Stemmingen2

De lange reactie van mijn oude vriend Theo D (te lezen in mijn andere weblog, reactie op vorige artikel) lokt een reactie uit van mijn kant. Omdat het misschien een lang verhaal gaat worden dacht ik bij mezelf: maak er dan maar een nieuw stukje van.
Overigens vind ik de reacties van Theo vaak zo welsprekend en mooi geschreven dat ik denk ‘waarom heeft hij niet ook een weblog of schrijft hij een boek’. Ik zou daar dan waarschijnlijk met plezier in lezen, maar dat ter zijde.
Stemmingen zouden scheikundig bepaald zijn, zegt Theo.
Ik weet dat stemmingen en alles wat er plaats vindt in onze hersenpan ook een scheikundige component heeft en dat het daarbij ook nog te maken heeft met zenuwen en synapsen en wat dies meer zij. Kortom alles wat wij voelen en denken heeft ook een lichamelijke component, maar of we dan direct moeten spreken van een oorzaak, dat betwijfel ik.
De mens heeft zich de hele geschiedenis van ons bestaan verdiept in het waarom van onze gevoelens, gedachten en stemmingen. Ik ben op de hoogte van de verklaringen door de geschiedenis heen, die in het westen vaak wordt gezien als ‘begonnen bij de oude Grieken’. Maar die haalden hun wijsheid weer uit wijsheid van nog oudere culturen of  haalden wijsheid uit landen aan de andere zijde van de Middellandse Zee. Van de verschillende typeringen waarin men mensen heeft ingedeeld en de theorieën die daarbij gehaald werden door diverse denkers en zoekers heb ik ook kennis mogen nemen. Ik was zo nieuwsgierig dat ik er zelfs zes en een half jaar mijn studie van maakte en ook in mijn vrije tijd was ik daarnaast vaak te vinden in het ‘zwevende kastje’ van de wetenschappelijke boekhandel te Utrecht.
Maar met de bul op zak heb ik me nooit wijzer gevoeld dan aan het begin van mijn  studie. Ik heb mezelf dan ook nooit drs willen noemen in het vak psychologie. Ik schaamde me eerder voor deze titel dan dat ik er trots op was. Ik ben nooit een fan geweest van het causale denken. Ik geloof meer in samenhangen. Wat wij denken en voelen bepaalt ons lichamelijk welzijn en omgekeerd. ‘Gedachten zijn krachten’, zei mijn moeder vroeger. Dat besef bleef me altijd bij.
Al langere tijd is de geestelijke gezondheid hoofdzakelijk ‘in handen van’ de psychiatrie. En psychiaters zijn mensen die zijn afgestudeerd in de medicijnen en daarna hebben doorgeleerd voor psychiater. Ook nu nog zijn er typeringen waarin mensen worden ingedeeld en aan de hand waarvan wordt bepaald in hoeverre zij afwijken van de norm (wat deze ook moge zijn). Een medische en overwegend chemisch model om psychische problemen te categoriseren en te behandelen wordt al jaren gebruikt. De veelheid van mensen met psychische klachten is ongekend hoog geworden. Het is ondoenlijk om al deze mensen de aandacht te geven die zij verdienen. Het is daarom het meest efficiënt om psychische klachten als depressie, slapeloosheid, stress en woedeaanvallen te bestrijden met medicatie (dus langs de chemische weg). De farmaceutische industrie vaart er wel bij en tijd en moeite worden bespaard. Een beetje endorfine in een pilletje en de klant is weer tevreden. In feite is een groot deel van de mensheid aan de gelegaliseerde drugs. Langs de weg wordt soms door politie gecontroleerd op alcoholgebruik, maar het gebruik van allerlei pilletjes die de reactievaardigheid beïnvloeden ontsnapt aan de aandacht.
Wat Theo zegt over koffie herken ik wel en ik geloof zeker dat wat je eet en drinkt je psychisch kan beïnvloeden. Dat is iets om aandacht aan te blijven besteden. Want ook wat betreft ons eten en drinken en ons dag- en nachtritme zijn mensen vaak te nonchalant geworden en ver van het natuurlijke ritme dat vroeger heel gewoon was, toen men nog dichter bij de natuur leefde en er minder elektronisch verkeer was.
Maar ik blijf me verwonderen over de wisselingen in emoties die ik bij mezelf constateer. (Hoewel ik in de omgang een behoorlijk gelijkmatig mens ben en dat steeds meer naarmate ik ouder word). Ook vind ik het fascinerend dat emoties van mensen, waar dan ook ter wereld en in welke cultuur dan ook, met elkaar overeenkomen.
Zo leefde ik een tijd in Pakistan onder heel andere omstandigheden dan in Nederland en het frappeerde me dat ik de mensen daar, die een heel ander leven hadden dan ik, qua emotie als heel dichtbij voelde. Hoe anders ze ook waren, ik voelde hen aan als familie en datzelfde heb ik ook vaak op straat en waar ik ook kom. Dat we allemaal mensen zijn en daarom zoveel gemeen hebben en tegelijk ook alleen zijn, omdat wat we voelen op elk moment uniek is. We kunnen hooguit wat in elkaar herkennen, wat dat familiaire gevoel geeft en verder is het een eenzame weg die een ieder aflegt van geboorte naar dood..
Ik blijf me verwonderen……

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *