Niet meer meetellen

Ik heb er wel eens eerder over geschreven. Over ouder worden en hoe dat voelt. Als je weet dat je steeds minder dagen, uren, minuten, seconden hebt voor je de laatste adem uitblaast. En dat het lichamelijk ook niet beter maar eerder steeds slechter met je zal gaan. Bij iedereen zal dat wel verschillend zijn en het heeft natuurlijk ook alles te maken met je persoonlijke situatie. Ik vind het moeilijk.
Als ik aan het sporten ben waan ik me 26 i.p.v. 62 en iemand zei me ook een keer dat het lijkt of ik veel jonger ben, als je mij ziet bewegen en springen. Dat is dan maar een uurtje, maar daarna dringt de realiteit zich weer aan me op. Ik bén geen 26, maar 62 en dat zie je heel goed aan mijn kop. Kijk ik naar Ahmad, dan zie ik een man van mijn leeftijd met een wat melancholische oogopslag, net als ik niet meer de jongste.
Er zijn mensen die na hun pensioen zich zodanig in een impasse terecht voelen komen, dat ze uiteindelijk zelfmoord plegen of in ieder geval depressief raken. Ik kan me daar best wat bij voorstellen. Immers, je ontleent je eigenwaarde aan de reacties die je krijgt van anderen op je gedrag. Oudere mensen worden veelal genegeerd. Wie kijkt er nu graag naar een oud mens? Wie wil er herinnerd worden aan het verval dat uiteindelijk iedereen te wachten staat? Niemand wil daarmee te maken hebben. Dus lopen mensen met een boogje om de oudjes heen.
Hoe kan een ouder mens die niet meer werkt zijn dagen doorbrengen met een gevoel  dat het nog enig nut heeft voor hemzelf of een ander? Dat valt niet altijd mee. Moet je gaan zoeken naar iets nuttigs dat je kan doen voor je medemens of moet je een hondje nemen, zodat er altijd iemand kwispelt als je zegt `ga je mee uit`? Moet je berusten en vanaf een bankje naar voorbijgangers gaan staren? Ahmad en ik zitten veel op internet. “Het is alsof we vanuit een raampje toch nog willen gluren naar alles wat plaatsvindt in de wereld om ons heen”, zeg ik tegen hem. We kijken naar een wereld, waarin wij steeds minder een rol spelen. En daar moet je tegen kunnen. Dat je steeds minder een rol van betekenis speelt. Je aanwezigheid doet er niet meer zoveel toe.
Een wat ouder iemand of gepensioneerde zou het recht hebben om nu te rusten en van zijn leven te genieten. Het werk is gedaan, de kinderen zijn groot. Je mag doen waar je zin in hebt, geen baas meer die op je wacht. Geen deadline voor werkzaamheden die af moeten, geen afspraken, geen vergaderingen. Rust maar lekker uit….Van je 65e tot je 95e? Dertig jaar rusten? Mijn stiefvader was beroepsmilitair en ging al met pensioen toen hij 55 jaar was. Ze gingen wonen in een boerderij ver van de randstad. Lekker tuinieren en wat kippen,ganzen en een ezel om voor te zorgen. Het leek of ze het heel erg naar hun zin hadden. Ikzelf was toen nog jong. Vlak voor mijn moeders overlijden hoorde ik dat het helemaal niet zo idyllisch was geweest als het leek. Ze waren elkaar al snel op de zenuwen gaan werken en opa ging stiekem drinken. Wat een ellende. Ik kreeg ineens alles te horen wat ze 30 jaar voor me verborgen hadden gehouden. Had ik het geweten, dan had ik zo graag mijn moeder bij me te logeren gevraagd. Ze hield van de zee als kind van Zeeuwse ouders. Maar ze kon nooit weg, volgens haar vanwege de hond. Wat een stil verdriet. Ze leven nu allebei niet meer. Mijn lieve energieke moeder, die er 30 jaar lang het beste van heeft proberen te maken. Ging volksdansen met de dorpsvrouwen en ging bloemetjes schilderen in Hindelopen stijl. Papte aan met alle mensen in het dorp. Wilde een leuke oma zijn voor mijn kinderen. Terwijl opa zat te mokken en bokken en nergens heen wilde. Dan kon hij niet bij de flessen die hij overal had verstopt, zijn trieste geheim.
Oud worden is niet zo gemakkelijk. Vroeger ging ik nog wel eens naar van die vakantieresorts. Overdag luieren in de zon en ’s nachts lekker dansen. Dan zag ik ook gepensioneerden zitten, die eigenlijk nergens van konden genieten. Ze gingen niet zwemmen en niet dansen, alleen maar eten. Daarom zijn veel bejaarden ook dik. Het eten is voor hun het hoogtepunt van de dag. Ik vind dat triest. Ook in bejaardenhuizen en op straat zie je veel te dikke bejaarden. Ze laten zich gaan als de taartjes voorbij komen en sommigen zetten het misschien ook nog op een drinken. Dat kan toch niet de bedoeling zijn? Dat is toch niet waardig ouder worden? Een ouder iemand heeft toch wel wat meer te bieden dan dat?
Het blijft een moeilijk punt. In onze maatschappij worden oude mensen niet meer zo gerespecteerd als in vroegere tijden en nu nog in andere culturen. Het is natuurlijker dat oude mensen nog deel uit maken van de gemeenschap en er een rol in spelen van raadgever e.d. Worden ze hulpbehoevend, dan zouden ze in het gezin van hun kinderen moeten worden opgenomen, waar ze altijd nog een leuke praatpaal en oma of opa zijn voor het jongere grut.
Ik zag mezelf altijd vroeger als een alleenstaande oudere, in de buurt van mijn kinderen, en nog later wellicht als een lief omaatje dat ergens tevreden in een hoekje van het huis van een van haar kinderen verbleef en af en toe een bordje eten kreeg aangereikt en daar heel tevreden mee was. De werkelijkheid is anders. Ik ben nu met Ahmad en wij gaan inshallah samen oud worden. Hoe, dat weet ik nog niet. Ik moet er nog zo aan wennen dat ik oud ben.

3 gedachten over “Niet meer meetellen

  1. Je vraagt je af: “Moet je gaan zoeken naar iets nuttigs dat je kan doen voor je medemens of moet je een hondje nemen, zodat er altijd iemand kwispelt als je zegt `ga je mee uit`? Moet je berusten en vanaf een bankje naar voorbijgangers gaan staren?”
    Ik begrijp de keuzes niet die je opwerpt.
    Wat mis je nou eigenlijk? Niet je werk, heb ik de indruk.
    Dat je kinderen je niet meer nodig hebben zodat je niet het lieve omaatje kunt zijn dat je in gedachten had?
    Als je nuttig wil zijn – wat is er mis met het zelf zoeken van nuttige bezigheden? Heb je geen idealen? Ja toch? Vrijwilligerswerk genoeg.
    Wat schrijf je naar over honden! alsof je daar niet van kunt houden, misschien een asieldier opvangen, maar alleen maar zit te wachten op ‘dat ze kwispelen’.
    Of schrijf dat boek dat je al zo lang voelt borrelen.

  2. Je vraagt je af: “Moet je gaan zoeken naar iets nuttigs dat je kan doen voor je medemens of moet je een hondje nemen, zodat er altijd iemand kwispelt als je zegt `ga je mee uit`? Moet je berusten en vanaf een bankje naar voorbijgangers gaan staren?”
    Ik begrijp de keuzes niet die je opwerpt.
    Wat mis je nou eigenlijk? Niet je werk, heb ik de indruk.
    Dat je kinderen je niet meer nodig hebben zodat je niet het lieve omaatje kunt zijn dat je in gedachten had?
    Als je nuttig wil zijn – wat is er mis met het zelf zoeken van nuttige bezigheden? Heb je geen idealen? Ja toch? Vrijwilligerswerk genoeg.
    Wat schrijf je naar over honden! alsof je daar niet van kunt houden, misschien een asieldier opvangen, maar alleen maar zit te wachten op ‘dat ze kwispelen’.
    Of schrijf dat boek dat je al zo lang voelt borrelen.

  3. Ik zit gewoon wat te zeuren. Is af en toe wel lekker. Er is een leegte gevallen en nu moet ik kijken waar en hoe ik die ga opvullen. Ahmad heeft dat probleem ook een beetje en eigenlijk al veel langer. Misschien kunnen we samen wat doen. Moeten eerst rust zien te vinden en de nieuwe situatie accepteren. Mijn kinderen leggen nog genoeg beslag op me, maar daar ben ik eigenlijk klaar mee. Wil wat anders, maar weet nog niet wat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *