet tegenover anderen. Er rust namelijk een enorm taboe op. Daar heb ik spijt van. Ik voel me wat dat betreft als het ware ‘in de mailing genomen’, maar moet daarvoor ook de verantwoording dragen.
Nu heb ik een groep gevonden op facebook, waarin moslims en ex-moslims openlijk uitkomen voor hun twijfels aangaande de Qur’an en vooral de hadith.¬†Sommigen hebben hierdoor hun hele geloof aan de kant gezet en noemen zich nu athe√Įsten. Ik kan me dat voorstellen, omdat deze mensen dikwijls opgegroeid zijn in een land waarin men zegt dat als je twijfelt aan ook maar √©√©n zinnetje in de Qur’an, dat je dan geen moslim meer bent. Dat idee nemen¬†zij dan weer wel klakkeloos over (!). Het is net als met christenen die niets meer willen weten van de strakke dogma’s van de kerk. Zodra ze daarvoor uitkomen worden ze door christenen gezien als afvalligen en gaan ze zelf ook geloven dat ze ‘ongelovigen’ zijn. Ze gooien dan als het ware ‘het kindje met het badwater weg’. Het hele geloof gaat overboord.
Ik vind dat jammer voor die mensen, want het kan best zijn dat zij eigenlijk diep gelovig zijn, misschien wel geloviger dan de mensen die in naam een religie (wat deze ook moge zijn) aanhangen.
Daarom voel ik voor de tweedeling geloof en religie. Je kan gelovig zijn zonder een religie aan te hangen. Maar je kan ook een religie aanhangen zonder gelovig te zijn (uit angst) en je kan een religie aanhangen en gelovig zijn. Dat laatste heb ik de afgelopen bijna 40 jaar gedaan.
En nu?
Ik ben nog steeds gelovig en noem mezelf dus moslim. Ik wil me overgeven aan de wil van Allah (God). En Allah symboliseert voor mij Liefde, Genade en¬†Verdraagzaamheid. Ik blijf bij wat mijn moeder vroeger al zei, als ik discussieerde met mijn stiefvader over het al dan niet bestaan van een god. ‘Het gaat er alleen maar om dat je een ander niet aandoet wat je ook niet zou willen dat een ander jou aandoet.’ Dat zegt Arthur Japin ook. Hij wil een ander niet beschadigen en denkt daarom na voor hij iets zegt of doet.
Ik voel me niet langer verbonden met medemensen die zichzelf moslim noemen, omdat er grote verschillen zijn in hoe ik nu denk en hoe de meeste van hen denken. Ik blijf wel bidden en vasten in de ramadan. Omdat ik weet dat dit mij goed doet en uit trouw aan een belofte die ik ooit deed. Het laatste oordeel is aan Allah.

4 gedachten over “Geloof en religie

  1. Lieve Monique,
    Lieve Shabnam,
    Jullie worsteling met religie en geloof is bijna voorbij. Monique die in haar jeugd zocht naar de concretisering van haar intu√Įtieve geloof en Shabnam die de strikte regels van de Islam beleed, praktiseerde en in zichzelf verdedigde, hebben elkaar de hand gereikt. Het (voorlopige) interessante resultaat is twee liefdevolle, vergevingsgezinde persoonlijkheden in een lichaam -een soort van menselijke twee√ęenheid- die op het punt staan om eindelijk te fuseren.
    Beschrijf ik hier nu een pathetische geest of een tragisch geval van MPS? Nee, het is slechts een schets van wat zich volgens mij in veel mensen, maar niet in elk individu afspeelt: het zoeken naar een rustgevend want acceptabel standpunt om de schepping, het leven en de dood te kunnen vatten en waarderen. Een ordening tevens van de geest met een veelvoud aan variabelen en onbekenden. Bij de een duurt het wat langer dan bij de ander voordat het proces is afgerond. Het is voorts niet zo dat dit altijd leidt tot gelijkgestemde inzichten en begrip voor anderman’s interpretaties, helaas.
    Shabnique ????, ik heb het gevoel dat het moment daar is, dat alles zijn uiteindelijke plek krijgt en je een betrekkelijke berusting zult vinden. Betrekkelijk, omdat jouw type hoofd nu eenmaal dynamisch van aard is. Je bent een mooi mens, voor zover ik dat kan vaststellen. Je deugt, en dat vond ik bijna 45 jaar geleden al. Allah zal niet anders oordelen, kan ik alleen maar vermoeden. X

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *