Benny

Het is alweer een paar jaartjes geleden dat mijn oudste dochter L. ineens zei dat ze graag voor haar gezin een hondje wilde.
Dat verbaasde me in eerste instantie, omdat moslims vaak zeggen dat een hond in huis onrein is. Dat staat niet in de Qur’an, maar er zou wel een hadith zijn, waarin de profeet heeft gezegd dat in een huis waarin een hond woont de engelen vertrekken. Nu ben ik zelf steeds meer het idee gaan krijgen dat ik vooral op de Qur’an wil vertrouwen en dat ik dit Heilige Boek zelfs niet overal te letterlijk wil nemen. In de Qur’an zelf staat immers geschreven dat sommige woorden letterlijk gelezen moeten worden en andere overdrachtelijk.
De hadith (ofwel overleveringen die opgetekend zijn uit het leven van de profeet  v.z.m.h.) zie ik als betrekkelijk. Immers het zijn verhalen van mensen die leefden in de tijd van van de profeet vzmh en die bepaalde gedragingen van de profeet vzmh beschreven of die zich uitspraken van de profeet vzmh konden herinneren. En deze getuigenissen zijn dan vaak eeuwen later opgetekend door weer andere mensen, die deze getuigenissen weer hadden gehoord via overlevering gedurende enkele generaties. Hoe betrouwbaar kan dat zijn?
In ieder geval wilde L. dus ineens een hondje en eigenlijk verbaasde me dat helemaal niet. Van jongs af aan wilde ze graag diertjes in huis en welk dier is aanhankelijker dan een hond?
Ze zocht in de asiels en via internet, maar vond niet direct het geschikte hondje. De honden van het asiel zijn vaak probleemdieren, die mensen niet voor niets hebben weggebracht. Veel honden daar zijn nerveus of beschadigd door slechte ervaringen, wat niet altijd te herstellen is. Er zijn daar veel terriërs, waarvan bekend is dat ze een pittig karakter hebben.
Alsof het zo moest zijn hoorde ze ineens van collega’s bij de politie dat er een hondje in beslag was genomen dat was aangetroffen in een dichte auto op een snikhete dag. Het hondje verbleef tijdelijk bij iemand van de dierenpolitie, maar deze kon het dier niet houden omdat zijzelf al honden had. Onmiddellijk dacht L. dat dit wel eens ‘het voor haar bestemde hondje’ zou kunnen zijn. Ze maakte kennis met het dier, dat het uiterlijk had van een klein herdershondje en was meteen verliefd op zijn lieve oogopslag.
En zo kwam Benny in haar gezin. Voorheen had hij gewoond bij een tokkieachtig gezin, waar hij zowel veel liefde had genoten als ook af en toe een schop. Dat was te merken aan het feit dat in het begin terugdeinsde bij al te onverwachte bewegingen. Hij had weinig ervaring in het omgaan met andere honden. Als hij een hond zag kon hij alleen maar blaffen van blijdschap, maar spelen met andere honden had hij kennelijk nooit gedaan. Hij was wel gek op spelen met een bal en je kon hem heel blij maken door de bal steeds weg te gooien voor hem. In het gezin waar hij gewoond had at hij kennelijk met de pot mee. Het duurde even voordat hij aan hondenvoer ging wennen. Als hij rook dat er patatjes werden gebakken of als je kwam aanlopen met een boodschappentas, dan begon hij te kwispelen.
We hielden allemaal van Benny, want een vriendelijker hondje dan hij zag je maar weinig. Er zat totaal geen agressie in Benny, alleen maar liefde en zachtheid en blijheid. Hij was gek op knuffelen. Blaffen naar indringers of grommen zat niet in zijn gedragsrepertoire en ook janken als er niemand thuis was deed hij niet.
Totdat hij, nu een paar maanden geleden, ineens van gedrag veranderde. Hij kwispelde minder vaak en bij het wandelen was hij lustelozer dan ooit tevoren. Met een bal kon je hem niet meer enthousiast maken en hij liep eerder te sjokken dan dat hij liep te rennen als hij naar het bos mocht. Zijn eetlust werd steeds minder.

Er volgde een periode van frequent dierenartsbezoek en veel voorgeschreven medicijnen. Hij zou het aan zijn hartje hebben en kreeg daarvoor pillen, waarvan hij heel erg uitdroogde. Intussen werd zijn eetlust alsmaar minder. Mijn dochter probeerde allerlei voer. Brokken kreeg hij niet meer weg, zacht voer nog wel, maar later dat ook niet meer. Hij wilde alleen nog mondjesmaat menseneten. Het laatste wat hij heeft gegeten was een stukje makreel. Het afgelopen weekend heeft hij helemaal niet meer gegeten en hij kan niet meer op zijn pootjes staan.
Vandaag bracht L. hem naar de dierenkliniek in Utrecht. Ze wist wel dat Benny waarschijnlijk erg ziek was en mogelijk uit zijn lijden verlost zou moeten worden, maar ze wilde de zekerheid hebben dat er echt niets meer voor hem gedaan kon worden.
De dokter in de kliniek, een dierencardioloog, bevoelde meteen Bennies buikje, dat al een tijd erg dik is terwijl hijzelf steeds magerder is geworden. L. zag direct aan het zorgelijke gezicht deze arts dat er iets goed mis was. Hij heeft een tumor, constateerde de dokter. Er zijn röntgenfoto’s gemaakt en daarop is te zien dat Benny een uitgezaaide maagkanker heeft. De kanker is uitgezaaid tot in de lever. Er is geen hoop op genezing.
Vanavond gaat L. naar haar dierenarts in Den Haag om Benny te laten inslapen. Zij wacht tot de avond, omdat R. ook graag afscheid wil nemen van Benny. Met Benny’s dood zal een heel lief hondje naar de ‘hondenhemel’ verhuizen. Zijn lichaampje zal een plek krijgen in één van onze tuinen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *